Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2021:348

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
16-02-2021
Datum publicatie
12-04-2021
Zaaknummer
19/05942
Formele relaties
Arrest gerechtshof: ECLI:NL:GHDHA:2019:3398
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:501
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Economische zaak. Feitelijk leidinggeven aan medeplegen van doen van onjuiste aangifte loonbelasting door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 69.2 AWR. Bewijsklacht m.b.t. feitelijk leidinggeven. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/05831 E.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/05942 E

Zitting 16 februari 2021 (bij vervroeging)

CONCLUSIE

B.F. Keulen

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de verdachte.

1. De verdachte is bij arrest van 17 december 2019 door het Gerechtshof Den Haag wegens het onder 3 bewezenverklaarde ‘medeplegen van opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’, veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.1

2. Er bestaat samenhang met zaak 19/05831. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. J-F. Grégoire, advocaat te 's-Gravenhage, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel klaagt dat het bewezenverklaarde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Uit de toelichting blijkt dat de klacht in het bijzonder betrekking heeft op de bewijsmotivering van het feitelijk leidinggeven.

5. Het hof heeft ten laste van de verdachte onder 3 subsidiair bewezenverklaard dat:

‘ [A] en [B] , in de periode van 1 mei 2008 tot en met 1 februari 2012, te Den Haag, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen meermalen, telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een (elektronische) aangifte loonheffingen ten name van [A] en/of [B] over de aangiftetijdvakken:

- april 2008 tot en met december 2008 en

- januari 2009 tot en met december 2009 en

- januari 2010 tot en met november 2010 en

- januari 2011 tot en met december 2011,

onjuist of onvolledig heeft gedaan,

immers hebben [A] en [B] en hun mededaders telkens opzettelijk op de bij de Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te Apeldoorn ingezonden aangiftebiljetten loonheffing over die genoemde aangiftetijdvakken telkens een te laag bedrag loonbelasting / premie volksverzekeringen opgegeven en vermeld, terwijl die feiten er telkens toe strekten dat te weinig belasting werd geheven,

aan welke verboden gedraging hij, verdachte, telkens feitelijk leiding heeft gegeven.’

6. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsoverwegingen (met vernummering van de voetnoten en weglating van verwijzingen):

‘ ‘Het hof kan zich grotendeels verenigen met de bewijsoverwegingen van de rechtbank die betrekking hebben op de bewezenverklaring van feit 3 subsidiair. Het hof zal deze bewijsoverwegingen dan ook - behoudens enkele aanpassingen - overnemen.

Inleiding2

De Sociale Inlichtingen-en Opsporingsdienst (hierna: SIOD) is op 12 september 2011 een strafrechtelijk onderzoek gestart onder de naam ' [… ] '. Tijdens dit onderzoek is onderzocht of personen vanuit Turkije en/of andere landen middels de zogeheten kennismigrantenregeling naar Nederland zijn gesmokkeld. De kennismigranten om wie het gaat in dit onderzoek, zijn werkzaam geweest bij [B] en/of [A] .

Tijdens de doorzoeking van het bedrijfspand van [B] en [A] in Den Haag is op 22 mei 2012 een USB-stick aangetroffen en in beslag genomen (hierna: de USB-stick).3 Na vergelijking van de gegevens die stonden vermeld op de USB-stick met de daadwerkelijk verrichte aangiften loonheffing ten name van [B] en [A] over de jaren 2008 tot en met 2011, is het vermoeden ontstaan dat deze aangiften niet correct zijn gedaan.

Verdachte is in de tenlastegelegde periode werkzaam geweest bij [B] en [A] .4

Beoordeling

Aangiften loonheffing

De aangiften loonheffing ten name van [A] over de tijdvakken januari 2008 tot en met december 2011 zijn in de periode van 19 maart 2008 tot en met 17 maart 2012 ontvangen door de Belastingdienst.5 Nu de tenlastelegging 1 mei 2008 als begindatum heeft, zullen de aangiften loonheffing vanaf april 2008 in de beoordeling worden meegenomen.

USB-stick

Op de USB-stick die op 22 mei 2012 in het pand van [B] en [A] in beslag is genomen, zijn maandelijkse overzichten aangetroffen betreffende de periode vanaf maart 2008 tot en met december 2011 (met uitzondering van december 2010). Door het onderzoeksteam is geconcludeerd dat op deze USB-stick kennelijk overzichten van salarisbetalingen aan personen stonden vermeld. Er is onderzoek verricht naar de aansluiting tussen voornoemde salarisbetalingen en de salarisbetalingen die blijkens de aangiften loonheffing van [B] / [A] over de jaren 2008 tot en met 2011 zijn gedaan. Uit dit onderzoek is onder meer gebleken dat er in totaal 188 personen niet waren verantwoord bij de Belastingdienst en is het vermoeden gerezen dat zij zwart werden betaald.6

In het dossier heeft het hof diverse aanknopingspunten aangetroffen waaruit kan worden afgeleid dat salarissen werden uitbetaald aan personen conform de op de USB-stick vermelde gegevens. Ten eerste heeft niemand die gelieerd is aan [B] en/of [A] een aannemelijke verklaring gegeven voor de op de USB-stick aangetroffen salarisbetalingen, terwijl deze niet zijn te rijmen met de aangiften loonheffing. Daarnaast volgt uit hierna genoemde tapgesprekken, die hebben plaatsgevonden op de dag van de doorzoeking, dat personen die werkzaam waren bij [B] en [A] zich zorgen maakten over de stick/de planning die in beslag was genomen. De verdachte zegt in deze gesprekken onder meer "we zijn dus de klos" en "we zijn niet meer te redden".

Een tapgesprek van 22 mei 2012 om 12:50 uur tussen [betrokkene 1] en medeverdachte [medeverdachte] :7

[betrokkene 1] vertelt dat het de SIOD was. [betrokkene 1] vertelt dat zij iedereen bij elkaar hebben gehaald en dat niemand iets mocht doen of mocht bellen. [medeverdachte] vraagt waar [verdachte] is. [betrokkene 1] zegt dat er verder niemand was en dat hij ook op het punt staat naar een afspraak te gaan. Noch [verdachte] noch [betrokkene 4] zouden er zijn. [betrokkene 1] zegt "Ze hebben dit nummer genoteerd.. misschien gaan ze het dingesen. .”.

[medeverdachte] vraagt of men niet naar hem heeft gevraagd. [betrokkene 1] zegt dat men vroeg wie de directeur was en dat [betrokkene 1] dat heeft verteld maar dat men verder niets heeft gevraagd. [betrokkene 1] vertelt desgevraagd dat zij alle computers, de planning en dergelijke hebben meegenomen.

[medeverdachte] : De planning hebben ze ook meegenomen?

[betrokkene 1] : Ja de planning is ook weg..

[medeverdachte] : Waar zat de planning dan?

[betrokkene 1] : Tja wat [medeverdachte] als laatste heeft gemaakt..

[medeverdachte] : Pff..

[betrokkene 1] : In de tas van [medeverdachte] ..

[medeverdachte] : Dus waar we bang voor waren is werkelijkheid geworden.. Of er bij de werknemers overschot was of niet...

[betrokkene 1] : Tja ze hebben dingen als de indienstlijst meegenomen...

[medeverdachte] : Wat?

[betrokkene 1] : Indienstlijst.. telefoonlijst.. personeelslijst.. De man had een hele overzicht bij zich.

[medeverdachte] vraagt hoe zij dan nu verder moeten werken. [betrokkene 1] geeft aan dat men heeft toegezegd dat de pc's morgen zullen worden teruggebracht. [medeverdachte] vraagt of men ook papieren administratie heeft meegenomen.

[betrokkene 1] zegt dat de bankafschriften, kas en alle dossiers van alle medewerkers zijn meegenomen. [medeverdachte] zegt dat het dan wel verband zal houden met het illegaal tewerkstellen van mensen. [betrokkene 1] zegt dat de man van het ministerie heeft aangegeven i.v.m. de kennismigranten te zijn gekomen en zou hebben aangegeven dat er daar iets mis zou zijn en dat men dat ging onderzoeken. [betrokkene 1] zegt dat Siod natuurlijk tegelijk alles zal uitzoeken zoals administratie, personeel, of er voorschotten worden betaald en zo ja wie zorgt daar dan voor en hoe wordt het bijgehouden etc.

[medeverdachte] zegt dat men om 8 uur in de ochtend bij [betrokkene 4] thuis naar binnen is gegaan en vraagt of er geen nieuws van [verdachte] is. [betrokkene 1] zegt van niet. Volgens [medeverdachte] zou men ook bij [betrokkene 5] thuis zijn geweest. [betrokkene 1] zegt dat men in dat geval achter ' [betrokkene 6] ' aan zal zitten. [betrokkene 1] zegt dat de man die hem de vragen stelde zijn mond voorbij heeft gesproken door te zeggen 'ik mis hier wel iemand'. [betrokkene 1] en [medeverdachte] menen dat daarmee kennelijk ' [betrokkene 6] ' werd bedoeld. [betrokkene 1] herhaalt nogmaals dat men alle administratie heeft meegenomen, inclusief de loonstroken en salarisadministratie van vorige jaar.

[medeverdachte] vraagt of zij ook de urenstaten hebben meegenomen die de mensen maandelijks invullen en brengen. [betrokkene 1] zegt dat die van over de laatste maand er was en dat men die daar bij de plek van [betrokkene 4] heeft meegenomen. [betrokkene 1] zegt dat men ook de planning van gisteren en vandaag heeft meegenomen.

[betrokkene 1] zegt dat hij aan die mensen desgevraagd heeft uitgelegd hoe het werkt met de uren, die in Excel worden verwerkt waarna wekelijks [betrokkene 4] het administreert.

Een tapgesprek van 22 mei 2012 om 13:01 uur tussen [betrokkene 4] en [betrokkene 1] :8

[betrokkene 1] wordt gebeld door [betrokkene 4] . [betrokkene 4] zegt 'Operatie [… ] he!'. [betrokkene 4] zegt verder dat men ook de woning van [betrokkene 5] heeft doorzocht. [betrokkene 4] geeft aan dat men de laptops heeft meegenomen. [betrokkene 4] zegt dat daar echter niets op zat.

Vervolg van het gesprek wordt woordelijk vertaald waarbij [betrokkene 1] = [betrokkene 1] en [betrokkene 4] = [betrokkene 4] :

[betrokkene 1] : Ja maar ze hebben de dinges hier meegenomen [betrokkene 4] ..

[betrokkene 4] : Wat was er dan?

[betrokkene 1] : Er waren toch de urenlijsten, die we aan de mensen geven..

[betrokkene 4] : Wat?

[betrokkene 1] : Er waren toch de gelden die je aan de mensen gaf?

[betrokkene 4] : Ja. .

[betrokkene 1] : Die!

[betrokkene 4] : Was de stick daar ook?

[betrokkene 1] : Ook die was hier!

[betrokkene 4] : Hebben ze die ook meegenomen?

[betrokkene 1] : Ja.. De tas is compleet meegegaan..

[betrokkene 4] : Planning en dergelijke., alles?

[betrokkene 1] Ja.. de complete tas.

[betrokkene 4] : En wat nu ! ?

[betrokkene 1] : Tja wat moet er nu gebeuren.. we zullen voor alles moeten betalen/rekenschap moeten afleggen..

[betrokkene 4] : Wat?

[betrokkene 1] : Ze zullen nu alles komen navragen!

Een tapgesprek van 22 mei 2012 om 13.47 uur tussen [verdachte] (verdachte) en [betrokkene 4] :9

[verdachte] vraagt wat [betrokkene 4] aan het doen is. [betrokkene 4] geeft aan op de fabriek te zijn. Vervolgens vraagt [verdachte] of [betrokkene 4] weet dat "deze mannen" aangehouden zijn.

[betrokkene 4] zegt, vertel mij wat, ze hebben een inval gedaan bij de fabriek, bij de Lemonde (fon), bij mijn woning en bij jouw Marokkaanse stiefmoeder [betrokkene 5] . [betrokkene 4] zegt dat pc’s en de laptops meegenomen werden. [verdachte] vraagt verbaasd of het echt waar is. [betrokkene 4] zegt dat het menens is en dat hij daarom de hele tijd geprobeerd had [verdachte] te bellen. [betrokkene 4] zegt dat hij van mening is dat er niets (verkeerds) uitkomt uit de doorzoeking in zijn huis. Daar maakt hij zich geen zorgen om.

Van 01: tot 01:30 letterlijke uitwerking:

[betrokkene 4] = [betrokkene 4] , [verdachte] = [verdachte]

[betrokkene 4] : Er is geen shit te vinden in mijn huis, dat had ik gezegd... van mijn kamer.. uit mijn laptop zal er ook geen shit uitkomen/gevonden worden.... (onv.)…Maar het probleem is dat zij de stick hebben meegenomen. De plek waar de planning is... op dit moment, bijvoorbeeld, alle pc's die op het kantoor zijn, zijn leeg van binnen.... [… ] ! Ken jij zo iemand? Van vroeger.., van [D] (fon) misschien?

[verdachte] zegt dat die naam [… ] hem helemaal niets zegt. Dat is de naam van de operatie, geeft [betrokkene 4] aan. [verdachte] vraagt of de stick van de planning ook meegenomen is. [betrokkene 4] zegt dat de stick in de tas van [medeverdachte] (fon) lag en dat men alles heeft meegenomen. [verdachte] zegt niet te snappen hoe die mensen in de tassen kunnen kijken. [betrokkene 4] zegt dat die mensen van de politie waren, en als zij ergens in wilden kijken en je [zegt] nee, maken ze dat toch kapot om te kunnen openen.

Van 02:04 tot 02:15 letterlijke uitwerking:

[betrokkene 4] : Ze gingen echt alles doorzoeken in de woning... hier ook zo... als ze iets zien nemen ze gewoon mee... niets aan jou... enige wat zij doen alles wat zij meenemen op papier zetten.

[verdachte] : We zijn dus de klos!!

Een tapgesprek van 22 mei 2012 om 18:39 uur tussen verdachte en Nnman 5190:10

NNman: Hallo?

[verdachte] : Zeg het maar zwager!

NNman: Hoe gaat het?

[verdachte] : Goed, met jou?

NNman: Als er morgen weer controle komt, kan men dan een probleem maken?

[verdachte] : Dat verwacht ik niet, ik denk niet dat zij nog een keer komen.

NNman: Ja?

[verdachte] : Als zij een probleem willen maken dat kunnen zij toch maken want ze hebben de planning meegenomen. Even afwachten wat gaat gebeuren...

NNman: Ze hebben de planning meegenomen?

[verdachte] : Ja, wel meegenomen. Ligt in hun handen. We kunnen er niets meer aan doen.

NNman: Alleen van deze week of compleet?

[verdachte] : Alles mee genomen, joh, alles; compleet.

NNman: Daarom wilde ik even zeker weten of het geen problemen zou geven...

[verdachte] : Als dat gaat gebeuren en dan gebeurt dat toch! Zwager, we zijn niet meer te redden; in zo'n geval ga ik alles op mij nemen of gebeurt er iets/dinges... Als het geen problemen geeft, zal ook zo zijn..

NNman: Oké, doei.

Het onderzoek dat heeft plaatsgevonden naar meerdere persoonsnamen die stonden vermeld op de USB-stick, waaronder naar [betrokkene 7] en [betrokkene 8] , heeft tevens een aanwijzing opgeleverd dat salarissen werden uitbetaald aan personen conform de op de USB-stick vermelde gegevens.

Ondanks dat [betrokkene 7] op de USB-stick wel stond vermeld in de salarisoverzichten van februari 2008 tot en met december 201111 en [betrokkene 9] heeft verklaard dat hij [betrokkene 7] (het hof begrijpt: [betrokkene 7] ) € 1.200,00 per maand heeft betaald,12 kwam zijn naam niet voor op de loonbelastingaangiften die door [B] / [A] zijn gedaan bij de Belastingdienst over diezelfde periode.13 Overigens heeft [betrokkene 9] in datzelfde verhoor verklaard dat het om zwarte betalingen ging.

Ondanks dat [betrokkene 8] op de USB-stick wel stond vermeld in 35 maandoverzichten in de jaren 2008 tot en met 201114 en verdachte in een tapgesprek met [betrokkene 4] zegt dat [betrokkene 4] [betrokkene 8] moet uitbetalen,15 kwam de naam [betrokkene 8] niet voor op de loonbelastingaangiften die door [B] /HPC zijn gedaan bij de Belastingdienst.

Ten slotte acht het hof redengevend de verklaring die [betrokkene 10] heeft afgelegd over de gang van zaken bij [B] en [A] met betrekking tot het kloppend maken van de loonstroken. [betrokkene 10] heeft hierover het volgende verklaard: "De loonstroken kloppen niet met de feitelijke werkelijkheid en zijn administratief kloppend gemaakt. [betrokkene 4] maakt in eerste instantie de loonstroken kloppend. In tweede instantie gebeurt dit bij [C] en wordt dit gedaan door [betrokkene 2] in opdracht van [medeverdachte] . Ik weet dat omdat ik diverse loonstroken heb gezien die exact hetzelfde waren. Ik weet dat dit in een normale bedrijfsvoering niet kan. Er moet altijd een verschil in zitten.”16

Op grond van voornoemde tapgesprekken, het resultaat van het onderzoek dat heeft plaatsgevonden naar aanleiding van de salarisoverzichten die op de USB-stick stonden vermeld en de verklaring van [betrokkene 10] , concludeert het hof dat bij [B] en [A] salarissen werden uitbetaald conform de op de USB-stick vermelde gegevens welke vervolgens niet bij de Belastingdienst werden opgegeven. Hieruit volgt dat er op grote schaal zwarte loonbetalingen hebben plaatsvonden bij [A] en/of [B] . Derhalve zijn de in de tenlastelegging vermelde aangiften onjuist en onvolledig gedaan.

Totstandkoming van de aangiften loonbelasting

[betrokkene 1] heeft verklaard dat de financiële administratie van [B] en [A] in het programma Snelstart wordt bijgehouden, dat dit programma op de (stand alone) computer van [betrokkene 4] staat, dat [betrokkene 4] de financiële administratie digitaal verwerkt, waaronder de urenadministratie, dat hij de uren bijhoudt ten behoeve van de loonstroken, dat hij deze uren aanlevert bij [C] en dat hij de uren verwerkt ten behoeve van de loonadministratie.17 [betrokkene 10] heeft verklaard dat [betrokkene 4] op een spreadsheet de gewerkte uren van werknemers bijhield.18 Daarnaast heeft zij, zoals eerder aangegeven, verklaard over de rol die [betrokkene 4] heeft gespeeld bij het kloppend maken van de loonstroken.

Bij de rechter-commissaris heeft [betrokkene 11] , werkzaam bij het administratiekantoor [C] , het volgende verklaard. Sinds 2005 verzorgde hij de administratie voor [B] . Hij denkt dat hij de salarisadministratie en de financiële administratie van [B] tot begin 2013 heeft verzorgd. Voor [A] geldt hetzelfde verhaal, bij dit bedrijf is hij, voor zover hij weet, vanaf 2009 betrokken geweest. Op de vraag hoe het verliep met de loonheffing voor [B] / [A] , heeft hij geantwoord dat over het algemeen de mail met de urenlijsten naar hen (het hof begrijpt: [C] ) werd gestuurd door [B] en [A] , dat er loonstroken werden gemaakt en dat daar automatisch de loonheffing uitkomt. De urenstaten werden aangeleverd via de mail waaronder, naar zijn herinnering, [betrokkene 4] stond vermeld. Voor zover hij weet stuurde [betrokkene 4] deze urenstaten ook altijd op en was hij degene die over het algemeen de urenstaten opstelde. Hij heeft wel eens contact gehad met [betrokkene 4] over de urenstaten. [betrokkene 4] had de leiding binnen [B] en [A] qua financiële administratie. Hij was over het algemeen zijn aanspreekpunt binnen [B] en [A] .19

Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van voornoemde verklaringen van [betrokkene 1] , [betrokkene 10] en [betrokkene 11] , nu hun verklaringen elkaar in zoverre op belangrijke punten ondersteunen en voorts steun vinden in de voornoemde tapgesprekken.

Uit voornoemde verklaring van [betrokkene 11] volgt dat [C] de administratie van [B] en [A] heeft verzorgd en dat [C] in dat kader ook de aangiften loonheffing van [B] en [A] heeft opgesteld en ingediend aan de hand van administratieve gegevens die door [B] en [A] werden aangeleverd, waaronder de urenstaten. Aangezien er, zoals eerder is vastgesteld, mensen die werkzaam waren voor voornoemde bedrijven zwart werden uitbetaald, moeten deze urenstaten vals zijn geweest.

Uit de verklaringen van [betrokkene 10] , [betrokkene 1] en [betrokkene 11] leidt het hof af dat [betrokkene 4] bij het opstellen van deze valse urenstaten betrokken is geweest. Het hof is van oordeel dat [betrokkene 4] op de hoogte moet zijn geweest van de omstandigheid dat deze urenstaten vals waren, gelet op de omstandigheden dat werknemers van [B] en [A] kennelijk op grote schaal zwart werden uitbetaald en gelet op hetgeen [betrokkene 10] heeft verklaard over de rol die [betrokkene 4] heeft gespeeld bij het kloppend maken van de loonstroken. Ook [betrokkene 11] , die namens [C] belastingaangiften verzorgde voor [B] en [A] , moet hebben geweten dat deze urenstaten vals waren, gelet op de rol die [betrokkene 11] volgens [betrokkene 10] heeft gespeeld bij het kloppend maken van de loonstroken, in combinatie met hetgeen hijzelf over [betrokkene 4] heeft verklaard bij de rechter-commissaris. Immers heeft [betrokkene 11] bij die gelegenheid verklaard dat, voor zover hij weet, [betrokkene 4] niet voorkomt in de salarisadministratie en dat hij ( [betrokkene 11] ) dit niet kan verklaren. Desgevraagd door de rechter-commissaris hoe dit kan nu hij de administratie zelf controleert en weet dat [betrokkene 4] daar werkt, heeft hij verklaard dat hij niet weet waarom [betrokkene 4] er niet in stond en dat hij wel eens aan [medeverdachte] en [betrokkene 4] heeft gevraagd waarom, maar dat hij daar nooit echt een duidelijk antwoord op heeft gekregen.20

Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat [betrokkene 4] zich in ieder geval tezamen en vereniging met [betrokkene 11] schuldig heeft gemaakt aan belastingfraude doordat hij de valse urenstaten opstelde op basis waarvan [betrokkene 11] , de in de tenlastelegging onder 3 vermelde aangiften loonheffing heeft opgemaakt en ingediend.

Toerekenen aan de rechtspersonen [B] en [A]

Het doen van onjuiste of onvolledige aangiften loonheffing heeft plaatsgevonden in de sfeer van de rechtspersonen [B] en [A] , nu de verboden gedraging mede is verricht door iemand die feitelijk werkzaam was voor de rechtspersonen, te weten [betrokkene 4] , het doen van belastingaangifte binnen de normale bedrijfsvoering valt en dit de rechtspersonen dienstig is geweest. Zij hebben hierdoor immers minder belasting hoeven af te dragen en daarmee een concurrentievoordeel behaald. Daarnaast hebben de rechtspersonen deze gedraging aanvaard, nu zij niet de zorg hebben betracht die in redelijkheid van de rechtspersonen kon worden gevergd met het oog op voorkoming van de gedraging. De strafbare gedragingen die [betrokkene 4] tezamen en in vereniging met administrateur [betrokkene 11] heeft verricht, kunnen dan ook aan de rechtspersonen worden toegerekend. Dit betekent dat de rechtspersonen kunnen worden aangemerkt als dader van het doen van onjuiste of onvolledige aangiften loonheffing.

Feitelijk leiding geven

Dat de verdachte op de hoogte was van het feit dat de administratie op de USB-stick ook deels zag op zwarte betalingen volgt uit zijn reactie op het aantreffen van die stick ("we zijn dus de klos"). In het verlengde hiervan kan het niet anders dan dat de verdachte wist, althans moet hebben geweten, dat de aangiften loonheffing ten name van [B] en [A] onjuist of onvolledig waren.

Bij de beantwoording van de vraag of de verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan deze verboden gedraging, heeft het hof acht geslagen op de volgende tapgesprekken.

Omtrent het eerste hierna weergegeven tapgesprek merkt het hof op dat zij, gelet op de inhoud van dit gesprek en de omstandigheid dat de verdachte zijn gesprekspartner aanspreekt met " oom ", concludeert dat de medeverdachte ( oom van [verdachte] ) de gesprekspartner van de verdachte moet zijn geweest.

Tapgesprek van 2 maart 2012 om 13:13 uur tussen [verdachte] en NNman ( oom ) :21

[verdachte] spreekt de man aan met " Oom ". ( [verdachte] = [verdachte] . Oom =O.)

00:15 O. zegt dat hij bij [betrokkene 12] (fon) is geweest. O vertelt dat [betrokkene 12] niet zo blij is met het feit dat sommige mannen nog steeds geen BSN verklaring hebben overlegd. Daar wordt sinds juli om gevraagd, Is het zo’n grote moeite dat de mannen dat eventjes regelen?

01:54 O: En nog iets: Ze hebben een ploeg gevraagd voor de plaats/plek van [betrokkene 13] (fon). Hebben jullie iemand voor geregeld? [verdachte] : Ploeg gevraagd... Dat vroeg ik aan [betrokkene 6] (fon), die was vrij/beschikbaar. O: Als [betrokkene 6] vrij is, hoe komt het dat [betrokkene 14] (fon) nog mensen zoek?

03:35 F: Hij vraagt nu om belastingverklaringen... Maar kan dat later geen problemen geven? Want wij hadden toen mannen niet officieel gemeld... O: Hier dan wel – officieel - gemeld voor gewerkte uren? [verdachte] : Wat? De meeste mannen hebben wij niet officieel gemeld... O: Nee, nee.... Op onze facturen... zijn zij dan niet gemeld/vermeld? [verdachte] : Hoe bedoel jij? (O. zegt dat men aan de Belastingdienst kan vragen of deze namen en bijbehorende BSN nummers met elkaar overeenkomen, zonder daarbij een mededeling te doen of die mensen voor je gewerkt hebben of niet )

04:27 O: Zo makkelijk is dat... Deze mensen hebben toch wel voor ons gewerkt? [verdachte] : Sommigen hebben wel voor ons gewerkt, het kan zijn dat er mensen tussen zitten die eerder niet voor ons gewerkt hebben... O: Jij zegt dus, dat er ook mensen tussen zitten die helemaal, niet hebben gewerkt? [verdachte] : dat is best mogelijk... Anders moeten wij die mensen ook melden... O: Melden, is niet dinges... Laat hun anders een verklaring gaan ophalen.

05:18 O: De opdracht van [betrokkene 15] (fon) is gepland voor de week 14 of 16.... Tussen de opdracht van/in Baarle- Nassau zal er een leegte zijn van 1 à 2 weken... Misschien komt van [E] (fon) een extra opdracht. Dat zou dan mooi uitkomen. Want [E] , wil 1,75 minder betalen dus 3,50... Voor dat geld kan je niet werken. Ik zei tegen hen, "Ik ga het niet doen.. Voor deze prijs doe ik het niet".., ze hebben gezegd "wij kijken wel"... Voor die prijs ga ik niet doen hoor....

06:40 O: [betrokkene 16] (fon) huurt mensen in voor 22 lira (lees euro) ... er staat nog een bedrag open van 60.000 lira - euro- van het vorige jaar... wat aan ons betaald moet worden is 260.000 lira -euro-...

07:12 O: waar gaan [betrokkene 17] (fon) en de anderen dan heen (werken)? [verdachte] : Naar schutting (fon) ... O: [betrokkene 18] gaat maandag ergens werken. Voor wie is dat dan? [verdachte] : Voor [G] (fon)

13:40 O: Heb jij jouw vader gesproken? [verdachte] : ja, wel gesproken.. O: En? [verdachte] : Ik vertelde hem dat wij krap zitten, de zaken er niet goed voor staan, dat er een gat ontstaan is... O: En? [verdachte] : Hij zegt, "Ik had wel geld maar, die heb ik besteed aan kabels, spullen gekocht... vorige week ... (onverstaanbaar)..."

14:30 O: Sinds gisteren denk ik hier over na... Of ze moeten graafmachines terug brengen of ervoor betalen... zo makkelijk is dat [verdachte] ! Ik betaal wel voor transport, kan mij niets schelen! Zo kan het niet doorgaan.

14:50 O: Of geld, of machines terug! We kunnen machines ook niet als gestolen aangeven.., dat kan jij toch niet doen... [verdachte] : Nee, dat kan niet... O: Want, het is duidelijk dat zij "daar naar toe" zijn gegaan/gebracht... Er komen allerlei ideeën in mijn hoofd... je zou bijvoorbeeld tegen ING (fon) kunnen zeggen dat zij gestolen zijn...

15:40 : Als wij niet kunnen betalen, moeten wij de (graaf)machines retourneren... Dan moet hij elders gaan huren... Want nu maakt hij al drie à vier jaar gebruik van deze machines, zonder 1 cent voor te betalen... Alleen al de huur van deze machines zou ongeveer 500.000 lira zijn... Wij vragen hem geen 500.000 of 600.000 lira... nee, wat wij hem vragen is een bedrag van 200.000 lira -euro-... Dat is makkelijk zeg, "heb spullen gekocht", kan toch niet!., anders bel ik wel met hem hoor... dan zeg ik tegen hem: Broer, als jij geen geld heb, stuur dan onze graafmachines terug!

18:10 O: Ik zei het ook tegen [betrokkene 4] . Laten wij maandag bij elkaar komen en boeken doornemen; kijken hoe de zaken ervoor staan. Wat krijgen wij nog binnen, wat moet nog betaald worden. . .

18:30: O: De man neemt ons niet serieus.. Alsof wij hier verhalen aan het vertellen zijn.. Hoezo "ik kijk wel".. kan toch niet! je kan ook de stekker niet eruit halen. Zo makkelijk gaat het niet!

(O. vraagt welke bonnen/facturen nog open staan. [verdachte] zegt dat alleen ijzer op voorraad is)

19:33 F: aanstaande weekend ga ik in België werken. Een opdracht van [I] . (fon) ... 40 à. 50.000 lira -euro- krijg ik nog van hun... Ik krijg nog 50 van van [J] (fon) te Rotterdam...

Maakt samen 100... Daarnaast ongeveer 40 à 50.000 krijg ik nog van de Belgen; die krijg ik volgende week, maakt 150... voor de opdracht van [K] (fon) waar we zaterdag mee klaar zijn, krijgen 30 à 40, maakt 180.000... En van [L] (fon) krijgen wij minstens 20.000....daar gaan wij dinsdag heen, vrijdag kan ik geld krijgen van hun... en makkelijk 300.000 aan ijzer hebben we liggen...

(O zegt laten we maandag bij elkaar komen en tot die tijd kan jij alles verzamelen... [verdachte] zegt dat het maandag niet zal lukken dat hij pas volgende vrijdag alles kan verzamelen (geld) ... [verdachte] zegt dat [betrokkene 19] tijdje niet hier was en dat hij verantwoordelijk was voor een paar opdrachten. 10 vraagt wanneer [betrokkene 19] terug komt. [verdachte] zegt dat [betrokkene 19] gisterenavond al terug is.).

21:20 O: Wat zegt hij ( [betrokkene 19] ) dan over dat project/opdracht? ... [verdachte] : Het is een heel goed project, als het hun lukt om het binnen te slepen...

(O. zegt dat zij altijd positief praten over projecten maar dat het in de praktijk altijd anders uitpakt.. [verdachte] zegt dat hij destijds over Albanië had gezegd dat het een goed project was en later bleek dat het inderdaad een goede investering was... O: waar is het geld (opbrengst) dan als het zo goed was? [verdachte] : Hij heeft van de winst 170 à 180.000 lira -euro- aan [betrokkene 20] betaald om hem uit te kopen... O: Maar hij heeft toch helemaal geen winst gemaakt dat hij de winst kan uitkeren!

(O zegt dat 'hij' waarschijnlijk niet goed kan rekenen dat hij [betrokkene 20] zoveel geld had betaald. [verdachte] zou het ook niet weten)

22:40: [verdachte] zegt dat 'hij' minstens 300.000 lira – euro- naar Turkije had meegenomen. Hij werkt daar nog steeds... En heeft 150 à 200.000 lira -euro- aan contanten meegenomen om kabel te kopen... Dat maakt samen 400 à 500.000 lira. Zulke bedragen verdien jij hier niet hoor. Dit heeft 'hij' 'daar' aan een project/opdracht verdiend.., het is niet zo dat hij niets verdient...

(hierna zegt [verdachte] dat 'hij' 'daaraan' makkelijk een miljoen kan verdienen)

24:00 O. zegt dat hij niet snapt waar dat geld dan heen gaat. [verdachte] zegt, dat hij een asfaltmachine had gekocht voor 100.000, maar dat de machine na een jaar defect werd en onbruikbaar is geworden, en dat zij 100.000 verloren hadden aan een opdracht in kabel in Izmir. En 100.000 contant aan de asfaltman betaald omdat de opdrachtgever in het nauw zat, en dat geld kunnen zij niet terug krijgen.., dit maakt samen 300.000... Dit is wat ik weet…

25.00 -28.15

25.00 -28.15 O. vertelt over de huidige en toekomstige opdrachten die hij binnen heeft gesleept of zal slepen...

28:50 28:50 O: Waarom komt [betrokkene 21] (fon) niet hierheen? [verdachte] : Paar keer gebeld, hij heeft een paar keer toegezegd, maar maakt er niets van waar... Voordat hij begon, wilde hij geld zien.. Ik zei, heb geen geld... Waarom vraagt hij geld aan mij, hij moet dat aan [betrokkene 22] (fon) vragen... O: hij belde mij gisteren en vroeg om duidelijkheid; ga ik nou voor jou werken of voor [verdachte] , vroeg hij aan mij... 29:55 O: Ik zei, [betrokkene 13] en [verdachte] zijn daar... Als jij werkt, werk jij dan voor [verdachte] .

28:50 (O. zegt dat hij ( [betrokkene 21] ) had gezegd dat hij liever voor O werkt dan voor [verdachte] . Want financieel zit hij in moeilijkheden, hij krijgt van O gelijk zijn geld maar van [verdachte] niet.. [verdachte] zegt dat hij niet gelijk kan betalen, het is niet anders)

28:50 32:22 [verdachte] : Heb geen zin om naar gezeur van [betrokkene 21] te luisteren.

28:50 32:40 [verdachte] : Ik zei tegen hem ik kan niet wekelijks betalen voor jouw werknemers.

28:50 33:15 O: Hij ( [betrokkene 21] ) zei een paar keer tegen mij, "heb een paar medewerkers, kunnen zij tijdelijk bij jou in loondienst, totdat ik weer werk voor hen heb"... Daar ging ik niet mee akkoord.

28:50 33:30 [verdachte] vraagt hoe zij de bestaande facturen snel kunnen verzilveren, of het niet bij (onverstaanbaar) kan? [verdachte] zegt dat er een gat is en dat zij snel geld nodig hebben. O zegt dat [verdachte] een afspraak kan maken en gaan praten met [betrokkene 23] (fon). Tenminste als zij goedkeuring, geven voor de bedrijven voor wie gewerkt is. [verdachte] zegt, het gaat om [M] (fon), [N] (fon), allemaal solide bedrijven. O zegt dat het belangrijk is dat het ook daarna financieel stabiel blijft... [verdachte] zegt dat het huidige gat ontstaan is vanwege volgende de redenen:

28:50 [betrokkene 19] was 3 weken weg waardoor hij zijn bonnen aan 100 à 120 duizend lira -euro- niet heeft gedeclareerd/gefactureerd; en ik zelf heb ook nog een paar bonnen gedeclareerd...

28:50 34:40 [verdachte] vertelt dat hij een discussie had met [betrokkene 1] omdat [verdachte] altijd alles in zijn eentje moet doen: Opdrachten binnenhalen, werknemers brengen/betrekken, bonnen ophalen... [verdachte] krijgt geen ondersteuning van anderen. Toen liep [betrokkene 1] boos weg. .

28:50 35:18 [verdachte] : Ik ga iedereen bij elkaar verzamelen, en dan moet jij ook komen en zeggen: "Voortaan voor de bouwactiviteiten, jij ( [verdachte] ), [betrokkene 7] (fon) en [betrokkene 19] verantwoordelijk; en voor kabel (onverstaanbaar)... Daar moet geen misverstanden over ontstaan...

28:50 35:50 [verdachte] : Wij hebben facturen gestuurd waarmee geld binnenkomt... Maar moeten eerst zien het gat te vullen... We gaan in het weekend in België werken, en krijgen van hun 50.000 lira -euro en we hebben het meerwerk nu ook ingediend… [O] ... 50.000… Maakt samen 100.000 lira -euro- ... van [P] zullen we zaterdag afronden, ik kan van hun ook geld gaan vragen...

28:50 36:35 O: we moeten gaan zitten en werkverdeling doen.. iedereen moet zijn taken goed vervullen..

28:50 36:42 [verdachte] : Voortaan moet speciaal iemand over [W] (fon) gaan..: iemand moet daar verantwoordelijk voor zijn: intekenen, productiebonnen (...)

28:50 37:10: [verdachte] : Moet jou nog even doorgeven: Die man komt donderdag. O: Hoe laat? [verdachte] : om 12:30 uur.. O: Ik heb donderdags iets anders te doen....... [betrokkene 24] belde mij trouwens... Hij zit beetje in de paniek... Ik vertelde hem dat de machine gebracht wordt.. Hij kon zijn oren niet geloven.. Ze hebben daar een kleine ruimte... Het machine wordt vrijdag gebracht en geïnstalleerd... hij wil mij perse spreken.. op 9de wordt machine gebracht daarom wil donderdag alvast "daarheen" gaan… Ik ga dan met [betrokkene 24] praten, eens kijken wat hij te vertellen heeft. O. zegt dat hij niet weet wat de inhoud van de samenwerking met [betrokkene 24] gaat worden .... [betrokkene 24] is bij [Q] (fon) binnengekomen.., misschien krijgen wij per opdracht een aandeel... [betrokkene 24] zegt dat hij verder niet te veel bemoeienis wil hebben en [betrokkene 25] , [betrokkene 26] en [betrokkene 27] (fon) erbuiten wil houden.

28:50 40:40 O: Ik kom dan vrijdag weer terug... Wat denk jij trouwens over [R] (fon)? Een compagnon van mij is een Marokkaan en andere Nederlander... [verdachte] : Wat is de naam zei jij?

28:50 O: [R] (O. spelt de naam als volgt: [R] ) [R] .. F: Klinkt niet slecht... Ik kan morgen bellen met [betrokkene 28] (fon) . . . We kunnen bij [S] (fon) afspreken...

28:50 O zegt dat hij woensdag om 09:00 uur een afspraak heeft met [R] .

28:50 O. zegt om samen te kunnen werken moet hij dan minstens 33 % van de aandelen kopen... O. zegt dat eerst niet wilde in te stappen vanwege tijdgebrek maar [betrokkene 12] had gezegd dat het niet nodig is dat O. iedere week een dag vrij maakt voor dat bedrijf. Want de andere aandeelhouders zullen vast ervoor zorgen dat bedrijf goed gestuurd wordt...

28:50 42:57 [betrokkene 12] had O overtuigd toch samen te werken met dat nieuwe bedrijf. Die mensen hebben een paar keer gebeld om te vragen wanneer O komt praten... O: Want [betrokkene 29] en [betrokkene 30] zijn beiden een lasser (fon)... Iemand zou dan hun op papier financieel moet steunen.. .daar komt het op neer... dat is wat [betrokkene 12] zegt...

43.38

43.38 O zegt dat hij ook met [betrokkene 31] had gepraat en die had gezegd dat het verstandig is om zo'n kant en klare bedrijf bij te trekken in plaats van dat zelf te gaan oprichten.

44:13 44:13 O: [betrokkene 31] zegt dat als ik dit bedrijf koop dat hij dan met [betrokkene 32] (fon) en [betrokkene 33] (fon) kan gaan praten... ook voor [T] en [U] , (fon) kunnen we dan gaan werken, zegt hij... daarnaast zegt hij dat hij een hele goede relatie heeft met [V] (fon)... hij zegt dat hij dan straks een totaal pakket aan opdrachten kan binnen slepen... want dan kunnen wij tegen opdrachtgevers zeggen: we hebben engineering, want [betrokkene 12] en ... kan dat doen, en als wij nu ook lassers te bieden hebben... en leggen is sowieso geen probleem voor ons...

44:13 Tot 50:00: Er wordt over de mogelijke samenwerking met andere bedrijven en opdrachten gesproken.. Deze nieuwe afdeling wat O van plan is om op te kopen kan ervoor zorgen dat O een totaalpakket aanbiedt aan klanten. Het is verstandig om te doen... Aan de andere kant moet O. voorzichtig zijn om niet onder uit gaan...

44:13 50:22 [verdachte] zegt dat O donderdag met [betrokkene 28] (fon) kan komen praten. [verdachte] zegt dat O kan zeggen dat hij een pakket (opdracht) wil krijgen. [verdachte] zegt dat [W] (fon) nu iedereen pakket opdrachten geeft.

44:13 51:06: O:Als [W] ons een pakket opdrachten geeft, dan wordt het wel aantrekkelijk... [verdachte] : Bij [B] (fon) komen ze voor stal afdeling... Kom anders met hun langs naar [B] en daarna kunnen jullie ook even naar [betrokkene 34] gaan en daarvandaan naar [W] gaan...

44:13 [verdachte] zegt dat [W] een goede opdrachtgever is en goed betaalt. O zegt dat als zij niet meer als onder aannemer maar direct voor/met hun kan werken dat het dan voordeliger zou worden..

44:13 52:31 [verdachte] : Vandaag keek ik naar de boeken; vorig jaar hebben wij in hoedanigheid van onderaannemer voor hen voor 600.000 à 700.000 lira -euro- opdrachten uitgevoerd... Ze betalen ook altijd op tijd.. .Gisteren zag ik die man bij [X] , en hij wil heel graag met ons zitten praten....

44:13 Hierna gaat het gesprek verder over de voordelen over de samenwerking met [W] ...

44:13 55:30 [verdachte] zegt dat dat bedrijf ook veel van hen profiteert,. [verdachte] heeft gezegd dat zij per uur 35 euro willen en langer willen werken voor kleinere bedragen.

44:13 Een tapgesprek van 2 maart 2012 om 15:02 uur tussen de verdachte en NNman 1990:22

[verdachte] vraagt of de man geld opgenomen/gepind heeft. Nog niet zegt de man. [verdachte] zegt dat de man vanavond en morgen geld kan opnemen en pas volgende week geven/betalen. Man vraagt waarom.

[verdachte] zegt dat de man niet in stukjes geld moet gaan opnemen; dus niet voor elke persoon apart geld opnemen. [verdachte] zegt dat een bedrag van ongeveer 15.000 genoeg moet zijn voor mensen die contant betaald worden. [verdachte] zegt dat de man even moet berekenen hoeveel contante betalingen zij moeten doen en dat alle mannen die hun geld in hand uitbetaald krijgen tegelijk uitbetaald moeten worden. Man zegt dat een persoon blijft zeuren en dat zij hem in ieder geval gelijk moeten uitbetalen. [verdachte] zegt dat het geen probleem is, en dat hij genoeg geld in zijn bezit heeft om die man uit te betalen. Man moet [verdachte] doorgeven wat voor bedrag [verdachte] aan die man moet betalen.

Een tapgesprek van 2 maart 2012 om 16.21 uur tussen de verdachte (= [verdachte] ) en Nnman (= N) :23

N: [betrokkene 35] was hier beneden. [betrokkene 36] kwam naar mij toe. En ik zei, [verdachte] zei mij daar niets over. Moeten we iets doen voor die man?

[verdachte] : Ik heb hem al 1100 lira (lees euro) contant in hand gegeven.

N: Oké, dan is het goed...

[verdachte] : Oké?

N: Nee, ik wilde voor alle zekerheid eerst aan jou vragen... Want jij zei toch tegen mij, 'met bepaalde namen, geen problemen krijgen!'

[verdachte] : Nee, nee.. Als er iets is kom jij naar mij toe…

N: Oké, dat is goed...

[verdachte] : Oké, ik zie je nog!

Een tapgesprek van 2 maart 2012 om 19:21 uur tussen de verdachte en NNman7477:24

[verdachte] [… ] ( [… ] ) wordt gebeld door NNman [… ] . NNman geeft aan dat hij wat geld nodig heeft. [verdachte] vraagt of het kan wachten tot maandag. NNman zegt het morgen met spoed nodig te hebben. NNman vraagt om 500. [verdachte] zegt zo’n bedrag pas maandag te kunnen betalen, omdat hij alle geld op zak al heeft weggegeven. NNman zegt dat het goed is.

Een tapgesprek van 5 maart 2012 tussen de verdachte en [betrokkene 37] :25

[verdachte] beklaagt zich over zijn werkzaamheden en geeft aan dat hij nergens te rade kan gaan. [verdachte] zegt zijn vader zijn hart wil luchten, zijn vader aangeeft dat [verdachte] hem met rust moet laten. [betrokkene 37] vraagt waar de vader van [verdachte] thans zit. [verdachte] zegt dat zijn vader sinds vrijdag, sinds drie dagen in Albanië zit. [betrokkene 37] zegt de vader van [verdachte] ook al een paar maanden niet hebben gesproken.

[betrokkene 37] en [verdachte] beklagen zich verder over de gang van zaken en hun leven.

[verdachte] zegt er soms genoeg van te hebben en te denken dat het beter zou zijn om met een paar man elders te gaan werken. [betrokkene 37] zegt dat dat niet gaat en dat in een dergelijk geval de vader van [verdachte] al zou zeggen dat dat niet kan en dat ze daar al een bedrijf hebben en dat [verdachte] dat bedrijf vertegenwoordigt.

[verdachte] zegt van dat bedrijf dat nu alle last op de schouders van [verdachte] rust en dat hij die last niet langer kan dragen. [betrokkene 37] zegt dat wel te kunnen zien. [betrokkene 37] zegt dat het binnen [B] is dat alles op een persoon aankomt en dat dat [verdachte] is. Het zou daarom stokken. [betrokkene 37] zegt dat een bedrijf als [X] bijvoorbeeld goed draait omdat het niet afhankelijk is van een enkel persoon en er als het ware een systeem werkt.

Volgens [betrokkene 37] moet er naast [verdachte] nog iemand zijn met wie [verdachte] zij aan zij kan werken.

[verdachte] zeg dat hij niemand wat kwalijk neemt behalve zijn vader. [betrokkene 37] zegt dat [verdachte] zijn vader niets kwalijk kan nemen en dat zijn vader de mentaliteit heeft van 'ik heb het opgezet en de rest komt nu op jullie aan..'.

Een tapgesprek van 9 maart 2012 tussen de verdachte en [betrokkene 4] :26

[verdachte] vraagt of zij hem kan doorverbinden met [betrokkene 4] . [betrokkene 4] komt aan de lijn. [verdachte] spreekt hem aan met " [betrokkene 4] ” (fon). [verdachte] zegt dat [betrokkene 4] 1000 lira -euro- aan [betrokkene 13] (fon) moet overmaken. [verdachte] zegt of de envelop van [verdachte] [betrokkene 38] (fon) klaar is gemaakt. [betrokkene 4] vraagt of [verdachte] [betrokkene 39] bedoelt. [verdachte] zegt, ja. [betrokkene 4] gaat vandaag klaar leggen. [verdachte] zegt dat van [betrokkene 40] ook klaar maken. [betrokkene 4] gaat dat vandaag regelen.

[verdachte] zegt dat [betrokkene 4] anders die van [betrokkene 40] op de rekening van ... (onverstaanbaar) kan overmaken. [betrokkene 4] vindt dat niet verstandig, alles ligt door elkaar en als een controle komt kan dat allemaal niet meer verklaren zegt hij.

[betrokkene 4] zegt dat het beter is om hem contant in hand te betalen.

[verdachte] vraagt of er nog mannen zijn die niet uitbetaald zijn. [betrokkene 4] zegt dat er een paar mannen zijn die in hand betaald worden nog niet uitbetaald zijn. [betrokkene 4] zegt dat ook ijzer nog betaald moet worden. [betrokkene 4] denkt dat het geld vandaag opraakt.

[betrokkene 4] zegt dat hij een tussenpersoon heeft gevonden voor facturering. [betrokkene 4] heeft hem verteld over het bedrijf en waarom zij nu in geldnood zijn, en die man gaat nu een paar factureringsbedrijven benaderen. Die man maakt woensdag een offerte. [betrokkene 4] is daarmee akkoord gegaan. [verdachte] zegt dat [betrokkene 4] 1000 lira -euro- voor hem moet apart zetten, [verdachte] gaat vandaag naar Turkije. Dat heeft [betrokkene 4] al van [betrokkene 1] gehoord.

Een tapgesprek van 15 maart 2012 tussen [betrokkene 4] en de verdachte:27

[betrokkene 4] zegt tegen [verdachte] dat hij een nare/nutteloze persoon is, want zijn we slaven dat jij ons niet belt en niet vraagt hoe wij het maken, zegt [betrokkene 4] . Je neemt niet op, jouw oom neemt niet op en wij werken ons te pletter tot de ochtend toe, maat jullie vragen niet of wij honger of dorst hebben, zegt [betrokkene 4] . [verdachte] zegt dat hijzelf ook tot de avond werkt en wil weten waar ze zijn. [betrokkene 4] vraagt aan [verdachte] of hij zichzelf als een werknemer of als baas ziet. [verdachte] zegt dat hij baas is en [betrokkene 4] zegt dat het opvallend is dat hij als baas niet weet waar ze werken en [verdachte] zegt dat het zou kunnen. [betrokkene 4] zegt dat het zo goed is en het gesprek wordt beëindigd.

Een tapgesprek van 16 maart 2013 (BFK, bedoeld zal zijn: 2012) tussen de verdachte en [betrokkene 4] :28

[betrokkene 4] zegt dat de oom van [verdachte] gebeld heeft, en dat hij wat gaat overmaken. [betrokkene 4] zegt dat als oom wat overmaakt dat hij dan wat aan [IJ] kan overmaken, dan hebben wij dat gehad, zegt [betrokkene 4] .

[verdachte] vraagt hoeveel de oom gaat sturen/overmaken. [betrokkene 4] denkt 30. [verdachte] zegt dat hij tegen hem ( oom ) had gezegd dat de oom per week 20 à 30 moet sturen. Dat is ook hoe het hoort, zegt [betrokkene 4] .

[verdachte] vertelt dat hij zei dat (de oom ) iedere week 20 à 30 moet sturen zodat wij kunnen overbruggen.

[betrokkene 4] denkt dat als op deze manier gaat dat zij dan deze periode wel kunnen overbruggen.

[verdachte] vraagt hoeveel [betrokkene 41] (fon) van hen krijgt. [betrokkene 4] zegt [betrokkene 42] kwam vragen, ik heb het gestuurd, het was ongeveer 6 duizend lira -euro-.

[verdachte] zegt dat hij eerder 10.000 lira -euro- had gegeven, samen met het salaris van [betrokkene 42] (fon) van deze maand kunnen, kunnen wij helemaal afbetalen/verrekenen/afsluiten... Dan zijn wij daarvan verlost....

[betrokkene 4] vraagt waar [verdachte] nu is. Hij is nu in Amsterdam. [betrokkene 4] zegt dat zij op deze manier moeten blijven puzzelen. [verdachte] zegt nog iets over [betrokkene 43] (niet goed te verstaan.) [verdachte] zegt dat [betrokkene 4] voorrang moet geven aan urgente betalingen.

[betrokkene 4] zegt dat vandaag [betrokkene 44] (fon) en anderen bij hem waren gekomen om geld te vragen. Ze hebben allemaal rekeningen van 200 lira -euro- die ze moeten betalen.

[verdachte] vraagt [betrokkene 4] vanavond nog een bedrag van 1000 lira -euro- op te nemen voor urgente betalingen. [betrokkene 44] had gezegd dat hij [verdachte] had gesproken. [verdachte] zegt dat het niet zo is. [betrokkene 4] zegt dat hij met [verdachte] in contact wil blijven over zulke zaken, als iemand geld komt vragen, moet [betrokkene 4] weten of [verdachte] daar goedkeuring voor geeft. [verdachte] is nu bezig met het verzamelen van de (productie)bonnen. [verdachte] zegt dat het fijn zou zijn als [medeverdachte] iedere week 20 à 25 overmaakte. [betrokkene 4] zegt: jazeker! Zo kan je tenminste mensen zoet houden, hoeven ze niet te zeuren.

[verdachte] : We krijgen toch nog wat van hem....

[betrokkene 4] : Verkoopfacturen... Ik zei tegen hem, zoek hier een oplossing voor.., laten we gaan verrekenen of zo... dan weten we precies hoe en wat. Op dit moment hebben wij 270.000 te krijgen van hem.

[verdachte] : vorige week hebben we nog aan 25.000 werk voor hem gedaan.

[betrokkene 4] : Zeg maar 300.

[verdachte] : 300... en plus 25 van deze week... maakt 325.. als hij dit geld zou overmaken dan zouden wij niet meer krap zitten....

[betrokkene 4] Hij krijgt ook nog wat van ons...

[verdachte] : Dat is ook zo... maar dat is iets van 200 à 250... [betrokkene 4] : 72 aan facturen van [betrokkene 47] . . . zoals hij beweert nog 140 op de andere wijze.. 140 + 72... dat is 212...Daarnaast is er ook nog [betrokkene 45] (fon) van hem...

[verdachte] : (geïrriteerd) Veel dingens van hem zijn er... Als je naar hem luistert zijn wij hem tot aan onze broek schuldig...

[betrokkene 4] : Er is ook nog [betrokkene 46] (fon)... Dit alles bij elkaar, kan makkelijk 300 worden...

[verdachte] : Jij zegt dat het dus kan 300 worden...

[betrokkene 4] : Wat hij krijgt... [betrokkene 47] en [betrokkene 45] , op dit moment 240... [verdachte] : Maar wij hebben ook wat te krijgen van [betrokkene 45] , wel iets kleiner...

[verdachte] : Zie die van hem als 250..

[betrokkene 4] : En zie die van ons als 350...

[verdachte] zegt dat wat zij van hem krijgen is een bedrag van 300 à 350... [verdachte] zegt dat het fijn zou zijn als hij iedere week wat overmaakt. [betrokkene 4] denkt dat als iedere week 25 binnenkomt dat daarmee tenminste gezeur van mensen kan tegengehouden worden maar het zou geen oplossing bieden voor alle problemen...

[verdachte] denkt dat zij met wat hij nu verzamelt en met die van kabel 150 aan facturen te kunnen sturen volgende week. Verder hebben we geen alternatieven zegt [verdachte] . Uit het gesprek blijkt dat [IJ] een bedrijf is waar brandstof afgenomen wordt. [verdachte] is 40.000 euro schuldig aan dat bedrijf. [verdachte] kan zich goed voorstellen dat die mensen niet langer willen wachten.

Uit deze gesprekken leidt het hof af dat de verdachte een leidinggevende rol heeft vervuld binnen [B] en [A] . Hieruit volgt immers dat verdachte loonbetalingen heeft verricht en daartoe opdracht heeft gegeven, dat hij zichzelf als 'baas' ziet en dat alle last van het bedrijf op zijn schouders rust. Daarnaast volgt ook uit verklaringen van werknemers van [B] en [A] dat de verdachte een belangrijke rol heeft vervuld bij deze bedrijven. Zo heeft [betrokkene 10] verklaard dat de verdachte het aanspreekpunt was voor alle zaken die op de buitendienst betrekking hadden, dat hij iedere dag de planning maakt en dat hij de urenlijsten maakt.29 Daarnaast heeft [betrokkene 39] verklaard dat hij opdrachten krijgt van [verdachte] , dat hij samen met enkele andere werknemers heeft geklaagd bij [verdachte] over salarissen en dat zij daarmee naar [verdachte] zijn gestapt omdat [verdachte] de enige verantwoordelijke is die zij kennen.30

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen stelt het hof vast dat de verdachte feitelijk (mede) een leidende positie bekleedde binnen [B] en [A] . Gezien deze leidende positie mocht van de verdachte worden verwacht dat hij maatregelen zou treffen om de belastingfraude te stoppen dan wel te voorkomen, om te beginnen door een einde te maken aan het zwartwerken. De verdachte heeft dit achterwege gelaten, hoewel hij daartoe, gelet op zijn positie, wel bevoegd en redelijkerwijs gehouden was. Door zo te handelen heeft hij de rechtspersonen en [betrokkene 4] in staat gesteld om de belastingfraude te continueren en heeft hij feitelijk leiding gegeven aan de verboden gedraging.’

7. Ingevolge art. 51, tweede lid, Sr kan in het geval een strafbaar feit wordt begaan door een rechtspersoon, de vervolging ook worden ingesteld ‘tegen hen die tot het feit opdracht hebben gegeven, alsmede tegen hen die feitelijke leiding hebben gegeven aan de verboden gedraging’. Uw Raad heeft het beslissingskader inzake ‘feitelijke leidinggeven’ in het overzichtsarrest van 26 april 2016, waar de steller van het middel ook op wijst, als volgt weergegeven (met weglating van de voetnoten):31

‘3.5.1. ‘3.5.1. Pas nadat is vastgesteld dat een rechtspersoon een bepaald strafbaar feit heeft begaan, komt aan de orde of iemand als feitelijke leidinggever daarvoor strafrechtelijk aansprakelijk is. Bij de beoordeling daarvan moet worden vooropgesteld dat uit de taalkundige betekenis van het begrip feitelijke leidinggeven enerzijds voortvloeit dat de enkele omstandigheid dat de verdachte bijvoorbeeld bestuurder van een rechtspersoon is, niet voldoende is om hem aan te merken als feitelijke leidinggever aan een door die rechtspersoon begaan strafbaar feit. Maar anderzijds is een dergelijke juridische positie geen vereiste, terwijl ook iemand die geen dienstverband heeft met de rechtspersoon feitelijke leidinggever kan zijn aan een door de rechtspersoon begaan strafbaar feit.

‘3.5.1. Aan hetzelfde strafbare feit kan door meer personen – al dan niet gezamenlijk - feitelijke leiding worden gegeven. Ook een rechtspersoon kan een feitelijke leidinggever zijn.

3.5.2.

3.5.2. Feitelijke leidinggeven zal vaak bestaan uit actief en effectief gedrag dat onmiskenbaar binnen de gewone betekenis van het begrip valt. Van feitelijke leidinggeven kan voorts sprake zijn indien de verboden gedraging het onvermijdelijke gevolg is van het algemene, door de verdachte (bijvoorbeeld als bestuurder) gevoerde beleid. Ook kan worden gedacht aan het leveren van een zodanige bijdrage aan een complex van gedragingen dat heeft geleid tot de verboden gedraging en het daarbij nemen van een zodanig initiatief dat de verdachte geacht moet worden aan die verboden gedraging feitelijke leiding te hebben gegeven. Niet is vereist dat een ander de fysieke uitvoeringshandelingen heeft verricht.

Onder omstandigheden kan ook een meer passieve rol tot het oordeel leiden dat een verboden gedraging daardoor zodanig is bevorderd dat van feitelijke leidinggeven kan worden gesproken. Dat kan in het bijzonder het geval zijn bij de verdachte die bevoegd en redelijkerwijs gehouden is maatregelen te treffen ter voorkoming of beëindiging van verboden gedragingen en die zulke maatregelen achterwege laat.

3.5.3.

3.5.3. In feitelijke leidinggeven ligt een zelfstandig opzetvereiste op de verboden gedraging besloten. Voor dit opzet van de leidinggever geldt als ondergrens dat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat de verboden gedraging zich zal voordoen. Van het bewijs van dergelijke aanvaarding kan – in het bijzonder bij meer structureel begane strafbare feiten – ook sprake zijn indien hetgeen de leidinggever bekend was omtrent het begaan van strafbare feiten door de rechtspersoon rechtstreeks verband hield met de in de tenlastelegging omschreven verboden gedraging. Een ander voorbeeld van een geval waarin onder omstandigheden voldaan kan zijn aan het voor de feitelijke leidinggever geldende opzetvereiste biedt een leidinggever die de werkzaamheden van een onderneming zo organiseert dat hij ermee rekening houdt dat de aan de betrokken werknemers gegeven opdrachten niet kunnen worden uitgevoerd zonder dat dit gepaard gaat met het begaan van strafbare feiten.’32

8. De steller van het middel betwist niet dat er valse aangiften door de vennootschappen zijn gedaan, maar wel dat de verdachte daarop invloed ‘zou moeten hebben kunnen uitoefenen’. De verdachte zou in loondienst zijn geweest bij de vennootschappen en ‘viel onder het gezag van deze vennootschappen’. Hij zou zich ‘ook nooit en te nimmer (hebben) beziggehouden met het doen van (valse) aangiften.’ De werkzaamheden van verdachte zouden – samengevat – geen kantoorwerkzaamheden betreffen.

9. Dat de verdachte in loondienst was, staat niet in de weg aan een bewezenverklaring van feitelijk leidinggeven. Uit het overzichtsarrest van 26 april 2016 volgt dat de juridische positie van de verdachte niet leidend is bij de vraag of er sprake is van feitelijke leidinggeven (rov. 3.5.1). Ook de omstandigheid dat de verdachte geen werkzaamheden op kantoor zou hebben verricht, staat er niet aan in de weg dat hij feitelijke leiding kan hebben gegeven aan de bewezenverklaarde gedragingen van de rechtspersoon.33 Uit het genoemde overzichtsarrest volgt dat daarvan ook sprake kan zijn indien de verboden gedraging ‘het onvermijdelijke gevolg is van het algemene, door de verdachte (…) gevoerde beleid’. En ook bij een ‘meer passieve rol’ kan van feitelijke leidinggeven sprake zijn (rov. 3.5.2). Voor zover het middel is gebaseerd op andere uitgangspunten berust het op een verkeerde rechtsopvatting.

10. De steller van het middel signaleert vervolgens dat in de voor het bewijs gebezigde tapgesprekken niet iets wordt gezegd over belastingaangiften. De aanwijzingen inzake de positie van de verdachte binnen beide rechtspersonen die het hof aan de bewijsmiddelen ontleent vormen volgens de steller van het middel – zo begrijp ik – in dat licht een ontoereikende onderbouwing van het oordeel dat van de verdachte verwacht mocht worden dat hij maatregelen zou treffen om de belastingfraude te stoppen.

10. In de tapgesprekken wordt niet met zoveel woorden gesproken over belastingaangiften. Maar uit de tapgesprekken kan wel worden afgeleid dat de verdachte zich met loonbetalingen bezig hield en dat hij wist dat over een deel van het uitbetaalde loon geen belasting werd betaald. Het hof wijst onder het kopje ‘Feitelijk leiding geven’ op de reactie van de verdachte bij het aantreffen van de USB-stick: ‘We zijn dus de klos’. Het hof leidt daaruit, niet onbegrijpelijk, af dat de verdachte op de hoogte was van het feit dat de administratie op de USB-stick deels zag op zwarte betalingen en wist dat de aangiften loonheffing ten name van [B] en [A] onjuist of onvolledig waren.34 In het tapgesprek dat de verdachte op 2 maart 2012 met medeverdachte [medeverdachte] voerde is onder meer gesproken over belastingverklaringen en het officieel melden van gewerkte uren. De verdachte zegt: ‘Maar kan dat later geen problemen geven? (…) De meeste mannen hebben wij niet officieel gemeld’. In een tapgesprek tussen de verdachte en NNman1990 van diezelfde dag zegt de verdachte dat de onbekende man niet in stukjes geld moet gaan opnemen, dat hij niet voor elke persoon apart geld moet opnemen en dat ‘een bedrag van ongeveer 15.000 genoeg moet zijn voor mensen die contant betaald worden’. De verdachte zegt ook dat de onbekende man moet berekenen hoeveel contante betalingen zij moeten doen en dat alle mannen die hun geld ‘in hand uitbetaald krijgen tegelijk uitbetaald moeten worden’. In een later tapgesprek met deze onbekende man op die dag zegt de verdachte dat hij een man ‘al 1100 lira (lees euro) contant in hand’ heeft gegeven en dat de onbekende man naar hem moet komen als ‘er iets is’. In een tapgesprek met NNman7477 op diezelfde dag wordt gesproken over het betalen van de onbekende man, omdat deze zegt het met spoed nodig te hebben. Verdachte zegt dat ‘hij alle geld op zak al heeft weggegeven’. In het tapgesprek tussen de verdachte en [betrokkene 4] op 9 maart 2012 geeft de verdachte [betrokkene 4] opdracht om geld over te maken. [betrokkene 4] zegt dat het overmaken niet verstandig is, dat alles ‘door elkaar’ ligt en dat ‘als een controle komt’ hij dat allemaal niet meer kan verklaren. De verdachte vraagt ook ‘of er nog mannen zijn die niet uitbetaald zijn.’

12. Het hof heeft mede op basis van deze feiten en omstandigheden bewezen kunnen verklaren dat de verdachte aan het onjuist of onvolledig doen van belastingaangiften door beide rechtspersonen feitelijke leiding heeft gegeven. Voor zover de steller van het middel ervan uitgaat dat voor een bewezenverklaring als de onderhavige noodzakelijk is dat wordt vastgesteld dat de verdachte rechtstreekse bemoeienis had met het doen van de belastingaangiften, berust het middel op een verkeerde rechtsopvatting.

12. Dat van de verdachte mocht ‘worden verwacht dat hij maatregelen zou treffen om de belastingfraude te stoppen dan wel te voorkomen, om te beginnen door een einde te maken aan het zwartwerken’, heeft het hof gebaseerd op de ‘leidende positie’ die de verdachte binnen [B] en [A] bekleedde. Het hof baseert de vaststelling van die ‘leidinggevende rol’ op verschillende feiten en omstandigheden. Het hof leidt in de eerste plaats uit de tapgesprekken af dat de verdachte ‘loonbetalingen heeft verricht en daartoe opdracht heeft gegeven, dat hij zichzelf als ‘baas’ ziet en dat alle last van het bedrijf op zijn schouders rust’. Het hof baseert die vaststelling in de tweede plaats op ‘verklaringen van werknemers van [B] en [A] dat de verdachte een belangrijke rol heeft vervuld bij deze bedrijven’. [betrokkene 10] heeft verklaard dat de verdachte ‘het aanspreekpunt was voor alle zaken die op de buitendienst betrekking hadden, dat hij iedere dag de planning maakt en dat hij de urenlijsten maakte’. [betrokkene 39] heeft verklaard ‘dat hij opdrachten krijgt van [verdachte] , dat hij samen met enkele andere werknemers heeft geklaagd bij [verdachte] over salarissen en dat zij daarmee naar [verdachte] zijn gestapt omdat [verdachte] de enige verantwoordelijke is die zij kennen’.

12. Dat het hof gelet op deze feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang beschouwd heeft geoordeeld dat de verdachte een leidende positie had binnen [B] en [A] en dat van hem verwacht mocht worden dat hij maatregelen zou treffen om de belastingfraude te stoppen dan wel te voorkomen is niet onbegrijpelijk en evenmin ontoereikend gemotiveerd. Ik wijs er daarbij op dat uit de vaststellingen van het hof zowel volgt dat de verdachte loonbetalingen heeft verricht en daartoe opdracht heeft gegeven, als dat hij meer in het algemeen een leidende positie had binnen beide rechtspersonen.

12. Daarbij teken ik nog aan dat Uw Raad in het overzichtsarrest overweegt dat van een meer passieve vorm van feitelijke leidinggeven sprake kan zijn ‘bij de verdachte die bevoegd en redelijkerwijs gehouden is maatregelen te treffen ter voorkoming of beëindiging van verboden gedragingen en die zulke maatregelen achterwege laat’. Bij een meer actieve rol wordt de aansprakelijkheid op die actieve rol gebaseerd, en niet op het nalaten in te grijpen (zie hierna).

12. De steller van het middel klaagt voorts dat het hof niet heeft vastgesteld dat de verdachte de verboden gedraging zodanig heeft bevorderd dat van feitelijke leidinggeven kan worden gesproken.

12. In het overzichtsarrest inzake feitelijke leidinggeven wordt over het bevorderen van de verboden gedraging gesproken bij gevallen waarin van ‘een meer passieve rol’ sprake is. Uit ’s hofs vaststellingen en overwegingen volgt dat de verdachte een meer actieve rol heeft vervuld. De verdachte heeft loonbetalingen verricht en opdracht tot loonbetalingen gegeven terwijl hij wist dat deze loonbetalingen niet bij de Belastingdienst werden opgegeven. Daarmee is sprake van een situatie waarin ‘de verboden gedraging het onvermijdelijke gevolg is van het algemene, door de verdachte (…) gevoerde beleid’. Bij een dergelijke vorm van feitelijke leidinggeven behoeft niet te worden vastgesteld dat de verdachte de verboden gedraging heeft bevorderd; een overweging van die strekking zou ook geen recht doen aan de feitelijk vastgestelde gang van zaken. In zoverre het middel wel een overweging van die strekking eist, miskent het dat het hof de bewezenverklaring van feitelijk leidinggeven niet op de vaststelling van ‘een meer passieve rol’ heeft gebaseerd. Daaraan doet niet af dat het hof ook een overweging heeft gewijd aan de gehoudenheid tot ingrijpen van de verdachte.

18. De steller van het middel klaagt ook dat het hof niet zou hebben vastgesteld dat de verdachte opzet op de verboden gedraging had.

18. Het hof heeft onder het kopje ‘Feitelijk leiding geven’, zo bleek reeds, meteen vastgesteld dat de verdachte ‘op de hoogte was van het feit dat de administratie op de USB-stick ook deels zag op zwarte betalingen’ en dat het in het verlengde daarvan niet anders kan dan dat de verdachte wist ‘dat de aangiften loonheffing ten name van [B] en [A] onjuist of onvolledig waren’. Daarbij wijst het hof erop dat de verdachte naar aanleiding van het aantreffen van de USB-stick in een tapgesprek heeft gezegd: ‘We zijn dus de klos’. Voor zover het middel klaagt dat het hof niet heeft vastgesteld dat de verdachte opzet op de verboden gedraging had, ontbeert het derhalve feitelijke grondslag. Ten overvloede merk ik op dat ’s hofs op de tapgesprekken gebaseerde oordeel dat de verdachte opzet op de verboden gedraging had geenszins onbegrijpelijk is.

20. De steller van het middel klaagt tenslotte dat de verdachte niet gehouden was tot ingrijpen. Daarbij wordt erop gewezen dat de verdachte heeft gesteld dat hij niet in de positie verkeerde om de verboden gedraging te voorkomen. In zoverre is de klacht naar het mij voorkomt een doublure van de klacht dat ‘s hofs oordeel dat van de verdachte verwacht mocht worden dat hij maatregelen zou treffen om de belastingfraude te stoppen ontoereikend is onderbouwd. Ik volsta derhalve met een verwijzing naar de bespreking van die deelklacht.

20. Het middel faalt en kan met de aan art. 81 RO ontleende formulering worden afgedaan. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

20. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Het arrest vermeldt dat het is gewezen door de economische kamer van het Gerechtshof Den Haag. Nu aan de verdachte alleen commune misdrijven ten laste zijn gelegd, het vonnis in eerste aanleg gewezen is door de ‘meervoudige strafkamer’ van de rechtbank, het parketnummer (09-997136-12) niet op een economische strafzaak duidt, en in hoger beroep blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal uitspraak is gedaan door de ‘meervoudige kamer voor strafzaken’ ga ik ervanuit dat dit op een misslag berust en dat het arrest is gewezen door een meervoudige kamer voor strafzaken. Ik verwijs in dat verband naar mijn conclusie van heden met nummer 19/05831.

2 Tenzij anders vermeld wordt bij gebruik voor het bewijs van processen-verbaal gedoeld op processen-verbaal in de zin van artikel 344, eerste lid, onder 2, van het Wetboek van Strafvordering.

3 Proces-verbaal bevindingen inbeslaggenomen USB-stick (pand I) , (…) (Zaaksdossier 3.2 Belastingdienst).

4 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 30 november 2016.

5 Een geschrift, te weten een ambtsedige verklaring Loonheffing van de Belastingdienst d.d. 14 augustus 2012, met bijlagen, (…) (Algemeen dossier).

6 Proces-verbaal bevindingen inbeslaggenomen USB-stick (pand I) (…) (Zaaksdossier 3.2 Belastingdienst).

7 Een geschrift, te weten een uitwerking van een tapgesprek van 22 mei 2012, tussen [medeverdachte] en [betrokkene 1] , (…) (Algemeen Dossier), met verbetering van typ- en taalfouten.

8 Een geschrift, te weten een uitwerking van een tapgesprek d.d. 22 mei 2012 (…) (Zaaksdossier 3.2 Belastingdienst), met verbetering van typ- en taalfouten.

9 Een geschrift, te weten een uitwerking van een tapgesprek tussen d.d. 22 mei 2012, (…) (Zaaksdossier 3.2 Belastingdienst), met verbetering van typ- en taalfouten.

10 Een geschrift, te, weten een uitwerking van een tapgesprek van 22 mei 2012, tussen [verdachte] en een NNman, (…) (Algemeen Dossier), met verbetering van typ- en taalfouten.

11 Proces-verbaal bevindingen inbeslaggenomen USB-stick (pand I) (…) (Zaaksdossier 3.2 Belastingdienst).

12 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 9] (…) (Persoonsdossier).

13 Proces-verbaal bevindingen inbeslaggenomen USB-stick (pand I) (…) (Zaaksdossier 3.2 Belastingdienst).

14 Proces-verbaal bevindingen inbeslaggenomen USB-stick (pand I) (…) (Zaaksdossier 3.2 Belastingdienst).

15 Een geschrift, te weten een uitwerking van een tapgesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 4] d.d. 9 maart 2012 (…) (Zaaksdossier 3.2 Belastingdienst).

16 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 10] (…) (Persoonsdossier).

17 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 1] (…) (Zaaksdossier 3.2 Belastingdienst).

18 Proces-verbaal verhoor [betrokkene 10] (…) (Persoonsdossier).

19 Proces-verbaal rechter-commissaris verhoor getuige [betrokkene 11] d.d. 11 februari 2015.

20 Proces-verbaal rechter-commissaris verhoor getuige [betrokkene 11] d.d. 11 februari 2015.

21 Een geschrift, te weten een schriftelijke weergave van een tapgesprek d.d. 2 maart 2012, tussen [verdachte] en oom ( [medeverdachte] ) (…) (Zaaksdossier 3.2 Belastingdienst), met verbetering van typ- en schrijffouten.

22 Een geschrift, te weten een uitwerking van een tapgesprek tussen [verdachte] en NNman 1990 d.d. 2 maart 2012 (…) (Zaaksdossier 3.2 Belastingdienst), met verbetering van typ- en taalfouten.

23 Een geschrift, te weten een schriftelijke weergave uitwerking van een tapgesprek tussen [verdachte] en NNman 1990 d.d. 2 maart 2012 (…) (Zaaksdossier 3.2 Belastingdienst), met verbetering van typ- en taalfouten.

24 Een geschrift, te weten een schriftelijke weergave uitwerking van een tapgesprek tussen [verdachte] en een NNman 7477 d.d. 2 maart 2012 (…) (Zaaksdossier 3.2 Belastingdienst), met verbetering van typ-en taalfouten.

25 Een geschrift, te weten een uitwerking van een tapgesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 37] , d.d. 5 maart 2012 (…) (Persoonsdossier), met verbetering van typ- en taalfouten.

26 Een geschrift, te weten een schriftelijke weergave uitwerking van een tapgesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 4] d.d. 9 maart 2012 (…) (Zaak 3.2 Belastingdienst), met verbetering van typ- en taalfouten.

27 Een geschrift, te weten een uitwerking van een tapgesprek tussen [betrokkene 4] en [verdachte] , d.d. 15 maart 2012 (…) (Zaaksdossier 3.2 Belastingdienst), met verbetering van typ- en taalfouten.

28 Een geschrift, te weten een uitwerking van een tapgesprek tussen verdachte en [betrokkene 4] d.d. 16 maart 2012 (…) (Zaaksdossier 3.2 Belastingdienst), met verbetering van typ- en taalfouten.

29 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 10] (…) (Persoonsdossier)

30 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 9] (…) (Persoonsdossier) .

31 HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733, NJ 2016/375 m.nt. Wolswijk. Zie over de aansprakelijkheid van de rechtspersoon (onder meer) HR 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7938, NJ 2006/328 m.nt. Mevis.

32 Zie verder J. de Hullu, Materieel Strafrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2018, p. 509-515.

33 Ik wijs er daarbij nog op dat een door het hof tot het bewijs gebezigde verklaring van [betrokkene 10] inhoudt dat de verdachte ‘iedere dag de planning maakt en dat hij de urenlijsten maakt’. Dat duidt erop dat het hof heeft aangenomen dat de verdachte wel kantoorwerk verrichtte.

34 Het hof schrijft letterlijk: ‘wist, althans moet hebben geweten’. Ik begrijp dat als ‘moet hebben geweten en dus wist’. Uit de uitlating van de verdachte en de context blijkt dat het hof niet de mogelijkheid heeft willen openlaten dat de verdachte het had moeten weten maar niet wist.