Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2021:620

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
11-05-2021
Datum publicatie
23-06-2021
Zaaknummer
19/02625
Formele relaties
Arrest gerechtshof: ECLI:NL:GHAMS:2019:5074
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:958
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Openlijke geweldpleging in uitgaansgelegenheid in Amsterdam, art. 141 Sr. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. Samenhang met 19/03561.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/02625

Zitting 11 mei 2021

CONCLUSIE

E.J. Hofstee

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de verdachte.

  1. De verdachte is bij arrest van 28 mei 2019 door het gerechtshof Amsterdam wegens “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Voorts heeft het hof beslissingen genomen met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij en heeft het ter zake van het toegewezen bedrag een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals in het arrest bepaald.

  2. Er bestaat samenhang met de zaak 19/03561. Ook in die zaak zal ik vandaag concluderen.

  3. Namens de verdachte heeft mr. D. Bektesevic, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur twee middelen van cassatie voorgesteld.

  4. Het eerste middel klaagt over de vervangende hechtenis die aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel is verbonden.

5. Het middel is terecht voorgesteld. Gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914, NJ 2020/409, m.nt. Ten Voorde kan de Hoge Raad met toepassing van art. 6:4:20 Sv bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

6. Het tweede middel klaagt dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.

7. Namens de verdachte is op 29 mei 2019 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 14 april 2020 bij de Hoge Raad binnengekomen. Dat betekent dat de inzendtermijn is overschreden.

8. Het middel is in zoverre gegrond. Gelet echter op de aan de verdachte opgelegde straf is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden.1

9. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358, m.nt. Mevis (rov. 3.6.2 onder C).