Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2020:167

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
14-02-2020
Datum publicatie
11-03-2020
Zaaknummer
19/04193
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Incident tot voeging in cassatie (art. 217 Rv); vereisten; belang bij voeging?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/04193

Zitting 14 februari 2020

CONCLUSIE

G.R.B. van Peursem

LB 11 B.V.

(hierna: LB11)

eiseres in het incident tot voeging

adv. B.I. Kraaipoel

in de zaak

Top Logistics B.V.1

(hierna: Top Logistics)

eiseres tot cassatie

verweerster in het incident tot voeging

adv. mr. F.I van Dorsser

tegen

1. Société en Commandite Simple MHCS

2. Société Jas Hennessy & CO.

3. Polmos Zyrardow SP. ZO. O.

4. MacDonald & Muir Limited

(hierna gezamenlijk: MHCS c.s.)

verweerders in cassatie

verweerders in het incident tot voeging

adv. mr. T. Cohen Jehoram en mr. G.J. Harryvan

Het gaat in dit incident tot voeging om de vraag of LB11 voldoende belang heeft om zich in dit geding in cassatie te mogen voegen aan de zijde van Top Logistics. Ik meen dat dat zo is, zodat de voeging kan worden toegewezen.

1. Feiten en procesverloop 2

1.1 MHCS c.s. maken deel uit van het concern Luis Vuitton Moët Hennessy dat zich onder andere bezighoudt met de handel in (alcoholhoudende) dranken, waaronder producten voorzien van de merken Moët & Chandon, Veuve Clicquot, Ruinart, Dom Perignon, Belvedere (Vodka), Hennessy, Ardbeg en Glenmorangie (hierna gezamenlijk: ‘Hennessy-producten’ en per merk aangeduid als ‘[Merknaam]-producten’).

1.2 MHCS c.s. zijn houdster van de merken vermeld in rov. 2.2 van het eindvonnis (hierna gezamenlijk: de Hennessy-merken) voor (onder meer) alcoholhoudende dranken in de klassen 32 en/of 33.

1.3 Top Logistics (voorheen handelende onder verschillende handelsnamen met het bestanddeel ‘Mevi’) is een in Spijkenisse gevestigde expediteur die in opdracht van derden logistieke diensten verricht, waaronder de op- en overslag van accijnsgoederen. Zij vervult ook douaneformaliteiten inzake de invoer van goederen. Top Logistics heeft een vergunning voor het beheer van een douane-entrepot en het beheer van een belastingentrepot (hierna: AGP).

1.4 Bij Top Logistics bevinden zich goederen die onder een douaneschorsingsregeling vallen (met een zogenoemde T1-status, hierna ook wel: T1-goederen) en goederen die (douanerechtelijk) zijn ingevoerd (communautaire goederen, ook wel aangeduid als T2-goederen). De communautaire goederen zijn weer onder te verdelen in goederen die onder een accijnsschorsingsregeling zijn geplaatst (goederen met een zogenoemde AGD-status, hierna ook wel: AGD-goederen, voorheen AAD-goederen) en goederen waarvoor accijns is afgedragen. De AGD-goederen gaan vergezeld van een Elektronisch administratief document (hierna: E-AD). Na ontvangst van goederen stelt Top Logistics aan de hand van een door haar uitgevoerde steekproef een zogenoemde arrival notice op. Hiertoe neemt zij een steekproef van de ontvangen goederen, waarna zij kenmerken van de desbetreffende goederen noteert, waaronder het soort product, het merk, de inhoudsmaat en de douanestatus. Na afgifte van de desbetreffende goederen stelt Top Logistics een zogenoemde release notice op, waarop eveneens productkenmerken staan vermeld, alsmede de douanestatus. Voorts biedt Top Logistics aan haar klanten escrow-diensten aan.

1.5 Op prijslijsten van Redstowne Enterprises (hierna: Redstowne) van 1 november 2004, 28 maart 2005 en 23 augustus 2013 staan Hennessy-producten vermeld met de vermelding “ex whs mevi”. Op deze lijsten staan onder meer Glenmorangie-producten met de vermelding “decoded” en “AAD”.

1.6 In een e-mail van 18 augustus 2011 is een op dezelfde datum gedateerde inkooporder van Van Caem International (hierna: Van Caem) met betrekking tot Hennessy-producten met vermelding ‘Mag TOPLOG’ weergegeven. Als onderwerp van de e-mail staat vermeld “Need to be cleaned at Top Log”.

1.7 Op een e-mail van 25 januari 2012 van Van Caem met daarin een ‘parcel offer’ inzake Hennessy-producten staat vermeld: “Price exw TOP, Price excl decoding costs Top L.”

1.8 Op diverse inkooporders van Van Caem in 2010, 2011 en 2012 met betrekking tot Hennessy-producten met vermelding ‘TOPLOG’ staat vermeld dat het om gedecodeerde producten gaat. In een aantal van deze inkooporders is een opslag berekend ter zake van ‘Opslag labeling/stickering’.

1.9 In een e-mail van een medewerker van Van Caem van 16 februari 2012 is geschreven (markering toegevoegd door MHCS c.s.):

1.10 Een e-mail van 8 juni 2016 van Flashbird met daarin een prijslijst bevat onder meer een aanbieding van “502 cs Belvedere 70 NREF” met de vermelding ‘ex top logistics holland, coded t2’.

1.11 Op een prijslijst met als opschrift “Eood world beverages Mar, 19, 2016” staan onder de vermelding “Available immediately at Top Logistics, NL” onder meer de volgende aanbiedingen opgenomen:

- 500 cs Belvedere Vodka 6/70/40 NRF DECODED on T2 at 100.00 EUR/cs

- 84 cs Glenmorangie Lasanta Sherry Cask 6/70/46 GBX REF DECODED on T2 at 142.50 EUR/cs

- 124 cs Glenmorangie 10 Yrs Old, The Original 6/70/40 GBX REF DECODED at 105.00 EUR/cs

- 5 Hennessy Paradis 3/70/40 GBX REF DECODED on T2 at 1752.00 EUR/cs

- 161 cs Hennessy VS 12/70/40 GBX REF DECODED on T2 at 179.00 EUR/cs

- 168 cs Hennessy VS 12/100/40 GBX REF DECODED on T2 at 255.00 EUR/cs

- 53 cs Hennessy VSOP 12/70/40 GBX REF DECODED on T2' at 356.00 EUR/cs

- 40 cs Hennessy.X0 12/70/40 GBX REF DECODED on T2 at 1286.00 EUR/cs

1.12 Op een prijslijst van Ecstasy Alcohol uit week 31 van 2016 is onder andere vermeld “Available immediately Ex Top Logistics NL” en:

- 500 cs Belvedere Vodka (…) NRF DECODED on T2 (…)

- 84 cs Glenmorangie Lasanta Sherry Cask (…) DECODED on T2 (…)

- 168 cs Hennessy VS (…) DECODED on T2 (…)

1.13 Bij dagvaarding van 12 januari 2017 hebben MHCS c.s. (onder meer3) Top Logistics in kort geding gedagvaard. Jegens Top Logistics hebben MHCS c.s. gevorderd – kort gezegd en voor zover in cassatie van belang – (i) te bevelen elke inbreuk op de Hennessy-merken in Nederland te staken, (ii) te bevelen te staken het faciliteren van invoer, opslag, vervoer en/of verhandeling van Hennessy-producten, althans van opslag, vervoer en/of verhandeling van communautaire Hennessy-producten waarvan de identificatiecodes zijn verwijderd, (iii) te bevelen aan hen afschrift te verstrekken van bepaalde bescheiden, een en ander met nevenvorderingen.

1.14 Bij vonnis van 10 april 2017 heeft de Haagse voorzieningenrechter vordering (i) afgewezen omdat zij onvoldoende aannemelijk achtte dat Top Logistics zelf inbreuk heeft gemaakt op Hennessy-merken (rov. 4.45-4.50). Vordering (ii) is gedeeltelijk toegewezen (rov. 4.51-4.60): Top Logistics is bevolen jegens MacDonald, Hennessy en Polmos om in Nederland te staken en gestaakt te houden, het faciliteren van de opslag, vervoer en/of verhandeling van communautaire producten voorzien van de merken GLENMORANGIE, HENNESSY en/of BELVEDERE waarvan de identificatiecodes zijn verwijderd. Voorts heeft de voorzieningenrechter exhibitievordering (iii) gedeeltelijk toegewezen (rov. 4.61-4.75).

1.15 Top Logistics is in hoger beroep gekomen van dit vonnis4 en heeft vernietiging daarvan gevorderd met afwijzing alsnog van de vorderingen van MHCS c.s., met nevenvorderingen waaronder veroordeling van MHCS c.s. in de kosten van beide instanties. Tevens heeft zij in conventie vorderingen tot ongedaanmaking ingesteld en heeft zij haar vorderingen in reconventie gewijzigd.

1.16 MHCS c.s. hebben incidenteel beroep ingesteld en daarbij één grief aangevoerd tegen de beslissing over de proceskostenveroordeling.

1.17 In het bestreden arrest van 16 juli 2019 heeft het hof:

a. het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd voor zover gewezen tussen MHCS c.s. en Top Logistics, voor zover het betreft de proceskostenveroordelingen in punten 5.12 en 5.17 van dit vonnis, en, in zoverre opnieuw rechtdoende: Top Logistics veroordeeld in de proceskosten in conventie en reconventie aan de zijde van MHCS c.s., tot op de dag van het vonnis begroot op € 25.000,-;

b. dit vonnis bekrachtigd voor zover gewezen tussen MHCS c.s. en Top Logistics voor het overige;

c. de in hoger beroep ingestelde vorderingen in conventie van Top Logistics afgewezen;

d. de in hoger beroep gewijzigde vorderingen in reconventie van Top Logistics afgewezen;

e. Top Logistics en JMN c.s.5 veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van MHCS c.s. tot op heden begroot € 716,- aan griffierechten, en € 25.000,- aan salaris advocaat, te vermeerderen met de nakosten en – voor het geval dat voldoening van de (na)kosten niet binnen veertien dagen na heden plaatsvindt – de wettelijke rente vanaf veertien dagen na heden;

f. dit arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard wat betreft de veroordelingen in a. en e.

1.18 Top Logistics heeft tijdig cassatieberoep ingesteld. MHCS c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping. LB11 heeft vervolgens bij incidentele conclusie gevorderd om in de onderhavige cassatieprocedure te worden toegelaten als gevoegde partij aan de zijde Top Logistics. MHCS c.s. en Top Logitstics hebben zich in het incident tot voeging van LB11 gerefereerd aan het oordeel van Uw Raad.

2 Bespreking van de incidentele vordering tot voeging

2.1

De hoofdzaak van deze procedure betreft een geschil tussen expediteur Top Logistics en merkenhoudster MHCS c.s. Het middel van Top Logistics keert zich onder meer tegen het oordeel van het hof dat de voorzieningenrechter in eerste aanleg (i) de exhibitievordering zoals deze in appel voorlag, terecht heeft toegewezen en (ii) het stakingsbevel terecht heeft uitgevaardigd.

2.2

LB11 vordert zich in dit geding in cassatie te mogen voegen aan de zijde van Top Logistics. Zij stelt hiertoe belang te hebben omdat zij nadelige gevolgen kan (blijven) ondervinden van de toegewezen exhibitievordering en het toegewezen stakingsbevel. Daartoe voert zij aan dat de exhibitievordering ziet op gegevens met bedrijfsvertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie over de handelsactiviteiten van LB11 die MHCS c.s. gebruiken in een lopende procedure tussen MHCS c.s. en LB11 en MHCS c.s. dit hoogstwaarschijnlijk ook zullen doen in toekomstige gedingen. Daarnaast stelt LB11 dat MHCS c.s. de verkregen of te verkrijgen bedrijfsvertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie mogelijk zullen gebruiken om feitelijke maatregelen te treffen tegen (tussen)handelaren met wie LB11 contacten onderhoudt. Tot slot stelt LB11 belang te hebben bij voeging omdat de voorzieningenrechter heeft geoordeeld – welk oordeel in appel stand heeft gehouden – dat Top Logistics onrechtmatig handelde door merkinbreuken van derden te faciliteren. Volgens LB11 bestaat daarmee een reëel risico dat zij als handelspartner van Top Logistics, op enig moment nadeel kan ondervinden van dit oordeel, onder meer doordat Top Logistics vorderingen tegen LB11 zal willen instellen. Bovendien kunnen volgens LB11 de dienstverleningsvoorwaarden van Top Logistics negatief beïnvloed worden wanneer Top Logistics aansprakelijkheidsrisico loopt voor handelingen van haar opdrachtgevers, bijvoorbeeld met het oog op kosten voor monitoring en juridische duiding van de handel van haar opdrachtgevers. (Vgl. incidentele conclusie tot voeging 3.1-3.5).

2.3

Eenieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen (art. 217 Rv). Voor het aannemen van zodanig belang is voldoende dat de partij die voeging vordert nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde zij zich voegt. Onder nadelige gevolgen zijn hier te verstaan de feitelijke of juridische gevolgen die de toe- of afwijzing van de in die procedure ingestelde vordering kan hebben. Ook het gezag van gewijsde van eindbeslissingen in zo’n uitspraak kan zo’n belang zijn voldoende voor het toestaan van voeging6. De enkele mogelijke precedentwerking van die uitspraak is geen voldoende belang in dit verband, ook niet wanneer sprake is van sterk op elkaar gelijkende vorderingen of feitencomplexen tussen deels dezelfde partijen7.

2.4

Indien aan de eis in art. 217 Rv is voldaan en de incidentele vordering tot voeging volgens art. 218 Rv tijdig is ingesteld8, is die vordering in beginsel toewijsbaar. Aan de toewijsbaarheid kunnen niettemin de eisen van een goede procesorde in de weg staan. Afwijzing van een incidentele vordering tot voeging wegens strijd met de goede procesorde is onder meer mogelijk indien toewijzing tot onredelijke vertraging van de hoofdzaak zou leiden (art. 20 Rv)9.

2.5

Ook in cassatie is voeging, anders dan tussenkomst, mogelijk. De partij die zich aan de zijde van een van de partijen in cassatie voegt sluit zich aan bij het standpunt van die partij en ondersteunt dit en introduceert aldus, anders dan het geval zou zijn geweest bij tussenkomst, geen nieuwe feitelijke grondslag. De aard van de cassatieprocedure verzet zich niet tegen voeging, met dien verstande dat de derde die zich heeft mogen voegen gebonden is aan de rechtsstrijd zoals die door de middelen is bepaald. Hij kan niet zelf middelen tegen de bestreden uitspraak aanvoeren ook al mocht de cassatietermijn nog niet zijn verstreken10. Een vordering tot voeging in cassatie kan niet dienen tot herstel van een eventueel verzuim om (tijdig) beroep in cassatie in te stellen11.

2.6

Gelet op het door haar gestelde belang, dat niet wordt bestreden (oorspronkelijke eiser en verweerders in het cassatieberoep hebben zich m.b.t. de voeging gerefereerd aan het oordeel van Uw Raad), heeft LB11 het voor voeging vereiste belang. Er is voldoende gesteld ter onderbouwing van feitelijke of juridische gevolgen die toe- of afwijzing van de vordering in de procedure kan hebben. Dit gaat verder dan het alleen stellen van een mogelijke precedentwerking, wat niet voldoende zou zijn. Met name het in 3.5 van de voegingsconclusie gestelde reële risico op nadeel in de vorm van aansprakelijkheidsstelling van LB11 door Top Logistics ten gevolge van deze procedure (vanwege een mogelijk oordeel dat Top Logistics onrechtmatig handelt door het faciliteren van merkinbreuken van derden). Dat lijkt mij aan de te stellen eisen voor voeging te voldoen. Gesteld noch gebleken is verder dat de eisen van een goede procesorde in dit geval aan toewijzing in de weg staan12. De gevorderde voeging lijkt mij dan ook toewijsbaar.

3 Conclusie

Ik concludeer tot toewijzing van de incidentele vordering tot voeging van LB11 aan de zijde van eiseres tot cassatie Top Logistics B.V.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

1 In hoger beroep hebben JMN B.V. en Delicasea B.V. zich gevoegd aan de zijde van Top Logistics. Omdat deze vennootschappen niet zelf cassatieberoep hebben ingesteld, zijn deze geen partij in cassatie.

2 De feiten zijn ontleend aan rov. 3.1-3.12 van het bestreden arrest: Hof Den Haag 16 juli 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1899. Zie voor de feitenvaststelling in eerste aanleg rov. 2.1-2.33 van het vonnis van de Rechtbank Den Haag van 10 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:3668. Het procesverloop is gebaseerd op rov. 4-8 van het arrest.

3 MHCS c.s. hebben ook de vennootschap naar vreemd recht Simizy S.a.r.l., gevestigd te Bordeaux, Frankijk (hierna: Simizy) en de vennootschap naar vreemd recht Castillon International Limited, gevestigd te Manchester, Verenigd Koninkrijk (hierna: Castillon) in kort geding gedagvaard. In de cassatieprocedure zijn Simizy en Castillon geen partij en daarom blijven de door MHCS c.s. jegens hen ingestelde vorderingen verder onbesproken.

4 In de hoger beroepsprocedure hebben JMN B.V. en Delicasea B.V. (hierna: JMN c.s.) zich gevoegd aan de zijde van Top Logistics nadat het hof voeging had toegestaan bij tussenarrest van 10 april 2018. In de cassatieprocedure zijn JMN c.s. als gezegd geen partij.

5 Zie de vorige voetnoot.

6 HR 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1787, NJ 2019/451, rov. 2.3; HR 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1788, NJ 2019/450, 2.3; HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:306, NJ 2017/125, JBPR 2017/37, m.nt. M.O.J. de Folter, rov. 3.3; HR 11 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2534, NJ 2015/369 (Staat/Europese Octrooi Organisatie), rov. 3.4 en HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1602, NJ 2015/295, JBPR 2015/64, m.nt. M.O.J. de Folter (TenneT/ABB, Alstrom/ABB), rov. 3.2.

7 HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1602, NJ 2015/295, JBPR 2015/64, m.nt. M.O.J. de Folter (TenneT/ABB, Alstrom/ABB), rov. 3.2.

8 Op grond van art. 218 Rv moet de vordering tot voeging worden ingesteld bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding wordt genomen. Aan die eis is voldaan: de incidentele conclusie tot voeging in cassatie is door LB11 ingediend op de datum waarop MHCS c.s. in de hoofdzaak hun verweerschrift hebben ingediend. Ik ga hierbij uit van de tekst die geldt voor het geval van niet-digitaal procederen (net als A-G Wesseling-van Gent in vtnt. 16 van haar conclusie voor HR 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1788, NJ 2019/450). In T&C (met verwijzing naar Stb. 2017, 16) en bij raadpleging van de geldende wettekst op Kluwer Navigator (met verwijzing naar Stb. 2017, 174) staat vermeld dat art. 218 Rv per 1 september 2017 in werking is getreden voor vorderingszaken bij de Hoge Raad. Dat lijkt mij niet te kloppen. Noch in Stb. 2017, 16, noch uit Stb 2017, 174 volgt dat art. 218 Rv (onderdeel WWW) in werking is getreden. Voor de uitkomst maakt het geen verschil of wordt uitgegaan van het oude of nieuwe art. 218 Rv, omdat het nieuwe art. 218 Rv (Kei) bepaalt dat de voegingsvordering wordt ingesteld bij incidentele conclusie voor of op de datum waarop het verweer moet worden ingediend, of waarop volgens art. 30o(1)(b) Rv de laatste schriftelijke uitwisseling van standpunten plaatsvindt. Daar is in onze zaak aan voldaan.

9 HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768, NJ 2015/206, m.nt. H.B. Krans, JIN 2014/93, m.nt. J. van Weerden (Fiar c.s./Thuiskopie), rov. 4.2.2. Zie hierover G. Snijders, GS Burgerlijke Rechtsvordering, art. 217 Rv, aant. 5.

10 HR 14 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6692, NJ 2008/168, JBPR 2008/26, m.nt. M.O.J. de Folter, rov. 3.2-3.3.

11 HR 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1787, NJ 2019/451, rov. 2.4.2.

12 Ambtshalve is mij bekend zaak 19/03035 (staat thans voor dagbepaling conclusie P-G) met als eiseressen in cassatie dezelfde vennootschappen als verweersters in cassatie in onze zaak (MHCS c.s.) tegen LB11 als verweerster in cassatie. LB11 behoort net als de in appel in onze zaak nog aan de zijde van Top Logistics gevoegde partijen JMN B.V. en Delicasea B.V. tot het Van Caem Klerks concern. Dat enkele gegeven in combinatie met de referte in de voegingskwestie in cassatie in onze zaak van beide zijden maakt naar mijn mening niet dat daarom al sprake zou zijn van strijd met de goede procesorde.