Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2021:199

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
02-03-2021
Datum publicatie
02-03-2021
Zaaknummer
19/04570
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:311
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/04570

Zitting 12 januari 2021 (bij vervroeging)

CONCLUSIE

B.F. Keulen

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

  1. De verdachte is bij arrest van 27 september 2019 door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch wegens ‘zware mishandeling’ en ‘poging tot zware mishandeling’ veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het hof de teruggave gelast aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt van inbeslaggenomen voorwerpen. Tot slot heeft het hof de vordering van de benadeelde partij deels toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

  2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. J.S. Nan, advocaat te 's-Gravenhage, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Namens de benadeelde partij heeft mr. E.A.P. Mulders, advocaat te ’s-Hertogenbosch, een schriftuur ingediend.1

3. Het namens de verdachte voorgestelde middel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.

4. Het middel is, gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914, NJ 2020/409 m.nt. Ten Voorde, terecht voorgesteld. Uw Raad kan bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

5. De namens de benadeelde partij voorgestelde schriftuur houdt in dat de benadeelde partij ‘op 24 november 2017 uitgebreid en inhoudelijk gemotiveerd (heeft) aangegeven waarom zij meent recht te hebben op een schadevergoeding van € 91.019,20’. Bij de uit één pagina bestaande schriftuur is gevoegd een afschrift van een brief van mr. Mulders aan het arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant van 24 november 2017 met diverse bijlagen (tezamen 117 pagina’s) waaronder het voegingsformulier waarmee de benadeelde partij zich in het strafproces heeft gevoegd. De schriftuur vermeldt de door het hof toegewezen bedragen aan materiële en immateriële schadevergoeding en houdt verder slechts in: ‘De vordering van cliënte betreft geen onevenredige belasting van het strafgeding. Om die reden verzoek ik uw Hoge Raad om de vordering van cliënte volledig toe te wijzen.’

6. Als cassatiemiddel in de zin van art. 437, derde lid, Sv kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht (over een rechtspunt betreffende de vordering van de benadeelde partij). De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moet blijven.2

7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis is toegepast, tot het bepalen door Uw Raad dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Mr. Nan heeft op 11 november 2020 een bericht in het digitale portaal geplaatst waarin hij enerzijds kort ingaat op de namens de benadeelde partij ingediende schriftuur en anderzijds mededeelt dat hij geen reden ziet op het stuk te reageren.

2 Vgl. HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1898.