Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2020:911

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
25-08-2020
Datum publicatie
06-10-2020
Zaaknummer
19/04440
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:1569
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd (art. 285 Sr), vernieling (art. 350 Sr) en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd (art. 285 Sr). HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast (vgl. ECLI:NL:HR:2020:914).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/04440

Zitting 25 augustus 2020

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de verdachte.

  1. De verdachte is bij arrest van 18 september 2019 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch in de zaak met het parketnummer 01-865061-16 vrijgesproken van het onder 1 primair tenlastegelegde en voor 1 subsidiair: “bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd”, 2: “opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken” en het in de zaak met parketnummer 01-860327-17: “bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd” veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van benadeelde partijen en heeft het hof schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, waarbij de vervangende hechtenis is bepaald op acht respectievelijk dertien dagen.

  2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mrs. R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld.

  3. Het middel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen.

  4. Het middel is, gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914, terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan bepalen dat in plaats van de vervangende hechtenis telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.

  5. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

  6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregelen vervangende hechtenis is toegepast en dat de Hoge Raad bepaalt dat telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG