Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2021:377

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
02-03-2021
Datum publicatie
13-04-2021
Zaaknummer
19/03291
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:574
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Verstekverlening, detentie uit anderen hoofde. Op gronden vermeld in CAG (in verbinding met CAG in samenhangende strafzaak 19/03197) is achteraf bezien ’s hofs beslissing om tegen verdachte verstek te verlenen en onderzoek op tz. voort te zetten onjuist. Wegens grote belang verdachte om bij behandeling van zaak aanwezig te zijn, moet verdachte mogelijkheid worden geboden om zijn zaak alsnog in h.b. in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: Uit aan schriftuur gehechte stukken – aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld – moet worden afgeleid dat verdachte t.t.v. behandeling van zijn strafzaak in h.b. uit anderen hoofde was gedetineerd, zodat ’s hofs beslissing om tegen verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ttz. voort te zetten, achteraf bezien onjuist was en dat aan recht verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht is tekortgedaan]. Samenhang met 19/03197.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/03291 P

Zitting 2 maart 2021 (bij vervroeging)

CONCLUSIE

D.J.C. Aben

In de zaak

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de betrokkene.

1. De betrokkene is bij arrest van 27 juni 2019 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

2. Er bestaat samenhang met de zaak 19/03197. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Mr. R.J. Baumgardt, mr. P. van Dongen en mr. S. van den Akker, advocaten te Rotterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel bevat de klacht dat de betrokkene ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd, zodat de beslissing van het hof om verstek te verlenen tegen de betrokkene en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien, onjuist was.

5. De inhoudelijke klacht van het middel, alsmede de feitelijke gang van zaken rondom de betekening van de dagvaarding respectievelijk de oproeping van de veroordeelde in hoger beroep, het verhandelde ter terechtzitting van 27 juni 2019 en de inhoudelijke beslissing van het gerechtshof, zijn in de samenhangende strafzaak en de onderhavige ontnemingszaak identiek.1 Derhalve verwijs ik voor de bespreking ervan naar het (enige) middel in de samenhangende strafzaak.

6. Het middel is terecht voorgesteld.

7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 De strafzaak en de ontnemingszaak zijn in hoger beroep gelijktijdig, maar zonder voeging, behandeld op dezelfde terechtzitting, te weten 27 juni 2019 om 14:20 uur. De dagvaarding en de oproeping zijn samen en tegelijkertijd, door middel van één betekeningsakte, betekend.