Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2020:1262

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
15-12-2020
Datum publicatie
19-02-2021
Zaaknummer
19/02621
Formele relaties
Arrest gerechtshof: ECLI:NL:GHAMS:2019:1748
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:125
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Medeplegen van voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer cocaïne (art. 10.5 Opiumwet) en het voorhanden hebben van een revolver (art. 26.1 WWM). 1. Motivering afwijzing getuigenverzoek en 2. Motiveringsklacht welke ‘andere hand-of spandiensten’ verdachte zou hebben verricht ten einde het feit a.b.i. art. 10.5 Opiumwet voor te bereiden. HR: art. 81.1. RO. Samenhang met acht andere zaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/02621

Zitting 15 december 2020 (bij vervroeging)

CONCLUSIE

B.F. Keulen

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de verdachte.

  1. De verdachte is bij arrest van 21 mei 2019 door het Gerechtshof Amsterdam wegens 1 ‘medeplegen van een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door zich of een ander gelegenheid en middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit te verschaffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit’ en 2 ‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie’ veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27(a) Sr. Het hof heeft voorts de teruggave aan de verdachte gelast van vier geldbedragen, een horloge en een half biljet van 50 euro.

  2. Er bestaat samenhang met de zaken 19/02502, 19/02496, 19/02490, 19/02618, 19/02620, 19/02526, 19/02501 en 19/02503. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. R.J. Baumgardt, mr. P. van Dongen en mr. S. van den Akker, advocaten te Rotterdam, hebben drie middelen van cassatie voorgesteld.

  4. Zowel het eerste als het tweede middel betreft het onder 1 bewezenverklaarde feit. Voorafgaand aan de bespreking van de middelen citeer ik de bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en de bewijsoverweging van het hof die op dit feit betrekking heeft.

De bewezenverklaring onder 1, de bewijsmiddelen en ’s hofs bewijsoverweging

5. Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:

‘hij in de periode van 29 december 2012 tot en met 30 juni 2013 in Nederland en Brazilië in vereniging met anderen, om een feit, als bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid cocaïne,
voor te bereiden of te bevorderen;
- zich en anderen gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft verschaft, en
- gelden voorhanden heeft gehad waarvan verdachte wist, dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit,
immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen:
- afspraken gemaakt en ontmoetingen gehad en (al dan niet in versluierd taalgebruik) telefoongesprekken en besprekingen gevoerd met en inlichtingen en aanwijzingen en/of opdrachten gegeven aan zijn mededaders betreffende de wijze waarop die cocaïne naar Nederland zou worden vervoerd en verder vervoerd en
- een betaling van 200,- via Western Union verricht, en
- een of meerdere betalingen verricht als investering voor het transport, en
- (andere) hand- en spandiensten verricht;’

6. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen (met weglating van verwijzingen):

‘1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 18 maart 2019.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik ben betrokken geweest bij het voorgenomen cocaïnetransport. Ik hoorde personen daarover praten in de kroeg. Ik hoorde het van [betrokkene 1] , die ken ik via [betrokkene 2] . [betrokkene 1] en [betrokkene 3] waren samen. Zij wilden cocaïne via containers transporteren. Ik zei toen dat ik wel wat kon regelen. Ik zou de cocaïne regelen. Ik ken jongens die in de cocaïnehandel zitten. Ik dacht dat ik de cocaïne via hen zou kunnen leveren.
Ik heb [betrokkene 4] (het hof begrijpt: [betrokkene 4] ) één of twee keer gezien. Ik heb het vliegticket van [betrokkene 4] naar Brazilië betaald. [betrokkene 4] ging daar naartoe om een fruitbedrijf op te starten. Dat hadden [betrokkene 1] en [betrokkene 3] met mij besproken. Ik had een keer een ontmoeting gehad (het hof begrijpt: op 9 mei 2013) met [betrokkene 4] in een hotel in [plaats] . [betrokkene 3] , [betrokkene 1] en [betrokkene 5] waren daarbij aanwezig. [betrokkene 5] is een vriendin van mij. Ik had haar gevraagd om mee te gaan naar de bespreking. Het gesprek ging over het cocaïnetransport vanuit Brazilië. Mijn inbreng was dat ik de cocaïne zou leveren. Ik heb gezegd dat ik zowel in Panama als in Brazilië cocaïne kon regelen. Ik zou geld krijgen of in cocaïne worden uitbetaald. [betrokkene 1] en [betrokkene 3] hadden gelijke rollen. Het klopt dat ik heb gezegd dat ik het geld zou betalen voor het opstarten van een bedrijf. Ik dacht dat het om € 125.000,- ging.
‘ [betrokkene 6] ’ was een vriend van [betrokkene 1] en [betrokkene 3] , hij woont op het kamp. Het zou kunnen dat hij [betrokkene 6] heet. Hij heeft volgens mij bedrijven in Nederland om cocaïne te kunnen bestellen. [betrokkene 3] en [betrokkene 1] hebben mij meegenomen naar [betrokkene 6] . Er is toen besproken dat ik de cocaïne in het buitenland zou regelen en dat [betrokkene 6] de cocaïne zou bestellen. De ‘ [betrokkene 7] ’ was een vriend en partner van [betrokkene 6] . Ik heb de [betrokkene 7] een keer gezien bij een bespreking.
Op de vraag waarom er meerdere ontmoetingen hebben plaatsgevonden en ik er zoveel tijd aan heb besteed, antwoord ik dat ik dacht dat het mij wel zou lukken om de cocaïne te regelen. Ik dacht iets extra’s te kunnen verdienen door het regelen van het cocaïnetransport.
Ik was destijds 26 jaar oud. De anderen noemden mij ‘ [verdachte] ’. Op de vraag wat er met ‘strepen’ wordt bedoeld, antwoord ik dat zij het hadden over de douane. Ik had een PGP-telefoon.

2. De verklaring van de getuige [betrokkene 3], afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 13 maart 2019. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 1] en [verdachte] spraken over invoer van cocaïne via containers. Ik was er vaak bij, omdat ik [betrokkene 1] altijd rondreed in mijn auto. [verdachte] had volgens mij mogelijkheden om via een hout- of fruitbedrijf cocaïne hier naartoe te krijgen. Volgens mij bestond het bedrijf al. [betrokkene 4] ken ik uit detentie. Hij is naar contacten in Brazilië afgereisd. Dat ging om een cocaïnetransport. [betrokkene 4] was een contact van [betrokkene 1] .
De rol van [verdachte] in het Brazilië verhaal was het financieren van het ticket voor [betrokkene 4] en het geven van leefgeld voor diens verblijf in Brazilië. [betrokkene 4] heeft het ticket gehad, maar heeft slechts summier leefgeld gekregen.
[verdachte] had een blonde vrouw die hij heel erg vertrouwde. U toont mij de foto (…) (foto [betrokkene 5] ). Dat is die vrouw ja, een zware rookster. [verdachte] werkte samen met die vrouw. Zij was zijn vertrouwenspersoon.
Ik denk dat met ‘strepen’ wordt bedoeld dat er douane in het complot zit. Ik denk dat met ‘ [...] ’ [verdachte] wordt bedoeld. U houdt mij het OVC gesprek voor van 6 april 2013 tussen mij en [betrokkene 1] (…) waarin onder meer wordt gesproken over de ‘binnentrekmethode van [verdachte] ’ en ‘blokken’. U vraagt mij wat er wordt bedoeld met ‘blokken’. Dat gaat over blokken cocaïne die in het midden van de container moeten worden verstopt.
‘Zebra’ is één van de strepen. ‘ [betrokkene 8] ’ is een vriend van [betrokkene 1] , het is een oudere Surinaamse man. ‘ [betrokkene 6] ’ is [betrokkene 6] .

3. De verklaring van de verdachte [betrokkene 4], afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 31 maart 2016.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

U houdt mij voor dat de verdenking is dat er een groep mensen veel overleg en ontmoetingen heeft gehad, gericht op het eventueel naar Nederland brengen van drugs vanuit Zuid Amerika. Die beschuldiging klopt.

Mijn taak was een fruitbedrijf te regelen en dat kon via iemand die ik daar (het hof begrijpt: Brazilië) kende. Ik ben er heen gegaan en de tickets en het zakgeld zijn voor mij betaald.

U houdt mij de bijnamen [betrokkene 4] en kleine voor. Die bijnamen voor mij, dat zou wel kunnen.

Ik ben door [betrokkene 1] gevraagd of ik een bedrijf wist. Ik ken de naam [verdachte] . Ik heb met hem contact gehad. Ik was het contact van [betrokkene 1] en hij had contact met [verdachte] .

U vraagt mij of het klopt dat er 250.000 euro werd gevraagd voor het bedrijf. Er moest 125.000 euro worden betaald. Het hout- en fruitbedrijf is hetzelfde bedrijf. Het bedrijf was gevestigd in São Paulo. Het was eerst een houtbedrijf en er moest geld komen om het bedrijf klaar te maken als fruitbedrijf.

Het klopt dat ik op 2 april 2013 terug kwam in Nederland en op Orly geld heb opgenomen.

U houdt mij voor dat op vrijdag 5 april 2013 door [betrokkene 1] wordt gezegd tegen [betrokkene 3] :
Ja met [betrokkene 4] gaat het goed, weet je wel. Het gesprek is moeilijk, dat voelen we weet je wel. We hebben nu ook tegen [betrokkene 4] gezegd: Jullie liggen niet op één lijn. Dat praat niet lekker. [betrokkene 4] zegt: ik praat liever met die vrouw, dat praat wat makkelijker. ’ U vraagt mij wie die vrouw is. Ik denk dat ik [betrokkene 5] bedoelde. Ik had daar toen contact mee. We zouden samen naar Zuid Amerika gaan en zij zou gedeeltelijk voor het geld zorgen. Praten met die vrouw ging over geld. [verdachte] en [betrokkene 5] kenden elkaar en met haar praatte ik makkelijker dan met hem. Het ging om geld dat ik zou krijgen van [verdachte] .

U houdt mij voor dat ik op 8 april 2013 heb gebeld met iemand die mij heeft gezegd dat de eerste leeg is vertrokken. Het zou best kunnen dat het om een container gaat.

U houdt mij het gesprek van 22 april 2013 voor waarin ik zeg: 'woensdag besluiten ze wanneer ik weg kan, om het huis te verven en de hele ronde. De vriendin van de man gaat met me mee om te helpen’. Dat gaat over het bedrijf. Die vriendin is [betrokkene 5] . Zij zou meegaan om te assisteren, niet om Spaans te spreken maar te zorgen dat er geld komt. Het huis verven betekent het geld er naar toe brengen en te zorgen dat het er is.

4. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 29 december 2012 vanaf 14.07 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

W: ..ntv.. die 26 jarige man, ga ik wel even met [betrokkene 2] bespreken (...)
A: Ja.

5. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 9 januari 2013 vanaf 20.34 uur tussen [betrokkene 3] en [medeverdachte 3] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[medeverdachte 3] : Ja. Zit er in het andere een beetje schot in dan [betrokkene 3] . Van die [betrokkene 1] zeg maar (...)
[betrokkene 3] : (...) Kijk, wij zijn er helemaal klaar voor. Het is ook een heel mooi verhaal. Maar die jongen, die [verdachte] heet die. Dat heb ik gevraagd (...). Een jonge gast, pas 26 of zo.
[medeverdachte 3] : Werkt die voor [betrokkene 2] (het hof begrijpt: [betrokkene 2] )?
[betrokkene 3] : Ja. Die heb ik via [betrokkene 2] .

6. Een proces-verbaal van stelselmatige observatie (observeren 21 februari 2013) van 12 (het hof begrijpt: 21) februari 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren met nummers 5608, 8057, 3053, 5533, 8284, 6410, 8005, 10189, 8012 en 5327 (…)
Dit proces-verbaal houdt onder meer in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als waarnemingen van genoemde verbalisant(en):

Tijdens de observatie is vastgesteld dat op 21 februari 2013 omstreeks 14.00 uur een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen [betrokkene 1] , [verdachte] en [betrokkene 4] bij het hotel [A] te [plaats] . De ontmoeting duurde ongeveer een uur.

7. Een proces-verbaal herkenning [verdachte] van 7 maart 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar met nummer [...] (…)
Dit proces-verbaal houdt onder meer in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van genoemde verbalisant:

Op donderdag 21 februari 2013 heeft een observatieactie plaatsgevonden bij het hotel " [A] " te [plaats] , waarbij is gezien dat de verdachte [betrokkene 1] een ontmoeting had met een man genaamd [betrokkene 4] en een onbekende man [verdachte] . Van deze [verdachte] is een observatiefoto gemaakt.

Op donderdag 28 februari 2013 wordt tijdens een observatieactie gezien dat [betrokkene 3] en [betrokkene 1] een ontmoeting met drie of vier andere mannen hebben in [plaats] (Gelderland). Na deze ontmoeting wordt bij de opgenomen vertrouwelijke communicatie in de auto van [betrokkene 3] gehoord dat zij " [verdachte] " gaan ontmoeten bij het [A] . Hierdoor ontstond het vermoeden bij het onderzoeksteam dat de voornoemde [verdachte] en " [verdachte] " dezelfde persoon zou kunnen zijn geweest.

Vervolgens is een onderzoek ingesteld op de naam " [verdachte] ", die mogelijk zou wonen in een woning op de [a-straat] te [plaats] . Uit dit onderzoek kwam één persoon naar voren, genaamd: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, wonende [a-straat 1] , [postcode] [plaats] .

Vervolgens is door de afdeling Burgerzaken van de gemeente Zandvoort een paspoortfoto ter beschikking gesteld van de voornoemde [verdachte] .

Bij vergelijk van beide foto’s is te zien dat de haarinplant, de vorm van de mond en de lijnen, die lopen van de neusvleugels naar de mondhoeken, nagenoeg overeenkomen. Hierdoor is het zeer wel aannemelijk dat de persoon op beide foto’s dezelfde is.

8. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 28 februari 2013 vanaf 09.08 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…)
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Dan vertelt [betrokkene 1] dat hij met [verdachte] naar [plaats] is gereden op die vrijdag dat [betrokkene 1] [betrokkene 3] heeft weggebracht. Dat werd helemaal niks omdat [verdachte] en die streep elkaar niet begrepen. Dan zegt [betrokkene 3] dat dat zogenaamd volgens die ouwe niet goed was. [betrokkene 1] zegt dat dat niet goed was. Dan vraagt [betrokkene 3] of [betrokkene 1] er nog een keer heen gaat? [betrokkene 1] zegt dat dat straks met [betrokkene 3] zal zijn. [betrokkene 1] zegt dat hij nou alleen om de tafel zal zitten met die streep, althans die vent van die streep. [betrokkene 3] vraagt die zo werd afgeschermd door Zebra? [betrokkene 3] zegt dat dat zijn bestaansrecht is. [betrokkene 1] zegt dat hij door [betrokkene 8] en Zebra werd afgeschermd. [betrokkene 1] zegt dat hij zit te denken of als ze straks met hem praten of hij dan ook tegen [betrokkene 3] zal zeggen dat hij op moet staan en weg moet gaan.

9. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 28 februari 2013 vanaf 09.15 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…)
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 3] vraag dan wanneer tegen [betrokkene 1] is gezegd dat hij op moest staan en weg moest gaan. [betrokkene 1] legt dan uit dat hij die vrijdag met [verdachte] was gegaan. Hij had toen uitdrukkelijk tegen [betrokkene 8] gezegd, zelfs op de weg daar naar toe toen [verdachte] naast hem zat, dat hij er voor moest zorgen dat Zebra er niet bij zat zodat ze alleen met z'n vieren om de tafel konden zitten. [betrokkene 8] had gezegd dat dat geen probleem was. Toen kwam [betrokkene 1] met [verdachte] in [plaats] en toen was het eerste wat [betrokkene 8] zei was dat die man met helemaal niemand wilde praten alleen met de eigenaar van het project. Toen moesten [betrokkene 1] en [betrokkene 8] van tafel af. [betrokkene 1] en [betrokkene 8] hebben elkaar aangekeken maar [betrokkene 1] is toch van tafel gegaan zodat [verdachte] met die man kon praten. (...)
Dan legt [betrokkene 1] uit dat [betrokkene 8] tegen hem had gezegd dat ze elkaar verkeerd begrepen hadden en of [betrokkene 1] aan [verdachte] wilde vragen om nog een keer met hem te praten. [betrokkene 1] had gezegd dat hij het wel wilde vragen maar dat [verdachte] het een lul van een kerel vond en dat het 3 keer niks zou worden. Toen is [betrokkene 1] naar [verdachte] toe gegaan maar die had gezegd dat hij dat niet wilde, hij ging er niet meer naar toe maar als [betrokkene 1] er wel naar toe wilde gaan prima ik hoor het wel. [verdachte] had gezegd: je weet wat je moet vragen, je weet wat ik wil en je weet wat er moet gebeuren. (...)

Dan zegt [betrokkene 1] dat hij begrijpt dat die douane op de achtergrond moet blijven omdat daar een plausibel verhaal achter zit waar hij niet doorheen kan prikken. De reden is volgens [betrokkene 1] dooreenvoudig: hij wil niet chantabel worden. [betrokkene 1] legt uit dat als ze straks met sterke mensen gaan werken en die douane wil stoppen dan wil hij geen pistool op zijn hoofd hebben dat hij moet werken. Dat is volgens [betrokkene 1] gebeurt in Antwerpen. [betrokkene 1] vindt dat een plausibel verhaal maar ze zetten straks wel spullen op iets waarvan zij niet weten of het 100% gegarandeerd is dus [betrokkene 1] wil wel iets van documenten of iets zien. Het geven van datums vindt [betrokkene 1] ..ntv..maar dat kan hij zelf ook het systeem halen van bootmaatschappijen. Wat [betrokkene 1] niet kan is waardetransporten en documenten van de douane en dat kan hij wel. [betrokkene 1] wil die wel zien maar hij hoeft ze niet mee te nemen. [betrokkene 1] spreekt in dit verband over vrachtbrieven met routes en alles erop en eraan.

10. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 28 februari 2013 vanaf 09.23 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 3] zegt dat hij dat van dat chantabel wel wat ver gezocht vindt.
zegt dat ze allemaal elk moment mogen stoppen of terug en als het project onder de pet blijft bij de mensen die erbij betrokken zijn dan is het een kwestie van vertrouwen. Het is volgens [betrokkene 3] een kwestie van wederzijds vertrouwen. [betrokkene 3] vindt dat met die papieren maar een in elkaar geknutselde constructie. [betrokkene 3] legt uit dat hij maar moet laten zien dat hij een container die in het systeem op rood staat op groen kan zetten. Dat is volgens [betrokkene 3] bewijs en niet een papier dat ergens zwerft.

11. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 28 februari 2013 vanaf 14.14 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

(…)
[betrokkene 3] vraagt dan of die [betrokkene 9] het vriendje van de douane is of dat er nog iemand tussen zit. [betrokkene 3] vraagt dan of die [betrokkene 10] het vriendje van de douane is. [betrokkene 1] bevestigt dat. [betrokkene 3] zegt dat hij duidelijk heeft gezegd dat ze met papieren kunnen komen maar dat het echt bewijs moet zijn dat het echt douanestukken zijn. [betrokkene 1] zegt dat hij bepaalt: [verdachte] . [betrokkene 1] zegt dat hij tegen [verdachte] heeft gezegd dat hij die douaneman nooit zelf zal zien. [betrokkene 3] vraagt of de enige reden die daarvoor wordt opgevoerd is dat hij dan chantabel is. [betrokkene 1] bevestigt dat met een volmondig: Ja, dat is de enige reden.

12. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 28 februari 2013 vanaf 14.29 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Dan vraagt [betrokkene 3] wat [betrokkene 1] tegen [verdachte] had gezegd.
[betrokkene 1] zegt dat je bij [verdachte] twee dingen heel goed moet doen: ze moeten zorgen dat ze er bij [verdachte] inkomen. [betrokkene 1] zegt dat zij twee er al in zitten, zij zitten helemaal gebakken bij [verdachte] . [verdachte] moet zich volgens [betrokkene 1] nu bewijzen naar [betrokkene 1] en [betrokkene 3] . Bij [verdachte] moet je gewoon zeggen: dit is wat het kost en wat ga ik verdienen?

13. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 28 februari 2013 vanaf 14.37 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 3] : Ja was met [...] . Maar dat zei ook tegen hem hoor. Minimaal is 300. Zei die weet je wat je aan me vraagt. Test: 300 dat zei [verdachte] .
(…)
[betrokkene 1] zegt dat hij net heel duidelijk heeft gezegd dat hij niet zegt of de derde er 500 of 600 of 700.. ntv.. hij wil een proef doen van 100, kan ook 200, 300, 400 zijn maar als hij een goed gevoel heeft dan is het gewoon in een keer..ntv.

14. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 28 februari 2013 vanaf 15.23 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 1] zegt dat ze dat Brazilië verhaal ook nog moeten doornemen.
zegt dat hij het grappig vindt van [betrokkene 4] ( [betrokkene 4] ) dat als ze geld nodig hebben van [betrokkene 1] dat ze op de stoep staan. Nu kan hij dat invullen dat Brazilië verhaal, het wordt betaald, de tickets, hij hoeft niks te regelen en nu hoort [betrokkene 1] niks van hem. [betrokkene 3] dacht dat het allemaal een beetje....

15. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 28 februari 2013 vanaf 17.11 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (...)
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 1] zegt: Hij doet het wel. [verdachte] doet het wel. Die zegt gewoon van we gaan nu werken. Toch?
[betrokkene 3] zegt: Hij heeft al aanbetaald dus ehh hij kan niet meer terug zegt ie.

16. Een geschrift, zijnde BlackBerry-berichten van 4 maart 2013 tussen [verdachte] en [betrokkene 3] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Van [verdachte] naar [betrokkene 3] : ‘Hebbe jullie er zin in jongens want leuk net of het allemaal beetje te serieus werd ik ken echt niet meer terug nu he

(…)

Van [verdachte] naar [betrokkene 3] : ‘Bij sokken weet niet wat moeilijk is alles is heel makkelijk en mense zijn echt al aan het werk ervoor maar laten we werken nu de rest komt wel goed (...) '

17. Een proces-verbaal van stelselmatige observatie (observeren 7 maart 2013) van 13 maart 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren met nummers [...] , [...] , [...] en [...] (…)
Dit proces-verbaal houdt onder meer in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als waarnemingen van genoemde verbalisant(en):

Tijdens een observatie op 7 maart 2013 wordt waargenomen dat [betrokkene 3] om 13.48 uur het hotel [A] te [plaats] binnen gaat. Om 14.14 uur loopt [verdachte] het hotel in. Om 14.15 uur ontmoeten [betrokkene 3] en [verdachte] elkaar in het hotel. Om 14.18 uur loopt [betrokkene 4] het [A] hotel binnen.

18. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 10 maart 2013 vanaf 07:51 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (...).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 1] : O ja, dat heb ik je nog niet verteld, ik zit daar vrijdag met [betrokkene 4] en [verdachte] te praten. Gelukkig komt [betrokkene 4] even ietsje eerder op een gegeven moment zegt [betrokkene 4] tegen mij heb je eigenlijk besproken over wat we gaan verdienen. Ik zeg nee, dat is niet helemaal duidelijk maar ik ga ervan uit dat we best wat gaan verdienen. ...
[betrokkene 3] : Ja, dat had hij (het hof begrijpt [verdachte] ) wel gezegd.. Wij twee ton... ja, want wat gaat hij sturen eenenveertig??
[betrokkene 1] : Nou dat gaat ehh [betrokkene 4] ?
[betrokkene 3] : [verdachte] .
[betrokkene 1] : [verdachte] . Vijftig dan gaan we de man ook vijftig en dan honderd. Dan komen we uit op twee ton de man!

19. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 13 maart 2013 vanaf 14.47 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 1] zegt dat hij pas om 4 uur bij [verdachte] hoeft te zijn.

20. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 13 maart 2013 vanaf 14.54 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Dan dat [betrokkene 1] kan blijven zitten omdat hij met deze auto gaat.

21. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 14 maart 2013 vanaf 10:16 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…)
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Vanaf 10:31: [betrokkene 1] : [verdachte] heeft gisteren tegen ons gezegd: jullie gaan een jaar niks doen... Ik ja, maar luister eens vriend...gaan we betaald worden dan? Toen zegt ie... [betrokkene 1] ...het is nu menens geworden...het is nu helemaal klaar...Brazilië draait... dit gaat draaien.

22. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 21 maart 2013 vanaf 14:58 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…)
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 1] : De stukjes kosten 5 duizend dollar schoon en met strepen erbij 7,5 duizend dollar. Dan gaan ze straks allemaal verifiëren. [betrokkene 3] zegt dat ze de strepen erbij willen hebben. Dan kost het dus 7,5 duizend. En er moest 120 duizend dollar om het bedrijf op te starten. [betrokkene 1] had gezegd is goed die is het terug gaan vragen. [verdachte] had gezegd dat het goed was en toen [betrokkene 1] bij [betrokkene 4] terug kwam vertelde [betrokkene 4] dat hij een fout had gemaakt en dat het geen 120 duizend dollar was maar 120 duizend euro was.

23. Een proces-verbaal van relaas Zaaksdossier 10: Containers (Aanvulling) van 2 september 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar met nummer [...] (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als bevindingen van genoemde verbalisant:

Dinsdag 12 maart 2013
Op 12 maart 2013 vanaf 15.16 uur vindt de volgende communicatie plaats op de BlackBerry tussen [betrokkene 1] en [verdachte] .

Van [verdachte] naar [betrokkene 1] : ‘Hoelaat kunnen we elkaar morge zien ik heb info ’
Van [betrokkene 1] naar [verdachte] : ‘Uurtje of 3 '

Later die avond zoekt [verdachte] wederom contact met [betrokkene 1] via de BlackBerry.

Van [verdachte] naar [betrokkene 1] : 'Dan moet je nu heel blij gaan worden dan is het top zie je morge'

Van [betrokkene 1] naar [verdachte] : Kerel, we zijn al blij met jou en nu ga je mij nog meer blij maken, whahahah, we zien elkaar morgen, ik ping je op tijd, en probeer rond 3 uur bij je te zijn’

Woensdag 13 maart 2013
Uit het zaaksdossier (…) blijkt uit de OVC dat [betrokkene 1] de auto van [betrokkene 3] leent en uit de bakengegevens blijkt dat hij daarmee naar het [B] in [plaats] rijdt. Hij staat daarvan 16:00 uur t/m ongeveer 16:42 uur.

Dit komt overeen met de communicatie op de Blackberry tussen [betrokkene 1] en [verdachte] :

Van [verdachte] naar [betrokkene 1] : ‘Doe 4 uur bij kegel ok vr aub ’
Van [betrokkene 1] naar [verdachte] : ‘is goed’
Van [verdachte] naar [betrokkene 1] : ‘Ok vr top’

24. Een proces-verbaal van stelselmatige observatie (observeren 14 maart 2013) van 2 april 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren met nummers [...] , [...] , [...] , [...] , [...] , [...] , [...] , [...] , [...] en [...] (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als waarnemingen van genoemde verbalisant(en):

Tijdens een observatie op 14 maart 2013 wordt tussen 13.58 uur en 14.42 uur een ontmoeting gezien tussen [betrokkene 1] , [betrokkene 3] en [verdachte] bij het [B] te [plaats] .

Om 16.14 uur wordt gezien dat [betrokkene 3] en [betrokkene 1] aankomen bij het [C] te [plaats] . Vervolgens wordt gezien dat zij op de vierde etage, afdeling G, kamer 40 een ontmoeting hebben met [betrokkene 6] . Na ongeveer 5 minuten gaan zij weer weg.

25. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 17 maart 2013 vanaf 16.41 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 1] : (...) Want ik was met [betrokkene 4] bezig en met [verdachte] bezig. Dus ik ben gisteren avond eh naar [verdachte] gegaan. Ik heb allerlei dingen geregeld en ik heb, ben tot vannacht 2 uur en vrijdag nacht 2 uur bezig geweest. En vannacht moet ik ook weer hoogst waarschijnlijk tot 2 uur bezig zijn met eh. [verdachte] en eh.
[betrokkene 3] : Maar is het? Gaat het zo moeizaam?
[betrokkene 1] : Ja, het gaat moeizaam en nu gaat het, [betrokkene 4] schrijft een bericht: maatje moeilijk, gaat moeilijk zijn om elkaar te horen.

26. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 23 maart 2013 vanaf 10.26 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 1] : weet je nou heb ik opeens een heel goed gevoel van dat [betrokkene 4] ( [betrokkene 4] ) verhaal, jij niet [betrokkene 3] ?
: ..ntv..
[betrokkene 1] : En ik vind ja, we zetten onze vraagtekens en terecht he, helemaal terecht maar ik heb me toch een puist lekker gevoeld ..ntv.. duurt alleen langer. Geld moet er dan naartoe en dan wordt er veertien dagen gewerkt. Ze zijn al bezig met spullen aan het halen voor [verdachte] , zei [betrokkene 4] . Die man is naar de overkant gegaan, naar Colombia zeg maar.

27. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 23 maart 2013 vanaf 12.46 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 3] : Maar blijft hij nou daar tot de eerste alleen weg is of ook daarna
[betrokkene 1] : als de eerste weg is
[betrokkene 3] : dan komt hij terug
[betrokkene 1] : dan komt hij terug ja. Dan moeten we even afspreken hoe we dat met de tweede en de derde doen
[betrokkene 3] : ja
[betrokkene 1] : want daar hebben we geen zicht op, hoe dat gaat gebeuren van we hebben ook geen zicht op van hoeveel er binnenkomt snap je.
[betrokkene 3] : Nee precies
[betrokkene 1] : Dus dat moeten we even goed regelen met [betrokkene 4]
[betrokkene 3] : ja en hij kent de mensen dus dan is het logischer en voor de hand liggender dat hij dat doet. Maar ja ik kan me voorstellen dat hij zegt ja ik blijf een beetje heen en weer doen jullie maar. Dan moet een van ons even gaan.

28. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 28 maart 2013 vanaf 17.32 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 3] : Heb jij, jij hebt hem mijn nummer gegeven of heb je dat zelf gekocht?
[betrokkene 1] : Hij heeft met mij op de dag dat hij daar naartoe vloog, is hij met mij in [plaats] is hij een kaart gaan kopen.
[betrokkene 3] : Oke. Gewoon in Nederland?
[betrokkene 1] : Toen heeft hij geld gehad van, hoe heet hij, [verdachte] . Toen zijn we samen naar [plaats] gereden, naar het centrum van [plaats] om in [plaats] een telefoonkaart te kopen.
[betrokkene 3] : Ja, dus gewoon een Nederlandse...
[betrokkene 1] : Dat is mijn telefoonkaart die hij aan mij gegeven heeft.
[betrokkene 3] : O.
[betrokkene 1] : Dat is deze die hier in zit ja?
[betrokkene 3] : Ja.
[betrokkene 1] : Toen is hij naar Brazilië gevlogen...
[betrokkene 3] : Om daar lokaal een kaartje te kopen.
[betrokkene 1] : En daar heeft hij lokaal een kaartje gekocht.
[betrokkene 3] : Ja.

29. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 2 april 2013 vanaf 20.10 uur tussen [betrokkene 3] en [medeverdachte 3] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 3] : nou ik heb nog geen nummer, maar eh het was wel zo van nou dat [verdachte] eigenlijk naar zijn bedrijf moest, zei ie van nou ik ga nu, maar deze twee mannen die gaan het wel regelen. Hij wil gewoon helemaal niet, sterker nog dadelijk als het vertrekt dan zit hij in eh buitenland. Hij wil geen enkele manier dat het op hem teruggeleid kan worden.
[medeverdachte 3] : en heb je ook al punten besproken als het komt zeg maar, hoe je dat moet doen.
[betrokkene 3] : ja er komt een man van eh, dus wat eh ja dat is allemaal besproken, hij eh, hij krijgt ..ntv.. en dar moet er een man van [verdachte] bij die gaat met zijn chauffeur mee, die brengt het eh ergens over de grensregio eh [plaats] en daar heeft ie dan ergens een loods, [plaats] , [plaats] zo weet je wel dat grensgebiedje. En dan eh ken je gewoon met je wagentje ..ntv.. spul ophalen.
[medeverdachte 3] : ik neem aan dat jullie, dat jouw spullen ..ntv.. liggen zeg maar

30. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 5 april 2013 vanaf 14:26 uur tussen [betrokkene 3] en [medeverdachte 3] (…)
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Omstreeks 14:33 uur is een geritsel van papier te horen, waarbij [betrokkene 1] tot 16 telt
: .14, 15, 16: twee containers! ik heb gezegd euh.. 8000 ( [betrokkene 4] ) euro dat hij zou krijgen.
[betrokkene 3] : ja, wat krijgt ie dan? dus daarom is het wel lekker als we dat ff weten, dat we dat precies weten van die euh [betrokkene 7] . we geven ze weinig mogelijk! ..ntv.. steeds meer...
[betrokkene 3] : ..ntv.. moet niet tegen [betrokkene 1] zeggen dat ..ntv.. geld in zn zak heeft, met die bakken, want hij gaat natuurlijk vragen, hoe zit het met die [betrokkene 6] en dit en dat en hoe is dat nou geregeld enneuh.. toch, dat hoeft hij niet te weten! ..ntv.
[betrokkene 1] : wat zeg je?
[betrokkene 3] : ik heb hem gister gezegd dat we alles geregeld hebben, dus euh..
[betrokkene 1] : maar dan is dat toch goed?
[betrokkene 3] : ja, maar ik bedoel hij hoeft toch niet te weten ..ntv.. weet je wel?
[betrokkene 1] : ja. ..ntv.. nee, ik zeg niks daarover want ik zit eigenlijk te denken van, moeten wij morgen die [betrokkene 6] wel 16000 euro geven, of 8000 euro?
[betrokkene 3] : ja daarom zeg ik als we 8000... daarom moeten we weten ..ntv.. hoe het gaat met die [betrokkene 7] . ..ntv.
[betrokkene 1] : ja maar daarom had ik gister tegen hem gezegd, het is, voor ons is het 10.200 dollar, dus dat is zeg maar 8000 euh euro.
[betrokkene 3] : maar is dat per bak of is dat...?
[betrokkene 1] : ja, maar dat heeft [verdachte] aan mij gestuurd

31. Een proces-verbaal bevindingen Western Union [betrokkene 4] van 18 april 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar met nummer [...] (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van genoemde verbalisant:

[betrokkene 4] heeft in de periode van 1 januari 2013 tot en met 10 april 2013 via Western Union één keer geld ontvangen van [betrokkene 1] . Het betreft de volgende money-transfer:

Transactiedatum : 2 april 2013
Transactiebedrag : 200,-
Naam verzender : [betrokkene 1]
Adres verzender : [b-straat 1] , [postcode] [plaats]
Geboortedatum verzender : [geboortedatum] 1964
Naam ontvanger : [betrokkene 4]
Adres ontvanger : [betrokkene 11] (het hof begrijpt: [betrokkene 11] ) [plaats]
Geboortedatum ontvanger : [geboortedatum] 1975

Uitbetalingsdatum : 3 april 2013
Tijdstip van uitbetalen : 08:46 uur
Uitbetalende agent : [...]

Op verzoek van verbalisant is door Western Union uitgezocht wat de locatie is van de agent die de uitbetaling heeft gedaan. Uit informatie die op 18 april 2013 per email is ontvangen blijkt het adres van de uitbetalende agent te zijn: 'LA BANQUE POSTALE, ZONE DE FRET SUD AEROPORT D ORLY' oftewel het postkantoor in de belastingvrije zone zuid van het vliegveld Orly in Parijs.

Op basis van de bovenstaande informatie kan worden gesteld dat [betrokkene 4] op de volgende locatie is geweest:
• 3 april 2013 om 08:46 uur: Vliegveld Orly in Parijs

32. Een proces-verbaal van stelselmatige observatie (observeren 4 april 2013) in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren met nummers [...] , [...] , [...] , [...] , [...] , [...] , [...] en [...] (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als waarnemingen van genoemde verbalisant(en):

Tijdens een observatie op 4 april 2013 wordt omstreeks 13.00 uur gezien dat zowel [betrokkene 3] en [betrokkene 1] in de Peugeot als [verdachte] in de zwarte Mercedes aankomen bij het [B] te [plaats] . Vervolgens wordt gezien dat zij met zijn drieën richting het [plaats] lopen. Na ongeveer een kwartier komen ze weer terug bij de parkeerplaats van het [B] . Gezien wordt dat zij aan het praten zijn. Om 13.24 uur rijden [betrokkene 3] en [betrokkene 1] weg van het parkeerterrein. [verdachte] rijdt om 13.28 uur weg van het parkeerterrein.

33. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 6 april 2013 vanaf 09.16 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 1] : Zo heb ik het gebracht. Zo van: he, we letten echt goed op je geld weet je wel. Wij zijn ook bezorgd dat het allemaal goed komt. Want in onze perceptie hebben wij vernomen dat de container 10800 (tienduizendachterhonderd) dollar kost. Maar geldt dat nu voor één container of voor twee containers? Toen zegt hij het is 10800 dollar per container, dat is ongeveer 8000 euro per bank( [betrokkene 4] ) Dus hij zegt laat dat wel even door hun ook goed controleren. En wat ik nou ga zeggen, tegen die [betrokkene 6] , is van, eh ja sorry, ik zeg jij moet als de wiedeweerga tegen jouw mensen zeggen dat ze accoord moeten gaan...
[betrokkene 3] : met het prijsvoorstel.
[betrokkene 1] : dat die prijs goed is allemaal. Want dan bestelt hij gelijk morgen. Zegt hij: [betrokkene 1] , ik heb het allemaal gecontroleerd. Ik ga nu een beetje boos worden op die mensen. Op mijn mensen, hij zegt, maar ze wachten op jullie. Ik zeg nou het moet niet gekker worden. Dus ik heb gisterenavond die [betrokkene 6] weer gepingt, zo van he [betrokkene 6] luister, we zitten op jullie te wachten, maar we nemen het morgen allemaal goed door
[betrokkene 3] : ja
[betrokkene 1] : Want het kan toch niet zo zijn dat we allemaal op elkaar zitten te wachten. Dus weet je we moeten ons huiswerk even goed maken. Zegt die [betrokkene 6] oke is goed. Morgen, dus nu gaan we naar hem toe, met die [betrokkene 7] erbij.
[betrokkene 3] : ntv
[betrokkene 1] : Het kan toch niet zo zijn dat wij nu alles klaar hebben.

34. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 6 april 2013 vanaf 10.45 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 1] : Even overnieuw.
Ik zeg tegen die [betrokkene 6] dat hij goed moet controleren of die prijzen goed zijn. want wij hebben vernomen 10800 euro of Dollar en hij valt mij gelijk in de rede. En hij zegt maakt niet uit dit zus zo. Je krijgt van mij een proforma nota en dit dat. Wat doe jij, jij neemt precies mijn gedachten ever van wij gaan 10.000 euro betalen.
Maar dat moeten we niet doen, want daar krijg je gelul door. Want die [betrokkene 6] had mij gewoon uit moeten laten praten. Door te zeggen dit is het verhaal klaar uit. 10.800 dollar, 8000 euro per stuk, dus twee is 16.000. Maar hij zegt is het ietsje meer dan regelen we dat wel. Maar [verdachte] heeft heel duidelijk in zijn ping gezegd tegen mij, Het is 10.800 Dollar, per bak, is iets minder dan 8000 euro, hebben ze iets meer geld, dan kunnen ze nooit janken Als ik dan aangeef ik heb maar 10.000 euro gegeven dan zegt [betrokkene 1] wat ben je nou voor een lul.
[betrokkene 3] : ja dat is waar.
[betrokkene 1] : Weet je want nou kunnen ze weer gaan janken.
[betrokkene 3] : ja is goed als wij het er maar over eens zijn. Ik heb niets meer in mijn zak, als ik het geef is het weg. Als ik 10 geef en 6 achter gehouden.

35. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 6 april 2013 vanaf 12.56 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

A: Laat ik het zo zeggen, hij was aan het werken net zoals wij nu aan het werken zijn met [verdachte] . Dus we hebben net dat geld weggebracht ja? En [verdachte] heeft wel al geld betaald aan de overkant. Ja? Maar jij weet niet van [verdachte] waar dat geld aan de overkant gestuurd is. Ja? Wij weten toevallig dat we die container betaald hebben, 16.000 euro, aan die .... Ja?
Maar nou wordt [verdachte] opgepakt. Ja?
W: Dan weten wij niet waar we moeten wezen.

36. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een opgenomen en uitgeluisterd telefoongesprek van 7 april 2013 om 18.00 uur tussen [betrokkene 4] ( [telefoonnummer 1] ) en een onbekende man (NNman [telefoonnummer 2] ) in de Spaanse taal (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gesprek vertaald door tolk van het Spaans naar het Nederlands.

[betrokkene 4] bun NNMan9278

[betrokkene 4] = ik heb je gisteren een boodschap gestuurd
Nnman= ja ik heb het gezien, en ik heb die jongen ook een bericht gestuurd
= is hij nog daar?
Nnman= ja hij heeft de eerste gestuurd maar die was leeg
= oke oke
NNman= en de 2de, maar hoe dan ook hij gaat je bellen, ik heb hem een bericht gestuurd en hij zou je gaan bellen
(…)
= oke, ik wacht op zijn telefoontje
NNman= ja ja hij is in afwachting,,, de lege is al vertrokken, het is nu kijken hoe het loopt en daarna vertrekken de 2 andere
= oke is goed, zeg dat hij mij moet bellen
NNman=ja ik heb het gezegd dat hij je moet bellen en dat hij mij dat moet vertellen.
= oke maat

37. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 23 april 2013 vanaf 13:54 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…)
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 3] : maar euhm, het binnenkomen van datgene wat we euh, wat [betrokkene 4] regelt, dat gaat via [verdachte] zn contacten.
[betrokkene 1] : maar [betrokkene 4] heeft daar toch de mensen!? [betrokkene 4] heeft daar toch de mensen die de prijs en de route nog niet eens, maar het gaat om de mensen die de spullen hebben etc.
[verdachte] zn mensen hoeven het alleen maar in te pakken, het gaat die container in en het komt er hier uit en het grote geld is voor [verdachte] en wij worden daar flink van betaald, en je hoort me daar niet over piepen, maar als we nou zelf geld hebben dan sturen [betrokkene 4] weer daar naar toe en dan zeg je tegen [betrokkene 4] : laten we het nou met zn drieën doen. jij, [betrokkene 4] en ik.
[betrokkene 3] : ok, maar dan hebben we toch niks aan contacten hier, wat die gebruiken we van [verdachte] .
[betrokkene 1] : we hebben toch hier een contact om die container binnen, bij die [betrokkene 7] en we geven die [betrokkene 7] 25 0/0 !

38. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 8 mei 2013 vanaf 12.45 uur tussen [betrokkene 3] en [medeverdachte 3] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[medeverdachte 3] : zo zie je maar weer met dat heen en weer rijden. Hele dagen belt die doet die, dingen gaan toch zoals ze moeten gaan [betrokkene 3] ! Maar die 16 ruggen had hij gewoon al met die [verdachte] , daar had hij al lang over moeten vragen.
[betrokkene 3] : Ja dat vraagt hij ook wel uh want die [betrokkene 6] heb nou weer gezegd, nou komt hij de 11 de weer terug weet je wel, die [betrokkene 7] . Dat zint mij weer niet, weet je wel dat continue ..ntv
[medeverdachte 3] : Ja
[betrokkene 3] : Kijk Ze hebben gewoon een één op ééntje dus. Kijk als hij nou honderd procent ..ntv.. nee eerst zei hij nog ja ik geef dat ding pas terug als alles op het water is. Hoezo wat heeft dat er nou mee te maken, het was voor die betaling van twee containers.
[medeverdachte 3] : Weet je wat ik ook raar vind dat die [verdachte] een één op één heb met die [betrokkene 6] ntv.
[betrokkene 3] : Een op een met die [betrokkene 6] , die heb die helemaal niet!
[medeverdachte 3] : Ja natuurlijk wel! [betrokkene 4] ( [betrokkene 4] ) heb het nummer gekregen via die emailtjes zegt maar over die cryptofonen ( [betrokkene 4] ) ..ntv..
[betrokkene 3] : O ja ja.

39. Een proces-verbaal van bevindingen (camerabeelden 9 mei 2013 [D] & [B] ) van 16 mei 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar met nummer [...] (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als bevindingen van genoemde verbalisant:

Naar aanleiding van een observatie op 9 mei 2013, waarin een ontmoeting te zien was tussen [betrokkene 3] , [betrokkene 1] , [betrokkene 4] , [verdachte] en NNvrouw op de locatie [c-straat 1] , [D] en [c-straat 2] , [B] (het hof begrijpt: te [plaats] ), zijn er camerabeelden opgevraagd van die locatie.

Camera 02 [E] Parkeerplaats achter.
11.10.37 uur: Er verschijnt een Peugeot in beeld. De auto wordt herkent door de observanten als de auto van [betrokkene 3] . De auto wordt gekeerd en op het moment dat er een witte Audi A3 in beeld verschijnt, staat de auto van [betrokkene 3] stil en stapt [verdachte] uit. De auto van [betrokkene 3] rijdt verder. [verdachte] loopt naar de witte Audi. Als hij bij de passagierskant van de Audi aankomt, stapt er een blonde vrouw uit. [verdachte] en de blonde onbekende vrouw omhelzen elkaar. [verdachte] zegt iets tegen de bestuurder. Vervolgens rijdt de Audi weg en lopen [verdachte] en de NNvrouw richting het parkeerterrein van het [D] .

Camera 04 [D] .
11.16.47 uur: Er komen vier personen in beeld. Onder deze personen zijn drie mannen en een vrouw. De observanten herkennen de eerste twee mannen als [betrokkene 3] en [betrokkene 1] . Dan volgt [betrokkene 4] met de NNvrouw. Het viertal neemt plaats rechts achterin aan de laatste tafel in de rij. [betrokkene 4] en [betrokkene 4] nemen plaats op de bank. [betrokkene 3] gaat aan de kop van de tafel zitten. De vrouw neemt tegenover [betrokkene 4] plaats op de stoel. Dan komt [verdachte] aanlopen en neemt plaats op de stoel naast NNvrouw. Op de beelden is te zien dat het vijftal in gesprek is.

40. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 9 mei 2013 vanaf 14.18 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 1] zegt: Daarom blijf ik doorzeiken: he gaat er wel gewerkt geworden? Zegt ie: Ja er gaat wel gewerkt worden, er gaat sowieso via [betrokkene 6] gewerkt worden. Dan halen we het ergens anders vandaan. Ja....dat heb ik ook al geregeld zegt ie.
Ik zeg: Ja weet je wel....
[betrokkene 3] zegt: Maar hij zei zelfs 100% met garantie of zo zei die tegen mij.
[betrokkene 1] zegt: Ja.
[betrokkene 3] zegt: Ja wie geeft er nou garantie voor..ntv. Komt er een speciaal toestel binnen ofzo?
[betrokkene 1] zegt: Daarom zei ik ook van he [betrokkene 6] doet moeilijk om die 16 ruggen. Ik denk ik zeg het maar gelijk ja toch? Heb je het gelijk gezegd. Die krijgt ie niet terug hoor.
[betrokkene 3] zegt: Die krijgt hij echt niet voor de 28e in ieder geval.
[betrokkene 1] zegt: Ik zweer het je. Die krijgt hij nooit meer terug. Als hij niet gaat werken op de 28e dan krijgt hij het nooit meer terug.
[betrokkene 3] zegt: Dat weet ik wel van tevoren. Dat is echt ehhh de kampers mentaliteit van dan hebben we in ieder geval wat. In ieder geval wat verdiend, dat zei ik je al gelijk he.

41. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 25 mei 2013 vanaf 12.28 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 1] : Wat zegt die [betrokkene 6] nou? 15 duizend euro staat er op de bank.
[betrokkene 3] : Ja, we hebben hem 16 gegeven. Maar (onverstaanbaar) en hij had het helemaal niet verteld he, tegen die [betrokkene 7] . Had je dat ook effe door?
[betrokkene 1] : Ja

42. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 31 mei 2013 vanaf 09.50 uur tussen [betrokkene 1] en [verdachte] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Te horen is dat iemand instapt en [betrokkene 1] (sh) zegt top. De persoon die in is gestapt blijkt [verdachte] te zijn (SH met DVD 336 file 6783 door 5327 en 5608 en PV van observatie 9 mei 2013 (…))

[betrokkene 1] ( [betrokkene 1] ): [...] doet het niet he
[verdachte] ( [verdachte] ): Wat dan
[betrokkene 1] : Ik eh zit iedereen te pingen, maar ik krijg jou niet te pakken, ik krijg Kaki niet te pakken.
[verdachte] : Komt ie ook niet door bij je, hij wordt toch wel afgeleverd
[betrokkene 1] : ja maar zometeen komen er weer klokjes. Ik zit de hele tijd al te pingen naar iedereen, maar ik krijg niemand te pakken
[verdachte] : Jij hebt ook niks van mij binnengekregen
[betrokkene 1] : Nee
(...)
[verdachte] : ja, je hebt toch, die afspraak staat gewoon toch
[betrokkene 1] : Hij staat er wel ja, gisteravond heb ik hem ook gestuurd,
(...)
[verdachte] : waar hebben we afgesproken
[betrokkene 1] : Ja dat is mijn vraag, dus ik ga maar naar hem toe rijden, dan loop ik wel even naar hem toe. Want het is vlakbij hem, 2 minuten vandaan, maar ik weet niet waar het is.
(...)
[verdachte] : Moet ik sturen waar moeten we naar toe
[betrokkene 1] : Ja stuur maar even
(...)
[verdachte] : heeft een paar dagen tijd nodig en ik wil gewoon, je moet niks zeggen hoor, maar ik wil gewoon even exact weten wat er met die 16 gebeurd is begrijp je.
[betrokkene 1] : ja
[verdachte] : Wat voor gevoel ik nu krijg, is dat die [betrokkene 6] het gewoon gebruikt heeft. En dan weet je dat ik heel makkelijk ben, beetje ..ntv..
(...)
[verdachte] : Ja ik krijg er nu ook een denk ik. [betrokkene 6] , [betrokkene 6] . Weet je die cafe onder het gemeentehuis in [plaats]
[betrokkene 1] : Wat ken ik
[verdachte] : Gemeente, [plaats] dat cafe eronder, hij vraagt of je dat ken vinden.

43. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 31 mei 2013 vanaf 10.05 uur tussen [betrokkene 1] en [verdachte] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[verdachte] : Als ik jou 16 ruggen meegeef en ik zeg pak dat geld maar
[betrokkene 1] : Ja
[verdachte] : En dat wordt niet geregeld, is het dan jouw fout of mijn fout.
: Ik had al een streep bij jou kunnen trekken.
[betrokkene 1] : Ja maar zeg je nou dat die 16 mijn schuld is, zeg je dat nou
[verdachte] : Nee kijk, jij zegt ken je, wat jij zegt ik stop met alles en ik zou jou helpen. Ik geef jou 16 (...), is jouw contact en daar betaal ik jullie ook voor, want anders had ik rechtstreeks kunnen gaan en had ik gezegd oke jullie krijgen dit aan het einde
[betrokkene 1] : Ja
[verdachte] : Toch?
[betrokkene 1] : Ja
[verdachte] : En als jij dan zegt k heb er eigenlijk een streep door getrokken, dan vind ik het niet correct en waarom niet, omdat ik jou 16 ruggen mee geef Ik zeg weet je haal dat geld terug, wat normaal is
[betrokkene 1] : Ja
[verdachte] : Want ze krijgen krediet, dan moet je eigenlijk een streep door [betrokkene 6] trekken,
[betrokkene 1] : Nee
[verdachte] : En tegen mij zeggen ah jongen kut, maar het is niet goed geregeld daaro.
[betrokkene 1] : Nee ik denk dat het daar wel goed geregeld is..
[verdachte] : Het is niet goed geregeld, want die [betrokkene 7] ziet die kijkt jou gewoon aan van jij weet helemaal van fucking niks.
[betrokkene 1] : Wat zegt ie
[verdachte] : Die [betrokkene 7] heb jou aangekeken van dat ie helemaal niks weet van 16 ruggen
[betrokkene 1] : Nee dat weet ik
[verdachte] : Dus dan is het niet goed geregeld.
[betrokkene 1] : Nee, maar dat is mijn probleem niet jij hebt gezegd van he breng dat geld daar naar toe en ik heb dat geld daar naar toe gebracht, ja.
[verdachte] : Dat is jouw probleem niet, nee oke zal wel in een sprookje leven of zo.
[betrokkene 1] : Nee
[verdachte] : Ja we komen er toch niet uit, want ik denk heel anders dan jij
[betrokkene 1] : Nou kijk weet je wat het is, nu zeg je opeens van dat het mijn probleem is dat die 16 er niet is.
[verdachte] : Jullie hadden dat wel moeten regelen, vooral als jij zegt dat je echt hard geld nodig hebt.
[betrokkene 1] : Kijk maar er zijn afspraken gemaakt
[verdachte] : Want [betrokkene 6] heb het nu op een zogenaamde kampersrekening staan
[betrokkene 1] : Ja
[verdachte] : Terwijl jij het heel hard nodig hebt voor je gezin. Kijk ik weet wat ik, kijk ik moet op geld wachten, ik ben altijd, want ik geef je, ik heb jou geld gegeven wat ik niet hoef te doen toch ofwel.
[betrokkene 1] : Nee dat hoeft helemaal niet
[verdachte] : Ik wil je alsnog gewoon dat geld gaan geven. Dit zet mij aan het denken, want jij komt echt we vorige week, en dan moet je gaan begrijpen als de spullen hier zijn, praatje over heel veel geld, heel veel geld. Want 16 ruggen aan iemand wordt af gegeven, waar die, want daar betaal ik jullie voor, jullie moeten dat onder controle hebben.
[betrokkene 1] : Ja
[verdachte] : En houden
[betrokkene 1] : ja
[verdachte] : En jij komt naar mij toe van ja, je zegt ..ntv.. joh die [betrokkene 6] , die [betrokkene 7] die keken echt van nou die weten helemaal niks van 16 ruggen
[betrokkene 1] : Nee
[verdachte] : Dat heb die [betrokkene 6] gewoon op een rekening, dat zeg ie snel, staan. Begrijp je nu mij, ook hoe ik denk of niet?
[betrokkene 1] : Ja dat is gezegd. Dat is gezegd door die [betrokkene 6] en door jou is gezegd van he haal dat terug, want nu is die 16 niet meer nodig, want die 30 dagen betalingstermijn is er ja. Nou die 30 dagen betalingstermijn is er helemaal niet.
(...)
[verdachte] : Maar buiten die 30 dagen alles, zijn die 16 ruggen nooit gegeven aan jullie.
[betrokkene 1] : Die 16 die zijn aan [betrokkene 6] gegeven en die [betrokkene 6] die zou het aan die [betrokkene 7] geven.
(...)
[verdachte] : Nee, hoe lang is dat geleden al
[betrokkene 1] : Nou dat is eh twee maanden terug
(...).
[verdachte] : Ik vertrouw je erop dat je heel goed je werk doet, maar dit is toch niet onder controle houden. Als we gewoon realistisch zakelijk praten is dat dat toch niet onder controle hebben. Als ik jou 10 keer vraag haal dat geld terug en jij ken nou dat geld gaan afpakken
(...)
[betrokkene 1] : Ja die [betrokkene 7] kijkt verbaasd en die [betrokkene 6] neemt het gesprek over en die zegt die staan bij mij op een rekening en dat wordt er pas afgehaald als er gewerkt is of dat er die 30 dagen betalingstermijn is. En toen zegt ie van er is gezegd van het zijn er 15, dus.
[verdachte] : Wat heb jij toen gezegd eigenlijk
[betrokkene 1] : (...) ik heb gezegd het zijn er 16.

44. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 31 mei 2013 vanaf 10.51 uur tussen [betrokkene 1] en [verdachte] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 1] zegt nog 12 kilometer, 11 uur zijn we er.

[verdachte] : met tien minuutjes zijn we er, stuur ik naar [betrokkene 6] , hij zegt dan ben je mooi, ben je precies op tijd. Ik zeg dat is mooi om te weten. Ja haha, hij is vrolijk.
[betrokkene 1] : Ja misschien, zal wel, ik weet het niet.
[verdachte] : Ja hij stuurt toch nooit zo, ik bedoel hij wilt opeens grappig doen ofzo. Ik zegt met tien minuten zijn we er, hij zegt dan ben je precies op tijd, ik zegt dat is mooi om te weten (...)

45. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 31 mei 2013 vanaf 10.59 uur tussen [betrokkene 1] en [verdachte] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Te horen is dat om 11:05:34 uur te auto wordt geparkeerd, dat ze uitstappen en de auto afsluiten.

46. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 31 mei 2013 vanaf 12.01 uur tussen [betrokkene 1] en [verdachte] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[verdachte] : Vond je het zelf geen fijn gesprek
[betrokkene 1] : Ja goed
[verdachte] : Wel toch
[betrokkene 1] : Ja ik ben eh ..ntv.. volgens mij heeft hij de meeste vragen beantwoord gekregen.
[verdachte] : [betrokkene 6] was ook best wel oke

47. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een uitgeluisterd OVC-gesprek van 28 juni 2013 vanaf 16.27 uur tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] (…).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[betrokkene 3] : Hij vraagt niet eens zijn geld terug dat moeten wij doen.
[betrokkene 1] : Ja precies. Heb ik ook nog tegen [verdachte] gezegd van hee jij krijgt die 16000 euro niet terug hoor. Ik zeg die krijg je pas terug als er gewerkt is. Als er niet gewerkt wordt krijg je het niet terug. Be my guest. Sterker nog. Kaki betaalt je niet een.’

7. Het hof heeft in het bestreden arrest een met betrekking tot feit 1 gevoerd verweer als volgt samengevat en verworpen:

‘Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat de verdachte zich heeft voorgedaan als iemand die over de mogelijkheid beschikt verdovende middelen vanuit Zuid-Amerika naar Europa te sturen. Dit berustte echter enkel op grootspraak. Hij heeft de situatie verkeerd ingeschat en dacht dat hij via via iets kon regelen om verdovende middelen te leveren. De verdachte had geen bedrijf in Zuid-Amerika, beschikte niet over een “binnentrekmethode” en van het doen van investeringen is evenmin sprake geweest. Er zijn weliswaar besprekingen en ontmoetingen geweest, maar daarmee is de ondergrens voor strafbare voorbereidingshandelingen niet gehaald, ook niet in de medepleegvariant. Evenmin is er sprake van geweest dat de verdachte probeerde mensen te bewegen tot invoer van middelen genoemd op lijst I van de Opiumwet of dat hij daartoe gelegenheid heeft verschaft. Hoewel er werd gesproken over drugstransporten, is van concrete (uitvoerings)handelingen niet gebleken. Aldus is er volgens de raadsman onvoldoende bewijs in het dossier voorhanden om de verdachte schuldig te verklaren aan voorbereidingshandelingen door een of meer anderen te bewegen tot - kort gezegd - het plegen van lijst I feiten, dan wel zichzelf of anderen daartoe gelegenheid te verschaffen dan wel voorwerpen bestemd tot het plegen van die feiten voorhanden te hebben.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat uit het dossier kan worden afgeleid dat de verdachte zich bezig heeft gehouden met voorbereidingshandelingen gericht op, kort gezegd, het plegen van lijst I feiten. Dat hier sprake zou zijn geweest van grootspraak, acht de advocaat-generaal niet aannemelijk geworden. Bovendien blijkt uit het dossier dat er wel degelijk sprake is geweest van concrete handelingen. Dat een en ander niet tot een voltooide invoer heeft geleid, is niet relevant omdat dit nu juist de situatie is die zelfstandig strafbaar is gesteld in artikel 10a van de Opiumwet.

Het oordeel van het hof
In artikel 10a van de Opiumwet is strafbaar gesteld de opzettelijke voorbereidings- en bevorderingshandelingen gericht op het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren, het vervaardigen en het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van middelen van lijst I behorende bij de Opiumwet. Het betreft hier een zelfstandig delict.

De verdachte heeft ten overstaan van het hof verklaard dat het klopt dat hij met anderen in gesprek is geweest over de mogelijkheid om cocaïne Nederland binnen te brengen. Hij zou -zo heeft hij verklaard- de cocaïne regelen. Hij kende mensen uit dat milieu en dacht via hen aan cocaïne te kunnen komen. De verdachte heeft hierover meermalen contact gehad met [betrokkene 3] , [betrokkene 1] en [betrokkene 4] . De cocaïne zou vanuit Brazilië naar Nederland gestuurd worden. Om die reden is [betrokkene 4] naar Brazilië afgereisd, voor welke reis de verdachte het ticket heeft betaald.

De verdachte heeft aldus bekend gesprekken te hebben gevoerd in verband met het voornemen om cocaïne Nederland binnen te brengen en hiertoe ontmoetingen te hebben gehad met anderen. Evenwel is het hof, anders dan de raadsman heeft bepleit en met de advocaat-generaal, van oordeel dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de rol van de verdachte verder is gegaan en van een veel groter gewicht is geweest dan het enkele praten over een cocaïnetransport. Het hof wijst op de navolgende feiten en omstandigheden:

Betalingen voor en aan [betrokkene 4]
Niet alleen heeft de verdachte het vliegticket naar Brazilië voor [betrokkene 4] betaald, uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in eerste aanleg blijkt voorts het volgende:

- De verdachte heeft geld gegeven aan [betrokkene 4] voor de aankoop van een telefoonkaart, die [betrokkene 4] vervolgens aan [betrokkene 1] ter beschikking heeft gesteld;
- Het zakgeld voor [betrokkene 4] ten behoeve van zijn verblijf in Brazilië is door de verdachte voor hem betaald. Via Western Union is er door [betrokkene 1] geld overgemaakt, welk geld door [betrokkene 4] op 3 april 2013 op vliegveld Orly (Frankrijk) is opgehaald.

[betrokkene 4] heeft ter terechtzitting bij de rechtbank op 31 maart 2016 in zijn eigen strafzaak - welk proces-verbaal door het hof is gevoegd in de zaak van de verdachte - verklaard dat hij naar Zuid Amerika is gegaan om een bedrijf op te starten. Het ging om een fruit/houtbedrijf. Er moest geld komen om het bedrijf op te starten. [betrokkene 5] , een vriendin van de verdachte, zou meegaan naar Brazilië om daarbij te assisteren. Dit bedrijf was gevestigd in Sao Paulo. Hij heeft rechtstreeks contact gehad met de verdachte.

Betaling voor containers
De verdachte heeft in totaal ongeveer € 16.000,00 betaald, bestemd voor containers, aan in ieder geval [betrokkene 1] . Het hof leidt dit af uit het navolgende. Op 6 april 2013 vindt er een gesprek plaats tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] , waarin [betrokkene 1] aangeeft tegen [verdachte] te hebben gezegd dat hij en zijn maat echt goed op zijn geld zouden letten. [betrokkene 1] had vernomen dat de container 10.800 dollar kost. Dat is omgerekend ongeveer 8.000,00. [betrokkene 1] vraagt zich af of het voor 1 of voor 2 containers is. Iets later zegt [betrokkene 1] : “Maar [verdachte] heeft heel duidelijk in zijn ping gezegd tegen mij, het is 10.800 dollar per bak is iets minder dan 8000 euro”. Op 8 mei 2013 zegt [medeverdachte 3] tegen [betrokkene 3] : “die 16 ruggen had hij gewoon al met die [verdachte] . Daar had hij allang over moeten vragen” en [betrokkene 3] zegt iets later: “nee eerst zei hij nog ik geef dat ding pas terug als alles op het water is... (...) het was voor die betaling van twee containers”. Op 9 mei 2013 zegt [betrokkene 1] tegen [betrokkene 3] - kort na de ontmoeting die er is geweest met de verdachte - dat [betrokkene 6] (het hof begrijpt: [betrokkene 6] ) moeilijk doet over die 16 ruggen en dat [betrokkene 1] er vanuit gaat dat hij (het hof begrijpt: [verdachte] ) dat niet terugkrijgt. Op 25.mei 2013 zegt [betrokkene 1] tegen [betrokkene 3] : “wat zegt die [betrokkene 6] (het hof begrijpt: [betrokkene 6] ) nou? 15.000 staat er op de bank” en dan zegt [betrokkene 3] : “ja we hebben hem 16 gegeven”. Op 31 mei 2013 zegt de verdachte tegen [betrokkene 1] : “maar ik wil gewoon even exact weten wat er met die 16 gebeurd is, begrijp je”. Voorts blijkt uit het gesprek dat hij 16 ruggen heeft meegegeven aan [betrokkene 1] die dat geld aan [betrokkene 6] heeft gegeven. [betrokkene 6] zou dit geldbedrag aan de [betrokkene 7] geven, wat kennelijk niet is gebeurd. Op 28 juni 2013 zegt [betrokkene 3] tegen [betrokkene 1] : “hij vraagt niet eens zijn geld terug, dat moeten wij doen”. [betrokkene 1] zegt dan: “Ja precies. Heb ik ook nog tegen [verdachte] gezegd, want jij krijgt die 16.000 euro niet terug hoor. Ik zeg die krijg je pas terug als er gewerkt is. Als er niet gewerkt wordt, krijg je het niet terug”. Het hof leidt uit de voorgaande gesprekken af dat de verdachte € 16.000,00 aan [betrokkene 1] (als tussenpersoon) heeft betaald, bestemd voor containers, maar dat dit bedrag uiteindelijk niet bij de [betrokkene 7] , voor wie het geld bestemd was, terecht is gekomen. Overigens blijkt ook uit andere gesprekken dat er is geïnvesteerd in het voorgenomen drugstransport. Het hof wijst in dit verband op het gesprek op 28 februari 2013 tussen [betrokkene 1] en . [betrokkene 3] . [betrokkene 1] zegt: “hij doet het wel. [verdachte] doet het wel”, waarop [betrokkene 3] antwoordt: “ hij heeft al aanbetaald dus ehh hij kan niet meer terug zegt ie”.

Ontmoeting met “de streep
Er heeft een ontmoeting plaatsgevonden met een douanemedewerker dan wel een vertegenwoordiger van die douanemedewerker, zo leidt het hof af uit het gesprek tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] op 28 februari 2013. In dat gesprek zegt [betrokkene 1] dat hij met [verdachte] naar [plaats] is gereden voor een ontmoeting met “de streep”, althans “die vent van die streep” (het hof begrijpt: een vertegenwoordiger van “die streep”). Toen [betrokkene 1] met de verdachte in [plaats] aankwam, wilde de man alleen met de eigenaar van het project praten, dus moesten [betrokkene 1] en een zekere [betrokkene 8] (die ook aanwezig was) van die man van tafel af. Zij zijn vertrokken, zodat de verdachte met die man kon praten. Dat de gesprekspartner van de verdachte een medewerker bij de douane betreft, leidt het hof af uit de opmerking van [betrokkene 3] dat die persoon “een container die in het systeem op rood staat op groen kan zetten”. Als getuige ter terechtzitting in hoger beroep gevraagd naar wat er wordt bedoeld met “strepen”, heeft [betrokkene 3] geantwoord dat hij denkt dat daarmee bedoeld wordt dat er douane in het complot zit. Daarnaar gevraagd heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat waar over “strepen” gesproken werd, de douane bedoeld werd.

Verzending “testcontainer"
[betrokkene 1] en [betrokkene 3] spreken op 23 maart 2013 erover dat er drie transporten zullen zijn. [betrokkene 3] vraagt dan: “blijft hij (het hof begrijpt [betrokkene 4] ) nou daar tot de eerste alleen weg is of ook daarna” waarop [betrokkene 1] antwoordt: “als de eerste weg is” en verder “dan moeten we even afspreken hoe we dat met de tweede en de derde doen”. Het eerste transport is een “test-container” geweest, zo leidt het hof af uit een gesprek tussen [betrokkene 4] en een onbekend gebleven persoon op 7 april 2013, inhoudende: “hij heeft de eerste gestuurd maar die was leeg” en “de lege is vertrokken, het is nu kijken hoe het loopt en daarna vertrekken de 2 andere”. [betrokkene 4] heeft ter terechtzitting bij de rechtbank op 31 maart 2016 verklaard dat het best zou kunnen dat dit om een container gaat. Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat er al een eerste “test”-zending heeft plaatsgevonden.

Derden bezig voor de verdachte
Uit een OVC gesprek van 23 maart 2013 blijkt verder dat derden al bezig zijn voor de verdachte. [betrokkene 1] zegt in een gesprek tegen [betrokkene 3] : “ze zijn al bezig met spullen aan het halen voor [verdachte] , zei [betrokkene 4] (het hof begrijpt: [betrokkene 4] )”. Ook zegt de verdachte zelf in een pinggesprek op 4 maart 2013 tegen [betrokkene 3] : ...“mensen zijn echt al aan het werk ervoor maar laten we werken nu de rest komt wel goed”. Het hof leidt hieruit af dat ook door derden activiteiten worden ontplooid gericht op de voorgenomen invoer van cocaïne. De verdachte zegt in hetzelfde pingbericht ook dat hij nu niet meer terug kon.

Aantal ontmoetingen met medeverdachten
Het hof overweegt voorts dat het aantal ontmoetingen van de verdachte met [betrokkene 1] en [betrokkene 3] en in een enkel geval ook met [betrokkene 4] en/of met anderen, in geen verhouding staat tot de stelling van de verdachte dat het enkel grootspraak was. Er zijn immers meerdere ontmoetingen met [betrokkene 3] , [betrokkene 1] en/of [betrokkene 4] en/of anderen vastgesteld op onder meer:
- 21 februari 2013, ontmoeting bij het [A] te [plaats] tussen [betrokkene 1] , (naar het hof begrijpt) de verdachte en [betrokkene 4] ;
- 7 maart 2013, ontmoeting bij het [A] te [plaats] tussen [betrokkene 3] , de verdachte en [betrokkene 4] ;
- 13 maart 2013, ontmoeting (naar het hof aanneemt) bij het [B] te [plaats] tussen [betrokkene 1] en de verdachte;
- 14 maart 2013, ontmoeting bij het [B] te [plaats] tussen [betrokkene 3] , [betrokkene 1] en de verdachte. Zo’n anderhalf uur later bezoeken [betrokkene 1] en [betrokkene 3] , [betrokkene 6] in het [C] te [plaats] ;
- 16 maart 2013, [betrokkene 1] heeft de verdachte bezocht;
- 4 april 2013, ontmoeting bij het [B] te [plaats] tussen [betrokkene 3] , [betrokkene 1] en de verdachte;
- 9 mei 2013, ontmoeting in het [D] te [plaats] tussen [betrokkene 3] , [betrokkene 1] , de verdachte, [betrokkene 5] en [betrokkene 4] ;
- 31 mei 2013, de verdachte stapt in de auto bij [betrokkene 1] . Vervolgens rijden zij samen naar [plaats] waar een ontmoeting tussen hen en [betrokkene 6] heeft plaatsgevonden.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bevestigd dat deze ontmoetingen/besprekingen in het teken stonden van het voornemen om cocaïne binnen Nederland te brengen.
Uit het voorgaande leidt het hof af dat de rol van de verdachte verder ging dan het enkele praten over invoer van cocaïne in Nederland. Er zijn immers concrete afspraken gemaakt, ontmoetingen geweest met medeverdachten en andere betrokkenen en er is een ontmoeting geweest met een medewerker van de douane (of diens vertegenwoordiger) om - zo begrijpt het hof - met hulp van een douanemedewerker de container(s) zonder controle het land binnen te laten komen. Er zijn investeringen gedaan (zoals de € 16.000,00 voor de containers), [betrokkene 4] is met een door de verdachte betaald ticket naar Brazilië afgereisd, er is geld naar [betrokkene 4] overgemaakt (het hof begrijpt: een bijdrage ten behoeve van zijn levensonderhoud in Brazilië), derden zijn aan het werk gezet en er heeft een testzending plaatsgevonden. Dit zijn handelingen die gericht zijn op of verband houden met het voornemen om de cocaïne Nederland binnen te brengen en vallen derhalve onder het bepaalde van artikel 10a Opiumwet.

De stelling van de verdachte dat er sprake was van grootspraak volgt het hof niet. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte een significante, leidende rol heeft gehad in deze voorbereidingshandelingen. Zo zegt [betrokkene 1] in een gesprek met [betrokkene 3] dat de verdachte bepaalt. Ook uit andere gesprekken en berichten kan worden afgeleid dat de verdachte bepaalde welke route er werd gekozen, hoe groot de testzending zou zijn en hoeveel [betrokkene 3] en [betrokkene 1] zouden verdienen. Verder zou er - kennelijk - een man van [verdachte] meegaan met de chauffeur als de cocaïne in Nederland zou aankomen om de goederen verder te vervoeren. Ook hebben de medeverdachten de verdachte op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat de verdachte als medepleger van de voorbereidingshandelingen met betrekking tot het voorgenomen cocaïnetransport moet worden beschouwd.

Het verweer wordt verworpen.’

Bespreking van de middelen

8. Het eerste middel klaagt dat de afwijzing van het verzoek om [betrokkene 6] te horen als getuige onvoldoende met redenen is omkleed.

9. Op 9 juni 2016 is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Namens de verdachte is niet op de voet van art. 410, eerste lid, Sv binnen veertien dagen na de instelling van het hoger beroep een schriftuur houdende grieven ingediend. Wel heeft de raadsman op 9 juni 2017, een week voor de eerste zitting in hoger beroep, een e-mail aan de griffier gestuurd.1

10. In het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 16 juni 2017 is onder meer het volgende gerelateerd (p. 16-17):

‘Mr. Van der Horst wordt in de gelegenheid gesteld de verzoeken om onderzoek te doen, naar voren te brengen en toe te lichten. Hij doet dat als volgt.

Ik verzoek het hof een aantal personen als getuige te horen. Het betreft personen die betrokken zijn geweest bij OVC-gesprekken, die door de rechtbank voor het bewijs zijn gebruikt. De getuigen zijn in eerste aanleg toegewezen door de rechtbank maar hebben geen van allen een inhoudelijke verklaring afgelegd.

(…)

Het verzoek tot het horen van [betrokkene 6] als getuige

Ik herhaal het verzoek tot het horen van [betrokkene 6] als getuige. In eerste aanleg is het niet gelukt [betrokkene 6] te horen als getuige. Voorts heb ik het gerucht gehoord dat [betrokkene 6] is overleden. Mogelijk kan dat op een eenvoudige manier worden gecontroleerd door de advocaat-generaal.

(…)

De advocaat-generaal voert het woord:

Ten aanzien van de getuigenverzoeken geldt het noodzaakcriterium. (…) Ik verzet mij echter tegen toewijzing van het verzoek tot het horen van [betrokkene 6] als getuige. Hij is onvindbaar of overleden.’

11. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 18 juli 2017 blijkt dat het hof als volgt op dit verzoek heeft beslist:2

‘Het hof wijst af het verzoek tot het doen oproepen van de getuige:
- [betrokkene 6]
Van de getuige [betrokkene 6] zijn geen adres- of verblijfgegevens bekend. Uit de brief van de advocaat-generaal van 12 juni 2017 blijkt dat zeer recent onderzoek is verricht in de basisregistratie personen. Uit dit onderzoek volgt dat [betrokkene 6] is uitgeschreven en vertrokken en dat onbekend is waarheen. Wel staat hij vanaf 31 oktober 2013 geregistreerd als wonend in [plaats] , echter zonder concrete nadere adresgegevens. Uit onderzoek op 12 juni 2017 blijkt dat [betrokkene 6] op die datum niet geregistreerd stond in de Registratie Niet-ingezetenen met enig adres in het buitenland. Bij deze stand van zaken, waarbij geen sprake is van concrete adresgegevens, is het hof van oordeel dat het onaannemelijk is dat de getuige [betrokkene 6] binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen.’

12. De stellers van het middel betogen dat de weigeringsgronden voor het (opnieuw) oproepen van een getuige limitatief ‘in de wet (art. 288 Sv) opgenomen’ zijn. Eén van die weigeringsgronden doet zich voor als ‘onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen’. Dat deze weigeringsgrond zich voordoet mag volgens de stellers van het middel niet zo maar worden aangenomen. Er zullen eerst de nodige inspanningen moeten zijn verricht om te bewerkstelligen dat de getuige ter terechtzitting verschijnt, alvorens het verzoek tot het horen van de getuige rechtens kan worden afgewezen. En de rechter dient volgens de stellers van het middel bij toepassing van de genoemde weigeringsgrond in zijn afweging de periode te betrekken waarbinnen de getuige eventueel ter terechtzitting zou kunnen verschijnen, de aard van de zaak en het belang van de getuigenverklaring voor de door de rechter te nemen beslissingen. Door te overwegen dat het onaannemelijk is dat de getuige binnen een afzienbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen nu hij op 12 juni 2017 niet in het BRP-register stond ingeschreven (in Nederland) en geen concrete adresgegevens heeft, zou het hof de afwijzing onvoldoende met redenen hebben omkleed, nu niet blijkt dat en of er enige inspanning is verricht om via [plaats] informatie te verkrijgen over de adresgegevens van de getuige [betrokkene 6] .

12. De stellers van het middel zien naar het mij voorkomt over het hoofd dat art. 315, eerste lid, Sv (in hoger beroep van toepassing ingevolge art. 415, eerste lid, Sv) op het onderhavige verzoek van toepassing is, niet art. 288, eerste lid, Sv. De verdachte heeft appel ingesteld, en er is niet sprake van een getuige die in een – tijdig ingediende – appelschriftuur is opgegeven.3 Dat van een – tijdige – opgave van getuigen in de zin van art. 414 Sv sprake is wordt in cassatie niet gesteld en blijkt ook niet uit het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting.4 Tegen die achtergrond begrijp ik ’s hofs overweging aldus dat het hof oproeping van getuige [betrokkene 6] niet noodzakelijk heeft geacht in de zin van art. 315 Sv, en dat het hof daarbij in het bijzonder betekenis heeft gehecht aan de omstandigheid dat het onaannemelijk is dat de getuige [betrokkene 6] binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen.5 Voor zover de stellers van het middel ervan uitgaan dat het hof oproeping heeft geweigerd op grond van art. 288, eerste lid, aanhef en onder a, Sv, in hoger beroep van toepassing op grond van art. 415 Sv, gaan zij uit van een verkeerde lezing van de motivering van die weigering, zodat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist.

14. Bij de beoordeling van het verzoek aan de hand van het noodzakelijkheidscriterium stelt Uw Raad dat ‘bij de beoordeling van een gemotiveerd, duidelijk en stellig verzoek van de verdediging aan de rechter om ambtshalve gebruik te maken van zijn bevoegdheid om zelf getuigen op te roepen, slechts van belang (is) of hij het horen van die getuigen noodzakelijk acht met het oog op de volledigheid van het onderzoek’. Uw Raad noemt voorts de mogelijkheid dat ‘eisen van een eerlijke procesvoering zich verzetten tegen een afwijzing’.6 In de motivering van de afwijzing van het verzoek door het hof ligt besloten dat het hof het horen van de getuige niet noodzakelijk acht met het oog op de volledigheid van het onderzoek. Daarmee heeft het hof die afwijzing toereikend met redenen omkleed. Ik wijs er daarbij nog op dat de raadsman van de verdachte het verzoek tot het horen van [betrokkene 6] ter terechtzitting in hoger beroep niet heeft gemotiveerd.7 Voorts spelen waarnemingen die op [betrokkene 6] (of: [betrokkene 6] ) betrekking hebben slechts een beperkte rol in de bewijsconstructie, en is aan de bewezenverklaring niet een door [betrokkene 6] afgelegde (belastende) verklaring ten grondslag is gelegd.8

15. Ten overvloede wijs ik er nog op dat art. 288, eerste lid, aanhef en onder a, Sv, indien het wel van toepassing zou zijn geweest, ruimere mogelijkheden had geboden om een verzoek als het onderhavige af te wijzen dan de stellers van het middel veronderstellen. In HR 11 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB5376 was de betreffende getuige volgens informatie ‘met onbekende bestemming betrokken’. A-G Wortel verstond de afwijzing van het getuigenverzoek aldus dat deze op art. 288, eerste lid, aanhef en onder a, Sv gebaseerd was en achtte de motivering toereikend. Uw Raad verwierp het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO. In het onderhavige geval heeft het hof vastgesteld dat uit de brief van de advocaat-generaal van 12 juni 2017 blijkt dat zeer recent onderzoek is verricht in de basisregistratie personen.9 Daaruit volgt dat [betrokkene 6] is uitgeschreven en vertrokken en onbekend is waarheen. Wel staat hij vanaf 31 oktober 2013 geregistreerd als wonend in Kataba in Senegal, daarbij ontbreken echter nadere adresgegevens. [betrokkene 6] stond op 12 juni 2017 niet geregistreerd in de registratie Niet-ingezetenen met enig adres in het buitenland. En de verdediging heeft geen gegevens verschaft over een mogelijke verblijfplaats.10

16. Het eerste middel faalt.

16. Het tweede middel klaagt dat uit het arrest en/of de bewijsmiddelen niet kan volgen welke ‘andere hand- of spandiensten de verdachte heeft verricht teneinde het feit, bedoeld in het vijfde lid van art. 10 van de Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen, zodat de bewezenverklaring onder 1 onvoldoende met redenen zou zijn omkleed.

16. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij (kort gezegd) tezamen en in vereniging met anderen om het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne voor te bereiden of te bevorderen (1) zich en anderen gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft verschaft, en (2) gelden voorhanden heeft gehad waarvan verdachte wist, dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit. Daartoe heeft hij tezamen en in vereniging met anderen (a) afspraken gemaakt en ontmoetingen gehad en telefoongesprekken en besprekingen gevoerd met en inlichtingen en aanwijzingen of opdrachten gegeven aan zijn mededaders betreffende de wijze waarop die cocaïne naar Nederland zou worden vervoerd en verder vervoerd. Voorts heeft hij daartoe (b) een betaling van 200,- via Western Union verricht en (c) een of meerdere betalingen verricht als investering voor het transport. Ten slotte zou hij tezamen en in vereniging met anderen daartoe (andere) hand- en spandiensten hebben verricht. Het middel betoogt dat de laatste gedraging niet uit het arrest en/of de bewijsmiddelen kan volgen.

16. Vooropgesteld kan worden dat bewezen is verklaard het verrichten van ‘(andere) hand- en spandiensten’. In die formulering ligt besloten dat de bij de eerdere gedachtestreepjes bewezenverklaarde gedragingen ook de hier bedoelde ‘hand- en spandiensten’ (kunnen) opleveren. Het hof heeft verschillende van die gedragingen, tegen de bewezenverklaring waarvan de stellers van het middel geen klachten formuleren, tevens als ‘hand- en spandiensten’ kunnen aanmerken. Ik wijs daarbij onder meer op de money transfer van € 200 naar Chaustre van [betrokkene 1] (bewijsmiddel 31). Blijkens de haakjes die om het woord (andere) zijn geplaatst impliceert de bewezenverklaring niet noodzakelijkerwijs dat het hof naast deze gedragingen nog andere gedragingen met een voorbereidend of bevorderend karakter heeft geïdentificeerd.

16. Anders dan de steller van het middel meen ik voorts dat dergelijke andere hand- en spandiensten wel uit ’s hofs bewijsvoering kunnen worden afgeleid. Zo heeft de verdachte het vliegticket van [betrokkene 4] naar Brazilië betaald (bewijsmiddel 1). Dat behoeft niet te worden aangemerkt als een ‘investering voor het transport’. In de bewijsmiddelen wordt voorts gesproken over ‘pingen’, dat is een vorm van communicatie die niet onder de expliciet bewezenverklaarde vormen behoeft te worden geschaard (bewijsmiddelen 23, 34). Verder rijdt de verdachte met [betrokkene 1] naar een bespreking met [betrokkene 6] , dat behoeft niet als een bespreking met (alleen) mededaders te worden aangemerkt (bewijsmiddelen 44-46). In het bijzonder de eerste en laatstgenoemde gedragingen kunnen worden gezien als ‘hand en spandiensten’ in het kader van de gezamenlijke voorbereiding van de import van cocaïne.

16. Het tweede middel faalt.

16. Het derde middel bevat de klacht dat het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn is geschonden, in het bijzonder de inzendingstermijn.

16. Op 3 juni 2019 is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld. Op 4 februari 2020 zijn de stukken van het geding op de griffie van de Hoge Raad ontvangen. Dat betekent dat de inzendingstermijn van acht maanden nipt is overschreden.11 Uit HR 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:847 kan, mede in het licht van de daaraan voorafgaande conclusie, worden afgeleid dat Uw Raad ook bij een zo geringe overschrijding van de inzendingstermijn de opgelegde straf vermindert.

24. Het derde middel slaagt.

24. Het eerste en tweede middel falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende formulering. Het derde middel slaagt. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

24. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan in de mate die Uw Raad gepast voorkomt, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Proces-verbaal van de op 16 juni 2017 gehouden zitting, p. 5. De e-mail is een reactie op de vraag van de griffier naar ‘eventuele onderzoekswensen’. Het e-mailbericht houdt onder meer het volgende in: ‘De verdediging in de zaak [verdachte] beschikt niet over de processen-verbaal van de zittingen in eerste aanleg in de zaken van de medeverdachten (in het containerdossier). De vraag of wij onderzoekswensen hebben, zou mede kunnen afhangen van de vraag of die processen-verbaal in hoger beroep zullen worden gevoegd. Is het mogelijk van deze processen-verbaal (los van de vraag of er gevoegd zal worden) afschriften te ontvangen ter kennisname? Dit kan wellicht de voortgang bevorderen.’

2 In de zaak M.G. de Jong is eveneens om het doen oproepen van de getuige [betrokkene 6] verzocht; dat verzoek is met een min of meer gelijkluidende motivering afgewezen (p. 10, 20)

3 Zie art. 418, derde lid, Sv. Vgl. HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496, NJ 2014/441 m.nt. Borgers, rov. 2.56 en 2.57.

4 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 16 juni 2017 maakt slechts melding van het e-mailbericht van de raadsman aan de griffier van 9 juni 2017 en van een e-mail van de advocaat-generaal aan de griffier van dezelfde dag. In de motivering van de afwijzing noemt het hof een brief van de advocaat-generaal van 12 juni 2017. Art. 288, eerste lid, Sv is blijkens de redactie slechts van toepassing als de oproeping van niet verschenen getuigen als bedoeld in art. 287, derde lid, Sv is verzocht.

5 Vgl. de conclusie voorafgaand aan HR 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1483 (art. 81 RO), randnummer 13.

6 Vgl. HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496, NJ 2014/441 m.nt. Borgers, rov. 2.8 en 2.9.

7 Zie HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015, NJ 2017/440 m.nt. Kooijmans, rov. 3.8.2.

8 De stellers van het middel wijzen in de schriftuur op bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebezigd.

9 In het door de stellers van het middel genoemde HR 15 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN9173, NJ 2011/530 was na een eerdere vergeefse oproeping niet onderzocht of inmiddels een adres bekend was geworden.

10 HR 1 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2444, NJ 2015/416 m.nt. Schalken.

11 A-G Machielse nam in een in dit opzicht vergelijkbaar geval een overschrijding met één dag aan (conclusie voor HR 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1142). Zo ook A-G Jörg, conclusie voor HR 16 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK8490 en A-G Aben in zijn conclusie voor HR 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:847.