Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2020:713

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
10-07-2020
Datum publicatie
18-08-2020
Zaaknummer
20/01535
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:1596, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. Art. 426a lid 1 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 20/01535

Zitting 10 juli 2020

CONCLUSIE

F.F. Langemeijer

In de zaak

[verzoeker]

tegen

[verweerder]

1 Procesverloop

1.1

Bij brief van 20 april 2020, ter griffie van de Hoge Raad ontvangen op 21 april 2020, heeft verzoeker te kennen gegeven beroep in cassatie in te stellen tegen de uitspraak die de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam op 20 maart 2020 heeft gedaan op het door hem ingestelde verzet. Het verzet was gericht tegen de beslissing van 26 november 2019, waarin de voorzitter van die Kamer een op 22 maart 2019 door verzoeker bij die Kamer ingediende klacht tegen een gerechtsdeurwaarder had afgewezen als kennelijk ongegrond.

1.2

De griffier van de Hoge Raad heeft verzoeker bij brief van 24 april 2020 gewezen op het feit dat geen cassatieberoep openstaat tegen een dergelijke beslissing en dat het cassatieverzoekschrift ook niet voldoet aan het vereiste van ondertekening door een advocaat bij de Hoge Raad. Hierop heeft verzoeker bij brief van 5 mei 2020, ingekomen 7 mei 2020, laten weten dat hij zijn cassatieberoep handhaaft. De aan verzoeker toegezonden nota voor het griffierecht is niet voldaan.

2 De ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2.1

De tuchtrechtspraak voor deurwaarders wordt in eerste aanleg uitgeoefend door een kamer voor gerechtsdeurwaarders (art. 34 Gerechtsdeurwaarderswet). Art. 39 lid 1 van die wet bepaalt onder meer dat de voorzitter, zonder nader onderzoek door de kamer voor gerechtsdeurwaarders, kennelijk ongegronde klachten kan afwijzen bij met redenen omklede beslissing. Tegen die beslissing kan de klager verzet doen bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders. Ten gevolge van het verzet vervalt de beslissing, tenzij de kamer voor gerechtsdeurwaarders het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart. Dat geval doet zich hier voor. Tegen de beslissing op het verzet staat geen rechtsmiddel open, zo bepaalt art. 39 lid 4 Gerechtsdeurwaarderswet.

3 Conclusie

De conclusie strekt ertoe dat verzoeker in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

plv.