Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2021:189

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
12-01-2021
Datum publicatie
02-03-2021
Zaaknummer
19/00604
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:318
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Met 19/00603 en 19/00605 samenhangende peek (geen schriftuur, beroep n-o). Samenhang met 5 andere zaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/00604 P

Zitting 12 januari 2021

CONCLUSIE

D.J.C. Aben

In de zaak

[betrokkene] ,

geboren te [betrokkene] op [geboortedatum] 1944,

hierna: de betrokkene.

1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, heeft bij arrest van 30 januari 2019 de omvang van het voordeel dat de betrokkene wederrechtelijk heeft verkregen geschat op € 353.656,00 en aan de betrokkene ter ontneming van dat voordeel de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de staat.

2. De zaak hangt samen met een tweetal andere zaken tegen de verdachte (19/00603 en 19/00605) alsmede met de straf- en of ontnemingszaken tegen de medeverdachten (19/00597, 19/00528, 19/00529, 19/00576 en 19/00578). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG