Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2021:1100

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
23-11-2021
Datum publicatie
24-11-2021
Zaaknummer
20/02694
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2022:34
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Conclusie AG. Voorwaardelijk opzet. Art. 225 Sr. Heeft het hof, gelet op door de verdediging aangevoerde contra-indicaties, voldoende begrijpelijk geoordeeld dat sprake was van voorwaardelijk opzet op het naar de NVWA sturen van een vervalst document, als ware het echt en onvervalst? AG: het hof heeft de mogelijkheid opengelaten dat de verdachte de aanmerkelijke kans dat hij gebruik maakte van een vals of vervalst geschrift, niet bewust heeft aanvaard. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer20/02694

Zitting 23 november 2021

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

hierna: de verdachte.

Inleiding

  1. De verdachte is bij arrest van 26 augustus 2020 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch wegens “opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

  2. Namens de verdachte heeft mr. P.G. Grijpstra, advocaat te Breda, één middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

3. Het middel klaagt dat het hof ten onrechte, althans onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij een vervalst document, als ware het echt en onvervalst, naar de NVWA zou sturen.

4. Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

“primair

hij op of omstreeks 17 augustus 2017 te Nuenen, gemeente Nuenen Ca, in elk geval in Nederland een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een analyserapport met betrekking tot de analyse van vis valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door een briefhoofd en/of logo van [A] te kopiëren en/of over te nemen en/of vervolgens zakelijk weergegeven te vermelden dat het een analyserapport opdrachtbon [001] -000037 betrof van de analyse van swordfish, datum onderzoek 28 oktober 2016, althans door in een analyserapport afkomstig van [A] het nummer van de opdrachtbon te wijzigen in [001] -000037 en/of de monster/benaming te wijzigen in Swordfish en of de datum van onderzoek te wijzigen in 28 oktober 2016, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

subsidiair

hij op of omstreeks 17 augustus 2017 te Nuenen, gemeente Nuenen Ca, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valselijk opgemaakt en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een analyserapport met betrekking tot de analyse van vis, bestaande dat valselijk opmaken en/of die valsheid hierin dat een briefhoofd en/of logo van [A] hierin was gekopieerd en/of overgenomen en/of vervolgens zakelijk weergegeven was vermeld dat het een analyserapport opdrachtbon [001] -000037 betrof van de analyse van swordfish, datum onderzoek 28 oktober 2016, althans was in een analyserapport afkomstig van [A] het nummer van de opdrachtbon gewijzigd in [001] -000037 en/of de monster/benaming gewijzigd in Swordfish en/of de datum van onderzoek gewijzigd in 28 oktober 2016, als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat opzettelijk gebruik uit het overleggen en/of toesturen van dat geschrift aan een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit”.

5. Het hof heeft de verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde en daartoe, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende overwogen:

“Uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt het hof - voor zover hier van belang - de navolgende feiten en omstandigheden af.

[…] Nadat de verbalisant op 16 augustus 2017 per e-mail en op 17 augustus 2017 per telefoon wederom had verzocht om de analyserapporten van het steekproefsgewijs onderzoek doen naar zware metalen in zwaardvis, heeft de verdachte op 17 augustus 2017 omstreeks 12:47 uur een e-mailbericht (met de tekst: ‘In de bijlage de uitslagen van onze eigen test eind vorig jaar’) met als bijlage een PDF-bestand (met de bestandsnaam: ‘ [B] test Zwaardvis’) aan de verbalisant verzonden. Het PDF-bestand betrof een analyserapport van laboratorium [A] met opdrachtbonnummer [001] -000037, waarop [B] stond vermeld. In dit analyserapport was een toereikend resultaat inzake kwik gerapporteerd. […]

[…]

Op 17 augustus 2017 omstreeks 14:23 uur nam de verdachte telefonisch contact op met de verbalisant en deelde hem mede dat het eerder gemailde bestand niet klopte en dat het een resultaat van tonijn was geweest. Het mailtje kon worden weggegooid, er was iets mis gegaan en het juiste bestand zou op een later moment worden toegestuurd, aldus de telefonische mededeling van de verdachte. Een uur later, omstreeks 15:25 uur, heeft de verdachte wederom telefonisch contact opgenomen met de verbalisant en deelde hem mede dat [B] geen onderzoek heeft uitgevoerd op zware metalen in zwaardvis, maar dat dat bij de volgende container wel zal worden gedaan.

De verdachte heeft verklaard dat hij een werkelijke testuitslag voor tonijn (bronbestand) met behulp van het computerprogramma Microsoft Paint heeft bewerkt tot een niet-bestaande testuitslag voor zwaardvis. De verdachte heeft verklaard dat hij eind 2016 het (bron)bestand met deze niet-bestaande testuitslag heeft gemaakt en dat het voor intern gebruik bestemd was, namelijk om als voorbeeld voor collega’s te dienen. Een van dat bronbestand door de verdachte gemaakt PDF-bestand, dat vlak voor verzending is gemaakt, is door de verdachte aan de NVWA verzonden.

Het hof is van oordeel dat nu niet kan worden vastgesteld of het bronbestand op of omstreeks 17 augustus 2017 is opgemaakt, het primair tenlastegelegde niet bewezen kan worden verklaard. […]”

6. Het hof heeft ten laste van de verdachte subsidiair bewezenverklaard dat:

“hij op 17 augustus 2017 te Nuenen opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een analyserapport met betrekking tot de analyse van vis, bestaande die valsheid hierin dat een briefhoofd en/of logo van [A] hierin was gekopieerd en/of overgenomen en/of vervolgens zakelijk weergegeven was vermeld dat het een analyserapport opdrachtbon [001] -000037 betrof van de analyse van swordfish, datum onderzoek 28 oktober 2016, althans was in een analyserapport afkomstig van [A] het nummer van de opdrachtbon gewijzigd in [001] -000037 en/of de monster/benaming gewijzigd in Swordfish en/of de datum van onderzoek gewijzigd in 28 oktober 2016, als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat opzettelijk gebruik uit het toesturen van dat geschrift aan een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.”

7. De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

1. Het proces-verbaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, Ministerie van Economische Zaken, nummer 138577/105184, d.d. 12 januari 2018, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :

Op 16 augustus 2017 voerde ik in het kader van toezicht, een inspectie uit bij [B] B.V. De aanleiding voor deze inspectie was een door [B] gedane melding over het uit de handel halen (door [B] B.V.) van een partij zwaardvis, waarin door de NVWA een overschrijding van de wettelijke norm was vastgesteld inzake kwik. Tijdens deze inspectie sprak ik met de verdachte [verdachte] en met verdachte [betrokkene 1] .

Het doel van de inspectie was onder meer nagaan of de betreffende partij zwaardvis ook daadwerkelijk uit de handel was genomen. Voorts wilde ik vaststellen welke activiteiten [B] B.V. zelf ondernam om te kunnen garanderen dat de in handel gebrachte zwaardvis aan de normen voldoet. Het is algemeen bekend dat zwaardvis verontreinigd kan zijn met zware metalen. [B] zou op basis van een voedselveiligheidsplan, de zwaardvis steekproefsgewijs op zware metalen moeten onderzoeken.

Tijdens deze inspectie vroeg ik of er door [B] B.V. in het verleden op eigen initiatief onderzoek was uitgevoerd naar zware metalen in zwaardvis. Verdachte [verdachte] antwoordde me dat dit inderdaad het geval was: er was steekproefsgewijs dergelijk onderzoek uitgevoerd door [B] B.V. Verdachte [verdachte] kon desgevraagd de bewuste resultaten niet onmiddellijk tonen omdat een bepaalde collega, die snelle toegang had tot die resultaten, er die dag niet zou zijn. Ik vroeg vervolgens of hij me deze analyserapporten op korte termijn kon mailen.

Op 16 augustus 2017 stuurde ik verdachte [verdachte] een e-mail, waarin ik nogmaals vroeg of hij me de analyserapporten van het steeksproefgewijs onderzoek naar zware metalen in zwaardvis, kon doormailen. Op 17 augustus 2017 nam ik telefonisch contact op met verdachte [verdachte] en deelde hem mede dat ik nog geen antwoord had mogen ontvangen op mijn mail. Hij antwoordde dat hij dit snel zou doen.

DOC-005 Op 17 augustus 2017 om 12:47 uur, ontving ik een e-mail van verdachte [verdachte] waarin hij schreef: "Beste [verbalisant 1] , In de bijlage de uitslagen van onze eigen test eind vorig jaar."

DOC-006 Aan het e-mailbericht zat een pdf-bestand als bijlage met bestandsnaam " [B] test Zwaardvis, pdf'. Ik opende het bestand door hierop dubbel te klikken. Ik zag dat het bestand werd geopend in Adobe Reader. Ik zag dat het bestand bestond uit een analyserapport van [A] met opdrachtbonnummer: [001] -000037. Op dit analyserapport zag ik voorts dat er een toereikend resultaat inzake kwik was gerapporteerd, namelijk "<0,2” mg/kg in een monster “Sworfdfish”. Swordfish is de Engelse benaming voor zwaardvis. Ik zag dat “ [B] ” was vermeld op dit analyserapport en dat “ [A] ” was vermeld als laboratorium op dit analyserapport.

Vordering [A]

Om een goed en volledig beeld te krijgen van het door of in opdracht van [B] B.V gevoerde onderzoek naar zware metalen in visserijproducten nam ik op 17 augustus 2017 telefonisch contact met het laboratorium " [A] ". Ik sprak met [betrokkene 2] van " [A] " en verzocht hem om me een overzicht te doen toekomen van alle uitgevoerde analyses op zware metalen in visserijproducten in opdracht van de bedrijven [B] en [B] B.V. sinds 2015. Als reactie op mijn e-mail ontving ik op 17 augustus 2017 omstreeks 14:07 uur een e-mailbericht van [betrokkene 3] van [A] . In dit bericht gaf [betrokkene 3] aan dat er niet aan mijn verzoek kon worden voldaan aangezien er in hun algemene voorwaarden was opgenomen dat ze geen data met derden zouden delen.

Op 17 augustus 2017 omstreeks 14:59 uur stuurde ik een e-mail naar [betrokkene 3] van [A] waarin ik de bewuste analyseresultaten vorderde op basis van artikel 5:16 van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Op 17 augustus 2017 omstreeks 15:20 uur ontving ik als reactie op mijn vordering een e-mail van [betrokkene 3] met als bijgevoegde bijlage een Excel-bestand genaamd: " [B] zware metalen".

Vergelijking informatie [B] en [A]

Op 17 augustus 2017 bekeek ik het Excel-bestand dat [betrokkene 3] van [A] had gemaild, genaamd: " [B] zware metalen". Ik zag dat het eerder door verdachte [verdachte] aan mij gezonden analyserapport met opdrachtbonnummer: [001] -000037 niet voorkwam in dit Excel bestand " [B] zware metalen".

Hierop stuurde ik [betrokkene 3] op 17 augustus 2017 omstreeks 15:32 uur een e-mail met de vraag of het door hem, naar aanleiding van mijn vordering, verstrekte overzicht wel volledig was, aangezien ik over een analyserapport beschikte, dat niet voorkwam in het Excel bestand " [B] zware metalen".

Op 17 augustus 2017 omstreeks 15:45 uur ontving ik van [betrokkene 3] een e-mail waarin hij schreef dat de "bonnen" opgebouwd waren uit een relatienummer en een opvolgend volgnummer en dat de laatste bon in hun systeem volgnummer 000035 had. Het analyserapport dat mij toegezonden was door verdachte [verdachte] , was dus kennelijk niet door [A] opgemaakt.

Op basis van bovenstaande feiten en omstandigheden kreeg ik het redelijk vermoeden dat het door verdachte [verdachte] op 17 augustus 2017 aan mij in een e-mail verstrekte analyserapport met opdrachtbon [001] -000037 een vals of vervalst geschrift was zoals bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht. Kennelijk had het valse bestand het doel om aan te tonen dat er onderzoek had plaatsgevonden naar zware metalen in zwaardvis terwijl dit niet het geval was.

Onderzoek aan het pdf-bestand

Ik onderzocht het door verdachte [verdachte] aan mij gemailde pdf-bestand. Ik opende de 'eigenschappen' van het bestand en klikte het tabblad 'pdf’ aan. Ik zag dat het bestand was aangemaakt op 17-08-2017 om 12:38 uur met de toepassing "PDF Presentation Adobe Photoshop CS". Adobe Photoshop is een grafisch programma ontwikkeld door Adobe voor het bewerken van foto's en ander digitaal beeldmateriaal via de computer.

Ik stelde vast dat het bestand 9 minuten eerder gemaakt was dan dat ik de e-mail met het bewuste bestand had ontvangen. Dit was namelijk op 17-08-2017 om 12:47 uur.

Vergelijking origineel analyserapport en vervalst analyserapport

DOC-004. Op 9 oktober 2017 ontving ik van [betrokkene 3] een duplicaat van het analyserapport met nummer: [001] -000004. Ik vergeleek het duplicaat van dit analyserapport met het vermoedelijk vervalste analyserapport dat verdachte [verdachte] mij had toegezonden. DOC-006 Ik zag dat de resultaten achter de parameters: 'Aëroob kiemgetal', 'Enterobacteriaceae', 'Zout (uit Na)', 'Lood', 'Cadmium' en 'Citroenzuur' op zowel het duplicaat van het originele als het vervalste analyserapport dezelfde waren. Ik vermoed dat het analyserapport met nummer [001] -000004 als basis heeft gediend voor het vervalste analyserapport van verdachte [verdachte] .

2. Het proces-verbaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, Ministerie van Economische Zaken, nummer 138577/105184, documentcode V01-01, d.d. 20 oktober 2017, voor zover inhoudende:

Wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , hoorden verdachte [verdachte] .

Verdachte [verdachte] verklaarde op onze vragen als volgt:

2. Wie is uw werkgever?

" [B] B.V."

3. Wat is uw functie?

"Allround manager. Ik ben mede-eigenaar van [B] B.V. Ik kan.de rechtspersoon niet vertegenwoordigen. Daarvoor moet u bij [betrokkene 1] zijn."

4. Wat houdt uw functie in en welke bevoegdheden heeft u?

"Ik stuur de dagelijkse zaken aan: inkoop, verkoop, etc."

5. Aan wie legt u verantwoording af?

"Aan [betrokkene 1] en [betrokkene 4] , dit zijn de mede-eigenaren."

7.Welke medewerkers houden zich bezig met kwaliteit binnen [B] B.V. en wat is hun functie?

"Dat ben ik. Ik ben de enige die zich daar mee bezig houdt".

8. Naar aanleiding van een door u gedane GFL-melding, krijgt u op 16 augustus 2017 NVWA-inspecteur [verbalisant 1] op bezoek. Wat is er vervolgens gebeurd?

"Ik heb u inderdaad resultaten gestuurd. Ik had een document gestuurd dat op mijn computer stond en dat ik als voorbeeld heb gebruikt. Dit waren resultaten van tonijn."

9. Wie heeft de e-mail inclusief bijlage d.d. 17-08-2017 te 12:47 uur van ' [B] - [verdachte] [ [e-mailadres] ]' aan [verbalisant 1] opgemaakt en verzonden?( Verbalisant toont DOC-005 en DOC-006)

"Deze mail heb ik aan u gestuurd."

10. Wie heeft de bijlage genaamd: " [B] test Zwaardvis.pdf' gemaakt?

"Ik heb die bijlage gemaakt met paint, knip en plakwerk.”

12. Hoe is dit bestand gemaakt?

"Ik heb dat met paint gemaakt."

15. Wij tonen u het bronbestand, dat u vermoedelijk gebruikt heb. (Verbalisant toont Doc-004)

"Als u zegt dat er veel getallen overeen komen dan is het heel aannemelijk dat dit het bestand is geweest."

16. Met wie heeft u overlegd om dit zo te doen?

"Niemand."

20. Hoe komen partijnummers tot stand?

"Door het inkopen van containers. De laatste 3 cijfers van het referentienummer van de container wordt het partijnummer."

21. Hoe kan het dat er op de uitslagen van [A] van de laatste twee ingezonden monsters, twee verschillende partijnummers staan, terwijl de monsters uit één partij komen?

"Partij 259 staat nu op voorraad en is geblokkeerd. Partij 209 is van de eerste recall en die is opnieuw onderzocht. Partij 259 is twee keer onderzocht. 1 keer bij [C] Duitsland en 1 keer bij [A] . Ik denk dat 209 bij [C] een typefout is."

22. Waarom is de partij met nummer 209 nog een keer onderzocht, terwijl wellicht al bekend was dat deze partij al eerder ontoereikende resultaten had laten zien bij onderzoek door de NVWA? "Wij wilden zelfresultaten hebben van partij 209."

23: Bij welke verschillende laboratoria heeft [B] B.V. de afgelopen jaren (2015, 2016 en 2017) visserijproducten laten testen op zware metalen?

"Alleen [A] en [C] ."

24. Van/bij welke vissoorten is dit onderzoek naar zware metalen (in opdracht van [B] B.V.) uitgevoerd?

"Alleen zwaardvis en tonijn."

25. Is er afgelopen jaren (2015, 2016 en 2017) in opdracht van [B] B.V. zwaardvis onderzocht op zware metalen?

"Nu (het hof begrijpt: op 20 oktober 2017) dus wel. Wij hebben partij 259 laten onderzoeken op 13 september 2017. Daarvoor hebben wij geen zwaardvismonster ingezet."

26. Zijn er de afgelopen jaren (2015, 2016 en 2017) bij het onderzoek in opdracht van [B] B.V. naar zware metalen in visserijproducten overschrijdingen gebleken? Zo ja, welke en wanneer? En wat is ermee gedaan?

“Nee, we hebben alleen tonijn getest en die resultaten waren goed.”

27. Wenst u nog iets aan uw verklaring toe te voegen?

"Ik heb de fout gemaakt om een voorbeeld dat ik gemaakt heb aan u te sturen."

3. Het proces-verbaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, Ministerie van Economische Zaken, nr. 138577/105184, documentcode Y02-01, d.d. 20 oktober 2017, voor zover inhoudende:

Wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , hoorden een persoon als verdachte [betrokkene 1] .

Verdachte [betrokkene 1] verklaarde op onze vragen als volgt:

Waaruit bestaan uw werkzaamheden bij [B] B.V.?

"Ik ben mede-aandeelhouder en bestuurder en verantwoordelijk voor de financiële stroom. Bij vis gaat het snel om veel geld. Formeel ben ik de leidinggevende van [verdachte] ."

Naar aanleiding van een door [B] gedane GFL-melding, krijgt u op 16 augustus 2017 NVWA-inspecteur [verbalisant 1] op bezoek. Weet u wat er vervolgens is gebeurd?

"Ik weet dat er een bestand verstuurd is dat niet verstuurd had mogen worden. Ik heb dat gehoord van [verdachte] . Hij vertelde mij dat hij een bestand had verstuurd wat hij niet had moeten versturen."

"Het is niet goed dat [verdachte] ook kwaliteit in zijn portefeuille heeft.”

Heeft u naar aanleiding van het bestand nog gesproken met [verdachte] ?

"Ja daar is over gesproken. Dit is een opeenstapeling van dingen die helemaal verkeerd lopen. Ik heb begrepen van [verdachte] dat hij dat bestand al had."

4. Het proces-verbaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, Ministerie van Economische Zaken, nr. 138577/105184, documentcode G01-01, d.d. 16 oktober 2017, voor zover inhoudende:

Wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , hoorden als getuige [betrokkene 3] .

Getuige [betrokkene 3] verklaarde op onze vragen als volgt:

1. Wie is uw werkgever?

" [A] B.V., onderdeel van The care for food group."

2. Wat is uw functie?

"Ik werk 10 jaar voor [A] , waarvan de laatste 8 jaar als technisch specialist. Ik houd me vooral bezig met de analyse technische vraagstukken van klanten."

3. Kent u het bedrijf [B] ?

" [B] is sinds maart 2016 klant. Dit bedrijf is begonnen met vlees en is later ook in vis gaan doen.”

4. Op 17 augustus 2017 vorderde [verbalisant 1] , als toezichthouder, per e-mail gegevens van u. Hij deed dit op basis van artikel 5:16 van de Algemene Wet Bestuursrecht. Hij vorderde analyseresultaten (alsook alle afzonderlijke analyserapporten) van het in opdracht van [B] B.V. door uw bedrijf, [A] , uitgevoerde of uitbestede onderzoek inzake zware metalen van/in visserijproducten in de periode vanaf 2015 tot en met de datum van vordering. Hoe heeft u aan deze vordering voldaan?

"Ik stuurde, eveneens op 17 augustus 2017, de e-mail aan [verbalisant 1] die u toont met als bijlage het Excel-bestand dat u toont."

7. Wat houdt de kolom "opdrachtbon" in, welke in het Excel-bestand staat?

"Dit zijn de nummers van de opdrachten. De bonnen bij ons in het systeem worden als volgt opgebouwd: Relatienummer en vervolgens bon nummer. Het relatienummer van [B] is [001] . In het geval van deze klant is dat dus [001] -000001 voor de eerste bon De laatste bon die wij in ons systeem hadden staan was van datum 25-07-2017 en had volg nummer 000035."

8. Heeft een opdrachtbon met een hoger bon nummer altijd een latere inzetdatum dan het vorige bonnummer?

"Ja."

10. Waarom heeft u het analyserapport met opdrachtbon [001] -000037 niet vermeld?

"Wij hebben geen analyse gedaan met dat opdrachtbonnummer. Dit analyserapport is niet door [A] opgemaakt."

11. Wij tonen u het analyseresultaat met opdrachtbon [001] -000037. Wat valt u op aan dit document?

- "Achter Histamine staat n.a. Dat betekent niet aangetoond. Wij zetten altijd een waarde achter histamine en niet n.a.

- Wij zetten geen puntjes op de A van Aroob kiemgetal. Op onze analyseresultaten staat: “Aëroob kiemgetal”.

- De geadresseerde is [B] . Die naam staat niet in ons klantenbestand. Wij adresseren aan de naam die gekoppeld is aan het klantnummer. Het klantnummer [001] is van [B] B.V.

- Achter monstername datum staat 26-10-2016, bij datum monsterontvangst staat 21-10-2017 (het hof begrijpt, gelet op DOC 006:2016). Dit monster zou dus eerder door ons ontvangen zijn dan dat het monster genomen is. Dat kan niet."

12. Wie is [betrokkene 5] ?

"Dat was onze business unit manager. Zij is per 01-10-2017 uit dienst."

5. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten (een fotokopie van) een analyserapport [A] , d.d. 21 oktober 2016, ondertekend door [betrokkene 5] , Business Unit Manager (opgenomen als DOC 006 in het proces-verbaal met nr. 138577/105184), voor zover inhoudende:

Logo en briefhoofd/tekst [A]

Analyserapport

[B]

T.a.v. kwaliteitsdienst

[a-straat 1]

[...] NUENEN

Opdrachtbon: [001] -000037

Uw referentie: Swordfish

Datum monsterontvangst: 21-10-2016

Monster/benaming: Swordfish

Monstercode: MC254868

Matrix: Vis

Datum onderzoek: 28-10-2016

Monstemame datum: 26-10-2016

Bewaar temperatuur: -18 °C

Parameter Resultaat Methode

Histamine (mg/kg): n.a. (1)

Äroob kiemgetal (kve/g): 22.000 ISO-4833-

1 (Q)

Enterobacteriaceae (kve/g): 260 ISO-2158-2

(Q) (2)

Listeria monocytogenes (/25g): n.a. ISO-112900-1

#(Q)

Zout (uit Na) (g/100g): 0.75 (1)(3)

Lood (mg/kg): <0.05 (1)(3)

Kwik (mg/kg): <0,2 (1)(3)

Cadmium (mg/kg): <0.05 (1)(3)

Arseen (mg/kg): 0.5 (1)(3)

Citroenzuur (g/100g): 0.28 (1)

Opmerkingen: Kve= Kolonie vormende eenheden; < = kleiner dan, > = groter dan, n.a. = niet aantoonbaar; ntt = niet te tellen; * = indicatieve waarde; n = gelijkwaardig aan; (1) = extern onderzoek; (2) = zonder bevestiging; (3) = in enkelvoud bepaald

De opinies/interpretaties vermeld in dit rapport vallen buiten de scope van de accreditatie. De resultaten hebben alleen betrekking op het onderzochte monster. Het analyserapport mag niet worden gereproduceerd, behalve in volledige vorm, zonder toestemming van [A] . Prestatiekenmerken van geaccrediteerde analyses zijn opvraagbaar. Evt. vermelde normeringen zijn van en overgenomen op verzoek van de opdrachtgever.

Volgt naam en ondertekening door

[betrokkene 5]

Business Unit Manager.

6. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten (een fotokopie van) een analyserapport [A] , d.d. 29-03-2016, ondertekend door [betrokkene 5] , Business Unit Manager (opgenomen als DOC 004 in het proces-verbaal met nr. 138577/105184), voor zover inhoudende:

Logo en briefhoofd/ tekst [A]

***voorbeeld ***

Analyserapport

[B] BV

T.a.v. kwaliteitsdienst

[a-straat 1]

[...]

Rapportnummer: [001] -00004 /MC209448

Uw referentie: 1

Datum monsterontvangst: 29-03-2016

Monster/ benaming: Ml Red Tuna Loins

Monstercode: MC209448

Matrix: Vis

Datum onderzoek: 29-03-2016

Monstemame datum: 29-03-2016

Bewaar temperatuur: -18 °C

Parameter Resultaat Methode

Histamine (rng/kg): <2.5 (1)

Äeroob kiemgetal (kve/g): 22.000 ISO-4833-1(Q)

Enterobacteriaceae (kve/g): 260 ISO-2158-2(Q)(2)

Listeria monocytogenes (/25g): n.a. ISO-11290-1#(Q)

Zout (uit Na) (g/100g): 0.75 (1)(3)

Lood (mg/kg): <0.05 (1)(3)

Kwik (mg/kg): 0.08 (1)(3)

Cadmium (mg/kg): <0.05 (1)(3)

Arseen (mg/kg): 0.50 (1)(3)

Citroenzuur (g/100g): 0.28 (1)

Opmerkingen: Kve= Kolonie vormende eenheden; < = kleiner dan, > = groter dan, n.a. = niet aantoonbaar; ntt = niet te tellen; * = indicatieve waarde; n = gelijkwaardig aan; ( 1) = extern onderzoek; (2) = zonder bevestiging; (3) = in enkelvoud bepaald

De opinies/interpretaties vermeld in dit rapport vallen buiten de scope van de accreditatie. De resultaten hebben alleen betrekking op het onderzochte monster. Het analyserapport mag niet worden gereproduceerd, behalve in volledige vorm, zonder toestemming van [A] . Prestatiekenmerken van geaccrediteerde analyses zijn opvraagbaar. Evt. vermelde normeringen zijn van en overgenomen op verzoek van de opdrachtgever.

Volgt naam en ondertekening door

[betrokkene 5]

Business Unit Manager.”

8. Ter terechtzitting van het hof van 12 augustus 2020 is door de verdediging, blijkens de overgelegde pleitnota, onder meer het volgende aangevoerd:

“Uit het dossier blijkt dat de NVWA bij een controle heeft gevraagd of het bedrijf steekproefsgewijs het kwikgehalte in partijen zwaardvis had getest. Cliënt ging ervan uit dat dat was gebeurd en heeft die vraag bevestigend beantwoord. Daarna is door de toezichthouder van de NVWA gevraagd om daarvoor bewijs op te sturen. Cliënt was dat vergeten te doen en werd daarop gebeld dat hij dat alsnog moest aanleveren. Cliënt heeft daar snel gehoor aan willen geven, omdat hij het eerder vergeten was. Cliënt heeft kort daarop ook een e-mail gestuurd met het onderhavige Pdf-bestand (DOC-006 in het p-v).

Toen cliënt dit met een collega besprak, die betwijfelde of recent partijen zwaardvis waren getest, ging cliënt zelf ook twijfelen en is hij het document gaan checken. Cliënt wilde voorkomen dat hij te gehaast gehandeld had en wellicht een verkeerd document had doorgestuurd. Daarop kwam cliënt er achter, dat hij een voorbeeld van een testuitslag (voor intern gebruik) als pdf-bestand naar de NVWA had gestuurd. Dat voorbeeld was bedoeld om (nieuwe) medewerkers te laten zien hoe zo'n analyserapport eruit zag en waar zij op moesten letten. Zoals cliënt al eerder heeft verklaard, maakte dat voorbeeld deel uit van een Powerpoint-presentatie voor nieuwe collega's. Op de computer stond nog een losse afbeelding, het bronbestand, waaraan de bestandnaam 'zwaardvis' was gekoppeld. Bij afwezigheid van cliënt konden collega's aan de hand van dit voorbeeld zien waarop men moest letten bij een testuitslag. Dit voorbeeld is eind 2016 al gemaakt met Microsoft Paint, waarbij 'gekopieerd en geplakt' is uit een testuitslag voor een partij tonijn die eerder getest was.

Cliënt heeft dat bronbestand abusievelijk aangezien voor een werkelijke testuitslag op zwaardvis. Cliënt heeft daarop zelf naar de NVWA gebeld om te zeggen dat het doorgestuurde bestand niet klopte, verzocht om de e-mail als niet verzonden te beschouwen en dat hij alsnog het juiste document zou mailen. Daarop heeft cliënt navraag gedaan bij andere collega's of zij beschikten over een testuitslag voor zwaardvis. Toen zij dat niet konden en cliënt op de computer ook geen (andere) testuitslag voor zwaardvis kon vinden, bleek het cliënt dat hij zich al bij de eerste vraag van de NVWA – of er getest was op het kwikgehalte in partijen zwaardvis – had vergist. Er was in de periode voorafgaand aan de controle/vraag van de NVWA nog geen partij zwaardvis getest. Cliënt heeft daarop opnieuw naar de NVWA gebeld om te zeggen dat hij zich eerder al had vergist en dat er nog geen zwaardvis getest was. Cliënt heeft de NVWA laten weten dat de volgende partij zwaardvis alsnog getest zou worden. Cliënt was zich dus terdege bewust van het feit dat hij de NVWA onjuiste informatie had verstrekt.

[…]

Cliënt heeft enkele minuten vóór het verzenden van de e-mail, aldus op 17 augustus 2017, van het voormelde bronbestand een Pdf-bestand gemaakt en dat als zodanig per e-mail doorgestuurd naar de NVWA. Cliënt wist niet dat de inhoud van het betreffende Pdf-bestand onjuist was, oftewel dat hij niet een werkelijke testuitslag voor zwaardvis had doorgestuurd, maar het voorbeeld voor intern gebruik. Toen cliënt daar eenmaal achter kwam, heeft hij zelf contact opgenomen met de NVWA om te laten weten dat hij abusievelijk een verkeerd document als bijlage naar hen had gestuurd, dat zij het document niet moesten gebruiken en dat hij nog bij de NVWA hierop zou terugkomen. Hieruit volgt volgens de verdediging dat cliënt op geen enkel moment het oogmerk heeft gehad om het doorgestuurde onjuiste Pdf-bestand als echt en onvervalst geschrift te gebruiken. Indien en voor zover cliënt het oogmerk had gehad om het Pdf-bestand als echt en onvervalst geschrift te gebruiken, had hij ook niet uit eigen beweging contact opgenomen met de NVWA toen hij er achter kwam dat het doorgestuurde geschrift een Pdf-bestand van zijn voorbeeld van een testuitslag voor zwaardvis voor intern gebruik betrof.

Cliënt wil op dit punt ook benadrukken, hetgeen in eerste aanleg onvoldoende aan de orde is gekomen, dat nimmer een negatieve testuitslag voor een partij zwaardvis is bewerkt/vervalst tot een positieve testuitslag voor een partij zwaardvis. Het is dus niet zo, dat de NVWA een partij schadelijke zwaardvis 'op de markt' is tegengekomen, die heeft herleid tot [B] B.V., dat om een testuitslag van die partij zwaardvis is verzocht, dat het bedrijf over een negatieve testuitslag van die partij schadelijke zwaardvis beschikte en om dat te verhullen een vervalste/positieve testuitslag is doorgestuurd naar de NVWA. Het doorgestuurde Pdf-bestand was niet gekoppeld aan een werkelijke partij voedsel. Er was dus geen lading waarmee iets mis was en dat met het versturen van het Pdf-bestand is gepoogd te verhullen dat er een partij zwaardvis 'op de markt' was gekomen waarmee de voedselveiligheid in het geding was. De NVWA heeft het doorgestuurde geschrift als zodanig dus ook niet gebruikt noch hoeven te gebruiken. Het was derhalve onmogelijk om de NVWA te misleiden met het onderhavige Pdf-bestand. Het is ook nooit de intentie van cliënt geweest om te verhullen dat een partij schadelijke zwaardvis op de markt was beland, noch om de NVWA te misleiden.

Vóór 17 augustus 2017 en na die datum zijn geen schadelijke partijen zwaardvis van/via [B] op de markt gebracht. Voorts is het onjuiste Pdf-bestand ook niet ten nadele van consumenten en klanten van het bedrijf naar buiten gebracht. Het is niet ten aanzien van consumenten/klanten als echt en onvervalst geschrift gebruikt. Anders gezegd, van een lading besmet of verontreinigd voedsel, dat met behulp van het onderhavige geschrift als schoon of onbesmet voedsel moest worden gepresenteerd, is geen sprake geweest. In zoverre heeft het bedrijf ook niets willen verhullen. Uit het onderzoek in dit dossier is het de verdediging in elk geval niet gebleken dat de NVWA is misleid met het pdf-bestand noch dat het oogmerk van cliënt hierop gericht was.

Daarnaast heeft het bedrijf noch cliënt zich gedurende het contact en/of de correspondentie met de NVWA op de juistheid – noch, wanneer de redenering van het OM wordt gevolgd, op de echtheid en waarheid – van het doorgestuurde Pdf-bestand beroepen. Desgevraagd heeft cliënt geantwoord dat zwaardvis in de periode voorafgaand aan de controle/vraag getest was, omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat het kwikgehalte van zwaardvis daadwerkelijk getest was. Er worden honderden partijen vis (seafood) verwerkt op het bedrijf, die steekproefsgewijs getest worden, zodat het in de rede lag dat destijds al wel een partij zwaardvis getest was. Op de computer (in de map met testuitslagen) kwam cliënt een testuitslag voor zwaardvis tegen, hetgeen zijn vermoeden bevestigde, waarna hij een Pdf-bestand daarvan heeft doorgemaild (niet-wetende/realiserende dat dit zijn eigen voorbeeld voor een testuitslag van zwaardvis voor intern gebruik betrof).

Uit het onderzoek in dit dossier is het de verdediging niet gebleken wat er was gebeurd als cliënt op de vraag van de NVWA of het kwikgehalte van zwaardvis getest was, had geantwoord dat op dat moment daarop nog niet getest was en bijgevolg de e-mail met bijlage niet was verstuurd. De verdediging heeft in het onderliggende dossier niet gelezen wat er met het bedrijf was gebeurd als het de NVWA gebleken was dat er niet getest was. Niet gesteld noch gebleken is, dat de NVWA richting cliënt had gehint op enige sancties jegens het bedrijf als er nog geen testen op het kwikgehalte van zwaardvis waren uitgevoerd. Het is dus niet zo, dat cliënt het onderhavige Pdf-bestand naar de NVWA heeft verzonden om bepaalde sancties te voorkomen.

Kortom, kan sprake zijn van overtreding van art. 225 SR als slechts om het verstrekken van een testuitslag voor zwaardvis is gevraagd naar aanleiding van een onjuist antwoord / onjuiste aanname van client dat er wel op het kwikgehalte van zwaardvis was getest, maar geen enkele sanctie (in het vooruitzicht) is gesteld door de NVWA als er nog geen partijen zwaardvis waren getest? Kan, met andere woorden, worden volgehouden dat het doorgestuurde geschrift tot bewijs van enig feit diende? Als cliënt zich namelijk niet had vergist – en desgevraagd had geantwoord dat er geen testen op zwaardvis waren uitgevoerd – had de NVWA niet om een bewijsstuk gevraagd en hoefde ook niet gevreesd te worden voor sancties vanwege het uitblijven van het testen van partijen zwaardvis. Nu niet gebleken is van sancties, kan volgens de verdediging niet worden gesteld dat het aan de NVWA verstuurde pdf-bestand is gebruikt om de NVWA te misleiden, als ware dat geschrift echt en onvervalst.

Naar algemene ervaringsregels kan het gebeuren dat iemand bij het versturen van een e-mail vergeet de bijlage mee te sturen. Dat zal een A-G en een raadsheer vermoedelijk ook wel eens overkomen zijn. De verdediging wil hiermee zeggen, dat wanneer iemand te gehaast te werk gaat, zoals hier, fouten gemaakt kunnen worden. Bij het versturen van het Pdf-bestand per e-mail heeft cliënt niet goed opgelet en een onjuist geschrift meegestuurd als bijlage. Zoals cliënt heeft verklaard, is het nooit zijn bedoeling geweest om het voorbeeld voor intern gebruik naar de NVWA te sturen. Hoewel cliënt direct heeft erkend dat er een onjuist geschrift naar de NVWA is gestuurd (het Pdf-bestand) – en zowel cliënt als het bedrijf betreuren dat het zo gelopen is – heeft cliënt daarmee niet het oogmerk gehad op overtreding van art. 225 lid 1 SR. Cliënt heeft evenmin (voorwaardelijk) opzet gehad op het gebruik maken van een vervalst geschrift (door het Pdf-bestand naar de NVWA te sturen), zodat geen sprake kan zijn van het overtreden van art. 225 lid 2 SR. De verdediging verzoekt uw Hof derhalve cliënt vrij te spreken van het primair en subsidiair ten laste gelegde.”

9. Het hof heeft in zijn arrest van 26 augustus 2020 het verweer van de verdediging als volgt samengevat en verworpen:

“De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het subsidiair tenlastegelegde, nu de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het gebruik maken van een vervalst geschrift (door het PDF-bestand naar de NVWA te sturen).

Het hof overweegt daarover het navolgende.

Voor de bewezenverklaring van het opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, is vereist dat de verdachte opzet heeft gehad op het gebruik maken van een vervalst geschrift als ware dat geschrift echt en onvervalst (zie het tweede lid van voornoemd artikel).

Zoals ten aanzien van het primair tenlastegelegde is overwogen heeft de verdachte verklaard dat hij een werkelijke testuitslag voor tonijn met het computerprogramma Microsoft Paint heeft bewerkt tot een niet-bestaande testuitslag voor zwaardvis. Hij heeft ook verklaard dat hij dit (bron)bestand met de niet-bestaande testuitslag vlak voor verzending aan de NVWA heeft omgezet naar een PDF-bestand en dat hij dit PDF-bestand als bijlage bij zijn e-mail (met de tekst: ‘In de bijlage de uitslagen van onze eigen test eind vorig jaar’) naar de NVWA heeft verstuurd. De verdachte ontkent echter (voorwaardelijk) opzet te hebben gehad op het gebruik maken van het vervalste geschrift als ware dat geschrift echt en onvervalst.

Het hof is niet gebleken van ‘vol opzet’ en het hof heeft daarom onderzocht of sprake is geweest van voorwaardelijk opzet.

Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. Voor de vaststelling dat de verdachte zich bewust heeft blootgesteld aan zodanige kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen). De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.

Het hof stelt voorop dat de verdachte zelf het bronbestand met de niet-bestaande testuitslag voor zwaardvis heeft opgemaakt. De verdachte heeft verklaard dat hij het bronbestand had opgeslagen onder de bestandsnaam ‘zwaardvis’. Door naar aanleiding van de door de NVWA verzochte informatie een document met die naam te openen, het vervolgens (blijkbaar) niet te controleren en aan te nemen dat dit een echt en onvervalst analyserapport was, het bestand te converteren naar een PDF-bestand en het ten slotte als zijnde een echt en onvervalst analyserapport op te sturen naar de NVWA, heeft de verdachte naar het oordeel van het hof bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij een vervalst document, als ware het echt en onvervalst, naar de NVWA zou sturen.

Het hof heeft daarbij eveneens in aanmerking genomen dat de verdachte de persoon bij uitstek was binnen het bedrijf die zich bezig hield met de voedselkwaliteit en aldus op de hoogte had moeten zijn van het feit dat er helemaal niet was getest op zware metalen in zwaardvis. De verklaring van de verdachte dat hij veelvuldig voor het bedrijf in het buitenland verbleef en daardoor niet op de hoogte was van welke vissoorten wel en niet werden getest acht het hof gelet op het voorgaande niet geloofwaardig.

Het hof verwerpt derhalve het verweer en acht bewezen dat verdachte met (voorwaardelijk) opzet heeft gehandeld zoals ten laste is gelegd.”

10. Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld.1 Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst – is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zulk een kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen). Uit de enkele omstandigheid dat die wetenschap bij de verdachte aanwezig is dan wel bij hem moet worden verondersteld, kan niet zonder meer volgen dat hij de aanmerkelijke kans op het gevolg ook bewust heeft aanvaard, omdat in geval van die wetenschap ook sprake kan zijn van bewuste schuld. Van degene die weet heeft van de aanmerkelijke kans op het gevolg, maar die naar het oordeel van de rechter ervan is uitgegaan dat het gevolg niet zal intreden, kan wel worden gezegd dat hij met (grove) onachtzaamheid heeft gehandeld maar niet dat zijn opzet in voorwaardelijke vorm op dat gevolg gericht is geweest. Of in een concreet geval moet worden aangenomen dat sprake is van bewuste schuld dan wel van voorwaardelijk opzet zal, indien de verklaringen van de verdachte en/of bijvoorbeeld eventuele getuigenverklaringen geen inzicht geven omtrent hetgeen ten tijde van de gedraging in de verdachte is omgegaan, afhangen van de feitelijke omstandigheden van het geval. Daarbij zijn de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, van belang. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.

11. De steller van het middel voert ter onderbouwing van het middel aan dat ter terechtzitting van het hof door de verdediging bij gelegenheid van pleidooi expliciet contra-indicaties naar voren zijn gebracht waaruit blijkt dat de verdachte het betreffende gevolg niet heeft gewild, terwijl het hof deze contra-indicaties ten onrechte niet heeft laten meewegen dan wel ongemotiveerd heeft verworpen. De steller van het middel verwijst in dat kader naar de pleitnota, waarin onder meer is aangevoerd dat de verdachte zelf een pdf-bestand van een bronbestand heeft gemaakt en dat heeft gemaild naar de NVWA, maar toen nog niet wist dat de inhoud daarvan niet een bestaande testuitslag was, en dat de verdachte, zodra hij hierachter kwam, direct de NVWA heeft gebeld en de NVWA heeft medegedeeld dat het verstuurde bestand een verkeerd document betrof, dat zij het document niet moesten gebruiken en dat hij hierop nog bij de NVWA zou terugkomen.

12. In zijn uitspraak heeft het hof gemotiveerd waarom volgens het hof sprake is van voorwaardelijk opzet. Het heeft daarbij in aanmerking genomen dat de verdachte een door hemzelf opgemaakt document met een niet-bestaande testuitslag voor zwaardvis heeft geopend, dit document (blijkbaar) niet heeft gecontroleerd en heeft aangenomen dat dit een echt en onvervalst analyserapport was, het bestand heeft geconverteerd en als zijnde een echt en onvervalst analyserapport heeft opgestuurd naar de NVWA. Verder heeft het hof in aanmerking genomen dat de verdachte de persoon bij uitstek was binnen het bedrijf die zich bezig hield met de voedselkwaliteit en aldus op de hoogte had moeten zijn van het feit dat er helemaal niet was getest op zware metalen in zwaardvis. Het hof heeft in dat kader de verklaring van de verdachte dat hij niet op de hoogte was van welke vissoorten wel en niet werden getest, niet geloofwaardig geacht.

13. Met zijn overwegingen dat de verdachte het door hemzelf opgemaakte document heeft geopend, het document (blijkbaar) niet heeft gecontroleerd maar heeft aangenomen dat dit een echt en onvervalst analyserapport was en op de hoogte had moeten zijn van het feit dat er helemaal niet was getest op zware metalen in zwaardvis heeft het hof, in aanmerking genomen dat het de verklaring van de verdachte dat hij niet op de hoogte was van welke vissoorten wel en niet werden getest niet geloofwaardig acht, kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat de verdachte had moeten weten dat het door hem geopende, geconverteerde en verzonden bestand geen echt en onvervalst analyserapport betrof. De omstandigheid dat de verdachte had moeten weten dat het bestand geen echt en onvervalst analyserapport betrof, kan de gevolgtrekking dat de verdachte daarvan met opzet gebruik heeft gemaakt echter niet dragen.2

14. Verder is het hof niet ingegaan op de door de verdediging aangevoerde contra-indicatie, namelijk dat de verdachte, zodra hij erachter kwam dat de inhoud van het pdf-bestand onjuist was, direct de NVWA heeft gebeld en de NVWA heeft medegedeeld dat het verstuurde bestand een verkeerd document betrof, dat zij het document niet moesten gebruiken en dat hij nog bij de NVWA hierop zou terugkomen. Ten aanzien van de vrijspraak van het aan de verdachte primair ten laste gelegde heeft het hof echter vastgesteld dat de verdachte de NVWA belde met de mededeling dat het verstuurde document onjuist was. Het hof heeft in dat kader meer in het bijzonder vastgesteld dat de verdachte op 17 augustus 2017 omstreeks 14.23 uur, minder dan twee uur nadat hij het analyserapport naar de NVWA had verzonden, telefonisch contact heeft opgenomen met de verbalisant met de mededeling dat het eerder gemailde bestand niet klopte, dat het mailtje kon worden weggegooid en dat het juiste bestand op een later moment zou worden toegestuurd. Vervolgens heeft de verdachte ongeveer een uur later wederom telefonisch contact opgenomen met de verbalisant en medegedeeld dat [B] geen onderzoek had uitgevoerd op zware metalen in zwaardvis. In deze overweging heeft het hof de door de verdediging aangevoerde contra-indicatie voor het (voorwaardelijk) opzet op het tenlastegelegde aldus expliciet vastgesteld, maar het hof is in zijn motivering van de bewezenverklaring van het subsidiaire feit geheel niet op deze contra-indicatie ingegaan, hoewel het deze aangevoerde omstandigheid kennelijk geloofwaardig acht. Het hof laat daarmee naar mijn mening de mogelijkheid open dat de verdachte de aanmerkelijke kans dat hij gebruik maakte van een vals of vervalst analyserapport niet bewust heeft aanvaard.

15. Gelet op het voorgaande komt het oordeel van het hof dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij een vervalst document, als ware het echt en onvervalst, naar de NVWA zou sturen, mij niet zonder meer begrijpelijk voor. Daarover klaagt het middel terecht.

Slotsom

16. Het middel slaagt.

17. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

18. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Vgl. HR 25 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9049, NJ 2003/552 m.nt. Y. Buruma, r.o. 3.6 (HIV I).

2 Vgl. HR 10 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:544, en HR 10 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:548.