Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2021:602

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
06-04-2021
Datum publicatie
15-06-2021
Zaaknummer
19/05687
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:896
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Onderzoek Kapel naar Turks/Tilburgse criminele organisatie die zich bezig hield met gewelddadige handel in hard- en softdrugs. Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 19/05498, 19/05598, 19/05600 P, 19/05611, 19/05617, 19/05685, 19/05738, 19/05777, 19/05732, 19/05967 en 19/05773.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/05687

Zitting 6 april 2021

CONCLUSIE

F.W. Bleichrodt

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de verdachte.

1. De verdachte is bij arrest van 5 december 2019 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens onder 1 “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”, onder 2 subsidiair “medeplichtigheid aan/tot medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod”, onder 3 “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod” en onder 6 “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren en acht maanden.

2. De zaak hangt samen met de zaken tegen medeverdachten, met zaaknummers 19/05611 ([medeverdachte 1]), 19/05598 ([medeverdachte 2]), 19/05600 P ([medeverdachte 2]), 19/05498 ([medeverdachte 3]), 19/05617 ([medeverdachte 4]), 19/05738 ([medeverdachte 5]), 19/05777 ([medeverdachte 6]), 19/05732 ([medeverdachte 7]), 19/05967 ([medeverdachte 8]), 19/05773 ([medeverdachte 9]) en 19/05685 ([medeverdachte 10]).1 In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

3. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.

4. De aanzegging in cassatie is op 16 juni 2020 in persoon uitgereikt aan de verdachte op het adres [a-straat 1] te [plaats].2 Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 36e, eerste lid, onder b, Sv rechtsgeldig betekend. Daarnaast is op 19 juni 2020 mededeling van de betekening van de aanzegging gedaan aan de raadsman van de verdachte (J. van Rooijen, advocaat te Tilburg).

5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.

6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 In de eveneens met deze zaak samenhangende zaken 19/05606 ([betrokkene 1]), 19/05662 ([betrokkene 2]) en 19/05525 ([betrokkene 3]) is het cassatieberoep ingetrokken.

2 Uit een bevraging BRP van de verdachte blijkt dat de verdachte destijds op dat adres stond ingeschreven.