Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2021:274

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
02-02-2021
Datum publicatie
23-03-2021
Zaaknummer
19/02284
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:427
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Met 19/02283 samenhangende peek (geen schriftuur, beroep n-o).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/02284

Zitting 2 februari 2021

CONCLUSIE

A.E. Harteveld

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de verdachte.

  1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft de verdachte bij arrest van 10 april 2018 op grond van het bepaalde in art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een bij verstek gewezen vonnis van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 21 oktober 2016.

  2. Er bestaat samenhang met de zaak 19/02283. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Het cassatieberoep is ingesteld door de verdachte. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

  4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG