Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2020:598

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
21-04-2020
Datum publicatie
16-06-2020
Zaaknummer
19/03041
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:1022
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Economische zaak. Nu het cassatiemiddel is ingetrokken, kan verdachte in het beroep niet worden ontvangen (vgl. ECLI:NL:HR:2001:AD4299). Samenhang met 19/03042 en 19/03045.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/03041 E

Zitting 21 april 2020

CONCLUSIE

B.F. Keulen

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1939,

hierna: de verdachte.

1. De verdachte is bij arrest van 24 oktober 2018 door het Gerechtshof Amsterdam wegens 1. ‘overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 45 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd; en; overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 38 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’; 2. ‘overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’; 3. ‘overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 38 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’; 4. ‘overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’; 5. ‘overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 45 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd; en; overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 38 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’ alsmede 6. ‘overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’, veroordeeld tot (wegens het onder 2, 4 en 6 bewezenverklaarde) een geldboete van € 2.000,00 subsidiair 30 dagen hechtenis alsmede (wegens elk van de onder 1, 3 en 5 bewezenverklaarde feiten) de stillegging van de onderneming van de verdachte waarin het economisch delict is gepleegd telkens voor de duur van één maand.

2. Er bestaat samenhang met de zaken met de nummers 19/03042 en 19/03045. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

3. Het cassatieberoep is ingesteld door de verdachte. Mr. J.S. Nan, advocaat te 's-Gravenhage, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

4. Bij brief van 11 november 2019 heeft de raadsman van de verdachte het in de cassatieschriftuur voorgestelde middel ingetrokken. Gelet daarop resteren geen middelen van cassatie meer, waardoor de verdachte niet in het cassatieberoep kan worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat Uw Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG