Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2020:371

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
03-03-2020
Datum publicatie
14-04-2020
Zaaknummer
18/03070
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:649
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Medeplegen witwassen, art. 420bis Sr. Middelen over 1. verwerping alternatief scenario en 2.strafmotivering: verzuim op te geven welke straf was opgelegd als redelijke termijn niet was overschreden? HR: art. 80a RO. Samenhang met 18/02879, 18/02884, 18/02900, 18/04529 en 19/00309.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 18/03070

Zitting 3 maart 2020 (bij vervroeging)

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

hierna: de verdachte.

1 Inleiding

1.1.

De verdachte is bij arrest van 28 juni 2018 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “medeplegen van witwassen”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 136 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek als bedoeld in art. 27(a) Sr, en tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis.

1.2.

Er bestaat samenhang met de zaken 18/02879 ( [medeverdachte 6] ), 18/02884 ( [medeverdachte 1] ), 18/02900 ( [medeverdachte 2] ), 18/04529 ( [medeverdachte 4] ) en 19/00309 ( [medeverdachte 5] ). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

1.3.

Het gaat in deze en een aantal van de samenhangende zaken kort gezegd om het volgende feitencomplex. Op 12 november 2012 is er bij het logistiek-bedrijf [A] in Tiel een groot aantal laptops ontvreemd. De werkwijze hierbij was als volgt. Twee verschillende chauffeurs hebben zich in de ochtend met de benodigde referenties gemeld bij het bedrijf om twee vrachten laptops op te halen. Zij waren weliswaar eerder dan zij ingepland stonden aanwezig, maar omdat de chauffeurs de juiste referentienummers konden noemen, werden de vrachten aan hen meegegeven. Toen in de middag de daadwerkelijke chauffeurs van de ladingen zich meldden, bleek dat de chauffeurs die inmiddels vertrokken waren, onder valse voorwendselen en onrechtmatig de ladingen hadden meegenomen. Deze vrachtauto’s zijn vervolgens onderweg voorzien van andere kentekens en uiteindelijk naar loodsen in Loosdrecht, De Meern of Nieuwegein gebracht om daar te worden overgeladen op andere voertuigen dan wel te worden opgeslagen.

1.4.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. J.J. Bussink, advocaat te 's-Gravenhage, heeft drie middelen van cassatie voorgesteld. Het eerste middel komt op tegen de verwerping van een alternatief scenario. Het tweede middel richt zich tegen de strafmotivering van het hof met betrekking tot de redelijke termijn in hoger beroep. Het derde middel bevat een klacht over schending van de redelijke termijn in cassatiefase.

2 Het eerste middel

2.1.

Het middel bevat de klacht dat de verwerping van het hof van het alternatieve scenario dat de telecomgegevens waaruit volgt dat de verdachte op de plaats delict is geweest verklaarbaar zijn omdat de verdachte samen met zijn neef in die omgeving en rond dat tijdstip enige tijd heeft gezocht naar een ander busje, niet begrijpelijk is.

2.2.

Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat:

“hij op 12 november 2012 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen van een voorwerp, te weten één of meer laptopcomputers (Acer en Packard Bell), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en verhuld, terwijl hij wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit misdrijf.”

2.3.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende in aanvulling op het verkort arrest opgenomen bewijsmiddelen:

“1. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] , hoofagent van politie Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal van aangifte van 13 november 2012 (dossierpagina 35 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 3] , zakelijk weergegeven:

Afgelopen vrijdag 9 november 2012. om 12.45 uur hebben wij een opdrachtbevestiging verstuurd naar [C] B.V. te Uden. Hierin stond ook referentienummer 153904 en het VBS nummer 719. Afgelopen vrijdag 9 november 2012, om 12.39 uur hebben wij een opdrachtbevestiging verstuurd naar [B] in Echt. Hierin stond ook het referentienummer 153886 en het VBS nummer 701.

(...)

Gister maandag 12 november 2012 omstreeks 08.11 uur kwam er een vrachtauto bij ons het terrein opgereden. De chauffeur gaf aan dat hij een rit kwam doen met het ritnummer 153904, welke correspondeerde met een lading die klaar stond. (...)

Ondanks dat de auto ingepland stond voor laden tussen 10:00 en 12.00 uur zag de loodsmedewerker toch mogelijkheden om de rit eerder te laden dan gepland. (...)

Vervolgens heeft de chauffeur zijn vrachtwagen van de parkeerplaats gehaald en met een toegangskaart heeft hij de toegangspoort geopend en is hij naar het toegewezen dock 38 gereden. Daar is de lading vervolgens door de loodsmedewerkers [betrokkene 4] en [medeverdachte 1] . ingeladen. (...) De vrachtwagen werd tussen 09.3 5 en 09.05 geladen. Daarna is de vrachtwagen weggereden in de richting van de Prinsenhof.

Vervolgens kwam op dezelfde dag om 09.32 uur een andere vrachtauto het terrein op rijden, (...) Nadat hij zich had gemeld bij de chauffeursbalie meldde hij zich met het loading reference nummer: 153886. Ook deze chauffeur was te vroeg. Hij stond gemeld tussen 12.00 en 14.00 uur. Er is ook toen weer contact gezocht met het personeel in de loods. Ook toen is weer aangegeven dat de lading al geladen kon worden. Na de gevolgde procedure heeft de chauffeur een toegangspas gekregen waarmee hij vanaf de parkeerplaats naar het toegewezen dock 22 kon rijden. Daar is de lading vervolgens door de zojuist al genoemde loodsmedewerkers [betrokkene 4] en [medeverdachte 1] , ingeladen. (p. 38)

Diezelfde dag meldden zich aan het eind van de ochtend omstreeks 11.30 uur en 12.15 uur nog twee vrachtwagenchauffeurs, om de eerder bedoelde ladingen op te halen. Toen pas bleek dat de eerste twee chauffeurs, die inmiddels vertrokken waren, onder valse voorwendselen en onrechtmatig de lading hadden meegenomen. (...)

De lading waar het om gaat betreffen Acer laptops (...). De lading die is meegenomen had in zijn totaliteit een waarde van ongeveer 1.700.000 euro. De eigenaar van de gestolen goederen is officieel Acer Europe S.A. te Zwitserland.

2. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] , inspecteur van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 28 januari 2012 (dossierpagina 28 ev.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 12 november 2012 werd (...) een voor verzending gereedstaande partij van 84 pallets (4752 laptops van Acer en Packard Bell waarde ongeveer € 2.000.000) verkregen bij het warehouse [A] , Tiel (...) Deze voertuigen waren respectievelijk voorzien van de kentekens [kenteken 1] (...) Als chauffeur van deze combinatie trad op: [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] -1969, wonende te [plaats] , [a-straat 1] .

3. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 6] en [verbalisant 13] , respectievelijk inspecteur en hoofdagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal onderzoek Telecommunicatie van 18 april 2013 (dossierpagina 3377 e.v.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Uit het onderzoek is gebleken dat de gestolen/valse kentekenplaten tussen 10.30 uur en 11.00 uur werden omgewisseld bij de [H] in Geldermalsen. (...)

Tussen ongeveer 12.00 en 13.00 uur werd een van de opleggers met gestolen laptops omgekoppeld op een parkeerplaats op de A27 bij Maartensdijk.

4. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 9] en [verbalisant 10] , respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland. opgemaakte proces-verbaal van 5 februari 2013 (dossierpagina 3740 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1] , zakelijk weergegeven:

A: Ik moest na het laden naar Beesd rijden, naar de BP, langs de A2. Bij de BP stapte de handlanger in. (...) en zei me dat we naar Hollandse Rading moesten. (...) Die handlanger sprak niet zo goed Nederlands, waarop ik het nummer belde (...) Hij zei dat ik bij St Maartensdijk de A27 af moest (...) Op het pand zag ik [D] staan.

0: (...) Het adres betreffende bij [D] betreft [c-straat 1] , [postcode] Loosdrecht.

(...)

A: Dit kantoor was in Nieuwegein op de [b-straat] . Daar zijn ook nog op maandagavond pallets met laptops die ik geladen had bij [A] heengebracht. Dit begreep ik achteraf. (...)

V: Die man met de bus hebben we even gemist, vertel eens.

A: Vanaf Beesd bij de BP is hij met me meegereden. Die handlanger die bij mij instapte kwam uit zo’n huurbus. Hij is overgestapt vanuit de bus bij mij in vrachtwagen. De persoon in de bus was een broer of neefje van die handlanger. Wat het precies was weet ik niet, maar het was zeker familie van die handlanger. Dit zei die handlanger tegen mij. De man was ook een man van Marokkaanse afkomst. (...)

V: Oké, er werd gelost, vertel.

A: Het was denk ik toen zo rond 12.30 uur. [medeverdachte 6] heeft de heftruck bestuurd en heeft de pallets gelost in de loods. De hele vrachtwagen ging leeg. Twee Marokkaantjes zijn met de pompwagen in de vrachtwagen gaan staan, zetten de pallets achterop de trailer zodat [medeverdachte 6] ze kon pakken met de heftruck. (...)

A: Dinsdag werd ik gebeld door [betrokkene 5] . Hij zei mij dat er ingebroken was in de loods in Nieuwegein op de [b-straat] . (....) Ik zag dat het dezelfde pallets waren als de pallets die ik de dag daarvoor had gelost in Holland Rading. (...)

A: (...) [betrokkene 5] heeft mij zondagavond nog verteld dat ik na [A] in Tiel naar de wasstraat in Geldermalsen moest komen om daar kentekenplaten te wisselen. Met de wasstraat bedoel ik de wasstraat van [betrokkene 5] . Een wasstraat voor vrachtwagens. Volgens mij [H] . Ik ben de wasstraat ingereden met de vrachtwagen. Ik heb zelf geen platen verwisseld. Ik denk dat het toen zo rond 10.30 en 11.00 uur was.

5. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , beiden inspecteur van politie. Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland. opgemaakte proces-verbaal van 18 april 2013 (dossierpagina 3843 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1] , zakelijk weergegeven:

Bij de wasstraat in Geldermalsen is de handlanger van [verdachte] bij mij in de vrachtauto ingestapt. Wij zijn toen naar de BP in Beesd gereden. Voor Maartensdijk zijn wij nog een keer gestopt bij een BP tankstation richting Hilversum op de A27. Daar stond een neefje/broertje van hem te wachten met een geel busje. Samen zijn wij doorgereden naar een loods in Loosdrecht. Met de heftruck werd vervolgens de goederen uit de door mij gereden vrachtauto gehaald. Deze werden in de loods gereden. De pallets werden in de loods geplaatst. Het busje dat achter mij aan had gereden werd als eerste geladen met een aantal pallets. (...)

6. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , beiden hoofagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 18 maart 2013 (dossierpagina 3916 e.v.). voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 5] , zakelijk weergegeven:

V: Ja. Wat is er vervolgens met die ladingen gebeurd?

(...)

A: (...) Ik weet die lading die in dinges stond, in (...)

A: In Loosdrecht, die hebben die jongens opgeladen. (...)

A: Ja, het was net of er een hele blik was opengetrokken, er liepen er een stuk of tien, want de één die had nog meer honger dan de ander. (...) Iedereen moest laptops hebben. Ze hebben alles staan loshalen en alles moest bij iemand op zolder staan. Ik weet wel ze hebben daar een paar auto’s volgeladen. (...)

V: Welke auto‘s heb je daar gezien?

A: Ja, van die verhuur bakwagentjes hebben ze gehuurd. Ik weet niet wat ze allemaal gedaan hebben. Bij Adrem volgens mij, nog meer van die bedrijven, weet je wel.

7. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , beiden hoofagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 25 maart 2013 (dossierpagina 4106 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 5] , zakelijk weergegeven:

(...) [betrokkene 1] had de koeltrailer van [medeverdachte 5] voordat hij naar parkeerplaats Nijpoort te Maartensdijk was gekomen, al gelost in de loods van [D] te Loosdrecht. De Daf XF95 waar [betrokkene 1] op reed, heeft de RTR trailer aangekoppeld. Het omkoppelen van beide trailers op parkeerplaats Nijpoort te Maartensdijk heeft plaatsgevonden tussen circa 12.00 en 13.00 uur ‘s middags. Ik ben vervolgens vanaf parkeerplaats Nijpoort te Maartensdijk rechtstreeks met de volle RTR trailer met laptops, naar Loosdrecht gereden naar loods van [D] .

(...) Ik ben vanuit Loosdrecht vervolgens met de Daf XF95 met daarachter de RTR trailer vol met gestolen laptops naar een loods van [medeverdachte 5] in De Meern gereden. (p. 4114-4115)

8. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , beiden hoofagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 25 februari 2013 (dossierpagina 3969 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 5] , zakelijk weergegeven:

V: Wanneer ben jij samen met [betrokkene 1] bij de loods van [medeverdachte 6] geweest aan de [b-straat 1] te Nieuwegein?

A: We zijn maandagavond daar voor de eerste keer geweest met die laptops. (...)

A: De dag van de diefstal. (...)

A: [betrokkene 1] en ik en volgens mij ook die Marokkanen. (...)

0: Dus als wij het goed begrijpen hebben jij en [betrokkene 1] de bakwagen bij [medeverdachte 6] in de loods gezet aan de [b-straat 1] te Nieuwegein.

A: Ja. (...) (p. 3971)

A: (...) Ik heb toen naar de afrit De Meern gereden en [betrokkene 1] is met die blauwe bakwagen ook naar de afrit De Meern gereden. Daar heb ik die blauwe bakwagen, DAF, overgenomen van [betrokkene 1] en ben naar de [b-straat 1] te Nieuwegein gereden.

V: Toen je daar aankwam bij [D] in Loosdrecht wat heb jij toen gezien?

A: De situatie was daar een beetje gespannen (...)

A: Die Marokkanen. [medeverdachte 5] riep mij toen apart. Hij zei dat er teveel jongens liepen. [medeverdachte 5] gaf die order door aan [medeverdachte 6] dat die weg moesten. [verdachte] werd vervolgens door [medeverdachte 6] aangesproken en [verdachte] zei dat toen tegen die jongens. Die jongens vertrokken toen. Ze waren daar met huurbusjes. (p. 3976)

9. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank van 20 maart 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Het klopt dat [betrokkene 23] mijn neef is. Ik heb hem gevraagd om twee busjes te huren. Ik weet niet precies hoe het gegaan is. ik moest twee busjes regelen.

10. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 17] en [verbalisant 13] , beiden hoofagent van politie. Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 15 mei 2013 (dossierpagina 4290 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 23] , zakelijk weergegeven:

A: Ik werd op 12 november 2012 ‘s morgens gebeld of ik met spoed twee bakwagens kon halen. Met bakwagens bedoel ik busjes. Ik wist niet waarover het ging. ik hebt twee busjes gehuurd bij Adrem en heb deze op en neer ergens naar toegereden. Ik heb deze twee busjes persoonlijk gehaald achter elkaar naar mijn neef [verdachte] gebracht. (...)

Een vriend van [verdachte] die er later bij kwam vertelde wat er aan de hand was. Die vriend zei dat hij computers had.

(...) [verdachte] zei tegen mij: “misschien kunnen we deze partij kopen”.

(...) Onderweg heeft [verdachte] mij verteld dat die Marokkaanse jongen tegen hem had gezegd dat het om een partij van duizenden laptops ging. (p. 4291)

11. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 17] en [verbalisant 13] . beiden hoofagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 13 mei 2013 (dossierpagina 1985 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

V: Jij hebt een mobiele telefoon?

A: Ik heb een Nokia met verf erop.

V: Hoe lang heb je die telefoon al?

A: Zeker een jaar of zo. (...)

V: Wat is het telefoonnummer van die mobiele telefoon?

A: Dat begint met [telefoonnummer 12] en dan [telefoonnummer 12] .

12. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 9] , hoofdagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal onderzoek Telecommunicatie van 23 april 2013 (dossierpagina 1950 e.v.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

De historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 12] werden bevraagd over de periode 2 april 2012 tot en met 2 april 2013 (...)

Tussen het telefoon [telefoonnummer 12] vermoedelijk in gebruik bij [verdachte] en het telefoonnummer [telefoonnummer 9] vermoedelijk in gebruik bij [betrokkene 22] , was er op 13 en 14 november 2012 in totaal 16 maal telefonisch contact. Verder was er de gehele bevraagde periode geen telefonisch contact tussen deze 2 nummers.

Tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 12] vermoedelijk in gebruik bij [verdachte] en het telefoonnummer [telefoonnummer 13] vermoedelijk in gebruik bij [betrokkene 24] was er op 12 november 2012 9 maal contact en op 13 november 11 maal telefonisch contact.

(...) Op maandag 12 november 2012 tussen 09:58 en 10.02 uur straalde het telefoonnummer [telefoonnummer 12] aan op een zendmast gelegen aan de Meersteeg 17, 4191 NK te Geldermalsen.

Vervolgens omstreeks 11.08 uur op een zendmast gelegen aan de Rijnstraat 30, 4191 CL te Geldermalsen en omstreeks 11.11 uur op een mast gelegen aan de Laageinde 13, 4191 NR te Geldermalsen.

Hemelsbreed is de afstand tussen de [H] , gelegen aan de [f-straat 1] te Geldermalsen en de Meersteeg 17 te Geldermalsen ongeveer 500 meter.

(...)

Op maandag 12 november 2012 omstreeks 12.49 en 13.17 uur, straalde het telefoonnummer [telefoonnummer 12] aan op een zendmast gelegen aan de Industrieweg 10, 1231 KR te Loosdrecht.

Op maandag 12 november 2012, omstreeks 14.08 uur, straalde het telefoonnummer [telefoonnummer 12] aan op een zendmast gelegen aan de Groenekanseweg 5, 3737 AA te Maartensdijk.

Op maandag 12 november 2012, tussen 15.33 uur en 16.58 uur, straalde het telefoonnummer [telefoonnummer 12] aan op een zendmast gelegen aan de Industrieweg 10, 23 1 KH te Loosdrecht.

(...) Op maandag 12 november 2012, omstreeks 17.38 uur, straalde het telefoonnummer [telefoonnummer 12] aan op een zendmast gelegen aan de Meerndijk 59 te De Meern.

De Meerndijk 59 in De Meern, ligt hemelsbreed op ongeveer 2,4 kilometer afstand van de [l-straat 1] in De Meern. (De locatie waar de tweede oplegger met de weggenomen laptops werd gelost.)

Het telefoonnummer [telefoonnummer 12] straalde alleen op 12 november 2012 aan op deze zendmast gelegen aan de Meerndijk 59 in De Meern, verder komt dit telefoonnummer binnen de bevraagde periode niet op deze zendmast.

13. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 9] , hoofdagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid- Nederland, opgemaakte proces-verbaal onderzoek Telecommunicatie van 23 mei 2013 (dossierpagina 3103 e.v.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Het telefoonnummer [telefoonnummer 2] van [betrokkene 5] straalde op 12 november 2012, tussen 15.57 uur en te 18.14 de volgende zendmasten aan:

(...)

Datum Tijd Locatie zendmast Plaats

12-11-2012 15:57:04 Meerndijk 59 De Meern

12-11-2012 16:00:14 Meerndijk 59 De Meern

12-11-2012 16:08:01 Meerndijk 59 De Meern

12-11-2012 16:10:19 Rijnzathe 8 De Meern

12-11-2012 16:11:45 Rijnzathe 8 De Meern

12-11-2012 16:12:05 Rijnzathe 8 De Meern

(...)

12-11-2012 17:05:33 Rijnzathe 8 De Meern

12-11-2012 17:06:10 Reinesteinseweg-hoek

Galecopperwetering 1 Nieuwegein

14. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 9] en [verbalisant 10] . respectievelijk hoofagent en brigadier van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 6 februari 2013 (dossierpagina 3740 e.v.). voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1] , zakelijk weergegeven:

A: (…) Ik hoorde dit achteraf op de maandag nadat ik al geladen had en [verdachte] en zijn handlanger de spullen kwamen overnemen die ik in opdracht van hun had geladen. (...)

V: Die handlanger, wat kun je daarover vertellen?

A: Een mager klein jochie. Ik heb hem twee keer gezien. Op die bewuste maandag en een keer een paar weken daarna. Ik weet zijn naam niet. Het enige wat ik weet is dat hij uit Den Bosch komt. Dit heeft [verdachte] me verteld. Hij is denk ik ook zon beetje 1.70. Hij kwam bij mij tot ongeveer mijn schouders. Hij had krullend haar en was verzorgd. Hij was denk ik rond de 25-30. (...) (p. 3743)

15. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , beiden hoofagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 18 maart 2013 (dossierpagina 3916 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 5] , zakelijk weergegeven:

A: [verdachte] had ook nog een ander maatje, ik weet niet hoe die jongen heet, en die jongen kwam uit Den Bosch. (p. 3933)

16. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 4] en [verbalisant 3] , beiden hoofagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 15 februari 2013 (dossierpagina 3954 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 5] , zakelijk weergegeven:

A: (...) Toen alles gebeurd was die maandag heeft [medeverdachte 6] het merendeel contact gehad met [verdachte] en die andere jongen.

V: Wie was die andere jongen?

A: Ik weet niet hoe die heet, weet niet wie het is, Ik weet alleen dat die uit Den Bosch kwam, Dat had ik van die jongen zelf gehoord,

V: Omschrijf die jongen eens?

A: Kleine jongen, jongensachtig uiterlijk, soort babyface, zwart haar golvend, ongeveer 1,76 (verbalisant [verbalisant 4] gaat staan ter vergelijking) mager postuur. Leeftijd ongeveer 30 jaar, Marokkaan. (...)

V: Wie waren er allemaal betrokken geweest bij deze diefstal. (...)

A: [verdachte] : (...) hij zou samen met een klein jochie wat die bij zich had de goederen gaan verdelen.

17. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 13] , hoofagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid- Nederland, opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 15 april 2013 (dossierpagina 3403 e.v.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit het politie bedrijfsprocessensysteem HKS blijkt dat [betrokkene 22] op 26-07-2007 het volgende signalement had: 1,72m lang. Noord Afrikaans uiterlijk. Normaal postuur. zwart gegolfd/krullend haar.

18. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 4] en [verbalisant 5] . beiden hoofagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 15 maart 2013 (dossierpagina 4052 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 5] , zakelijk weergegeven:

A: Dan is het telefoonnummer [telefoonnummer 9] vrijwel zeker het telefoonnummer van die kleine Marokkaanse jongen uit Den Bosch. (p. 4056)

19. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 9] , hoofdagent van politie, Bovenregionale Recherche Zuid- Nederland, opgemaakte proces-verbaal onderzoek Telecommunicatie van 18 april 2013 (dossierpagina 3415 ev.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op maandag 12 november 2012, omstreeks 10.21 uur, straalt het nummer [telefoonnummer 9] aan op een zendmast gelegen aan de parkeerplaats Nijpoort, gelegen aan de A27 ter hoogte van Groenekan. Er wordt op dat moment uitgebeld naar het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 14] . Dit telefoonnummer staat op naam van de firma [D] , gelegen aan de [c-straat 1] b te Loosdrecht. (Locatie waar de eerste vrachtwagen met laptops werd gelost.)

Op maandag 12 november 2012, tussen 10.34 uur en 15.33 uur, straalt het nummer [telefoonnummer 9] aan op zendmasten gelegen aan de Kapittelweg 2 te Hilversum, de Dierenriem 5 te Maartensdijk en de parkeerplaats de Bosberg, gelegen aan de A27 in Hollandsche Rading. Deze locaties liggen respectievelijk op hemelsbreed ongeveer 2,2 kilometer afstand, 4,6 kilometer afstand en 3,1 kilometer afstand van de [c-straat] te Loosdrecht. (p. 3419)

(...) Op maandag 12 november 2012, tussen 15.59 uur en 18.28 uur, straalt het nummer [telefoonnummer 9] aan op een zendmast gelegen aan de Meerndijk 59 in De Meern. Deze locatie ligt hemelsbreed op een afstand van ongeveer 2,4 kilometer van de [l-straat 1] in De Meent (Locatie waar tweede oplegger met laptops werd gelost.)

Opvallend is dat het telefoonnummer [telefoonnummer 9] in gebruik bij [betrokkene 22] alleen maar op 12 november 2012 aanstraalt op de zendmasten van de locaties:

• Kapittelweg 2 te Hilversum;

• Dierenriem 5 te Maartensdijk;

• parkeerplaats de Bosberg, gelegen aan de A27;

verder binnen de bevraagde periode worden deze zendmasten in het geheel niet aangestraald. De volgende locatie:

• Meerndijk 59 in De Meern;

wordt binnen de bevraagde periode alleen maar op 12 en 13 november 2012 aangestraald door het telefoonnummer [telefoonnummer 9] in gebruik bij [betrokkene 22] .

20. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] , inspecteur van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 1 mei 2013 (dossierpagina 1393 e.v.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit onderzoek van de Gemeentelijke Bevolkings Administratie blijkt dat [betrokkene 24] en voornoemde [betrokkene 22] broers van elkaar zijn. (p. 1396)

21. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 18] en [verbalisant 5] , beiden hoofagent van politie. Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 14 mei 2013 (dossierpagina 4266 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 24] , zakelijk weergegeven:

V: Behoort liet telefoonnummer [telefoonnummer 13] dus aan jou toe, met andere woorden is het telefoonnummer [telefoonnummer 13] jouw telefoonnummer?

A: Ja. (p. 4268)

22. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 9] , hoofdagent van politie. Bovenregionale Recherche Zuid- Nederland, opgemaakte proces-verbaal onderzoek Telecommunicatie van 2 mei 2013 (dossierpagina 3473 e.v.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

De historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] werden bevraagd over de periode 16 april 2012 tot en met 16 april 2013.

(…)

Contacten

Op 24 oktober 2012 was er voor het eerst telefonisch contact tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 13] , in gebruik bij [betrokkene 24] en het telefoonnummer [telefoonnummer 9] , in gebruik bij [betrokkene 22] . Tot en met 11 november 2012, in ruim 2 weken, was er in totaal 24 maal telefonisch contact tussen deze 2 nummers.

Op 12 november 2012 werd het telefoonverkeer tussen deze twee nummers een stuk drukker, op deze ene dag was er in totaal 25 maal telefonisch contact tussen deze 2 nummers.

Met het telefoonnummer [telefoonnummer 12] , in gebruik bij [verdachte] . was telefonisch contact op 12 en 13 november 2012, verder kwam dit nummer in de bevraagde periode niet voor als telefonisch contact. (p. 3475)

Mastgegevens in combinatie met belcontacten

(...)

Op maandag 12 november 2012, omstreeks 09.22 uur straalt het telefoonnummer [telefoonnummer 13] aan op een zendmast gelegen aan de Dierenriem 5 te Maartensdijk.

Op maandag 12 november 2012, omstreeks 10.39 uur en omstreeks 12.14 uur straalt het telefoonnummer [telefoonnummer 13] aan op een zendmast gelegen aan de Industrieweg te Loosdrecht, waar ook de loods van [D] is gelegen en waar de weggenomen laptops werden omgeladen. (p. 3475)

De zendmast gelegen aan de Industrieweg te Loosdrecht werd verder binnen de bevraagde periode in het geheel niet aangestraald door het telefoonnummer [telefoonnummer 13] . (p. 3476)

23. Het als bijlage bij het aanvullend proces-verbaal op het einddossier gevoegde, in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] , inspecteur van politie, Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 14 oktober 2013 (dossierpagina 7805 e.v.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Binnen het ingestelde opsporingsonderzoek met betrekking tot de ontvreemde partij laptops ten nadele van [A] op 12-1 1-2012 werd tevens opsporing gedaan van deze ontvreemde laptops. Tot op de datum van sluiting van dit proces-verbaal konden 7 laptops achterhaald worden.”

2.4.

Het alternatieve scenario waarop in de schriftuur kennelijk wordt gedoeld, is weergegeven in de aan het proces-verbaal van de terechtzitting van 28 mei 2018 gehechte pleitnotities (p. 1-3):

“Inhoudelijke bezwaren vonnis

4. Kern in de bewijsvoering van de rechtbank zijn de historische gegevens van de telefoon die aan [verdachte] wordt toegeschreven. In de periode van het tenlastelegde straalt die telefoon masten aan in de omgeving van plaatsen die verband houden met het overladen van de ontvreemde laptops.

5. Ik snap goed dat als de door de telefoon aangestraalde mastlocaties naast de onderzoeksbevindingen worden gelegd dit vraagtekens oproept. Maar vraagtekens zijn geen wettig en overtuigend bewijs. Want wat zeggen die mastlocaties nu eigenlijk? Niet veel meer dan dat de telefoon van [verdachte] op dat moment mogelijk in de buurt van die mast is geweest. Mogelijk, want in werkelijkheid kan het 500 m, 1 km of 30 km verder zijn geweest. Het mag zo zijn dat uitgangspunt is dat de dichtstbijzijnde mast wordt aangestraald, maar op uitgangspunten zijn legio uitzonderingen. De mast kan ‘bezet’ zijn, er kan een storing zijn, en door de locatie of weersomstandigheden kan het bereik van een mast veranderen.

6. Het is niet voor niks dat in de rechtspraak - net als bij (verplaatsbaar) DNA - aanvullend bewijs wordt vereist om uit die histo’s een daadwerkelijke betrokkenheid van de verdachte bij het strafbare feit af te leiden. Dat aanvullende bewijs ontbreekt. Sterker nog, het dossier doet de histo’s verder aan bewijskracht inboeten.

7. [betrokkene 5] herkent [verdachte] vaag op een foto (p. 3975). Hij heeft [verdachte] een keer bij [betrokkene 25] gezien en een keer toen hij kwam koffiedrinken op de wasstraat (p. 4008). [betrokkene 5] kent [verdachte] dus. Een paar pagina’s verder verklaart [betrokkene 5] over de personen die aanwezig waren bij het overladen van de laptops. Hij noemt wat namen en ‘wat onbekende Marokkanen’ (p. 4012). Als [verdachte] nu aanwezig was geweest bij dat overladen, was het dan niet logisch geweest dat [betrokkene 5] had gezegd: ‘en die jongen waarvan jullie mij net een foto hebben laten zien was er ook bij.’ Dat doet hij niet en dat pleit er sterk voor dat [verdachte] dus nooit aanwezig is geweest bij het overladen van de laptops. Anders dan de mastlocaties doen vermoeden.

8. Overigens spreekt [betrokkene 5] regelmatig over [medeverdachte 2] . Uit het dossier blijkt echter dat wanneer hij over [medeverdachte 2] spreekt hij [medeverdachte 2] bedoelt (zie o.a. p. 4012). Laat u zich daardoor dus niet op het verkeerde been zetten.

9. Wat de bewijswaarde van de histo’s verder doet verminderen is de verklaring van [betrokkene 23] . Mijn collega is daar bij de rechtbank uitgebreid op ingegaan. Kort gezegd verklaart [betrokkene 23] dat hij door [verdachte] gevraagd werd busjes te regelen. [verdachte] verklaart daarover dat het een vriendendienst was en het hem ook niet duidelijk was waarvoor. Toen dat op enig moment wel duidelijk werd heeft [betrokkene 23] ingegrepen en [verdachte] meegenomen in een van de busjes. Met het overladen van de laptops hebben zijn verder niets meer van doen gehad, daarvan hebben zij zich gedistantieerd. [betrokkene 23] is overigens ook vrijgesproken door de rechtbank, dus blijkbaar hechtte de rechtbank geloof aan die verklaring. Een verklaring waarin hij tot tweemaal toe verklaart dat “ [verdachte] van niets wist” (p. 4291 e.v.).

10. En die telefooncontacten tussen [verdachte] en telefoonnummers die worden toegeschreven aan medeverdachten dan? Ook die zijn verklaarbaar uit het dossier. Ik wijs daarbij ook naar wat mijn collega hier bij de rechtbank over heeft gezegd. [betrokkene 23] verklaart namelijk dat zij nog enige tijd gezocht hebben naar het andere busje en dat [verdachte] daarom wat mensen heeft gebeld (p. 4291 e.v.). Anders dan de rechtbank stelt is dat dus niet een alternatieve lezing die mijn collega op zitting uit zijn mouw schudde, maar vindt dit wel degelijk steun in het dossier zelf. Op eenzelfde manier is verklaarbaar dat nog enige tijd in de buurt mastlocaties worden aangestraald. De onderzoeksbevindingen passen dus niet exclusief in het schuldscenario van het OM.

11. Samenvattend. Aan de ene kant ligt het zwakke bewijs van de historische gegevens dat niets zegt over de werkelijke locatie van [verdachte] , maar enkel een vermoeden oplevert. Aan de andere kant hebben we de (geloofwaardige) verklaringen van [betrokkene 5] en [betrokkene 23] waaruit volgt dat [verdachte] nooit bij het overladen van de laptops is geweest en waarmee dus het vermoeden van de histo’s wordt weerlegd.”

2.5.

Het hof heeft de volgende bewijsoverwegingen opgenomen in het arrest, waarin ook het alternatieve scenario als volgt is verworpen:

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Standpunt openbaar-ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde medeplegen van witwassen.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van het primair en het subsidiair tenlastegelegde bepleit. Hij heeft daartoe, kort samengevat, aangevoerd dat de historische verkeersgegevens wellicht een aanwijzing vormen dat de telefoon van de verdachte op plaatsen is geweest die zijn te linken aan het tenlastegelegde, maar er is daarnaast onvoldoende ander bewijsmateriaal om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. De verdachte heeft zijn neef, [betrokkene 23] , gevraagd om twee busjes te huren, maar dat was een vriendendienst voor iemand anders en de verdachte wist niet waarvoor die busjes zouden worden gebruikt. Met het overladen van de laptops hebben de verdachte en zijn neef, die door de rechtbank is vrijgesproken, niets te maken. Voor zover de verdachte op 12 november 2012 telefonisch contact heeft gehad met een of meer medeverdachten laat zich dat verklaren doordat de verdachte, nadat hij en [betrokkene 23] doorkregen waarvoor de busjes gebruikt zouden worden, met wat mensen heeft gebeld op zoek naar één van de twee busjes. De verdachte is niet betrokken geweest bij het overladen van de laptops.

Oordeel hof

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof heeft in het bijzonder het volgende overwogen.

Als vaststaand kan worden aangenomen, wat door de verdediging ook niet ter discussie is gesteld, dat er op 12 november 2012 vanaf 08.11 uur onderscheidenlijk 09.32 uur bij [A] in Tiel in totaal 84 pallets met in totaal 4752 laptops van Acer Europe SA zijn meegenomen als lading van twee trekkers met oplegger, waarvan de betreffende chauffeur - [betrokkene 1] onderscheidenlijk [betrokkene 2] - zich in strijd met de waarheid presenteerde als chauffeur van één van de vervoerders aan wie het vervoer van die ladingen was gegund. Beide chauffeurs hadden de beschikking over een uniek door [A] voor dat transport uitgegeven referentienummer. De vrachten waren door [A] aangeboden aan [B] BV en [C] BV in Uden. De vrachten zouden op 12 november 2012 tussen 10.00 en 14.00 uur worden afgehaald.

Nu beide chauffeurs gebruikmaakten van een valse hoedanigheid en er sprake was van een samenweefsel van verdichtsels, waardoor er bij [A] een onjuiste voorstelling van zaken is ontstaan, op basis waarvan zij ertoe is overgegaan aan beide chauffeurs een lading laptops mee te geven , is er naar het oordeel van het hof bij de afgifte en het meenemen van de laptops sprake van (het medeplegen van) oplichting.

Het primair tenlastegelegde is toegesneden op de strafbepaling van artikel 420bis, eerste lid, aanhef en onder a, en - impliciet subsidiair - op de strafbepaling van artikel 420quater, eerste lid, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafrecht. Hierbij gaat het telkens om het verhullen en verbergen van de werkelijke aard, herkomst, vindplaats, enzovoort, van een voorwerp. In HR 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:236 (NJ 2017/377) is, onder aanhaling van de wetsgeschiedenis van de strafbaarstelling van witwassen, overwogen dat ‘verbergen’ en ‘verhullen’ als bedoeld in artikel 420bis, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht betrekking hebben op gedragingen die erop zijn gericht het zicht op de herkomst van voorwerpen te bemoeilijken. Die gedragingen moeten tevens geschikt zijn om dat doel te bereiken (rov. 2.8).

Uit de wetsgeschiedenis van witwassen - Kamerstukken II, 1999-2000, 27 159, nr. 3, p. 14-15 - komt ook naar voren dat veelal bij een enkele handeling ten aanzien van een voorwerp nog niet van een dergelijke doelgerichtheid zal kunnen worden gesproken. Vaak zal het gaan om een reeks van handelingen, die tezamen een geval van witwassen opleveren. Dit betekent dat voor het bewijs van het verbergen of verhullen vaak naar meer handelingen of transacties in het witwastraject gekeken zal moeten worden. Uit alle stappen tezamen zal duidelijk moeten worden dat er zonder redelijke economische grond met goederen is geschoven op een manier die geschikt is het spoor aan de waarneming te onttrekken. Juist herkomst, vindplaats, enzovoort, buiten beeld blijven.

Uit de voorhanden bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de door de oplichting meegenomen laptops, via Geldermalsen, waar de kentekens van de vrachtwagens zijn verwisseld, zijn vervoerd naar loodsen in Loosdrecht, De Meern en Nieuwegein om daar overgeladen te worden of in afwachting van verder transport daar tijdelijk opgeslagen te worden. Naar het oordeel van het hof leveren deze handelingen, mede gelet op de wetgeschiedenis van de strafbaarstelling van en de rechtspraak over witwassen, het verbergen en verhullen op van de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing van de uit de oplichting afkomstige laptops.

De vraag die het hof vervolgens te beantwoorden heeft is welke rol verdachte had bij deze handelingen en of hij wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de laptops uit misdrijf afkomstig waren.

[betrokkene 5] en [betrokkene 1] hebben verklaard dat er in Loosdrecht veel Marokkaanse mannen aanwezig waren bij het overladen van de laptops in bakwagentjes van onder andere Adrem. De verdachte heeft verklaard dat hij twee busjes moest regelen. De neef van de verdachte, [betrokkene 23] , heeft verklaard dat hij op verzoek van de verdachte op 12 november 2012 ’s ochtends twee bestelbusjes heeft gehuurd bij Adrem en dat hij die busjes één voor één naar de verdachte heeft gebracht. Een vriend van de verdachte die er later bij kwam, vertelde wat er aan de hand was. Die vriend zei dat hij computers had. De verdachte zei tegen [betrokkene 23] : “Misschien kunnen we deze partij kopen”. Onderweg heeft de verdachte verder tegen hem gezegd dat het om een partij van duizenden laptops ging.

De verdachte heeft erkend dat het telefoonnummer [telefoonnummer 12] van hem was. Dat zijn nummer op 12 november 2012 door iemand anders is gebruikt, is gesteld noch gebleken. Uit de historische verkeersgegevens waaronder de mastlocatiegegevens valt op te maken dat het nummer van de verdachte, en naar het hof aanneemt dus ook de verdachte zelf, dezelfde bewegingen heeft gemaakt als de van [A] afkomstige laptops: van Tiel naar een loods aan de [c-straat 1] in Loosdrecht, en naar De Meern en vanaf Loosdrecht naar Nieuwegein.

Het nummer van de verdachte heeft een mast in Loosdrecht aan de [c-straat] 10 aangestraald, om 12.49 uur, 13.17 uur, 15.33 uur en om 16.58 uur, en daarna, om 17.38 uur, een mast in De Meern. Medeverdachten, waaronder [betrokkene 5] en [betrokkene 22] , hebben die bewegingen ook gemaakt. Ook is uit de telecomgegevens gebleken dat er op en omstreeks 12 november 2012 contact is geweest tussen het telefoonnummer van de verdachte en de nummers van de medeverdachten [betrokkene 22] en [betrokkene 24] .

Naar het oordeel volgt uit deze feiten en omstandigheden dat de verdachte samen met zijn neef twee huurbusjes van Adrem heeft geregeld, dat die busjes zijn gebruikt voor het overladen van de laptops, dat de verdachte bij het overladen aanwezig was en dat hij wist dat de laptops uit misdrijf afkomstig waren.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de aanwezigheid van de verdachte in Loosdrecht en De Meern zich redelijkerwijs alleen laat verklaren doordat hij heeft meegeholpen met het overladen van de laptops. Dat de verdachte, die niet heeft willen zeggen voor wie hij de busjes moest regelen, op zoek is geweest naar één van de busjes toen hij door zou hebben gekregen wat de bedoeling met de busjes was en dat dat de telecomgegevens verklaart, is verder niet of nauwelijks onderbouwd en mede daarom niet aannemelijk geworden.

Gelet op de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten. De bewezen - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het witwassen van de verdachte, die busjes/bakwagentjes heeft geregeld voor het verdere vervoer van de laptops en die heeft geholpen bij het overladen van de laptops en op die manier een groot deel van de dag bij het witwassen betrokken is geweest, is van voldoende gewicht om van medeplegen te kunnen spreken.”

2.6.

De klacht, inhoudende dat de verwerping van het hof in het licht van het verweer van de verdediging tekort schiet, stuit af op de vrijheid van selectie en waardering van het voorhanden materiaal die de feitenrechter toekomt.

2.7.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt onder meer dat de zendmastgegevens van de telefoon van de verdachte overeen komen met de route die de gestolen laptops hebben afgelegd, dat de verdachte op die dag meermalen telefonisch contact heeft gehad met enkele medeverdachten en dat hij tegen zijn neef heeft gezegd dat zij misschien deze partij wel konden kopen en dat het om een partij van duizenden laptops ging. Het oordeel van het hof dat het alternatieve scenario, dat de telecomgegevens verklaarbaar zijn omdat de verdachte voor iemand anders wiens naam hij niet wilde noemen busjes moest regelen en toen hij door zou hebben gekregen wat de bedoeling met de busjes was, op zoek is geweest naar één van de busjes maar verder niets met de zaak te maken zou hebben, niet aannemelijk is geworden, is een feitelijk oordeel en – gelet op de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen – niet onbegrijpelijk.

2.8.

Het middel faalt.

3 Het tweede middel

3.1.

Het middel bevat de klacht dat het hof heeft verzuimd in zijn uitspraak tot uitdrukking te brengen welke straf zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, zodat de strafoplegging om die reden onvoldoende is gemotiveerd.

3.2.

Het hof heeft de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 136 dagen voorwaardelijk, en taakstraf van 100 uren als volgt gemotiveerd:

Oplegging van straf en/of maatregel

De advocaat-generaal heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 136 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en tot een taakstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis.

De raadsman heeft betoogd dat het om oude feiten gaat en dat de redelijke termijn in hoger beroep ruimschoots is overschreden. De verdachte is zelfstandig slager en onderhoudt zijn vrouw en kind. Hij is de afgelopen jaren niet meer met justitie in aanraking gekomen. Een voorwaardelijk strafdeel is daarom niet op zijn plaats. De raadsman heeft verzocht de strafoplegging te beperken tot een straf die gelijk is aan de tijd die in preventieve hechtenis is doorgebracht.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze leiden van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur in combinatie met een werkstraf van het hierna te melden aantal uur - dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij het witwassen van ruim 4700 laptops met een groothandelswaarde van meer dan € 2 miljoen. De verdachte heeft een rol gespeeld bij het lossen en overladen van de laptops door twee auto’s te regelen voor het overladen en hij heeft geholpen met het overladen. Witwassen leidt tot ontwrichting van het economische en financiële verkeer, omdat daarbij de criminele herkomst van goederen wordt verhuld.

Het hof zal rekening houden met de omstandigheid dat de redelijke termijn waarbinnen in hoger beroep het geding met een einduitspraak behoort te zijn afgerond - twee jaar nadat het rechtsmiddel is ingesteld - met ruim twee jaar is overschreden. Het hof zal verder rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Het hof acht al met al de door de advocaat-generaal gevorderde deels voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een werkstraf, passend en geboden.

3.3.

Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat de feitenrechter bij de oplegging van de straf dient aan te geven in welke vorm of mate de straf ten gevolge van de overschrijding van de redelijke termijn is verlaagd, in die zin dat moet blijken welke straf zou zijn opgelegd als geen sprake was geweest van die overschrijding.1 In geval het hof verzuimt aan te geven in welke vorm of mate de straf is verlaagd wegens overschrijding van de redelijke termijn, leidt dat echter niet altijd tot cassatie. Uit rechtspraak van de Hoge Raad kan namelijk ook worden afgeleid dat bij verzuim van deze motiveringsplicht van de feitenrechter ook moet worden bezien of de verdachte een rechtens te respecteren belang heeft bij een op zich terechte klacht hierover in cassatie.2 Als niet evident duidelijk is waarin het belang van de verdachte bij de klacht is gelegen, doet de steller van het middel er goed aan een toelichting te verschaffen ten aanzien van het belang bij het ingestelde cassatieberoep en het - rechtens te respecteren - belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak en een nieuwe feitelijke behandeling van de zaak. Anders komt afdoening met toepassing van art. 80a RO in beeld.3

3.4.

Zo kan in het bijzonder worden gewezen op HR 4 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3092, waarin de Hoge Raad art. 80a RO toepaste. In die zaak had de rechtbank 28 maanden gevangenisstraf opgelegd en daarbij overwogen dat het zonder overschrijding van de redelijke termijn een gevangenisstraf van 30 maanden zou hebben opgelegd. Het hof had bij de strafoplegging wel betrokken dat de redelijke termijn in eerste aanleg was overschreden, maar had niet aangegeven in welke mate er rekening mee werd gehouden, en had een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk opgelegd. De Hoge Raad oordeelde dat gelet op deze omstandigheden het er voor moest worden gehouden dat het hof de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf substantieel had verminderd in verband met de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn. Bij die stand van zaken was volgens de Hoge Raad, mede gelet op de strekking van het geschonden voorschrift - te weten: het mogelijk maken van een door de Hoge Raad uit te oefenen controle in geval van vermindering van de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn - het belang van de verdachte bij zijn cassatieberoep niet evident. Omdat de schriftuur geen toelichting met betrekking tot het belang bij het ingestelde cassatieberoep en het - rechtens te respecteren - belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak en een nieuwe feitelijke behandeling van de zaak bevatte, verklaarde de Hoge Raad het beroep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk.

3.5.

Terug naar de onderhavige zaak. Uit de strafmotivering van het hof volgt wel dat het hof rekening heeft gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn, maar blijkt inderdaad niet welke straf het zou hebben opgelegd als geen sprake was geweest van de door het hof geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn. De klacht is in zoverre dus terecht. Tot cassatie hoeft dat naar mijn oordeel om de volgende redenen niet te leiden.

3.6.

Kennisneming van het vonnis van de rechtbank en de eis van de advocaat-generaal bij het hof biedt context aan de strafmotivering van het hof. De rechtbank heeft een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 136 voorwaardelijk opgelegd en daarbij overwogen dat voor wat betreft het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf wordt volstaan met een straf die gelijk is aan de voorlopige hechtenis. Ook heeft de rechtbank een werkstraf opgelegd van 120 uren, hoger dan de 80 uren die waren geëist. Ter terechtzitting in hoger beroep van 28 mei 2018 deelde de advocaat-generaal mee dat bij de geëiste straf van 180 dagen gevangenisstraf, waarvan 136 dagen voorwaardelijk en 100 uren werkstraf rekening was gehouden met het tijdverloop. Het hof heeft overwogen dat de door de advocaat-generaal gevorderde straf al met al passend en geboden is en heeft dezelfde gevangenisstraf als de rechtbank opgelegd, maar in vergelijking met de rechtbank 20 uren minder werkstraf opgelegd.

3.7.

Daaruit kan naar mijn oordeel worden afgeleid dat het hof een lagere straf heeft opgelegd dan het zou hebben gedaan zonder overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Het komt mij bovendien niet wenselijk voor als in een geval als het onderhavige, waarin het hof het tijdsverloop wel in voor de verdachte gunstige zin in de straftoemeting heeft verdisconteerd, de zaak naar het hof zou moeten worden teruggewezen, met extra tijdsverloop tot gevolg. Daarbij neem ik in aanmerking dat, evenals in het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad, mede gelet op de strekking van het voorschrift dat het hof aangeeft in welke mate de straf in het licht van de termijnoverschrijding is verminderd het belang van de verdachte bij de klacht niet evident is. Aan de verdachte is immers een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd ter hoogte van de voorlopige hechtenis en is een lagere werkstraf opgelegd dan in eerste aanleg door de rechtbank. Gelet op het vonnis van de rechtbank, het requisitoir van de advocaat-generaal en de strafoplegging van het hof, heeft het hof naar mijn oordeel daadwerkelijk een lagere straf opgelegd dan zou zijn gevolgd in het geval van een voldoende voortvarende berechting.

3.8.

Het middel is tevergeefs voorgesteld.

4 Conclusie

4.1.

Het eerste en tweede middel rechtvaardigen op de keper beschouwd geen behandeling in cassatie omdat de klachten duidelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Het derde middel, dat de klacht bevat dat de inzendtermijn in de cassatiefase is overschreden, behoeft gelet op het voorgaande geen bespreking.

4.2.

Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven .

4.3.

Deze conclusie strekt ertoe dat met toepassing van art. 80a RO het cassatieberoep niet-ontvankelijk wordt verklaard.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358, m. nt. Mevis, rov. 3.24.

2 Vgl. o.m. HR 4 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3092, NJ 2015/136, HR 28 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:1767 (niet gepubliceerd) en in het bijzonder onderdeel 5.7 van de conclusie van mijn ambtgenoot Knigge voor dit arrest, HR 7 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2817 en HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:983.

3 Vgl. HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0146, NJ 2013/241, rov. 2.6.2 en HR 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005, NJ 2016/430, rov. 2.4.3.