Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2020:3

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
14-01-2020
Datum publicatie
16-01-2020
Zaaknummer
19/02301
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:369
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

CAG over de vraag in hoeverre art. 552a Sv ook ziet op de eventueel door de politie gemaakte kopieën van de inbeslaggenomen, maar inmiddels teruggegeven telefoons.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/02301 B

Zitting 14 januari 2020

CONCLUSIE

A.E. Harteveld

In de zaak

[klager] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

hierna: de klager

  1. De klager is bij beschikking van 9 april 2019 door de Rechtbank Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag strekkende tot teruggave aan de klager van twee mobiele telefoons inclusief de zich daarop bevindende data en de eventuele data uit genoemde telefoons die zich na uitlezing van de telefoons nog bij de politie bevindt.

  2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en mr. J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

  3. Het middel

3.1.

Het middel klaagt over de niet-ontvankelijkverklaring door de Rechtbank van het beklag voor zover dat is gericht tegen de teruggave van de eventuele data uit de inbeslaggenomen telefoons die zich na uitlezing van de telefoons nog bij de politie bevindt.

3.2.

De bestreden beschikking houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

“Beoordeling van het beklag.

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het beklag. Het klaagschrift is tijdig ingediend.

Vast staat dat bedoelde telefoons op 30 december 2018 onder klager in beslag zijn genomen en dat deze aan klager in eigendom toebehoren.

Gebleken is dat de inbeslaggenomen telefoons, inclusief de daarop bevindende data, inmiddels aan klager zijn geretourneerd. Derhalve rust er geen beslag in de zin van artikel 552a Sv meer op en zal de rechtbank klager wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag.

Door klager is ter terechtzitting ook de teruggave van de data uit die telefoons, die is gekopieerd bij de politie en daar mogelijk nog ligt, verzocht. Klager verzoekt hierom omdat dit privé gegevens betreffen die hij niet wenst prijs te geven. De rechtbank overweegt dat zij op grond van artikel 552a Sv enkel bevoegd is om te beslissen over voorwerpen die (onder klager) in beslag zijn genomen. De voorwerpen die onder klager in beslag zijn genomen zijn aan hem geretourneerd. Verweren met betrekking tot de mogelijke onrechtmatigheid van het maken en achterhouden van kopieën van de data door de politie liggen, kunnen bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen klager worden gevoerd.

Beslissing.

De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag.”

3.3.

In de toelichting op het middel wordt betoogd dat, anders dan de Rechtbank overweegt, het in art. 552a Sv wel degelijk ook over gegevens en bestanden in een (inbeslaggenomen) geautomatiseerd werk gaat. Door te oordelen dat de Rechtbank op grond van art. 552a Sv enkel bevoegd is om te beslissen over voorwerpen die (onder klager) in beslag zijn genomen, wordt een onjuiste of te beperkte uitleg aan genoemde bepaling gegeven. Bovendien zou het niet juist zijn dat over de rechtmatigheid van het beslag eerst in de strafzaak zelf kan worden geklaagd. Uit het smartphone-arrest1 vloeit voort dat dit klaagschrift naar zijn aard en inhoud een meer grondige rechterlijke behandeling verdient.

3.4.

Blijkens de bestreden beschikking heeft de rechtbank het klaagschrift van de klager aldus opgevat dat het niet alleen strekt tot teruggave van twee mobiele telefoons inclusief de zich daarop bevindende data, maar tevens tot teruggave van de eventuele data uit genoemde telefoons die zich na uitlezing van de telefoons nog bij de politie bevindt.2 De Rechtbank stelt vervolgens vast dat de inbeslaggenomen telefoons, inclusief de zich daarop bevindende data, inmiddels aan de klager zijn geretourneerd. Dat brengt naar het oordeel van de Rechtbank mee dat er geen beslag in de zin van art. 552a Sv meer op de telefoons rust en de klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn beklag wegens gebrek aan belang. Aan de beoordeling van de klacht strekkende tot teruggave van de eventuele data uit genoemde telefoons die zich na uitlezing van de telefoons nog bij de politie bevindt komt de Rechtbank niet toe, omdat zij op grond van art. 552a Sv enkel bevoegd zou zijn te beslissen over voorwerpen die (onder klager) in beslag zijn genomen. Deze redenering schiet op grond van het navolgende tekort.

3.5.

In HR 24 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:71 ging het om een beklag dat mede was gericht tegen de kennisneming of het gebruik van de “(waarschijnlijk) uitgelezen” gegevens die in de onder de klager inbeslaggenomen telefoons waren opgeslagen. Net als in de onderhavige zaak waren de telefoons ten tijde van de behandeling van het klaagschrift in Raadkamer reeds aan de klager geretourneerd. De Rechtbank verklaarde de klager op die grond niet-ontvankelijk in zijn klacht over de inbeslagname en het gebruik van de telefoons. Onder verwijzing naar HR 3 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF65943 oordeelde de Rechtbank dat de beklagprocedure van art. 552a Sv slechts kan worden aangewend om te klagen over beslag dat nog voortduurt en niet om een oordeel te verkrijgen over de rechtmatigheid van in het verleden gelegd, maar reeds beëindigd beslag of het gebruik daarvan en uit HR 9 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5510, NJ 2012/598 kon naar het oordeel van de Rechtbank worden afgeleid dat de procedure van art. 552a Sv evenmin voorziet in het doen van beklag tegen kennisneming en gebruik van gegevens die zijn ontleend aan inbeslaggenomen voorwerpen, terwijl de (waarschijnlijk) van de drie telefoons uitgelezen gegevens ook geen gegevens “vastgelegd tijdens een doorzoeking of op vordering verstrekt” dan wel “opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd bij een onderzoek in zodanig werk” als bedoeld in art. 552a Sv zijn.

3.6.

Naar aanleiding van het cassatieberoep tegen deze beschikking stelde de Hoge Raad voorop dat art. 552a, eerste lid, Sv ook voorziet in het doen van beklag over de kennisneming of het gebruik van gegevens, opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd bij een onderzoek in zodanig werk, terwijl HR 9 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5510, NJ 2012/598 dat niet anders maakt omdat in die zaak, waar het ging om de inbeslagneming van externe harde schijven en het klaagschrift strekte tot vernietiging van de gegevens die op die harde schijven waren opgeslagen, geen sprake was van gegevens die waren vastgelegd “bij een onderzoek in zodanig werk”. Het oordeel van de Rechtbank was zo bezien niet zonder meer begrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat de Rechtbank zich niet had uitgelaten over de (technische) aard van de telefoons en evenmin over de vraag of daadwerkelijk is kennisgenomen of gebruik gemaakt van uitgelezen gegevens die in de telefoons waren opgeslagen en die zijn vastgelegd bij een onderzoek daarin.

3.7.

De onderhavige zaak vertoont dus een duidelijke parallel met de zojuist genoemde zaak (HR 24 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:71). Hoewel het beklag in de onderhavige zaak niet is gegoten in de bewoordingen “kennisneming of gebruik” (er wordt om teruggave verzocht) kan daaruit – zoals de rechtbank kennelijk ook deed - mijns inziens wel worden afgeleid dat daarmee tevens beoogd is kennisneming of gebruik van de eventuele gegevens op genoemde (al dan niet uitgelezen) telefoons door de politie tegen te gaan. Het ging immers om privé gegevens die de klager niet wenste prijs te geven. Op een dergelijk geval is art. 552a Sv (mede) van toepassing. Zo bezien had de Rechtbank ook de klacht gericht tegen de kennisneming of het gebruik van de eventuele data uit de telefoons die zich na uitlezing van de telefoons nog bij de politie bevindt moeten bespreken en zich bij die beoordeling ook moeten uitlaten over de (technische) aard van de telefoons en de vraag of daadwerkelijk is kennisgenomen of gebruik is gemaakt van uitgelezen gegevens die in de telefoons waren opgeslagen en die zijn vastgelegd bij een onderzoek daarin. Het oordeel van de Rechtbank is, als het al niet is gebaseerd op een onjuiste rechtsopvatting, in ieder geval niet zonder meer begrijpelijk.

3.8.

Het middel slaagt.

4. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank Den Haag, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:584, NJ 2017/229.

2 In het voetspoor van de rechtbank en de schriftuur houd ik – hoewel dat taalkundig omstreden is – het enkelvoud aan bij de term data.

3 In HR 21 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:781 oordeelt de Hoge Raad onder verwijzing naar HR 3 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6594 dat art. 552a Sv niet voorziet in de mogelijkheid om beklag te doen over verzoeken om (i) te gelasten dat kopieën van (delen van) de administratie worden teruggegeven of vernietigd, (ii) in rechte vast te stellen dat de gestelde kennisneming door de Belastingdienst van door middel van deze administratie verkregen gegevens onrechtmatig was en (iii) te gelasten dat die gegevens niet door de Belastingdienst worden gebruikt.