Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2020:288

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
31-03-2020
Datum publicatie
01-04-2020
Zaaknummer
19/01512
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:916
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Conclusie AG. art. 339.2 Sv. Gebruik van informatie ontleend aan YouTube als feit van algemene bekendheid. Onvoldoende grond voor cassatie omdat ook met weglating van de bestreden overweging van het hof de bewezenverklaring toereikend is gemotiveerd. Strekt tot verwerping.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/01512

Zitting 31 maart 2020 (bij vervroeging)

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

  1. De verdachte is bij arrest van 22 maart 2019 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens “opzetheling” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf weken, met aftrek als bedoeld in art. 27(a) Sr. Daarnaast heeft het hof de teruggave aan de verdachte gelast van in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. Voorts heeft het hof de tenuitvoerlegging gelast van de eerder door dit hof voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van zes weken en naar aanleiding van de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder door de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant voorwaardelijk opgelegde straf, de proeftijd met één jaar verlengd. Tot slot heeft het hof de aan de veroordeelde opgelegde straf voor het niet aan zijn oordeel onderwerpen bewezen verklaarde en gekwalificeerde feit vastgesteld op een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, met aftrek als bedoeld in art. 27(a) Sr.

  2. Namens de verdachte heeft mr. H. Külcü, advocaat te Sittard, één middel van cassatie voorgesteld.

  3. Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring, nu het hof in zijn bewijsmotivering redengevende feiten of omstandigheden – te weten een filmpje van de internetpagina YouTube – heeft opgenomen die niet zijn ontleend aan enig bewijsmiddel en niet ter terechtzitting zijn besproken, terwijl die feiten en omstandigheden niet, althans niet zonder meer, kunnen worden geacht van algemene bekendheid te zijn.

  4. Ten laste van de verdachte heeft het hof bewezenverklaard dat:

“hij op 10 augustus 2018 te 's-Hertogenbosch een scooter voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.”

5. Deze bewezenverklaring steunt onder meer op de volgende in het bestreden arrest weergegeven bewijsoverwegingen:

“De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Zijdens verdachte is vrijspraak bepleit. Daartoe is het navolgende aangevoerd.

De politierechter heeft overwogen dat de verdachte op de bromfiets heeft gereden terwijl het contactslot daarin ontbrak. Echter, de verdachte stelt dat in de scooter wel degelijk een contactslot zat toen hij deze meenam voor een proefrit. Hij heeft toen ook een sleutel meegekregen voor het contactslot zodat de scooter kon worden gestart. Zowel [betrokkene 1] als de verdachte (op een later moment) hebben de scooter gestart met deze sleutel. De verdachte is uiteindelijk met de scooter ten val gekomen en heeft daarbij een harde smak gemaakt. Mogelijk dat het contactslot toen uit de scooter is gekomen. De politie heeft daar echter, ondanks het uitdrukkelijke verzoek van de verdachte om ter plaatse te gaan kijken, geen onderzoek naar gedaan.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij de scooter, bouwjaar 2011, voor een bedrag van 250,00 zou kopen van [betrokkene 2] . Bij de koop was volgens verdachte een helm inbegrepen. Deze prijs is naar het oordeel van het hof, na het raadplegen van openbare bronnen op internet, niet marktconform te noemen. Ook niet als wordt uitgegaan van het door de raadsman in hoger beroep genoemde bedrag van € 350,00.

De verdachte is vervolgens midden in de nacht een proefrit gaan maken met de scooter.

Toen de verdachte de politie zag heeft hij de snelheid opgevoerd en is hij hard weggereden, een stopteken negerend. Zelfs nadat hij ten val was gekomen wilde hij te voet wegvluchten door een snelweg over te steken. Hij wilde hoe dan ook aan een controle door de politie ontkomen. Het hof merkt voorts op dat het na raadpleging van de openbare bron you tube is gebleken dat een contactslot van een scooter/bromfiets met bouten is vastgemaakt en eerst kan worden verwijderd en/of vervangen door de plastic kap van het voertuig los te schroeven. Dat het slot er als gevolg van een val, ook ingeval van een harde val, los kan schieten acht het hof derhalve niet aannemelijk. Nu blijkens de foto’s in het dossier de kap bovendien nog op de scooter zat en niet was beschadigd, wordt de verklaring van de verdachte dat het contactslot als gevolg van de harde smak los is geraakt en uit de scooter is gevallen, als ongeloofwaardig terzijde gesteld. Het hof houdt het er voor dat het contactslot reeds ontbrak toen de verdachte de scooter voorhanden kreeg, hetgeen duidelijk zichtbaar voor hem moet zijn geweest. Desondanks is de verdachte met de scooter gaan rijden.

Onder deze feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van de scooter.

Het verweer wordt verworpen.”

6. De aanvulling bewijsmiddelen als bedoeld in art. 365a, derde lid, Sv houdt ten aanzien van deze bewezenverklaring het volgende in (vetgedrukt als in het origineel):

“Het hof ontleent aan de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen het bewijs dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan.

1. Een geschrift "Afschrift van aangifte" d.d. 5 augustus 2018 (pg. 54-55), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 1] , politie:

Aangifte van diefstal van een brom/snorfiets.

Tijdstip achtergelaten 24 juli 2018

Tijdstip geconstateerd 1 augustus 2018

Omschrijving voorval Tijdens onze vakantie is mijn scooter gestolen die achter het

huis in de tuin geparkeerd stond.

Merk Piaggio

Type C25

Bouwjaar 2011

Kenteken/verz. Plaat [kenteken]

Framenummer [001]

Slachtoffers [betrokkene 3]

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 augustus 2018 (pg. 1-2), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :

Op 10 augustus 2018 was ik, verbalisant [verbalisant 2] , gekleed in herkenbaar politie-uniform en reed in een opvallend dienstvoertuig. Ik was belast met surveillance in de gemeente ’s-Hertogenbosch.

Op bovengenoemde datum, omstreeks 01.25 uur, reed ik op de Maaspoortweg. Ik zag dat vanaf de Burgemeester Godschalxstraat een scooter het Geerke op reed. Vanwege de afstand kon ik het kenteken niet lezen.

Ik zag dat de scooter bij het zien van mij zijn snelheid verhoogde. Ik zag dat de scooter hard over de drempels reed. Ik zag dat de bestuurder van de scooter meerdere keren achterom keek. Aan het gedrag van de bestuurder merkte ik dat de bestuurder niet gecontroleerd wilde worden.

Ik gaf via de portofoon aan andere eenheden door dat er een scooter vandoor ging. Later hoorde ik dat de bestuurder richting de A59 liep. Ik zag in de middenberm van de A59 een persoon liggen. Ik zag dat de persoon de mij ambtshalve bekende [verdachte] van [geboortedatum] 1981 was.

3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 augustus 2018 (pg. 8-10), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :

Op 10 augustus 2018 waren wij, verbalisanten, doende met surveillance in gemeente ’s-Hertogenbosch. Wij waren hiertoe gekleed in politie-uniform en reden in een opvallend dienstvoertuig.

Op genoemde datum, hoorden wij omstreeks 01:25 uur portofonisch een bericht van collega [verbalisant 2] . Wij hoorden dat [verbalisant 2] doorgaf achter een scooter aan te zitten die er met een hoge snelheid vandoor ging.

[verbalisant 2] gaf tevens aan dat hij niet meer achter de scooter aan kon blijven rijden, omdat hij op een paaltje stuitte waar hij met zijn voertuig niet langs kon.

Wij zijn daarop doorgereden in de richting van het viaduct van de Maaspoortweg met de A59 wat grenst aan het Burgemeester van Zwietenpark. Direct daarop zagen wij vanaf onze rechterzijde, uit het Burgemeester van Zwietenpark een scooter aan komen rijden.

Wij zagen dat de bestuurder omkeek naar ons voertuig en doorreed over het Maasoeverpad. Hierop heb ik, [verbalisant 3] , de stoptransparant aan de voorzijde van ons dienstvoertuig aangezet. Wij zagen dat, in verband met de duisternis, de blauwe optische signalen van ons voertuig duidelijk zichtbaar waren over het fietspad. De stoptransparant van het voertuig was ook nog steeds ingeschakeld. Wij zagen dat de bestuurder nog steeds niet reageerde op ons stopteken.

Hierop sprak ik, [verbalisant 4] , middels de megafoon van de dienstauto de bestuurder aan. Ik zei meerdere malen dat de bestuurder zijn scooter moest stoppen. Wij zagen dat de bestuurder hier niet aan voldeed en zijn weg met onverminderde vaart vervolgde.

Op een gegeven moment boog het fietspad af, een houten bruggetje over. Wij zagen dat de scooter met onverminderde vaart op de bocht afreed. Daarop zagen wij dat de bestuurder met de scooter ten val kwam. Wij zagen dat de bestuurder als gevolg van de val op de grond kwam, weer op stond en het bruggetje over rende.

Daarop ben ik, [verbalisant 3] , uit het dienstvoertuig gesprongen en achter de bestuurder aangerend. Ik zag dat de bestuurder een hoog talud op liep. Ik schat dat het talud ongeveer 5 meter hoog was en dat dit een dicht bebost talud was met hoge bomen erop. Ik zag dat achter de bomen een snelweg liep.

Na enkele minuten hoorde ik [verbalisant 2] portofonisch roepen dat hij de verdachte aantrof in de middenberm van de snelweg. Ik hoorde [verbalisant 2] roepen: Ik herken hem, het is [verdachte] .

Ik, [verbalisant 4] , stond bij de scooter waar de verdachte vanaf was gevallen. Ik zag dat het chassisnummer [001] betrof. Ik hoorde dat het chassisnummer hoorde bij een scooter die als gestolen gesignaleerd stond en het originele kenteken [kenteken] betrof.

4. Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 10 augustus 2018 (pg. 18-19), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 2] :

Op 10 augustus 2018 omstreeks 01.45 uur hielden wij op het Maasoeverpad in 's-Hertogenbosch als verdachte aan [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] .

5. Het niet doorgenummerde proces-verbaal van voorgeleiding en tevens einddossier d.d. 10 augustus 2018, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 6] :

Bij controle van de scooter blijkt deze van diefstal afkomstig te zijn, de scooter is weggenomen op 05 augustus 2018, waarvan middels internet aangifte is gedaan. En er zat geen contactslot op de scooter.

6. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 10 augustus 2018 (pg. 27-29), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van verdachte:

V: Vraag verbalisant

A: Antwoord verdachte

V: Terugkomend op de scooter waarvan gezien is dat jij er op reed. Na onderzoek bleek dat die scooter van diefstal afkomstig was. Jij reed erop. Hoe ben je aan die brommer gekomen?

A: Ik mocht er een proefrondje mee rijden.

7. Het proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Oost-Brabant d.d. 22 augustus 2018, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte:

Ik zou de scooter van [betrokkene 2] kopen voor €250,-. Daar zat een helm bij.

8. De waarneming van het hof op de foto's op pagina 34 en 35 van het politiedossier dat de kap nog op de scooter zat en niet was beschadigd.”

7. Het middel klaagt dat het hof door buiten de zitting om en nadat het onderzoek ter terechtzitting was gesloten op YouTube een videobericht te raadplegen over de eigenschappen van een contactslot van een scooter, waarnemingen heeft gedaan en die aan de bewezenverklaring ten grondslag heeft gelegd. De verdediging is zodoende de mogelijkheid onthouden zich uit te laten over wat de precieze inhoud en betekenis is van de door het hof geraadpleegde openbare bron, terwijl hetgeen het hof daaruit meent af te kunnen leiden, niet is aan te merken als een feit van algemene bekendheid.

8. Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. Ingevolge art. 339, tweede lid, Sv behoeven feiten en omstandigheden van algemene bekendheid geen bewijs. In de regel is een gegeven dat aan een internetbron is ontleend van algemene bekendheid indien dat gegeven geen specialistische kennis veronderstelt en de juistheid daarvan redelijkerwijs niet voor betwisting vatbaar is.1 Het gaat uiteindelijk om de aard van de informatie en niet zozeer de bron. Geen rechtsregel dwingt de rechter ertoe een algemeen bekend gegeven bij het onderzoek op de terechtzitting ter sprake te brengen. Indien echter niet zonder meer duidelijk is of het gaat om een algemeen bekend gegeven, behoort de rechter dat gegeven aan de orde te stellen bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting. Aldus wordt voorkomen dat hij zijn beslissing doet steunen op mededelingen of waarnemingen die hem buiten het geding ter kennis zijn gekomen en waarvan de overige bij het geding betrokkenen onkundig zijn gebleven, zodat zij niet in staat zijn geweest zich daarover uit te laten. Indien bij dat onderzoek op de terechtzitting vervolgens het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt wordt ingenomen dat en waarom het gegeven niet van algemene bekendheid is, zal de rechter in geval van afwijking van dat standpunt in zijn uitspraak op de voet van art. 359, tweede lid, Sv de redenen dienen op te geven die daartoe hebben geleid.2

9. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 maart 2019 heeft het hof de later in het bestreden arrest gebruikte YouTube-informatie niet ter terechtzitting in hoger beroep ter sprake gebracht, mogelijk omdat YouTube eerst nadien is geraadpleegd. Naar een specifiek YouTube videobericht verwijst het hof niet.

10. In cassatie gaat het om de vraag of de overweging van het hof “dat een contactslot van een scooter/bromfiets met bouten is vastgemaakt en eerst kan worden verwijderd en/of vervangen door de plastic kap van het voertuig los te schroeven” als feit van algemene bekendheid kan worden aangemerkt.

11. Een eenvoudige zoekopdracht op internet (“vervang contactslot Piaggio”) leidde mij naar een YouTube-videobericht over het vervangen van een contactslot van een Piaggio Zip dat op 4 februari 2014 is geplaatst.3 Daarbij wordt inderdaad eerst de plastic kap van de scooter losgeschroefd om het contactslot te vervangen. Kennelijk heeft het hof hieruit afgeleid dat als feit van algemene bekendheid heeft te gelden dat dit de enige manier is om het contactslot te verwijderen. Ik meen ten onrechte. Alleen al gezien de veelheid aan (verschillende) informatie die op YouTube over dit onderwerp te vinden is, betreft dit m.i. geen algemeen bekend gegeven. Ook de juistheid van dat gegeven acht ik niet onbetwist. Dat dit videobericht eenvoudig te vinden is, doet daaraan niet af. Het gaat immers om de aard van die informatie en niet om de (toegankelijkheid van de) bron. Het gegeven dat een contactslot van een scooter eerst kan worden verwijderd door de kap van de scooter af te schroeven, kon het hof in dit geval dus niet aanmerken als een feit van algemene bekendheid en het hof had de gevonden informatie op YouTube aan de orde dienen te stellen bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting om het tot het bewijs te kunnen bezigen. De steller van het middel klaagt hierover terecht.

12. Hoewel de klacht gegrond is, levert dat onvoldoende reden op voor cassatie. Ook met weglating van de bestreden overweging is de bewezenverklaring immers toereikend door het hof gemotiveerd. De verdachte heeft derhalve niet voldoende in rechte te respecteren belang bij de vernietiging en eventuele nieuwe behandeling van zijn zaak.4

13. Het middel is tevergeefs voorgesteld en kan worden afgedaan met een aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.

14. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

15. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Vgl. HR 29 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:522, NJ 2016/249, rov. 2.4.

2 Vgl. HR 11 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0291, NJ 2011/116, rov. 3.2.2. en HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1125, NJ 2018/344 m.nt. J.M. Reijntjes.

3 Zie: https://youtu.be/q9ZNQbztjUw.

4 Zie bijvoorbeeld de conclusie van mijn voormalig ambtgenoot Knigge voorafgaand aan HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0146, alinea 5.5.9: “Als in redelijkheid kan worden aangenomen dat die fout niet van invloed is geweest op de gegeven beslissing, vergt het belang van de rechtsbescherming niet dat daarvan werk wordt gemaakt.”