Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2020:1136

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
22-09-2020
Datum publicatie
01-12-2020
Zaaknummer
19/02449
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:1907
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Hasjtransporten vanuit Marokko naar België en NL door koeriers in geprepareerde auto’s. Falende bewijsklachten. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/02678.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/02449

Zitting 22 september 2020

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1965,

hierna: de verdachte.

  1. De verdachte is bij arrest van 15 mei 2019 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, wegens 1 primair en 2 (ik begrijp: telkens, AG) “Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel”, 3, 5 primair en 7 primair (ik begrijp wederom: telkens, AG) “Medeplegen van poging tot opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel” en 4 “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden met verbeurdverklaring van in beslag genomen, maar nog niet teruggeven voorwerpen.

  2. Er bestaat samenhang met de zaak 19/02678 P. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Namens de verdachte hebben mr. R.J. Baumgardt en mr. I.N. Weski, advocaten te Rotterdam, drie middelen van cassatie voorgesteld.

  4. Het eerste middel valt uiteen in twee deelklachten. De eerste deelklacht houdt verband met de verwerping door het hof van het door de verdediging ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde gevoerde verweer dat niet is komen vast te staan dat met de auto’s waarin geen hasj is aangetroffen, hasj is vervoerd. De verwerping getuigt volgens de stellers van het middel van een onjuiste rechtsopvatting omdat de “verdachte in feite het bewijs van zijn onschuld wordt opgedrongen”. De tweede deelklacht klaagt dat de bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3 onvoldoende met redenen is omkleed. Ik begin met de bespreking van de eerste deelklacht die betrekking heeft op het onder 1 ten laste gelegde.

5. Aan de verdachte is onder 1 tenlastegelegd dat:

“1 primair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand december 2011 tot en met 25 september 2012 te Tiel, in elk geval in de gemeente Tiel en/of te Culemborg en/of te Amsterdam en/of te Gronsveld, gemeente Eijsden Margraten en/of te Rumpt, gemeente ' Geldermalsen en/of te Utrecht en/of elders in Nederland, althans in Nederland en/of in Spanje en/of in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht (met een aantal auto's, te weten met een auto met kenteken [kenteken 1] en/of een auto met kenteken [kenteken 2] en/of een auto met kenteken [kenteken 3] en/of met een auto met kenteken [kenteken 4] ) een aantal grote onbekend gebleven hoeveelheden, in elk geval een grote onbekende hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

1 subsidiair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand december 2011 tot en met 25 september 2012 te Culemborg en/of te Amsterdam en/of te Gronsveld, gemeente Eijsden Margraten en/of te Rumpt en/of te Geldermalsen en/of te Utrecht en/of elders in Nederland, althans in Nederland en/of in Spanje en/of in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte en/of verdachtes mededader(s) voorgenomen misdrijf om (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, (met een aantal auto's te weten een auto met kenteken [kenteken 4] en/of een auto met kenteken [kenteken 1] en/of een auto met kenteken [kenteken 2] en/of een auto met kenteken [kenteken 3] ) een aantal grote hoeveelheden, in elk geval een grote hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, verdachte en/of verdachtes mededader (s) (telkens) opzettelijk een aantal auto's (te weten een auto met kenteken [kenteken 4] en/of een auto met kenteken [kenteken 1] en/of een auto met kenteken [kenteken 2] en/of een auto met kenteken [kenteken 3] ) heeft/hebben geprepareerd en/of geschikt gemaakt voor drugssmokkel en/of laten prepareren/laten geschikt maken voor drugssmokkel te weten door in die auto's verborgen ruimtes aan te brengen waarin de drugs verstopt konden worden/verstopt werden en/of door de auto's te voorzien van plaatsbepalingsapparatuur en/of manipulatie apparatuur waardoor die auto's en/of de koeriers door verdachte en/of verdachtes mededader(s) gevolgd konden worden gedurende de reis en/of onder controle konden worden gehouden en/of zonder dat de drugs werden opgemerkt de grens konden passeren en/of een aantal koeriers met voormelde auto's (te weten een auto met kenteken [kenteken 4] en/of een auto met kenteken [kenteken 1] en/of een auto met kenteken [kenteken 2] en/of een auto met kenteken [kenteken 3] ) naar Marokko is/zijn gereden en/of (vervolgens) weer met voormelde auto's in Nederland zijn aangekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid”.

6. Het hof heeft het namens de verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van (mede) het onder 1 tenlastegelegde verworpen. Het hof overweegt naar aanleiding daarvan allereerst het volgende:

“Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het ten laste gelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.”

7. Voorts overweegt het hof – voor zover hier van belang – en meer in het bijzonder als volgt:

Algemeen

Verdachte was mede-eigenaar van coffeeshop [A] te Culemborg. Bij een grootschalig onderzoek in Spanje, Duitsland, België en Nederland kwam uit onder meer tapgesprekken naar voren dat verdachte een rol speelde in een organisatie die hasjtransporten organiseerde vanuit Marokko naar onder meer België en Nederland. Daarbij werd gebruik gemaakt van koeriers, die in speciaal voor dat doel geprepareerde auto’s grote hoeveelheden hasj vervoerden.

[…]

Feit 1, 2 en 3

Namens verdachte is nog aangevoerd dat niet is komen vast te staan dat met de auto’s waarin geen hasj is aangetroffen, hasj is vervoerd. Dat verweer wordt verworpen. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de in de tenlastelegging genoemde auto’s zijn geprepareerd voor het vervoer van een grote hoeveelheid hasj. Het is volstrekt onaannemelijk dat die auto’s niet daarvoor zouden zijn gebruikt. Bijzondere omstandigheden die aannemelijk maken dat niet alle geprepareerde auto’s zijn gebruikt om hasj te vervoeren zijn niet aangevoerd en komen ook niet uit het dossier naar voren.”

8. De eerste deelklacht klaagt dat ‘s hofs motivering van de verwerping van het door de verdediging gevoerde verweer ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde dat niet is komen vast te staan dat met de auto’s waarin geen hasj is aangetroffen, hasj is vervoerd, in feite een omkering van de bewijslast inhoudt, “nu kennelijk het hof voldoende voor de bewezenverklaring acht dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat de auto’s niet zouden zijn gebruikt voor het vervoeren van drugs”. Deze klacht faalt omdat deze is gebaseerd op een verkeerde, want te beperkte lezing van het bestreden arrest. Uit de gebezigde bewijsmiddelen, waardoor het door de verdediging gevoerde verweer naar het oordeel van het hof wordt weerlegd, in combinatie met de aanvullende overwegingen van het hof, blijkt dat het hof heeft vastgesteld dat vanuit Marokko naar onder meer België en Nederland hasjtransporten hebben plaatsgevonden, waarbij gebruik werd gemaakt van koeriers, die in speciaal voor dat doel geprepareerde auto’s grote hoeveelheden hasj vervoerden. Twee van die transporten zijn door de politie onderschept (feit 2 en feit 3). De drie auto’s die worden genoemd in het onder 1 tenlastegelegde waarin geen hasj (meer) is aangetroffen, waren op identieke wijze geprepareerd en zijn, kort voor de inbeslagneming, vanuit Nederland naar Marokko gereden en enkele dagen later weer terug in Nederland aangekomen. Op basis van deze door het hof vastgestelde feiten en omstandigheden heeft het hof klaarblijkelijk de conclusie getrokken dat deze auto’s eveneens voor het vervoer van hasj zijn gebruikt. Een dergelijke conclusie van feitelijke aard kan in cassatie slechts op haar begrijpelijkheid worden onderzocht.1 Bij gebrek aan contra-indicaties is deze conclusie niet onbegrijpelijk.

9. Dit brengt mij bij de bespreking van de tweede deelklacht die inhoudt dat de bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3 onvoldoende met redenen is omkleed.

10. Ten laste van de verdachte heeft het hof onder 1 primair, 2 en 3 bewezenverklaard:

“1 primair:

hij in de periode van de maand december 2011 tot en met 25 september 2012 te Culemborg en/of te Amsterdam en/of te Gronsveld, en/of te Rumpt, en/of te Utrecht, althans in Nederland en in Spanje en in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht (met een aantal auto's, te weten met een auto met kenteken [kenteken 1] en/of een auto met kenteken [kenteken 2] en een auto met kenteken [kenteken 3] en met een auto met kenteken [kenteken 4] ) een aantal grote onbekend gebleven hoeveelheden, in elk geval een grote onbekende hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II

2:

hij in de periode van de maand december 2011 tot en met 25 september 2012 te Culemborg en/of te Amsterdam en/of te Gronsveld, en/of te Rumpt, en/of te Utrecht, althans in Nederland en in Spanje en in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht (met auto met kenteken [kenteken 5] ) een grote hoeveelheid van ongeveer 264 kilo, van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II

3:

hij in de periode van de maand december 2011 tot en met 25 september 2012 te Culemborg en/of te Veenendaal, althans in Nederland en in Spanje en in Marokko ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, een grote hoeveelheid van ongeveer 243,65 kilo, van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, (telkens) opzettelijk verdachte en verdachtes mededaders een auto (te weten een auto met kenteken [kenteken 6] ) hebben laten prepareren en geschikt laten maken voor drugssmokkel, te weten door verborgen ruimtes in die auto te laten maken waarin de drugs konden worden verstopt en plaatsbepaling apparatuur en manipulatieapparatuur aan te laten brengen in die auto, zodat de auto door verdachte en/of verdachtes mededaders (op afstand) kon worden gevolgd en gecontroleerd en (vervolgens) een koerier ( [betrokkene 1] ) met die auto naar Marokko is gereden en (vervolgens) met die auto met daarin verstopt voormelde grote hoeveelheid drugs vanuit Marokko is vertrokken met als bestemming Nederland via de veerboot naar Spanje, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid”.

11. De bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde steunt op de (33) bewijsmiddelen, zoals opgenomen in de aanvulling als bedoeld in art. 365a jo. 415 Sv op het bestreden arrest.

12. Allereerst wordt door de stellers van het middel aangevoerd dat uit twee aangetroffen notities waarop door [betrokkene 2] de naam “ [verdachte] ” is vermeld en de omstandigheid dat het hof deze notities beschouwt in de hele context van de “invloedrijke rol” die de verdachte heeft vervuld in het optreden van zijn zoon ( [betrokkene 2] ), nog niet, althans niet zonder meer kan volgen dat de verdachte zich aan het tenlastegelegde heeft schuldig gemaakt. Voorts zou uit de bewijsmiddelen niet blijken dat de vliegtickets voor de reis van [betrokkene 3] , een met een koerier meereizende vrouw, uit de [betrokkene 11] van de aan de verdachte toebehorende coffeeshop [A] werd betaald.

13. Het hof heeft ten aanzien van de betrokkenheid van de verdachte bij het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde het volgende overwogen:

“De feiten 1, 2 en 3 betreffen het opzettelijk binnen Nederland brengen van grote hoeveelheden hasj in de periode van december 2011 tot en met 25 september 2012, waarbij gebruik is gemaakt van Volkswagen Caddy’s. De Caddy’s werden in de garage van [betrokkene 4] op identieke wijze voorzien van speciale ruimten om de hasj in te verbergen en van GSM car-trackers, waarmee de auto’s gevolgd konden worden, stop worden gezet en de gesprekken in de auto’s konden worden afgeluisterd. Zo kon ook worden vastgesteld dat de auto’s, kort voor de inbeslagneming, vanuit Nederland naar Marokko zijn gereden en enkele dagen later weer terug zijn gereden. Vijf Caddy’s zijn in Nederland in beslag genomen (één van de Caddy’s nog gevuld met 264 kilo hasj) en één van de koeriers is met een zesde Caddy op de terugreis in Spanje aangehouden met 243 kilo hasj.

Het hof is van oordeel dat verdachte een sturende rol heeft gehad bij het organiseren van de transporten.

Uit de tapgesprekken blijkt dat verdachte contact heeft gehad met [betrokkene 4] . Volgens verdachte gingen die gesprekken over reparaties aan zijn eigen auto en in ieder geval niet over Caddy’s. Hij zou maar één auto hebben laten prepareren én dat was een Peugeot Partner, die hij nodig had om binnen Nederland hasj te vervoeren om de coffeeshop te bevoorraden. Zoon [betrokkene 2] heeft tijdens zijn verhoor bij de raadsheer-commissaris verklaard:

We wilden een auto maken voor de coffeeshop. We wilden hem prepareren om drugs te vervoeren, zodat we niet overvallen zouden worden en ook de politie konden omzeilen Ik ben toen met dit idee verder gegaan met iemand anders, achter mijn vaders rug om. Ik wilde drugs vervoeren met een vader van een vriend van mij. Uiteindelijk hebben we zes auto ’s geprepareerd, inclusief die ene die ik zonet noemde voor de coffeeshop. Mijn vader wist dat niet, ik heb dat allemaal achter zijn rug om gedaan.”

Het hof acht deze verklaring ongeloofwaardig. Uit de tapgesprekken blijkt weliswaar dat [betrokkene 2] ook contact heeft gehad met [betrokkene 4] , maar er blijkt eveneens dat [betrokkene 2] instructies daartoe ontving van zijn vader. Als er beslissingen moesten worden genomen, nam [betrokkene 2] eerst contact op met zijn vader. Zo blijkt onder meer uit de telefoongesprekken tussen [betrokkene 2] , [betrokkene 4] en verdachte op 11 januari 2012 over afwijkende bekledingsstof. Ook de broer van verdachte [betrokkene 5] is kennelijk ingeschakeld om praktische zaken in Nederland te regelen, terwijl verdachte in Marokko verbleef.

Op 28 februari 2012 belde verdachte met zijn zoon. Uit het gesprek blijkt dat hij vindt dat [betrokkene 2] en [betrokkene 5] de zaken niet snel genoeg regelen. Hij zegt: “Je moet tegen hem zeggen: Mijn vader heeft de papieren nodigt. Het is mijn vermogen. Wat zitje nou te rotzooien ?”

Op 2 februari 2012 belt verdachte met [betrokkene 4] en zegt dat hij er vijf moet hebben, dat hij er al twee heeft maar er nog drie bij moet hebben. Het is onwaarschijnlijk dat dit gesprek over de eigen auto van verdachte gaat.

In de woning van verdachte is een briefje aangetroffen met de telefoonnummers van de trackers, die waren aangebracht in vijf Caddy’s en de bijbehorende namen van de eigenaar of koerier. Dezelfde telefoonnummers zijn aangetroffen op een notitie in de garage van [betrokkene 4] (met het telefoonnummer van een zesde Caddy). [betrokkene 4] heeft de werkzaamheden aan de Caddy’s bijgehouden, op twee van de notities is de naam ‘ [verdachte] ’ vermeld. De verdediging heeft betoogd dat deze notities niet wijzen op betrokkenheid van verdachte, omdat het in Culemborg aangetroffen briefje door [betrokkene 2] is geschreven. Dat kan naar het oordeel van het hof wel het geval zijn maar dat neemt niet weg dat uit vorenstaande volgt dat verdachte in het hele optreden van zijn zoon een invloedrijke rol heeft vervuld. Het hof beschouwt deze notities dan ook in de hele context van deze rol van verdachte.

De betrokkenheid van verdachte bij de transporten blijkt verder onder meer uit tapgesprekken waarin verdachte aangeeft dat de koeriers wel met een vrouw en kinderen moeten reizen en uit het feit dat vliegtickets voor de reis van een meereizende vrouw ( [betrokkene 3] ) uit de [betrokkene 11] van coffeeshop [A] werd betaald.

De Caddy met kenteken [kenteken 6] en koerier [betrokkene 1] is op 4 september 2012 in Spanje gecontroleerd. Er werden pakketten hasj ontdekt met een totaalgewicht van 243 kg. Voordat de Caddy uit Nederland was vertrokken, werd de auto gestolen. [betrokkene 2] en [betrokkene 1] achterhaalden de locatie van de auto door de daarin aangebrachte cartracker.

Op 3 juli 2012 belde verdachte met [betrokkene 1] over de gestolen auto. [betrokkene 1] vertelde dat hij de auto gevonden had en later terug zou bellen. Diezelfde dag belde verdachte met [betrokkene 1] . Verdachte zei: Chipkaart, als wij dat niet deden dan hadden we een probleem gehad. Dan moeten we opnieuw beginnen en dat gaat tijd kosten.” Het gesprek gaat verder over het vertrek van [betrokkene 1] naar Marokko.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [betrokkene 2] hem belde dat de auto in Veenendaal was gestolen. [betrokkene 1] was een vriend van verdachte en omdat [betrokkene 2] [betrokkene 1] van de diefstal verdacht, zou hij hebben gevraagd of verdachte iets kon betekenen in de kwestie. In een telefoongesprek tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 4] vertelde [betrokkene 2] dat hij ‘gek is gebeld’ door zijn vader en dat deze helemaal gestrest was. De verklaring van verdachte dat hij in de zaak bemiddelde acht het hof ongeloofwaardig en volkomen in tegenspraak met zijn eerdere verklaring dat hij geen enkele wetenschap had van speciaal geprepareerde Caddy’s, maar alleen wist van een Peugeot Partner.”

14. Voor zover het middel ervan uitgaat dat de bewezenverklaring van het tenlastegelegde uitsluitend is gebaseerd op de aangetroffen notities, faalt het bij gebrek aan feitelijke grondslag, omdat het hof de notities heeft meegewogen bij de bewezenverklaring, maar de bewezenverklaring van het tenlastegelegde niet uitsluitend daarop heeft gebaseerd. Uit de toelichting maak ik evenwel op dat beoogd wordt te klagen over de (on)begrijpelijkheid van de overwegingen van het hof “dat verdachte in het hele optreden van zijn zoon een invloedrijke rol heeft vervuld” en dat het hof ”deze notities dan ook in de hele context van deze rol van verdachte” beschouwt. Zo onbegrijpelijk acht ik deze overwegingen van het hof niet. Zij vormen een reactie op de stelling van de verdediging dat de naam van de verdachte op de aangetroffen notities in één geval is geschreven door [betrokkene 2] en daarom niet zouden wijzen op betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde. De notities houden overduidelijk verband met het tenlastegelegde, terwijl het hof eerder in zijn arrest op grond van tapgesprekken heeft vastgesteld dat als er beslissingen moesten worden genomen, [betrokkene 2] eerst contact opnam met zijn vader. Tegen die achtergrond bezien, doet de omstandigheid dat [betrokkene 2] de naam van zijn vader op een van de aangetroffen notities heeft genoteerd, niet af aan de betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde die uit de notities kan worden afgeleid.

15. Tot slot wordt geklaagd dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de vliegtickets die zijn verstrekt aan [betrokkene 3] (een met een koerier meereizende vrouw) uit de [betrokkene 11] van coffeeshop [A] zijn betaald, zoals het hof ten aanzien van de betrokkenheid van de verdachte bij de transporten heeft overwogen, zodat het oordeel van het hof ten aanzien van de betrokkenheid van de verdachte bij de bewezenverklaarde feiten onvoldoende met redenen is omkleed.

16. Bij de beoordeling van het middel stel ik het volgende voorop. Indien het gaat om feiten of omstandigheden die door de rechter redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, dient de rechter die zich aldus – al dan niet in reactie op een bewijsverweer – beroept op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging die feiten of omstandigheden aan te duiden, en het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend.2

17. Gelet op zijn bewijsoverwegingen heeft het hof de omstandigheid dat de vliegtickets voor een met een koerier meereizende vrouw zijn betaald uit de [betrokkene 11] van de coffeeshop van de verdachte aangemerkt aan een voor de bewezenverklaring redengevende omstandigheid.

18. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan inderdaad niet volgen dat de vliegtickets voor [betrokkene 3] zijn betaald uit de [betrokkene 11] van de coffeeshop [A] . Het hof heeft – anders dan de rechtbank - voor de bewezenverklaring van feit 3 niet het navolgende proces-verbaal van verhoor van een medeverdachte als bewijsmiddel gebezigd:

Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 6] op 16 en 17 oktober 2012. p. 1361-1366:

Hij, ( [betrokkene 3] noemde hem [betrokkene 6] ) kent de eigenaren van coffeeshop [A] , hij komt daar ongeveer eens per week om koffie te drinken. [betrokkene 2] en [betrokkene 5] werken in de coffeeshop. Hij kent [betrokkene 5] en [verdachte] van de coffeeshop. [verdachte] is familie van zijn vrouw. [betrokkene 6] verklaart op 16 oktober 2012 dat hij vijf of zes weken geleden door [verdachte] werd gebeld met de vraag of hij een vrouw met een kind kende die naar Marokko kon reizen om vervolgens met een chauffeur van [verdachte] mee terug te rijden naar Nederland. Die vrouw moest 2 dagen na het telefoongesprek vanuit Nederland naar het vliegveld in Nador vliegen. Zowel hij zelf als de vrouw zouden van [verdachte] € 10.000,- krijgen. Hij ging er vanuit dat de vrouw en het kind met een drugstransport van [verdachte] mee moesten rijden, omdat hij wist dat [verdachte] in de drugs zat. [verdachte] zei dat hij een ticket moest regelen en het geld daarvan uit de kassa van coffeeshop [A] moest halen. Hij is toen naar [A] gegaan en heeft daar €1.000,- meegenomen. [betrokkene 5] was toen in de coffeeshop aanwezig en heeft gezien dat hij € 1.000,- meenam. [betrokkene 5] wist ervan. Hij, [betrokkene 6] , heeft [betrokkene 3] gevraagd op en neer naar Marokko te reizen. Hij heeft haar € 1.000,- gegeven om een ticket te kopen. [betrokkene 3] heeft zelf de vliegtickets gekocht.

Drie dagen later had [betrokkene 3] hem gebeld en zei dat ze gepakt was in Spanje met drugs in de auto en vroeg of hij geld kon sturen voor een ticket om terug te kunnen vliegen naar Nederland. Hij heeft via het reisbureau D-Reizen in Culemborg tickets geregeld. Die tickets kostten € 500,- en een beetje. Dat geld heeft hij in coffeeshop [A] van [betrokkene 5] gekregen. Hij zei tegen [betrokkene 5] dat hij geld nodig had om een ticket voor [betrokkene 3] en haar zoon te kunnen kopen en kreeg toen meteen van [betrokkene 5] geld mee. Hij heeft toen de tickets gekocht en via het reisbureau is het toen allemaal geregeld.”

19. Nu op grond van de bewijsvoering van de rechtbank kan worden vastgesteld dat het strafdossier een proces-verbaal bevat, waaruit toereikend blijkt dat de vliegtickets voor [betrokkene 3] zijn betaald uit de [betrokkene 11] van de coffeeshop van de verdachte, terwijl aan de betrouwbaarheid van het bewijs in redelijkheid geen twijfel kan bestaan, behoeft het middel bij gebrek aan een voldoende in cassatie te respecteren belang niet tot cassatie te leiden omdat een nieuwe behandeling van de zaak niet tot een andere uitkomst van de bewezenverklaring zal leiden.3

20. Het tweede middel richt zich op de bewijsvoering van het onder 4 bewezenverklaarde.

21. Ten laste van de verdachte heeft het hof onder 4 bewezenverklaard dat:

“hij in de periode van november 2011 tot en met 25 september 2012 te Culemborg en, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk heeft vervoerd en verkocht en afgeleverd aan [betrokkene 7] een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II”.

22. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende (3) bewijsmiddelen (vet en cursief als in origineel):

“A34.

Het relaas proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 1] , brigadier van politie en [verbalisant 2] , hoofdagent van politie, gesloten en ondertekend op 5 maart 2013 met bijlagen, als relaas van de verbalisanten, voor zover van belang, inhoudende (pag. 2521):

Tijdens het onderzoek PRAAG bleek uit interceptie van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1] dat dit nummer in gebruik was bij [betrokkene 2] .

[verdachte] maakte ook gebruik van dit telefoonnummer in de periode dat hij niet in Marokko maar in Nederland verbleef. Vastgesteld werd dat [betrokkene 2] vanaf 13 februari 2012 regelmatig contact had met de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 2] , [betrokkene 7] .

In maart 2012 werd informatie ontvangen vanuit een Belgisch opsporingsonderzoek dat onderzoek verricht naar in België woonachtige leden van de [familie van verdachte] ter zake verdovende middelenhandel. Deze informatie had betrekking op het feit dat op 13 maart 2012 [betrokkene 7] contact opnam met de in België woonachtige [betrokkene 8] , waarbij aan de laatste werd gevraagd om het mobiele nummer van [verdachte] of van diens zoon [betrokkene 2] .

[betrokkene 8] had geantwoord dat het mobiele nummer op " […] " eindigde en dat hij niet met de zoon zaken moest doen maar met de vader. Hij voegde eraan toe dat de "vader" niet meer dan " 17" in zijn bezit had.

Op 13 maart 2012 om 10.04 uur werd vanaf het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1] (in gebruik bij [betrokkene 2] ) een sms-bericht verzonden naar het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 2] ( [betrokkene 7] ). Het bericht bevatte de volgende tekst: "17" (pag. 2562).

-13 maart 2012 ( [telefoonnummer 1] ), pag. 2567

Met nummer [telefoonnummer 3] , tenaamstelling: [betrokkene 8]

(stemherkenning) belt met [betrokkene 2] (stemherkenning) en [verdachte]

(stemherkenning)

[betrokkene 8] : Ik ben gebeld door hoe heet het uuh,

[betrokkene 2] : [betrokkene 7]

[betrokkene 8] : Hij was opzoek naar de naam van jouw broer zijn nummer. Ik zei tegen hem:

"Ik heb zijn nummer niet. Ik heb alleen dit nummer. "

[betrokkene 8] : Nee! Hij zoekt daarvan. Hij wil veel.

[verdachte] : Ja er is alleen die daar.

[betrokkene 8] : (onverstaanbaar) Ik zei tegen hem: "Je zult het bij hem vinden. Ook als je het bij hem niet vindt dan lijken ze op elkaar"

[verdachte] : Nee nee. Ja wellicht is er daar zo'n een tien (10) ongeveer.

[betrokkene 8] : In ieder geval hij gaat jou bellen.

Op 15 maart 2012 blijkt uit tapgesprekken en sms-berichten dat [betrokkene 7] omstreeks 10.13 uur in Culemborg bij [betrokkene 2] is geweest (pag. 2576 tot en met 2583, opm. hof: de berichten omvatten tijds- en plaatsaanduidingen, niet nader uitgewerkt).

-15 maart 2012 ( [telefoonnummer 1] ), pag. 2584

Met nummer [telefoonnummer 2] , tenaamstelling [betrokkene 7]

[verdachte] (stemherkenning) belt [betrokkene 7] (stemherkenning)

[verdachte] : Wat ik je zeggen wil. Waar is die slechterik? Is hij weggegaan?

[betrokkene 7] : Hij is volgens mij gisteren weggegaan/vertrokken.

[verdachte] : heeft hij je gezegd datje me iets moet geven?

[betrokkene 7] : He?

[verdachte] : Heeft hij je niets over mij verteld? Hij zei tegen me dat hij papieren voor mij zou achterlaten bij jou.

[betrokkene 7] : Hij zei dat hij naar beneden moest gaan en zo.

[verdachte] : Daar gaat het mij niet om. Het is zijn zaak. Ik bedoel, ik heb wat dinges met hem. Hij zei tegen me: 'ik heb ze hier". Hij zei dat je ze daar hebt.

[betrokkene 7] : ja.

[verdachte] : Hij zei tegen me: "het hoeft niet eeh. ". Ik bedoel.

[betrokkene 7] : Nee, hij heeft me niets verteld. Als er wat is. Ik ga kijken wat er is dan kan ik het regelen.

[verdachte] : Ja. Hij is me 24 euro schuldig.

[betrokkene 7] : Ik ga hem in ieder geval. Of bel hem zelf op. Ik stuur het je dan kan je hem bellen.

[verdachte] : Bel hem zelf maar op. Zeg tegen hem: ‘‘dinges heeft me gebeld. Wat zegt hij allemaal".

[betrokkene 7] : Oke.

-16 maart 2012 ( [telefoonnummer 1] ), pag. 2587

Met nummer [telefoonnummer 2] , tenaamstelling [betrokkene 7]

(stemherkenning) belt [verdachte] (stemherkenning)

[betrokkene 7] : Heeft die slechterik je gebeld of niet?

[verdachte] : He?

[betrokkene 7] : Heeft hij gebeld of niet?

[verdachte] : Nee, niets. Hij heeft niet gebeld. Ik weet niet wat eeh..

[betrokkene 7] : Ik heb hem gisteren gebeld en ik heb hem verteld hoe en wat. Hij zei tegen me: "oh ja... ik had het tegen hem gezegd en later.. Ik ga hem bellen ". Ik zei tegen hem dat het geen probleem is.

[verdachte] : Wat heeft hij in ieder geval tegen je gezegd. Heeft hij je gezegd dat je me die dinges moet geven of niet?

[betrokkene 7] : Het is in het midden gebleven, waar ben je? Ben je gewoon thuis?

[verdachte] : Ik ben thuis ja.

[betrokkene 7] : Ik kom er aan.

[verdachte] : Hij is waarschijnlijk te lui de mensen te betalen.

[betrokkene 7] : Wil je koffie betalen dan kom ik langs.

[verdachte] : Ik zei, hij is waarschijnlijk te lui de mensen te betalen. Het is moeilijk he.

A.35.

Het proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 3] , gesloten en getekend op 10 mei 2012, voor zover van belang als relaas van de verbalisant inhoudende (pg. 2571):

In het kader van het onderzoek PRAAG naar witwassen en de handel in verdovende middelen gepleegd door onder andere [betrokkene 2] ( [geboortedatum] -1991) werden diverse telefoons afgeluisterd. Een van deze telefoonnummers is het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . Deze bleek in gebruik te zijn bij [betrokkene 2] voomoemd.

In de periode dat de gesprekken gevoerd met dit telefoonnummer werden opgenomen en afgeluisterd bleek dat [betrokkene 2] veelvuldig contact had met een onbekende Marokkaanse man. Deze persoon maakte gebruik van de volgende telefoonnummers:

• + [telefoonnummer 5] (Belgisch telefoonnummer)

• + [telefoonnummer 3] (Belgisch telefoonnummer)

• + [telefoonnummer 6]

Na deze gesprekken te hebben beluisterd ben ik, verbalisant [verbalisant 3] , van mening dat de gebruiker van de telefoonnummers + [telefoonnummer 5] , + [telefoonnummer 3] (Belgisch telefoonnummers) en + [telefoonnummer 6] één en dezelfde persoon is.

Ook de Belgische politie luisterde meerdere telefoons af middels telefoontaps. Zij onderschepten gesprekken die onder andere gevoerd werden door een persoon die zou zijn genaamd [betrokkene 8] (0N03-1977). Van de Belgische politie ontvingen we audiobestanden met daarop de stem van deze [betrokkene 8] .

Ik, verbalisant [verbalisant 3] , heb deze stemmen beluisterd en met elkaar vergeleken. Ik kwam vervolgens tot de conclusie dat de onbekende Marokkaanse man gebruikmakend van de telefoonnummers + [telefoonnummer 5] , + [telefoonnummer 3] (Belgisch telefoonnummers) en + [telefoonnummer 6] die gesprekken voert met [betrokkene 2] en [betrokkene 8] uit het Belgische onderzoek één en dezelfde persoon is.

A36.

Het proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 3] , hoofdagent van politie, gesloten en ondertekend op 10 mei 2012, voor zover van belang als relaas van de verbalisant inhoudende( pag. 2560):

Tijdens een observatieactie op 24-04-2012 werd gezien dat [betrokkene 2] en een onbekende Marokkaanse man een ontmoeting hadden in Culemborg op een parkeerplaats. Daarbij werd gezien dat [betrokkene 2] een tas overhandigde aan deze man (proces-verbaal observatie, pag. 2622). Even later werd waargenomen dat de man een woning aan de [a-straat 1] te [plaats] verliet.

Volgens het GBA staat daar ingeschreven:

[betrokkene 7] , geboren op [geboortedatum] -1964 te [geboorteplaats] .

Uit bovenstaande bleek dat de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 2] genoemde [betrokkene 7] is.

Ook de Belgische politie luisterde meerdere telefoons af middels telefoontaps. Daar bleek dat één van de Belgische verdachte contact had met een persoon die zou zijn genaamd [betrokkene 7] . Van de Belgische politie ontvingen we audiobestanden met daarop op de stem van deze [betrokkene 7] .

Stemvergelijking

Ik, verbalisant [verbalisant 3] heb deze stemmen beluisterd en met elkaar vergeleken. Ik kwam vervolgens tot de conclusie dat " [betrokkene 7] uit [plaats] " die gesprekken voert met [betrokkene 2] binnen het PRAAG onderzoek en [betrokkene 7] uit het Belgische onderzoek één en dezelfde persoon is.”

23. Ten aanzien van het bewijs van het onder 4 bewezenverklaarde heeft het hof in zijn arrest nog het volgende overwogen:

“Uit de tapgesprekken blijkt dat [betrokkene 2] en [betrokkene 7] telefonisch contact onderhielden over leveringen van hasj, nadat verdachte [betrokkene 2] had geïnstrueerd om contact met [betrokkene 7] op te nemen. Over de betalingen van de leveringen onderhield verdachte het contact kennelijk zelf. Uit een tapgesprek van 16 maart 2012 blijkt dat verdachte bij [betrokkene 7] informeerde of hij de beloofde ‘papieren’ voor verdachte had gekregen. Uit het gesprek is op te maken dat het ging om geld dat een derde kennelijk nog schuldig was aan verdachte. Het ten laste gelegde vindt steun in de waarnemingen van het observatieteam, dat heeft geverbaliseerd dat [betrokkene 2] op 24 april 2012 een tas aan [betrokkene 7] overhandigde.”

24. Het middel klaagt meer in het bijzonder dat uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde niet kan volgen dat de verdachte op 16 maart 2012 bij [betrokkene 7] heeft geïnformeerd of deze de beloofde papieren voor de verdachte had gekregen en dat hetgeen het hof voorts heeft overwogen onbegrijpelijk is “nu uit de tapgesprekken niet blijkt dat de verdachte [zijn zoon, AG] [betrokkene 2] heeft geïnstrueerd om met [betrokkene 7] contact op te nemen over leveringen van hasjiesj en over de betalingen kennelijk zelf contact heeft onderhouden en de op 24 april 2012 gedane waarnemingen van het observatieteam ten aanzien van het door [betrokkene 2] aan [betrokkene 7] overhandigen van een tas ook geen steun biedt voor de vaststelling dat de verdachte meer dan een maand eerder bij [betrokkene 7] heeft geïnformeerd of deze geld voor de verdachte heeft ontvangen”.

25. Het door het hof gebezigde bewijs voor het onder 4 bewezenverklaarde bestaat uit informatie afkomstig van de Belgische politie, uit tapgesprekken tussen vooral [betrokkene 7] , [betrokkene 2] (zoon van de verdachte) en de verdachte en uit een observatie van de overhandiging van een tas door [betrokkene 2] aan [betrokkene 7] . Uit de informatie van de Belgische politie blijkt dat [betrokkene 7] in maart 2012 op zoek is naar de verdachte of zijn zoon [betrokkene 2] voor de aankoop van een grote hoeveelheid verdovende middelen. In de getapte telefoongesprekken wordt versluierd taalgebruik gehanteerd. Tegen de achtergrond van de inhoud van het strafdossier heeft het hof daaruit desalniettemin en niet onbegrijpelijk afgeleid dat [betrokkene 2] en [betrokkene 7] daarna contact onderhielden over de levering van hasj. Uit de voor het bewijs gebruikte tapgesprekken blijkt dat zij elkaar op 15 maart 2012 in Culemborg persoonlijk hebben ontmoet. Tijdens een politieobservatie op 24 april 2012 is voorts waargenomen dat [betrokkene 2] aan [betrokkene 7] een tas overhandigt. Wat de rol van de verdachte betreft, heeft het hof uit de tapgesprekken ˗˗ eveneens niet onbegrijpelijk ˗˗ afgeleid dat hij, als eigenaar van de hasj, zelf de contacten heeft onderhouden aangaande de betaling voor de verkochte en door of via [betrokkene 2] geleverde hasj.4 Gelet op het voorgaande kan het onder 4 bewezenverklaarde daarmee uit de bewijsvoering van het hof volgen en is de bewezenverklaring voldoende met redenen omkleed. Daaraan doet niet af dat uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen inderdaad niet blijkt dat de verdachte [betrokkene 2] heeft geïnstrueerd om contact met [betrokkene 7] op te nemen. Dat is immers niet bewezenverklaard en niet noodzakelijk voor de bewijsvoering.

26. Het middel faalt.

27. Het derde middel klaagt over de bewijsvoering van het onder 5 primair en 7 primair bewezenverklaarde. Meer in het bijzonder kan uit de bewijsmiddelen niet volgen dat anderen met daartoe geprepareerde auto’s in de richting van Nederland zijn gereden.

28. Ten laste van de verdachte heeft het hof onder 5 primair en 7 primair het volgende bewezenverklaard:

“5 primair:

hij in de periode van 5 september 2008 tot en met 06 september 2008 in Marokko en te Culemborg, althans in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter uitvoering van het door verdachte en diens mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, een grote hoeveelheid van ongeveer 82 kilo, van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, opzettelijk verdachte en verdachtes mededaders een chauffeur ( [betrokkene 9] ) en een auto (Mercedes/kenteken [kenteken 7] ) hebben geregeld en (vervolgens) die auto hebben Iaten prepareren en (vervolgens) voormelde drugs in die auto hebben verstopt en waarna een chauffeur ( [betrokkene 9] ) met die auto richting Spanje/Nederland is gaan rijden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7 primair:

hij in de periode van 7 augustus 2009 tot en met 8 augustus 2009, in Spanje en in Marokko en in Culemborg althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter uitvoering van het door verdachte en verdachtes mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, ongeveer 769 kilo, van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, opzettelijk verdachte en verdachtes mededaders een chauffeur en een (geprepareerde) auto hebben geregeld en (vervolgens) die chauffeur ( [betrokkene 10] ) in een auto met daarin verstopt die drugs is gaan rijden in Marokko richting Spanje/Nederland en (vervolgens) met de boot naar Spanje is gereisd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid”.

29. De bewezenverklaring van deze feiten steunt op de volgende bewijsmiddelen (vet en cursief als in origineel):

“A37.

Het relaas proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 1] , brigadier van politie en [verbalisant 2] , hoofdagent van politie, gesloten en ondertekend op 11 maart 2013, voor zover van belang, inhoudende (pag. 2197):

*Bijlage 110 bij dit proces-verbaal (pag. 2206):

Op 06-09-2008 werd in Nador in totaal 82 kg hasj in beslag genomen. Als koerier werd aangehouden [betrokkene 9]

Geboren op [geboortedatum] -1963 in [geboorteplaats]

De hasj werd aangetrojfen in de Mercedes, type Sprinter, kenteken [kenteken 7] .

De arrestant werd uiteindelijk in Marokko tot 4 jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Op 08-08-2009 werd in Almeria een partij van in totaal 769 kg hasj in beslag genomen. De drugs waren aangetroffen in een bestelwagen van het merk Mercedes met exportkenteken [kenteken 8] .

Aangehouden werd:

[betrokkene 10]

Geboren op [geboortedatum] -1978 in [geboorteplaats] .

Tevens bleek uit de gesprekken dat [betrokkene 11] (opm. hof: [betrokkene 11] ) onder andere samen met [verdachte] betrokken was geweest bij de verdovende middelen transporten gedaan door [betrokkene 10] en [betrokkene 9] (Bijlage 111).

[betrokkene 11] probeert via [betrokkene 12] , de zwager van [verdachte] , in contact te komen met [verdachte] om geld bij hem los te krijgen voor de aangehouden koeriers (bijlage 112).

2. Samenvatting informatie uit Duitse telefoontap en opgenomen vertrouwelijke communicatie (pag. 2198)

Tapgesprekken en opgenomen vertroiiwelijke communicatie Duitsland.

De hieronder weergegeven en samengevatte tapgesprekken en opgenomen vertrouwelijke communicatie zijn middels rechtshulpverzoek ter beschikking gekomen van het onderzoek PRAAG. De gesprekken zijn vertaald en tevens opnieuw beluisterd door een tolk, ter controle.op de inhoud. Van een aantal gesprekken werd niet de audio geleverd aan het opsporingsteam PRAAG, maar alleen de in het Duitse onderzoek uitgeluisterde en uitgewerkte tekst.

*Bijlage 111 bij dit proces-verbaal, Duitse tapgesprekken

-1 september 2011 [betrokkene 11] belt [betrokkene 1] (ng), pag. 2216

Opm. [betrokkene 11] wordt hierna [betrokkene 11] genoemd.

[betrokkene 11] : Als jij [betrokkene 7] ziet moet je zeggen dat hij complimenten van mij krijgt. Zeg tegen hem dat hij zijn doel al heeft bereikt want een keer heeft hij bij Allah gezworen dat hij mij zou pakken.

[betrokkene 11] : Allah zal ‘ze' kleineren omdat ze mij in de maling hebben genomen en mij misbruikt hebben.

[verdachte] en [betrokkene 7] durven niet om aan tafel met mij te gaat zitten.

[betrokkene 11] : Als hij wat zeg, moet je tegen hem zeggen: Hij [ [betrokkene 11] ] hij heeft veel schulden, waarom hebben jullie hem niet geholpen dan? Ik heb risico's (met mijn kinderen erbij) voor hen genomen, ik heb mijn leven voor hen op het spel gezet en uiteindelijk hebben ze mij in de steek gelaten.

[betrokkene 11] : Denk zelf na wat ze met mij gedaan hebben. Als jij alleen bent ga dan nadenken hoe ik met ze omging en wat ik voor hun bereikt heb. Dat waren vrachtwagens {hasjtransport} en nu hebben ze mij in de steek gelaten en ze willen niet eens met mij praten. Ik denk continu waarom ze mij met lege handen hebben weggestuurd, waarom dan? Vier jaar lang.

-22 september 2011, beller [betrokkene 11] , gebelde [betrokkene 13] , pag. 2220

Opm. Nnman= [betrokkene 9]

Na de begroeting zegt [betrokkene 11] dat een Nnman vrij is gelaten. De Nnman is bij de vader van [betrokkene 11] geweest om geld te eisen wat hij van [betrokkene 11] zou krijgen.

[betrokkene 11] : maar ik héb ze het geld gegeven. Ik 25 aan familielid van hem gegeven, die door zijn vrouw {van Nnman} naar mij toe is gestuurd.

[betrokkene 11] : Die heb ik 25 gegeven en 25 heb ik aan de advocaat gegeven.

[betrokkene 13] : Heb jij de advocaat 25 miljoen (tolk: ongeveer 25.000 euro}

[betrokkene 11] : Ja.

[betrokkene 13] : Maar ja, wat moet ik zeggen? Je moet proberen met hem te praten

[betrokkene 11] : Ik ga tegen hem zeggen: "je wilt met mij praten [over geld], terwijl ik niet eens

over een auto beschik net als de rest van de mensen! ”

[betrokkene 13] : Nee, jij gaat het niet op die manier zeggen. Je moet zeggen: "ze hebben mij meer in de maling genomen dan ze dat met jou hebben gedaan. Die mensen die ik vertrouwde hebben mij meer schade aangericht dan wat ze met jou hebben gedaan ". Dat je krap zit. Snap je?

[betrokkene 13] : En als jij de gelegenheid ziet om naar die lafaard, die zei dat hij jou niet in de steek zou laten, te gaan en iets van 5000 of10000 euro van hem te krijgen dan kun jij aan die andere een deel daarvan geven.

[betrokkene 11] is bereid om samen met Nnman naar die gasten te gaan en geld van hen te eisen. [betrokkene 13] zegt dat die gasten niets aan [betrokkene 11] hebben gegeven. [betrokkene 11] zegt dat hij een beetje geld van hen heeft gehad maar in kleine stukjes en omdat hij ziek was heeft hij het gebruikt voor zijn behandeling en bovendien heeft hij een auto-ongeluk in Marokko gehad en dat heeft hem ook geld gekost. [betrokkene 11] heeft geld ook gegeven de mensen van de overheid in Marokko.

- 23 september 2011, beller [betrokkene 11] (stemherkenning), gebelde [betrokkene 13] (ng) pag. 2225.

[betrokkene 11] : [verdachte] en zijn broer hebben mij geroepen en ze brachten mij in verleiding. Bij hen was een zwager van hun aanwezig en die heeft ooit samen met mij gewerkt. Ik heb toen met die man samengewerkt, maar ik had wel wat geregeld voor mezelf achter hun rug. En ze hebben mij toen in de maling genomen. Ook een oom van mij uit België zat in het complot.

[In het kader van het opsporingsonderzoek van de Duitse politie was plaatsbepalingapparatuur aangebracht aan het voertuig in gebruik bij [betrokkene 11] .

Uit gegevens van de plaatsbepalingapparatuur bleek dat dit voertuig op

24 september 2011 van 17.37 uur tot 19.47 uur, in Culemborg was geweest. Uit de

gegevens bleek dat het voertuig gedurende de aangegeven periode heeft gestaan

op de [b-straat] In Culemborg. Bij meting in de internetapplicatie Google Maps bleek

dit hemelsbreed circa 100 meter verwijderd van de coffeeshop [A] aan de [c-straat] in

Culemborg (pag. 2199 en 2231)]

-25 september 2011, beller [betrokkene 11] (stemherkenning), gebelde [betrokkene 5] , pag. 2233.

Na begroeting zegt [betrokkene 11] dat hij [betrokkene 14] gisteren heeft bezocht en hij is vandaag terug.

[betrokkene 5] : En heb jij nog iemand [anders] gezien?

[betrokkene 11] : Ik heb [betrokkene 15] (fon) gezien.

[betrokkene 11] heeft het over [betrokkene 15] .

[betrokkene 11] : Ik heb veel met hem gepraat. Ik heb hem wat verteld over die mensen. Ik zei tegen hem dat ze mij in de steek hebben gelaten. Ik heb veel met hem gepraat. Hij [ [betrokkene 15] ] zei dat hij die mensen kent.

Hij kent ze. Hij zei dat hij dinsdag die andere, [verdachte] ... [ [verdachte] ] gaat bellen. Dinsdag gaat hij hem bellen.

[betrokkene 11] : Hij ( [betrokkene 15] ) zei dat hij "hem" een beetje gaat dreigen

[betrokkene 5] ; Ja? Als hij dat gaat doen dan is het goed. Heb je ze vandaag niet gezien?

[betrokkene 11] ; Wie?

[betrokkene 5] : Degenen?

[betrokkene 11] ; Ik heb ze gisteren gezien [betrokkene 5] ; En wat zeiden ze tegen jou?

[betrokkene 5] : En heb jij [verdachte] niet gezien?

[betrokkene 11] : Nee

[betrokkene 5] : Heb jij daar niet naar hem gevraagd?

[betrokkene 11] : Hoe zou dat kunnen want zijn zoon heeft mij buiten de deur gehouden [weggestuurd]

[betrokkene 5] : Hoe bedoel jij? Hallo [betrokkene 11] : Ja, wat zei je?

[betrokkene 5] : Je zei dat hij jou buiten de deur heeft gehouden, wat bedoel jij daarmee?

[betrokkene 11] : Hij (zoon van [verdachte] ) zei tegen mij; Hij is hier niet, mijn vader is er niet en je moet met hem gaan praten. Hij vroeg waarom? Ik zei dat hem ( [verdachte] ) nodig had en toen begon hij zich terug te trekken [ontkennen],

[betrokkene 5] : Nou oké. Zeg dat hij [zoon van [verdachte] ] tegen hem [ [verdachte] ] moet zeggen dat die man [ [betrokkene 15] ] is vrij gekomen en hij is in Marokko.

[betrokkene 11] : Dat heb ik ook gezegd.

[betrokkene 5] : Zeg dat hij [ [verdachte] ] zijn afspraak met jou moet nakomen zodat jij ook jouw afspraak met die anderen [ [betrokkene 15] ] kunt nakomen, anders niet. Zeg dat hij [ [betrokkene 9] ] niet meer terug mag komen bij jou. Je moet hem de situatie uitleggen. Zeg tegen hem [de zoon van [verdachte] ] dat jij niets hebt tegen zijn vader of zo. Zeg dat jij hem bezoekt zoals jij altijd deed en niet dat hij iets gaat denken of zo.

[betrokkene 11] : Ze willen alleen maar verdienen en andere mensen misbruiken

[betrokkene 5] : Dat is wat ik bedoel. Je moet zeggen dat hij [ [verdachte] ] volgende keer de

afspraken zelf met

mensen moet nakomen. Je moet tegen hem [de zoon van [verdachte] ] zeggen dat hij niet zijn vader moet gaan dekken als er iets met jou gaat gebeuren

-25 september 2011, beller [betrokkene 11] (stemherkenning), gebelde [betrokkene 13] (stemherkenning), pag. 2235

[betrokkene 11] zegt dat hij in Nederland was en daar bij zijn zus heeft overnacht.

[betrokkene 11] : ik ben naar die lafaards gegaan. Ik heb die [betrokkene 2] gezien.

[betrokkene 13] : En heb jij die lafaard gezien?

[betrokkene 11] : Nee hij heeft zijn zoon gestuurd.

[betrokkene 11] zegt dat [betrokkene 15] met die gasten gaat praten. Hij werd boos toen hij hoorde wat ze met [betrokkene 11] hebben gedaan. [betrokkene 15] gaat de mensen van [verdachte] bang maken.

-16 oktober 2011 in auto van [betrokkene 11] , tussen [betrokkene 11] (stemherkenning) en Nnvrouw, pag. 2241

Nnvrouw = [betrokkene 16] , de zus van [betrokkene 11] (op basis van Duitse vertaling)

[betrokkene 11] heeft vaak vastgezeten zoals andere mensen vanwege [verdachte] en zijn mannen. Hij zegt dat "ze" mensen kapotmaken.

[betrokkene 16] : Hij zei dus, als jij wil wachten dan krijg jij je geld volledig, anders krijg je maar 120 en je moet opdonderen.

[betrokkene 11] : Ja, klopt. Hij zei dat hij 25 kilo aan mij zou geven, maar dat heeft hij niet gedaan. Toen ik zei dat het weinig was, zei hij: "geen probleem, je krijgt nog 25 kilo van mij". Maar toen ik later bij hem ging, begon hij grove taal tegen niij te gebruiken.

[betrokkene 16] zegt dat zij met een vrouw [van [verdachte] , op basis van passage 17.14 en 21.24] gaat praten en gaat zeggen dat [betrokkene 11] zijn deel moet krijgen. [betrokkene 16] zegt dat die vrouw met haar man moet gaan praten zodat hij geld (waar ze recht op hebben) aan andere mensen moet geven.

[betrokkene 16] : Ik ga zeggen: mijn broer is degene die mensen regelt voor hen. Twee van die mensen waarvan er een pas is vrijgelaten, bellen hem en zeggen dat ze hun geld willen hebben. Ik ga zeggen dat hij niet eens de helft van wat hij had beloofd had aan jou heeft betaald. Dat jij niets anders wil dan de schulden te kunnen betalen. Ik ga vragen of haar man wil gaan praten met die mensen waaronder die man die net is vrij gekomen om een oplossing te vinden.

[betrokkene 16] zegt dat zij tegen de vrouw van [verdachte] gaat zeggen dat [betrokkene 11] wordt aangesproken door andere mensen en dat de Baas het probleem moet gaan oplossen.

[betrokkene 16] : Hij [ [betrokkene 11] ] komt niet bedelen, maar hij vraagt waar hij recht op heeft.

[betrokkene 11] : Zeg tegen haar dat één van hen is haar zoon die zegt dat ik ze voor schut zet. Hij zegt: je zet mijn vader voor schut. Hij stuurt zijn zoon naar me toe, is dat het normaal? Het is een klus van de vader en niet van zijn zoon. Wat hebben zijn kinderen hiermee te maken? Hij is zijn vader en hij moet naar hem luisteren.

-18 november 2011 tussen [betrokkene 11] (stemherkenning) en [betrokkene 10] (stemherkenning), pag. 2253

[betrokkene 11] : Een keer heeft iemand van hen uit Nederland gebeld want ik belde hem en vroeg of [verdachte] mij wilde helpen omdat ik kapot ben geworden.

[betrokkene 11] : [verdachte] zegt: als hij ( [betrokkene 10] ) vrij komt dan gaan we hem wat geven.

-29 november 2011 tussen [betrokkene 11] en [betrokkene 5] , pag. 2261

[betrokkene 11] en zijn broer [betrokkene 5] spreken opnieuw in de personenauto, die gemonitord/afgeluisterd wordt, van [betrokkene 11] .

Er wordt gesproken over " [verdachte] " die momenteel in Marokko is.

[betrokkene 11] zegt dat hij "deze" gisteren heeft opgebeld en gezegd dat die "ene" hem moet bellen en de problemen met hem moet oplossen.

Dan bericht [betrokkene 11] dat [betrokkene 10] hem gisteren heeft opgebeld en heeft gezegd ... die mensen hebben [betrokkene 11] 18.000 gegeven. Dat klopt, "zij" hadden hem alles gegeven. Hij heeft echter ook schulden. Hij is weggereden en Albelkader heeft hem 500 voor [betrokkene 10] gegeven.

In de loop van het gesprek zegt [betrokkene 11] dat hij [betrokkene 10] nummer heeft. Hij is niet gierig. [betrokkene 11] denkt dat [verdachte] [betrokkene 10] zeker 5.000 zal geven. [betrokkene 5] is er zeker van dat dit ook voor [betrokkene 9] geldt. [betrokkene 5] zegt dat hij niet met [verdachte] wil praten. Dan vervolgt [betrokkene 11] dat hij [verdachte] via "deze" [betrokkene 17] (phon.) heeft meegedeeld dat [verdachte] uit eigen interesse moet opbellen...want later kan ook het geld de problemen niet meer oplossen.

-2 december 2011, beller [betrokkene 11] , gebelde [betrokkene 5] , pag. 2264

[betrokkene 11] stelt [betrokkene 5] voor om binnenkort naar Nederland te rijden. [betrokkene 5] vraagt naar wie. [betrokkene 11] zegt dat hij naar [verdachte] wil. Op [betrokkene 5] vraag wanneer [betrokkene 10] heeft opgebeld, antwoordt [betrokkene 11] dat hij meerdere malen heeft opgebeld, dat hij een week hier was geweest en dat hij over twee maanden zou worden vrijgelaten. Hij is niet met [betrokkene 10] naar "deze" ( [verdachte] ) gereden. [betrokkene 11] zegt dat "deze" tegen [betrokkene 10] heeft gezegd dat ze hem ( [betrokkene 11] ) 18 hebben gegeven. Hiervan heeft hij 15 gebruikt, 4500 heeft hij aan [betrokkene 10] gegeven.

[betrokkene 11] wil met [betrokkene 10] naar de mensen afreizen. [betrokkene 11] wil tegen [betrokkene 10] zeggen dat de "ene" gelogen heeft. Dat wat hij aan [betrokkene 11] heeft gegeven was voor hem en niet voor [betrokkene 10] .

-22 december 2011, [betrokkene 11] (stemherkenning) belt [betrokkene 5] (stemherkenning), pag. 2284

[betrokkene 11] vertelt over [betrokkene 10] die vast zit in Spanje. [betrokkene 10] komt voor een week op verlof. En hij wil dan naar die "mensen" gaan. [betrokkene 11] denkt dat het geen zin heeft om naar die gasten in Nederland te gaan. Maar [betrokkene 5] zegt als [betrokkene 10] naar hem toe gaat dan kan hij wel wat krijgen van hem omdat [betrokkene 10] volgens hem anders is dan [betrokkene 11] . [betrokkene 11] zegt dat [betrokkene 10] alleen mag gaan naar die mensen in Nederland.

[betrokkene 11] zegt dat hij 18.000 heeft gehad van hen. [betrokkene 5] zegt dat [betrokkene 11] aan [betrokkene 10] moet uitleggen hoe het zit met die 18.000. [betrokkene 11] heeft iets van 5000 aan [betrokkene 10] gegeven. [betrokkene 5] vraagt voor wie [betrokkene 10] heeft gewerkt. [betrokkene 11] zegt dat [betrokkene 10] voor [verdachte] heeft gewerkt. [betrokkene 11] moet tegen [betrokkene 10] zeggen dat hij een soort makelaar was tussen hem en [verdachte] zegt [betrokkene 5] . [betrokkene 11] moet zeggen tegen [verdachte] dat [betrokkene 10] voor hem heeft gewerkt en dat bedrag van 18.000 moest [betrokkene 11] delen onder verschillende mensen.

[betrokkene 5] zegt dat hij een keer samen met [betrokkene 11] naar [verdachte] is geweest en heeft toen 10.000 aan [betrokkene 11] gegeven, maar [betrokkene 11] had toen aangegeven dat hij het niet in zijn geheel aan [betrokkene 10] zou geven. [betrokkene 5] is bereid om te getuigen van wat hij toen gezien en gehoord heeft. [betrokkene 11] moet duidelijk maken aan [verdachte] dat hij ook voor zijn diensten betaald moet worden zegt [betrokkene 5] .

[betrokkene 5] zegt dat [betrokkene 11] mensen voor [verdachte] regelde.

[betrokkene 11] zegt dat [verdachte] hem had beloofd om hem een bedrag van 25 te geven. Als [verdachte] 25 heeft beloofd dan moet hij zijn beloftes nakomen, vindt [betrokkene 5] . [betrokkene 5] is bereid om samen met [betrokkene 10] en [betrokkene 11] naar [verdachte] te gaan. [betrokkene 11] wil geen gezeur meer van [betrokkene 10] hebben als ze samen zijn geweest.

[De gegevens van de plaatsbepalingsapparatuur in de Renault Meeane [kenteken 9] (van [betrokkene 11] . Dit voertuig heeft op 23 december 2011, van 22.14 tot 23.24 uur, stil gestaan op de [c-straat] te Culemborg. Aan de [c-straat] te Cülemborg staat coffeeshop ' [A] ' waarvan [verdachte] een van de exploitanten is (pag. 2202) ]

-24 december 2011 [betrokkene 11] (stemherkenning) belt [betrokkene 5] (stemherkenning), pag. 2292:

[betrokkene 11] zegt dat "ze" geweest zijn, maar ze hebben niemand gezien.

[betrokkene 5] vraagt of ze niemand hebben gezien, ook [betrokkene 12] niet?

[betrokkene 11] zegt dat ze voor niets zijn geweest. [betrokkene 11] zegt dat de andere [uit een eerder gesprek 8542, bedoelt hij [betrokkene 10] ] nu zelfheeft gezien datje voor niets naar Nederland gaat.

-1 april 2012, beller [betrokkene 7] , gebelde [betrokkene 10] (volgens Duitse proces-verbaal op pagina 2299 betreft het [betrokkene 10]), pag. 2297:

[betrokkene 10] zegt dat hij naar de ongeluksvogels in Nederland is gegaan. [betrokkene 10] heeft met een neef van [verdachte] gesproken en daarna [verdachte] zelf én die vertelde dat hij problemen heeft in Nederland en daarom zit hij sinds oktober in Marokko. [verdachte] zei tegen [betrokkene 10] dat ze hem geld hadden gestuurd voor hem. Het gaat om een bedrag van 19.000 en via [betrokkene 11] . [betrokkene 11] heeft aan [betrokkene 7] 4000 gestuurd om aan [betrokkene 10] te geven. [verdachte] zei dat [betrokkene 11] dat geld heeft opgegeten en hij kwam weer terug bij hem en heeft van hem 10.000 gekregen. [betrokkene 10] vraagt aan [betrokkene 16] op de achtergrond hoeveel geld heeft [betrokkene 11] aan haar gegeven? [betrokkene 16] zegt 4500. [verdachte] zegt dat [betrokkene 11] een dief is, volgens [betrokkene 10] . [betrokkene 10] zegt dat "ze" hem ( [betrokkene 11] ) willen vermoorden omdat hij de mensen niet betaald heeft. [betrokkene 10] zegt dat [betrokkene 11] alles ontkent én hij geeft de schuld aan [verdachte] en zijn mannen. [betrokkene 10] heeft ook gehoord dat er geruchten waren dat hij ( [betrokkene 10] ) ook extra handèl samen met die van [verdachte] had getransporteerd.

*Bijlage 112, Nederlandse tapgesprekken

-1 december 2011 ( [telefoonnummer 7] ), pag. 2301

Met nummer [telefoonnummer 8]

[betrokkene 11] : Hallo goedendag, broer [betrokkene 12] , ik ben het [betrokkene 11] .

Wat zal ik je zeggen: Allah weet alleen hoe moeilijk ik het heb. Ik weet niet naar wie ik anders moet bellen, wil je alsjeblieft aan [verdachte] vragen om ons te bellen, als hij wil.

-4 december 2011 ( [telefoonnummer 7] ), pag. 2302 Met nummer [telefoonnummer 8]

[betrokkene 11] (stemherkenning) belt [betrokkene 12] (stemherkenning)

[betrokkene 11] zegt: zeg tegen [verdachte] dat hij mij moet bellen. (...) Hij heeft op de Koran en op Allah gezworen. Hij zei tegen me: "ik zweer bij Allah, ik zweer bij Allah dat ik je ga helpen. Ik ga je bijstaan". Hij zei tegen me: 'je moet twee weken wachten dan kom je naar mij toe’. Toen ik bij hem kwam, stuurde hij zijn zoon naar mij toe. Begrijp je me, broer. [betrokkene 12] zegt: shit echt waar. Ik heb tegen hem ( [verdachte] ) gezegd: “Je moet de man ( [betrokkene 11] ) bellen.

Hij smeekt erom". Dat is het enige waarmee ik je kan helpen.

[betrokkene 11] zegt: nee, nee, omdat jullie naaste familie en zwagers van elkaar zijn, vraag ik je om mij te helpen.

[betrokkene 12] zegt: wat zal ik je zeggen. Je hebt me niet een keer gebeld. Je hebt me meer dan 50 keer gebeld. Ik zei ook dat ik de boodschap zou overbrengen. Ik ga ook werkelijk naar hen toe en niet....Het is moeilijk.

[betrokkene 11] zegt: Ze helpen mij niet en de andere mensen ook niet. Eentje is vrijgekomen en die heb ik gesproken. De ander komt in februari vrij.

[betrokkene 12] vraagt: hebben ze hem helemaal niet geholpen.

[betrokkene 11] zegt: ze hebben hem helemaal niet geholpen. Ik kwam steeds bij hen. Ze gaven me mijn onkosten, mijn werk. Ze hebben alles bij elkaar geteld en ze zeggen dat ze mij 18.000 hebben gegeven. Met ander woorden, we hebben je 18.000 gestuurd.

[betrokkene 11] vindt het niet leuk dat "hij" zijn zoon stuurde en niet persoonlijk kwam opdagen. [betrokkene 11] baalt van de arrogante houding van [verdachte] .

[betrokkene 11] zegt wanneer hij met "hem" discussieert "hij" gelijk zegt dat "hij" een vergunning heeft en de rest de pot op kan. [betrokkene 11] zegt dat God de vergunning van de coffeeshop van "hem" gaat afpakken. [betrokkene 11] vindt dat [verdachte] hem moet helpen want hij laat hem lijden. [betrokkene 11] zegt dat [verdachte] vaak zijn afspraak niet is nagekomen, maar [betrokkene 11] heeft er nooit een punt van gemaakt. [betrokkene 11] zegt dat het allemaal goed verliep toen hij met ze samenwerkte. Als hij vrijkomt ga je zien wat er gaat gebeuren. We gaan alles op tafel leggen. Zelfs die ene hier heeft [betrokkene 10] gebeld. Hij heeft het nummer van [betrokkene 10] geregeld en heeft hem gebeld.

[betrokkene 11] zegt: we willen de boel sussen. Maar die mensen hebben met mij te maken. Als die ene vrijkomt. Ze gaan me vragen zijn woning aan te wijzen. Ik heb het recht zijn woning en café aan te wijzen.

[betrokkene 11] zegt: omdat ze hun afspraak niet zijn nagekomen met mij, ga ik vertellen waar hij woont. Als [betrokkene 9] vandaag bij me komt, Iaat ik hem de woning van

[verdachte] morgen zien. Ik zweer het je: ik laat hem de woning en het café zien.

-23 december 2011 ( [telefoonnummer 7] ), pag. 2306

Met nummer [telefoonnummer 9] , in gebruik bij [betrokkene 18]

belt [betrokkene 12] (stemherkenning):

[betrokkene 18] geeft de telefoon aan [betrokkene 11] .

[betrokkene 11] zegt dat "hij" ( [betrokkene 10] = op basis van gesprek 539 op [telefoonnummer 7] tussen

[betrokkene 11] en [betrokkene 12] ) met hem meegekomen is, dat "hij" morgenavond teruggaat en wil

[verdachte] zien.

[betrokkene 12] zegt dat hij tegen [betrokkene 11] had gezegd dat [verdachte] in Marokko zit.

[betrokkene 11] zegt dat de man [ [betrokkene 10] ] het niet gelooft dat hij [ [verdachte] ] in Marokko zit.

[betrokkene 11] vraagt of [betrokkene 12] zijn nummer heeft gebeld en hem [ [verdachte] ] kan bellen.

[betrokkene 12] zweert het dat hij hem [ [verdachte] ] de hele dag heeft geprobeerd te bellen maar kreeg geen verbinding.

[betrokkene 12] zegt, ik heb zijn zoon net gebeld. Ik vroeg hem of hij mij het

nummer van zijn vader wilde geven, maar hij heeft het me echt niet gegeven.

*Bijlage 114: proces-verbaal van verhoor [betrokkene 11] door de politie te Bonn op 8 januari 2013 (pag. 2341):

Aan verdachte wordt de Nederlandse zaak uitgelegd. Daarbij wordt hem nogmaals duidelijk gemaakt dat het Nederlandse onderzoek betrekking heeft op verdovende middelen en de personen [betrokkene 10] en [betrokkene 9] , en hij zelf als tussenpersoon tussen de verdovende middelenhandelaren in Nederland en [betrokkene 10] en [betrokkene 9] optreedt.

Vraag: Hebt u deze feiten nu begrepen?

Antwoord: Ik ben tussenpersoon geweest tussen [betrokkene 9] en [betrokkene 10] en de mensen uit Nederland. Eén daarvan was [verdachte] , die langer dan 1.80 m is. Deze [verdachte] werd door mij ook [verdachte] of [verdachte] genoemd.

Confrontatie: Op 23-12-2011 bent u naar Culemborg geweest. U bent daar naar een coffeeshop genaamd " [A] " gegaan. Daar hebt u een ontmoeting gehad met [betrokkene 18] , de zoon van [betrokkene 19] . [betrokkene 18] heeft vervolgens [betrokkene 12] opgebeld, U hebt vervolgens met de telefoon van [betrokkene 18] met [betrokkene 12] gesproken. U zei toen dat de man uit Spanje maar voor één week thuis was. Daarbij zou het om [betrokkene 10] kunnen zijn gegaan. Verder zei u dat [betrokkene 10] [verdachte] wilde zien. Bij [verdachte] betreft het de eigenaar van de coffeeshop. [betrokkene 12] zei dat [verdachte] er niet was. Kunt u zich deze gebeurtenis herinneren?

Antwoord: Het klopt dat ik in Nederland naar deze mensen heb gezocht, naar die groepering. Ik ben in Culemborg geweest, ik ben in een coffeeshop geweest.

Vraag: Wie was de opdrachtgever van de hasjtransporten van [betrokkene 10] en [betrokkene 9] ?

Antwoord: Dat is bovengenoemde [verdachte] , die ik meestal [verdachte] noem. Vraag: Waar woont deze [verdachte] ?

Antwoord: Ik heb hem in Utrecht en in verschillende plaatsen in Nederland ontmoet. Het is een Marokkaan. Hij is ongeveer tussen de 40 en de 50 jaar oud.

Vraag: Hoe veel geld hebt u van de opdrachtgevers voor de uitgevoerde hasjtransporten gekregen? Antwoord: Dat verschilde. Begin 2008 heb ik van [verdachte] 5000 euro gekregen.

Ik heb dat geld gekregen om er mee naar Marokko te rijden. Ik heb het geld in Nederland gekregen. Ik heb het geld uitgegeven en me verstopt. [verdachte] heeft me toen weer gevonden. Ik moest de opdracht uitvoeren en heb er toen over verteld in cafés in Bonn. Toen heeft [betrokkene 9] zich bereid verklaard om de rit te maken. Vervolgens heb ik toen tussen de opdrachtgever [verdachte] en de koerier [betrokkene 9] bij dit transport bemiddeld en daarvoor 8000 euro gekregen. Van die 8000 euro zou [betrokkene 9] 5000 euro als loon krijgen en ik 3000 euro voor de rit. [verdachte] heeft toen nog een keer 8000 euro gegeven zodat [betrokkene 9] een auto kon kopen. Ik heb 7000 euro aan hem gegeven; 1000 euro heb ikzelf gehouden.

Vraag: Was dat alles aan vooruitbetaling?

Antwoord: Ja, toen zijn we naar Marokko gereden. Daar is de auto omgewisseld en toen zijn we weer terug gereden. Ik ben met mijn auto achter [betrokkene 9] aan gereden. In Nederland is de auto met de verdovende middelen overgedragen. [betrokkene 9] heeft toen 85.000 euro gekregen. Ikzelf heb nog een keer 15.000 euro gekregen.

Vraag: Waar werd de auto overgedragen?

Antwoord: De overdracht was in Utrecht bij een benzinestation. Een Nederlander heeft mij daar toen 100.000 euro gegeven; hij heeft de auto met de verdovende middelen overgenomen. Ik heb het toen volgens de instructie opgesplitst.

Het geld zat in een plastic boodschappentas.

Vraag: In september 2008 is [betrokkene 9] met 82 kg hasj in Nador aangehouden. Hij is vervolgens in de gevangenis gekomen. Wie betaalde de advocaat of andere bedragen voor hem of voor zijn familie?

Antwoord: Ik was in Marokko toen [betrokkene 9] werd aangehouden omdat ik hem van dichtbij begeleidde, ik heb het vervolgens aan [verdachte] verteld toen ik in Nederland was. [verdachte] werd bang omdat de vrouw van [betrokkene 9] de zaak bij de politie in Duitsland wilde aangeven. [verdachte] heeft mij toen een telefoonnummer in Marokko gegeven. Ik ben naar Marokko gereden en heb daar vervolgens een ontmoeting gehad met de mij onbekende Marokkaan. Deze overhandigde mij 25.000 euro. Ik heb dit geld in zijn geheel aan de vrouw van [betrokkene 9] afgegeven. Dat was mij zo door [verdachte] opgedragen. Later heb ik nog een keer een paar duizend euro voor [betrokkene 9] via [verdachte] in Nederland gekregen.

Vraag: Op 08-08-2009 is [betrokkene 10] in Spanje met meer dan 700 kg hasj aangehouden. Is er voor deze aanhouding ook geld betaald?

Antwoord: Ik was die keer geen begeleider (...) Ik was verantwoordelijk voor het transport en heb toen contact met [verdachte] opgenomen. [verdachte] heeft mij voor [betrokkene 10] , advocaat en gezin in totaal ongeveer 15.000 euro gegeven. Ik heb 4000 euro aan zijn vrouw gegeven, de rest heb ik er doorheen gejaagd.

Vraag: Is er eerder een transport met [betrokkene 10] geweest?

Antwoord: [betrokkene 10] heeft ongeveer 1 jaar eerder een transport met hasj gedaan. Dat was ongeveer 80 kg hasj. Ik heb voor dit transport in totaal 45.000 euro van een persoon in Marokko gekregen. Deze persoon handelde in opdracht van [verdachte] . 'Ik heb [betrokkene 10] 30.000 euro gegeven; de rest heb ik zelf gehouden. Ik heb zelf die verdeling bepaald. Ik had eerst met [betrokkene 10] afgesproken dat hij 40.000 euro zou krijgen, maar ik heb hem maar 30.000 euro betaald.

Vraag: Wanneer zijn de problemen over het geld met de opdrachtgevers en de koeriers begonnen?

Antwoord: Het eerste probleem ontstond na de aanhouding van [betrokkene 9] . Ik heb eigenlijk bijna alles aan de familie van [betrokkene 9] afgestaan, maar ze vonden het kennelijk te weinig.

Vraag: Zijn er nog een keer problemen geweest na de aanhouding van [betrokkene 10] ? Antwoord: Ja, ik heb al verteld dat ik van de 15.000 euro 11.000 euro zelf heb opgemaakt. Later wilde [betrokkene 10] met mij naar [verdachte] toe gaan omdat hij van hem de rest van het geld wilde hebben. Dat was toen [betrokkene 10] verlof uit de gevangenis had en vanuit Spanje naar Duitsland was gekomen. Hij heeft mij onder druk gezet en is met mij naar Nederland gegaan. We zijn op verschillende plaatsen geweest; ik wilde hem alleen maar aan het lijntje houden zodat hij mij zou geloven. Hij dreigde ermee mij te zullen verraden.”

30. Ten aanzien van het bewijs van specifiek het onder 5 primair en 7 primair bewezenverklaarde heeft het hof voorts het volgende overwogen:5

“In september 2008 werd in Nador een Mercedes aangehouden met [betrokkene 9] als koerier. In de auto werd 82 kg hasj aangetroffen. [betrokkene 9] werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar.

In augustus 2009 werd in Almeria 769 kg hasj aangetroffen in een Mercedes, bestuurd door koerier [betrokkene 10] . [betrokkene 10] werd in Spanje tot gevangenisstraf veroordeeld.

Uit tapgesprekken gevoerd door [betrokkene 11] komt naar voren dat er onenigheid is over geld dat de kennelijk net uit detentie gekomen koerier [betrokkene 9] van [betrokkene 11] eist. [betrokkene 11] geeft in de gesprekken aan dat hij de koerier al geld heeft gegeven, maar dat hij bereid is “om naar die gasten te gaan en geld van hen te eisen”. Voorts blijkt dat [betrokkene 11] meent dat ook hij geld tegoed heeft van ‘ [verdachte] ’: “Ik heb risico’s met mijn kinderen erbij voor hen genomen en uiteindelijk hebben ze mij in de steek gelaten. Ik denk continu waarom zij mij met lege handen hebben weggestuurd. Vier jaar lang.” Twee dagen later wordt de auto van [betrokkene 11] gesignaleerd op ongeveer 100 meter van coffeeshop [A] . Een dag later vertelt [betrokkene 11] dat hij naar ‘die lafaards’ is gegaan, maar [verdachte] niet heeft gezien. Hij vertelt verder dat [verdachte] zijn zoon [betrokkene 2] had gestuurd.

In september, oktober, november en december 2012 zijn verschillende gesprekken van [betrokkene 11] opgenomen waaruit blijkt dat hij als tussenpersoon fungeerde voor verdachte bij het aantrekken en betalen van koeriers. Op 23 december 2011 is [betrokkene 11] opnieuw in Culemborg geweest. Uit een tapgesprek tussen ene [betrokkene 7] en [betrokkene 10] (op dat moment met verlof) komt naar voren dat [betrokkene 10] met [verdachte] heeft gesproken, die sinds oktober (2011) in Marokko verblijft. [verdachte] zou hem hebben verteld dat hij al 19.000 naar [betrokkene 11] had gestuurd, maar dat [betrokkene 11] dat heeft opgemaakt.

Naar het oordeel van het hof blijkt uit de tapgesprekken dat [betrokkene 9] en [betrokkene 10] door verdachte als koerier zijn ingezet door bemiddeling van [betrokkene 11] . Zodra zij zich niet meer in detentie bevonden, trachten zij rechtstreeks en via [betrokkene 11] alsnog betaling te ontvangen van vergoedingen waar zij nog recht op meenden te hebben.

De raadsvrouw heeft betoogd dat de verklaringen van [betrokkene 11] als onbetrouwbaar moeten worden aangemerkt en uitgesloten dienen te worden van het bewijs. Het hof zal deze verklaringen niettemin voor het bewijs gebruiken. Die verklaring is overigens niet doorslaggevend voor de bewezenverklaring. De verklaring bevestigt de conclusie die kan worden getrokken op grond van de tapgesprekken en locatiegegevens. Het hof verwerpt het verweer.

Het hof is van oordeel dat er bewijs voorhanden is dat verdachte betrokken is geweest bij het gedurende lange tijd importeren van grote hoeveelheden hasj uit Marokko. In opdracht van verdachte zijn auto’s geprepareerd, die alle op identieke wijze waren voorzien van verborgen ruimten en cartrackers. Uit de registratie van de trackers blijkt dat de auto’s heen en weer reden tussen Marokko en Nederland. De auto’s werden telkens op naam van de koerier gesteld en zij werden royaal voor hun diensten beloond. De koeriers werden geacht te reizen met een vrouw en kinderen om zo min mogelijk aandacht te trekken. In één van de in Nederland aangetroffen Caddy’s is in de verborgen ruimten een grote hoeveelheid hasj aangetroffen. Het patroon in de werkwijze wijst op een strakke organisatie en de hoeveelheid koeriers, auto’s en onderschepte hoeveelheden hasj wijzen erop dat er sprake is van een zeer omvangrijke operatie.

Het hof is verder van oordeel dat verdachte een belangrijke rol speelde in het organiseren van de transporten. Het is duidelijk dat hij anderen, zoals zijn zoon en broer, aanstuurde en instructies gaf en in verschillende tapgesprekken komt naar voren dat hij de transporten financierde. Het hof acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat verdachte als medepleger van de grootschalige invoer van hasj kan worden beschouwd.”

31. Allereerst wordt geklaagd dat uit de bewijsmiddelen niet, althans niet zonder meer, kan worden afgeleid dat [betrokkene 9] en/of [betrokkene 10] richting Nederland is/zijn gereden. Nu uit de bewijsmiddelen overduidelijk blijkt dat beide koeriers werkten voor de in Culemborg wonende verdachte, terwijl contra-indicaties dat de transporten niet onderweg waren naar Nederland ontbreken, heeft het hof niet onbegrijpelijk de conclusie getrokken dat beide koeriers op weg waren naar Nederland.6 Daarmee faalt deze klacht.

32. Voorts wordt geklaagd dat uit de bewijsmiddelen niet, althans niet zonder meer, kan volgen dat de betreffende auto’s waren geprepareerd. Uit het onder 5 primair en 7 primair bewezen verklaarde volgt dat het hof bewezen acht dat gebruik is gemaakt van geprepareerde auto’s. Uit de bewijsmiddelen voor het onder 5 primair en 7 primair bewezenverklaarde volgt inderdaad niet dat de betreffende auto’s waren geprepareerd. Het hof heeft dit blijkens de bewijsoverwegingen echter in navolging van de rechtbank wel aangenomen en dit afgeleid uit de modus operandi, zoals die naar voren komt uit de onder 1 tot en met 3 bewezenverklaarde feiten. Bij gebrek aan contra-indicaties is die conclusie niet onbegrijpelijk. Voor een verdere toetsing is in cassatie geen plaats.7

33. Het middel faalt.

34. Het eerste middel is ten dele terecht voorgesteld, maar behoeft niet tot cassatie te leiden. Het tweede middel en het derde middel falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.

35. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

36. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Vgl. HR 18 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3530, r.o. 3.3: “In cassatie kan niet worden onderzocht of de door de feitenrechter in zijn bewijsmotivering vastgestelde feiten en omstandigheden juist zijn. Dat geldt ook voor conclusies van feitelijke aard die de feitenrechter heeft getrokken uit de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vastgesteld. Dergelijke vaststellingen en gevolgtrekkingen kunnen in cassatie slechts op hun begrijpelijkheid worden onderzocht.”

2 HR 23 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5858, NJ 2008/70 m.nt. M.J. Borgers, r.o. 3.3.

3 Vgl. HR 2 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5960, NJ 2013/383 m.nt. J.M. Reijntjes, r.o. 2.4 en HR 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005, NJ 2016/430 m.nt. P.H.P.H.M.C. van Kempen, r.o. 2.5.3.

4 Vgl. HR 18 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3530, r.o. 3.3.

5 Daarnaast heeft het hof in het algemeen overwogen hetgeen al onder randnummer 7 is weergegeven.

6 Vgl. HR 18 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3530, r.o. 3.3.

7 Vgl. HR 18 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3530, r.o. 3.3.