Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2020:1091

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
29-09-2020
Datum publicatie
17-11-2020
Zaaknummer
19/03417
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:1799
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Belaging, meermalen gepleegd (art. 285b.1 Sr) en mishandeling (art. 300.1 Sr). 1. Bevel oudste raadsheer hof tot verwijdering voice-recorder van verdachte uit zittingszaal. Voorzittersbeslissing waartegen geen beroep in cassatie openstaat? 2. Bewijsklachten belaging. 3. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr.

Ad 1. en 2. HR: art. 81.1 RO.

Ad 3. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte verplichting opgelegd om aan Staat ten behoeve van in arrest genoemd slachtoffer in arrest vermeld bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. Vervolg op ECLI:NL:HR:2018:1082.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/03417

Zitting 29 september 2020

CONCLUSIE

B.F. Keulen

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,

hierna: de verdachte.

  1. De verdachte is bij arrest van 8 juli 2019 door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens (in de zaak met parketnummer 02-700177-14) ‘belaging, meermalen gepleegd’ en (in de zaak met parketnummer 02-688123-16) ‘mishandeling’, veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, alsmede een taakstraf van 180 dagen, subsidiair 90 dagen hechtenis, met aftrek als bedoeld in art. 27 (a) Sr. Het hof heeft voorts beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd.

  2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, heeft drie middelen van cassatie voorgesteld.

  3. Het eerste middel klaagt over het ter terechtzitting van 24 juni 2019 door de oudste raadsheer gegeven bevel tot verwijdering van de voice-recorder van de verdachte.

  4. Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 juni 2019 houdt – voor zover van belang – het volgende in:

‘De parketpolitie merkt op dat het erop lijkt dat de verdachte een voice recorder bij zich draagt.

De oudste raadsheer beveelt dat de voice recorder uit de zaal wordt verwijderd, waarna de parketpolitie daarvoor zorg draagt.

De voorzitter merkt op dat in beginsel in de zittingszaal geen opnameapparatuur aanwezig mag zijn en niet mag worden opgenomen, behalve door de griffier ten behoeve van het opmaken van het proces-verbaal van de terechtzitting.’

5. Art. 124 Sv luidt:

‘1. Voor de handhaving der orde ter gelegenheid van ambtsverrichtingen draagt zorg de voorzitter van het college, of de rechter of ambtenaar, die met de leiding dier verrichtingen is belast.

2. Deze neemt de noodige maatregelen opdat die ambtsverrichtingen zonder stoornis zullen kunnen plaats vinden.

3. Indien daarbij iemand de orde verstoort of op eenigerlei wijze hinderlijk is, kan de betrokken voorzitter, rechter of ambtenaar, na hem zoo noodig te hebben gewaarschuwd, bevelen dat hij zal vertrekken en, ingeval van weigering, hem doen verwijderen en tot den afloop der ambtsverrichtingen in verzekering doen houden.

4. Van een en ander wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat bij de processtukken wordt gevoegd.

5. Met de dienst der gerechten zijn belast ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, dan wel andere ambtenaren of functionarissen, voor zover die ambtenaren of functionarissen door Onze Minister van Veiligheid en Justitie zijn aangewezen. Deze ambtenaren of functionarissen nemen de aanwijzingen in acht van de voorzitter van het college, de rechter of de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid.’

6. Art. 272, eerste en derde lid, Sv luiden:

‘1. De voorzitter heeft de leiding van het onderzoek op de terechtzitting en geeft daartoe de nodige bevelen.

(…)

3. De voorzitter kan een door hem aangewezen lid van de meervoudige kamer in zijn plaats belasten met de leiding van het onderzoek. Dit lid oefent de taken en bevoegdheden uit die aan de voorzitter zijn toegekend.’

7. De voorzitter ontleent aan de artikelen 124 en 272 Sv de bevoegdheid om ter terechtzitting maatregelen te treffen ter handhaving van de orde. Zulke maatregelen kunnen onder meer inhouden het ontnemen van het woord aan een verdachte die luid schreeuwt en uitvaart tegen de advocaat-generaal1 of aan een raadsman die zich ter terechtzitting herhaaldelijk ongepast uitlaat over de rechterlijke macht.2 Tegen dergelijke beslissingen staat geen beroep in cassatie open.3

8. De steller van het middel klaagt dat het bevel van de oudste raadsheer wettelijke grondslag ontbeert, nu op grond van art. 272, eerste lid, Sv de voorzitter de leiding heeft van het onderzoek op de zitting, en niet de oudste raadsheer. Verder zou noch uit het Wetboek van Strafvordering, noch uit een andere bepaling in een formele wet blijken dat het een verdachte niet is toegestaan met een voice-recorder of een ander technisch apparaat op te nemen wat op de zitting voorvalt. Geklaagd wordt voorts dat het bevel ‘inbreuk maakt c.q. kan maken’ op het recht van de verdachte voldoende faciliteiten ter beschikking te hebben ter voorbereiding van zijn verdediging. Hoewel – kort gezegd - uit een huisregel blijkt dat, tenzij door of namens de gebouwbeheerder toestemming wordt gegeven, in het gerechtsgebouw van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch een geluidsopnameverbod geldt, zou dit de verdachte niet mogen beperken in zijn rechtswaarborgen krachtens art. 6 EVRM. Verdachte zou er belang bij hebben over de letterlijke weergave van hetgeen is voorgevallen te beschikken. De waarborg van art. 326, tweede lid, Sv zou daarin dienstig zijn, maar helemaal ‘waterdicht’ zou deze waarborg niet zijn. Moderne apparatuur zou dus een ‘aanvullende rechtswaarborg voor de verdachte c.q. de verdediging’ kunnen opleveren. Een eigen opname zou vanuit het ‘oogpunt van art. 6 lid 3 sub b EVRM en art. 14 lid 3 sub (BFK: ik begrijp) b IVBPR’ waardevol zijn en er zouden ook geen veiligheids- of privacybelangen zijn om de verdachte het recht te ontzeggen een eigen opname te maken nu de zitting openbaar is en de griffier wel een opname mag maken. Hoewel tegen beslissingen in het kader van de ordehandhaving geen cassatieberoep openstaat, zou dit de mogelijkheid van toetsing aan specifieke rechtsbelangen ‘zoals hiervoor genoemd (art. 6 EVRM)’ volgens de steller van het middel onverlet laten. Omdat niet zou kunnen blijken dat de ambtsverrichtingen van het hof gestoord zouden kunnen worden door opnamen op de voice-recorder van de verdachte zou het ‘verwijderingsbevel daarvan onrechtmatig gegeven’ zijn.

9. Uit het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep volgt dat de voorzitter heeft opgemerkt dat ‘in de zittingszaal geen opnameapparatuur aanwezig mag zijn en niet mag worden opgenomen’. Daaruit volgt dat het door de oudste raadsheer gegeven bevel tot verwijdering van de voice-recorder klaarblijkelijk (mede) door de voorzitter is gegeven (op grond van art. 272 Sv). In dat licht ontbeert dit bevel, anders dan de steller van het middel betoogt, geen wettelijke grondslag.4 Zo een bevel is een rechterlijke handeling waartegen geen cassatie open staat.5 Die regel kan niet worden omzeild door te klagen over toetsing aan specifieke rechtsbelangen en te refereren aan art. 6 EVRM. Ik neem daarbij in aanmerking dat de steller van het middel niet aanvoert dat art. 6 EVRM door het onderhavige bevel is geschonden. Ik neem voorts in aanmerking dat het bevel in geen enkel opzicht afbreuk heeft gedaan aan de mogelijkheden van de verdachte om in hoger beroep de verdediging te voeren.6

10. Geheel ten overvloede derhalve merk ik nog het volgende op. De steller van het middel klaagt dat het niet toestaan van een voice-recorder inbreuk maakt c.q. kan maken op het recht van de verdachte om voldoende faciliteiten ter beschikking te hebben ter voorbereiding van zijn verdediging. Dat zou wellicht zo kunnen zijn als Uw Raad bereid zou zijn op basis van opnamen die de verdachte met een voice-recorder of langs andere weg heeft vervaardigd, in cassatie vast te stellen dat het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting onjuistheden bevat. Bij die stand van zaken zou het niet vanzelf spreken dat aan de verdachte de meest voor de hand liggende mogelijkheid mag worden onthouden, materiaal te verzamelen dat de onjuistheid van dat proces-verbaal kan aantonen. Uw Raad gaat er, tegen de achtergrond van de wettelijke regeling, evenwel vanuit dat het proces-verbaal van de terechtzitting ‘in beginsel’ de enige kenbron is voor de ter terechtzitting in acht genomen vormen7 en van hetgeen ter terechtzitting is voorgevallen.8 De uitzonderingen waarop Uw Raad het oog heeft betreffen volgens Van Dorst ‘de stukken die als kenbron én als correctiemiddel fungeren voor fouten die in het proces-verbaal zijn geslopen’.9 Bij die stand van zaken wordt de verdachte niet (wezenlijk) in zijn verdedigingsmogelijkheden beperkt door een bevel als het onderhavige.

11. De steller van het middel refereert ook aan de ‘huisregels’ die door gerechten worden vastgesteld. Daarover nog het volgende. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft via rechtspraak.nl huisregels voor bezoekers van het hof gepubliceerd. Deze zijn opgenomen onder het kopje ‘bezoekinformatie’ op de website rechtspraak.nl en houden voor zover relevant in:

‘Het gerechtshof 's-Hertogenbosch is gevestigd in het Paleis van Justitie in 's-Hertogenbosch. In het paleis staan de veiligheid en privacy van bezoekers en medewerkers voorop. Daarom gelden er voor iedereen de volgende huisregels:

Het maken van filmopnamen, foto's en geluidsopnamen in het gerechtsgebouw, zonder toestemming door of namens de gebouwbeheerder vooraf, is verboden.’

(…)

Audiovisuele en communicatieapparatuur

In verband met de privacy en het portretrecht van bezoekers en medewerkers is het niet toegestaan om, zonder toestemming door of namens de gebouwbeheerder vooraf, opnameapparatuur mee te nemen in het gerechtsgebouw.

Zodra geconstateerd wordt dat iemand zonder toestemming opnamen maakt kan hij/zij verzocht worden de opnamen te wissen. Als aan dat verzoek niet meteen wordt voldaan, kan de apparatuur worden ingenomen en zal de maker van de opnamen uit het gebouw worden verwijderd.

Mobiele telefoons en andere mobiele telecommunicatiemiddelen mogen worden gebruikt in het gerechtsgebouw, maar niet in een zittingszaal. In verband met de privacy en het portretrecht van bezoekers en medewerkers is het niet toegestaan met genoemde apparatuur in het gerechtsgebouw beeld- en/of geluidsopnamen te maken.

Zodra geconstateerd wordt dat iemand dit verbod overtreedt, kan hij/zij verzocht worden de opnamen te wissen. Als aan dat verzoek niet meteen wordt voldaan, kan de apparatuur worden ingenomen en zal de maker van de opnamen uit het gerechtsgebouw worden verwijderd.’10

12. De steller van het middel heeft kennelijk deze huisregels op het oog wanneer wordt geklaagd dat een huisregel de verdachte niet in zijn rechtswaarborgen op grond van art. 6 EVRM mag beperken. Het gegeven bevel tot verwijdering van de voice-recorder is evenwel niet op deze huisregels gebaseerd, maar op de artikelen 124 en 272 Sv.

13. Het eerste middel faalt.

14. Het tweede en derde middel richten zich tegen de (motivering van de) bewezenverklaring van de onder parketnummer 02-700177-14 ten laste gelegde belaging. Voorafgaand aan de bespreking van deze middelen geef ik de bewezenverklaring, de bewijsmiddelen waarop die bewezenverklaring steunt en de (nadere) bewijsoverweging van het hof weer.

15. Aan de verdachte is onder parketnummer 02-700177-14 ten laste gelegd dat:

‘hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007, in elk geval 28 februari 2014 tot en met 15 juli 2014 te [plaats 1], in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6] en/of één of meer familieleden van voornoemde perso(o)n(en) en/of één of meer (andere) (direct) omwonenden van het adres van verdachte, in elk geval van (een) ander(en), met het oogmerk voormelde perso(o)n(en), in elk geval die ander(en) te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte, in bovengenoemde periode (telkens) het rustig woongenot verstoord en/of overlast veroorzaakt voor voornoemde perso(o)n(en) door:

- hinderlijk geluid te produceren (onder andere middels klepperen met een deksel van een container en/of luid claxonneren en/of met planken/stukken hout tegen elkaar slaan en/of het laten klinken van harde muziek) en/of

- hinderlijk met een zaklamp in hun richting te schijnen en/of

- hinderlijk te schijnen met het groot licht van zijn/een auto en/of

- stankoverlast te veroorzaken (onder andere door (na 22.00 uur) zodanig vuur te stoken in een vuurkorf dat (enorme) rookontwikkeling ontstaat) en/of

- hinderlijk vuurwerk af te steken en/of

- (intimiderend) gas te geven met zijn/een auto en/of

- (intimiderend) te schreeuwen en/of te schelden en/of te (schater)lachen en/of hoongelach te laten horen in de richting van voornoemde perso(o)n(en) en/of

- intimiderende bewegingen richting voornoemde perso(o)n(en) te maken (onder andere het opsteken van een middelvinger) en/of

- voornoemde perso(o)n(en) ongewenst te fotograferen;’

16. Ten laste van de verdachte is daarvan bewezenverklaard dat:

‘hij in de periode van 1 juni 2013 tot en met 15 juli 2014 te [plaats 1], wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [aangever 1] en [aangever 4] en [aangever 5] en [aangever 6] met het oogmerk voormelde personen te dwingen iets te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte, in bovengenoemde periode telkens het rustig woongenot verstoord en/of overlast veroorzaakt voor voornoemde personen door:

- hinderlijk geluid te produceren (onder andere middels klepperen met een deksel van een container en/of luid claxonneren en/of met planken/stukken hout tegen elkaar slaan en/of het laten klinken van harde muziek) en/of

- (intimiderend) te schreeuwen en/of te schelden en/of te (schater)lachen en/of hoongelach te laten horen in de richting van voornoemde personen en/of

- intimiderende bewegingen richting voornoemde personen te maken (onder andere het opsteken van een middelvinger);’

17. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen (met weglating van verwijzingen):

‘Het hof ontleent aan de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen het bewijs dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02-700177-14 bewezen verklaarde heeft begaan.

1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 30 januari 2014 (…), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van aangever [aangever 1], wonende aan de [a-straat 1] te [plaats 1]:

V: Vraag verbalisant

A: Antwoord aangever

O: Opmerking verbalisant

V: Waar wilt u aangifte van doen?

A: Het stelselmatig inbreuk maken op ons leven.

(..)

A. [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte], verdachte) intimideert ons door een repertoire aan middelen, zoals het keihard tegen elkaar slaan van planken, stenen en metalen delen. Ook gebruikt hij de kettingzaag om zijn frustraties kracht bij te zetten door langdurig en wisselend gas te geven om daarmee te imponeren. Hij doet dit in het niets. Hij is zich mijns inziens zeer bewust dat een en ander zeer bedreigend overkomt. Zo ervaren wij het ook. Soms is, gezien de ligging van ons huis in de bocht, oogcontact onvermijdelijk, hetwelk wij te allen tijde proberen te vermijden, en gaat de arm en middelvinger van [verdachte] omhoog daarbij beledigingen en verwensingen uitsprekend. Een ander voorbeeld van intimidatie is het uiterst irritante slaan met een eind hout op zijn kliko en vervolgens meerdere malen snel achter elkaar oplichten en zeer hard neersmijten van de deksel.

V: Zijn er dingen die u of uw vrouw (het hof begrijpt hierna telkens: [aangever 2]) juist wel doen na deze situatie?

A: Doordat [verdachte] ons beperkt in onze bewegingsvrijheid leggen wij onszelf beperkingen op, zoals het uitlaten van de hond en het waarschijnlijk niet meer nemen van een hond.

V: Zijn er nog dingen gebeurd tussen 31 juli 2013 en 4 augustus 2013?

A: De bekende gedragingen van [verdachte].

V: Wat is er gebeurd op zondag 4 augustus 2013?

A: Mijn vrouw heeft een melding gemaakt van geluidsoverlast.

V: Deed [verdachte] dit expres en waaruit bleek dat?

A: Ja ik vermoed dat hij dit expres deed, dit past namelijk helemaal in zijn patroon.

V: Waarom doet [verdachte] dat?

A: Met als doel ons te treiteren en ons weg te pesten.

V: Wat wil [verdachte] er volgens u mee bereiken?

A: Om de hele woonomgeving kapot te maken.

V: Zijn er nog dingen gebeurd tussen 4 augustus 2013 en 30 augustus 2013?

A: De gebruikelijke dingen. Nadat hij door de politie aangesproken of verhoord werd, werd het overlast frequenter. Meer claxonneren en middelvingers opsteken enzovoort.

V: Wat is er gebeurd op vrijdag 30 augustus 2013?

A: Ik liet mijn hond uit. [verdachte] in zijn tuin. Hij begon keihard te schreeuwen met woorden als “vuile achterbakse kankerlijer, kom dan klootzak”. Ik ben daarop zonder te reageren mijn woning binnengegaan.

V: Zijn er nog dingen gebeurd tussen 30 augustus 2013 en 16 januari 2013 (het hof begrijpt: 2014)?

A: Het bekende wangedrag van [verdachte].

V: Wat is er gebeurd op donderdag 16 januari 2013 (het hof begrijpt: 2014)?

A: Nadat de politie weg was, heeft [verdachte] met zijn auto, al rijdend, hard aanhoudend geclaxonneerd.

V: Deed [verdachte] dit expres en waaruit bleek dat?

A: Hij doet dit zodra hij ons ziet en hij laat geen middel ongebruikt om ons te intimideren of te bedreigen.

V: Wat wil [verdachte] er volgens u mee bereiken?

A: Puur intimidatie en uitdagen.

V: Wat was uw gevoel na deze situatie?

A:, Ik voel de constante druk die [verdachte] wil uitoefenen.

V: Zijn er nog dingen gebeurd na 16 januari 2013 (het hof begrijpt: 2014)?

A: De gebruikelijke intimidaties.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

2. Het proces-verbaal (klacht) verhoor aangever d.d. 24 maart 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 1]:

Ik doe bij deze klacht en blijf bij mijn gedane officiële aangifte ter zake van belaging. Het feit is omschreven in de aangifte en gepleegd door [verdachte]. Ik wens dat de officier van justitie een strafvervolging instelt.

3. Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 23 april 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 1]:

Ik heb nog altijd overlast van [verdachte]. Het is niet minder geworden afgelopen weken. Nog steeds slaat [verdachte] met de deksel van de afvalbakken zodat hij hinderlijk geluid produceert. Hij blijft met opzet inbreuk maken op mijn persoonlijke levenssfeer zodat ik dingen juist wel en/of niet doe. Hij probeert ons door middel van geluidsoverlast en confrontaties uit onze tent te lokken. Ook komt [verdachte] nog vaak met zijn auto langs ons huis rijden. Hij steekt dan ook vaak zijn middelvinger naar mij op.

4. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 6 juni 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 1]:

(…)

Bij deze verzoek ik uitdrukkelijk om strafvervolging van de verdachte [verdachte], wonende te [plaats 1], [a-straat 2].

Ik wil aangifte doen van stalking, gepleegd door [verdachte]. Ik ben samen met mijn vrouw woonachtig in [plaats 1], [a-straat 1], binnen de gemeente […]. Eigenlijk hebben we al vanaf het begin problemen met [verdachte]. Dit zijn problemen in de vorm van overlast, treiteren etc. In het verleden hebben wij al meerdere keren aangifte gedaan tegen [verdachte]. Sinds een paar maanden is [verdachte] weer begonnen met zijn acties richting ons. Ik heb in januari 2014 daarvan melding gedaan bij de politie. Ons is geadviseerd om bij te houden op welke dagen en tijdstippen welke gedragingen door [verdachte] gepleegd worden. Dit hebben wij gedaan.

Op 28 februari 2014 om 16.00 uur kwam mijn vrouw thuis. Mijn vrouw zag dat [verdachte] naar buiten kwam. Mijn vrouw zag dat [verdachte] een paar malen met de klep van de container klapte. Ook zag zij dat [verdachte] een paar keer in zijn handen klapte. Mijn vrouw heeft gezien dat [verdachte] op dat moment geen afval in de container gooide.

(…)

Op 1 maart 2014 stond mijn vrouw in de keuken. Onze keuken heeft een raam en vanuit het raam hebben wij goed zicht op de openbare weg. Vanaf de openbare weg is dan ook weer goed zichtbaar dat zij daar staat. Mijn vrouw zag dat [verdachte] met zijn auto aan kwam rijden en dat hij vaart minderde. Mijn vrouw zag dat het raam van de passagierszijde geopend was en dat [verdachte] zijn rechterarm uitstak en zijn middelvinger naar haar opstak.

Op 5 maart 2014 was ik overdag in de tuin bezig. Ik hoorde dat er een voertuig langs onze tuin reed en dat er meerdere malen geclaxonneerd werd. Ik keek naar de openbare weg en zag dat [verdachte] in zijn voertuig langs onze tuin reed.

Op 17 maart 2014 was ik in de tuin bezig. Ik hoorde dat er kabaal gemaakt werd in de richting van de woning van [verdachte]. Ik keek die richting op en zag dat [verdachte] ook buiten was. Ik zag dat [verdachte] de veroorzaker van het geluid was, omdat hij onder andere meerdere malen zijn woning in en uit liep en daarbij de deur zo hard open en dicht deed dat ik dat kon horen. Vervolgens zag ik dat [verdachte] buiten stond, naar mij keek en een middelvinger naar mij opstak.

Op 23 maart 2014 om 9.45 uur was ik in mijn woning en hoorde ik kabaal. Ik herkende dit kabaal. [verdachte] was wederom met de klep van de container aan het slaan. Om 10.30 uur was mijn vrouw in de keuken bezig. Mijn vrouw zag dat [verdachte] met zijn auto langs kwam rijden en dat het raam aan de passagierszijde open stond. Mijn vrouw zag dat [verdachte] zijn middelvinger naar haar opstak.

Op 24 maart 2014 omstreeks 09.00 uur stond mijn vrouw in de keuken. Mijn vrouw zag dat [verdachte] wederom met geopend raam aan de passagierszijde langs reed. Mijn vrouw zag dat [verdachte] naar de rechterzijde (het hof leest: naar het raam aan de rechterzijde) hing, zijn arm uitstak en zijn middelvinger uitstak.

Op 25 maart 2014 omstreeks 15.35 uur stond ik op de oprit. Ik zag dat [verdachte] in zijn auto stapte en onze kant op reed. Ik zag dat [verdachte] zijn middelvinger naar mij opstak.

Op 26 maart 2014 stond ik buiten en hoorde ik hard gelach. Ik keek in de richting waar het geluid vandaan kwam. Ik zag dat [verdachte] in zijn tuin stond en naar mij keek en overdreven hard lachte.

Op 1 april 2014 om 8.50 uur was mijn vrouw in de keuken bezig. Wederom zag zij dat [verdachte] langs reed en zijn middelvinger naar haar opstak. Mijn vrouw zag dat [verdachte] haar daarbij aankeek en deze middelvinger dus echt voor haar bedoeld was.

(…)

Op 9 april 2014 omstreeks 9.00 uur stond mijn vrouw in de keuken. Mijn vrouw zag dat [verdachte] langs reed en dat het raam aan de passagierszijde open stond. Mijn vrouw zag dat [verdachte] zijn rechterarm uitstak, haar aankeek middels naar rechts te hangen in zijn voertuig en zijn middelvinger uitstak.

Op 10 april 2014 omstreeks 8.45 uur stond mijn vrouw in de keuken. Wederom reed [verdachte] langs en stak zijn middelvinger naar haar uit.

Op 10 mei 2014 omstreeks 15.00 uur kwam mijn vrouw thuis met de auto. Mijn vrouw stapte uit en hoorde en zag dat [verdachte] naar buiten kwam. Zij zag dit omdat [verdachte] haar aandacht wekte door het slaan van de deur van de woning. Vervolgens hoorde zij dat er meerdere keren geslagen werd met de klep van de container.

Op 12 mei 2014 omstreeks 10.00 uur was ik aan het werk in de tuin. Mijn aandacht werd gewekt door het slaan van de deur van een woning. Ik keek in de richting van [verdachte] zijn woning en ik zag dat [verdachte] in de tuin stond. Ik hoorde vervolgens dat er meerdere malen geslagen werd met de klep van de container.

Op 18 mei 2014 was ik overdag in de tuin bezig. Die dag is [verdachte] twee keer langs gereden met zijn voertuig. Ik was bezig en mijn aandacht werd gewekt door gebrul en geschreeuw. Ik keek naar de straat en zag [verdachte] heel langzaam langs rijden met zijn voertuig. Ik zag dat [verdachte] naar mij keek en ik zag dat hij harde brullen en schreeuwen gaf. Ik zag dat het raam van de passagierszijde geopend was.

Op 21 mei 2014 omstreeks 12.30 uur was ik in de tuin bezig. Mijn aandacht werd gewekt door geschreeuw. Ik keek naar de straat en zag dat [verdachte] met zijn voertuig langs onze woning reed. Ik hoorde een hoop geschreeuw. Ik hoorde en zag dat het geschreeuw stopte toen [verdachte] met zijn voertuig voorbij onze woning was gereden.

Op 23 mei 2014 omstreeks 13.10 uur waren mijn vrouw en ik in de tuin bezig. Wederom werd onze aandacht gewekt door geschreeuw. Ik keek naar de straat en zag dat [verdachte] met zijn voertuig langs onze woning reed. Ik hoorde een hoop geschreeuw. Ik hoorde en zag dat het geschreeuw stopte toen [verdachte] met zijn voertuig voorbij onze woning was gereden. Een paar uur later herhaalde zich dit nogmaals.

Op 25 mei 2014 omstreeks 14.15 uur waren mijn vrouw en ik in de tuin. Wederom werd onze aandacht gewekt door geschreeuw. Ik keek naar de straat en zag dat [verdachte] met zijn voertuig langs onze woning reed. Ik hoorde een hoop geschreeuw. Ik hoorde en zag dat het geschreeuw stopte toen [verdachte] met zijn voertuig voorbij onze woning was gereden.

(…)

Op 28 mei 2014 omstreeks 14.00 uur kwam mijn vrouw thuis met de auto. Terwijl zij uitgestapt was en naar de woning liep, hoorde zij [verdachte] naar buiten komen. Dit geluid herkennen wij ondertussen, omdat [verdachte] met de deuren van de woning slaat. Mijn vrouw hoorde dat [verdachte] harde onverstaanbare schreeuwen gaf en meerdere malen met de klep van de container sloeg.

Op 31 mei 2014 omstreeks 11.30 uur waren wij in de tuin bezig. Wederom werd onze aandacht gewekt door geschreeuw en gelach. Ik keek naar de straat en zag dat [verdachte] met zijn voertuig langs reed. Ik hoorde en zag dat het geschreeuw stopte toen [verdachte] met zijn voertuig voorbij onze woning was gereden. Later die dag heeft [verdachte] dit nog een keer gedaan.

Op 5 juni omstreeks 16.30 was ik in de tuin bezig. Ik was onkruid aan het wieden. Mijn aandacht werd gewekt door het slaan van de klep van de container. Ook hoorde ik slaan van planken op elkaar, ik herkende dit geluid.

Ik wil over bovenstaande nog een stukje toelichting geven. Ik heb op advies van de politie bijgehouden wanneer wij lastig gevallen worden. Echter, het komt (het hof begrijpt: daarnaast) regelmatig voor dat we horen dat er geclaxonneerd wordt of dat er met deuren of de klep van de container geslagen wordt.

[verdachte] pleegt wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk op onze levenssfeer. [verdachte] zijn doel hiervan is om ons te laten dulden dat hij zijn gang kan gaan. Ook zorgt [verdachte] door zijn gedragingen dat wij ons leven niet meer in kunnen richten zoals wij dat zelf willen. Omdat we steeds lastig gevallen worden door [verdachte] als hij ons ziet, zien wij het niet zitten om een nieuwe hond te nemen.

Onze persoonlijke levenssfeer wordt zowel in besloten ruimte als op de openbare weg belast. De activiteiten/gedragingen blijven zich door [verdachte] herhalen. Het lijkt erop dat [verdachte] geobsedeerd is op ons, maar ook op andere buurtbewoners. Het doel daarvan is ons leven onmogelijk maken. Ooit heeft [verdachte] gezegd tegen de [familie 1] dat hij wel zou zorgen dat wij en de [familie van betrokkene 2] weg zouden gaan uit [plaats 1]. Was het niet goedschiks, dan kwaadschiks.

Doordat het de afgelopen maanden weer zo vaak is voorgevallen, kan ik spreken van stelselmatigheid.

(…)

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

5. Het proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 18 juni 2015, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [aangever 1]:

Bij de politie heb ik naar waarheid verklaard.

U vraagt mij naar de geluidsoverlast die in de dagvaarding genoemd staat. Ik vind het puur geweld en intimidatie. Het is een psychologische druk. Hij voert een tactiek uit, het is pure intimidatie en treiterij. Hij laat weten dat hij ons steeds in de gaten houdt. Het is een grote inbreuk op ons privéleven. Als wij ons laten zien op de dijk komt hij direct tevoorschijn. Hij slaat op de kliko met een stuk hout, op het deksel dan wel gooit hij of smijt hij hard met de deksel. Ik heb hem dat zien doen. Vaak loopt hij dan even naar binnen en loopt dan nogmaals naar de kliko en dan herhaalt hij zijn handelingen, ’s Nachts als hij voorbij rijdt dan claxonneert hij ook regelmatig.

Hij roept ook naar ons als we in de tuin zitten. Als hij in zijn auto voorbij rijdt dan heeft hij zijn raam open, dat is altijd het raam dat aan onze zijde is. Hij steekt dan zijn middelvinger omhoog richting ons. Hij laat dan ook hoongelach horen. Daarnaast heeft hij een kettingzaag die hij steeds aanzet, waardoor er veel geluidsoverlast ontstaat. Hij geeft dan extra gas, hij doet dit zonder reden, hij is geen bomen aan het rooien bijvoorbeeld. Ik heb hem dat zelf zien doen. Er ontstaat niets, voor zover ik kan zien is hij nergens mee bezig. Verder slaat hij met planken en stenen tegen elkaar.

U vraagt mij of ik wel eens muziek hoor. Ja, ik hoor wel eens muziek. Het is housemuziek. Het volume is een probleem. De politie is er meerdere keren aan te pas gekomen, dat is meer door meldingen van de directe buren gebeurd. Deze muziek staat ontzettend hard, het is intimiderend. Zijn raam staat dan open.

U vraagt mij of ik zelf melding heb gemaakt van de harde muziek. Ja, ik heb hier één of twee keer melding van gemaakt bij de politie.

U vraagt mij naar het klepperen van de kliko. Ik hoef me maar te vertonen en het is feest. Het slaan met de deksel van de kliko gaat meerdere keren door, soms wel 6 tot 7 keer. Dan gaat hij even naar binnen en komt dan weer terug naar buiten en herhaalt het slaan als ik dan nog buiten ben.

U vraagt mij naar de motorzaag. Hij stond in zijn keukendeur daarmee te zwaaien. Hij intimideert, het is enkel om ons angst aan te jagen.

Hij heeft ook wel eens met een slijptol uren op een stuk staal zitten werken, dit doet hij omdat hij dan overlast van de buren zegt te hebben. Dit doet hij te pas en te onpas. Hij spiegelt alles. Als hij geluid hoort dan maakt hij vrijwel direct hetzelfde geluid. Hij verricht dan geen werkzaamheden. Het is gewoon psychologische oorlogsvoering.

U vraagt mij of het klopt dat ik bij de politie geen melding heb gemaakt dat het claxonneren ’s nachts was. Ik weet niet of dat in mijn aangifte terecht is gekomen. Het is echter wel gebeurd.

Over het lawaai wil ik nog opmerken dat naast de motorzaag en de slijptol, ik ook een cirkelzaag heb gehoord.

6. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 12 februari 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [aangever 3], wonende aan de [a-straat 3] te [plaats 1]:

Ik doe aangifte van belaging c.q. stalking strafbaar gesteld in artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht, gepleegd tussen 1 juni 2013 en 12 februari 2014. Ik verklaar dat er wederrechtelijk en stelselmatig met opzet inbreuk wordt gemaakt op mijn persoonlijke levenssfeer met het oogmerk mij te dwingen iets te doen, dan wel niet te doen, te dulden dan wel vrees aan te jagen.

Ik woon op de [a-straat 3] te [plaats 1]. [verdachte] woont schuin tegenover mij.

Ik geniet graag van de ruimte en de rust. Dit is helaas niet mogelijk door [verdachte]. Hij zorgt door het maken van geluid en harde klappen dat ik niet rustig kan genieten van mijn omgeving en de rust.

Afgelopen jaren hoor ik vaak harde muziek. Dit gebeurt wekelijks, dan wel dagelijks. Ik weet dat de harde muziek van mijn overbuurman [verdachte] komt. De muziek van [verdachte] stoort mij zo erg dat ik op dagen met mooi weer niet eens buiten kan gaan zitten zonder dat ik naar die harde muziek moet luisteren. Ik zie dat hij het raam ver opent en een geluidsapparaat in het venster neer zet.

Ook hoor ik [verdachte] met zijn containerdeksel slaan. Dit doet hij al jaren, meerdere malen per week. Ik zie ook dat hij met de deksel van de container slaat. Als hij met de deksel van de container slaat, hoort iedereen in de buurt het. Soms zie ik hem zelfs, nadat hij met zijn containerdeksel heeft geslagen, dat hij weer terug zijn woning in loopt, terug naar buiten komt en nogmaals erg hard met de containerdeksel slaat. Ik weet dat [verdachte] het doet om mij en de buren te pesten. Ik schrik ook vaak van de klap die hij maakt met de deksel.

[verdachte] is stelselmatig bezig met het maken van herrie om de buurt te pesten. Ik hoor hem elke dag en naarmate het weer beter wordt, hoor ik hem meer en meer.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

7. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 12 februari 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [aangever 4]:

Ik doe aangifte van stalking, gepleegd tussen 12 juli 2013 en 12 februari 2014 aan de [a-straat] te [plaats 1].

Ik woon aan de [a-straat 4] in [plaats 1]. In 2003 of 2004 kwam [verdachte] aan de [a-straat 2] wonen.

Wij hebben een bedrijf, hier wordt gewoon gewerkt. [verdachte] ziet dit als een aanval op hem. Als tegenprestatie gaat hij met deksels van kliko’s slaan of hij slaat met ijzer ergens op, hij slaat met hout tegen elkaar. Elke dag verzon hij iets anders. Gewoon om te laten merken dat hij ziet dat je buiten bent, of bij de kippen bent of om mijn aardappels loop. Hij houdt je constant in de gaten.

Afgelopen zomer was het in de avond. Ik hoorde een heleboel lawaai. Ik herkende de stem van [verdachte] en hoorde hem roepen: “Kom dan! Kom dan!”. Ik keek uit het raam en zag [aangever 1] met zijn hondje staan. Toen was [verdachte] [aangever 1] weer aan het uitschelden. Dit doet hij veel vaker.

Als ik met mijn kleinkind loop, loop ik langs [betrokkene 1] zodat hij niet ziet dat ik aan het lopen ben met mijn kleinkind. Dit doe ik omdat ik niet wil dat [verdachte] weer weet dat ik met mijn kleinkind loop, dan gaat hij weer heel hard lachen.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

8. Het proces-verbaal (klacht) verhoor aangever d.d. 24 maart 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [aangever 4]:

Ik doe bij deze klacht en blijf bij mijn gedane officiële aangifte ter zake van belaging, die ik deed op 12 februari 2014. Het feit is omschreven in de aangifte en gepleegd door [verdachte]. Ik wens dat de officier van justitie een strafvervolging instelt.

9. Het proces-verbaal verhoor aangeefster d.d. 23 juni 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [aangever 4]:

Ik wil graag een aanvullende verklaring opgeven. Op 12 februari 2014 heb ik aangifte van stalking gedaan.

Het is de afgelopen maanden gewoon doorgegaan en ik heb op verzoek van de politie een lijstje bijgehouden met de datums wanneer dit heeft plaatsgevonden.

Op 10 mei 2014 ben ik over de gehele dag meerdere keren lastig gevallen door [verdachte]. Ik hoorde, als ik buiten kwam, dat [verdachte] ook naar buiten kwam en dat hij meerdere malen met het deksel van de container sloeg.

Op 11 mei 2014 gingen wij met onze auto weg. Onze auto staat in de schuur, tegenover de woning van [verdachte]. Bij het naar buiten rijden van de auto zag ik [verdachte] naar buiten komen en meerdere malen slaan met het deksel van de container. Hetzelfde gebeurde toen wij later deze dag thuis kwamen.

Op 13 mei 2014 ben ik op de fiets van huis weggegaan. Terwijl ik naar buiten kwam met mijn fiets hoorde en zag ik dat er meerdere malen door [verdachte] met het deksel van de container geslagen werd.

Op 14 mei 2014 omstreeks 22.30 uur kwam ik thuis van een verjaardag met onze auto. Terwijl ik deze parkeerde, hoorde ik dat er meerdere malen met het deksel van de container werd geslagen. Dit wekte mijn aandacht en ik zag dat [verdachte] met het deksel aan het slaan was.

Op 18 mei 2014 heeft [verdachte] meerdere keren, als ik mijzelf buiten de woning bevond, met het deksel van de container geslagen. Doordat ik het hoor, kijk ik meestal die kant op en dan zie ik dat [verdachte] deze overlast veroorzaakt.

Op 20 mei 2014 ben ik weggegaan van huis op mijn fiets. Toen ik naar buiten kwam met mijn fiets zag ik [verdachte] ook naar buiten komen. Ik zag en hoorde dat hij wederom meerdere malen hard met het deksel van de container sloeg.

Op 26 mei 2014 zijn we wederom de gehele dag lastig gevallen in de vorm van slaan met het deksel van de container.

Op 2 juni 2014 ’s middags hoorde ik een radio hard aan staan. Ik zag dat de ramen van de woning van [verdachte] open stonden en dat de radio erg hard aanstond.

Op 4 juni 2014 heeft [verdachte] meerdere malen hard met het deksel van de container geslagen als ik mijzelf buiten in het zicht bevond.

Op 7 juni 2014 was ik buiten bezig in de ochtend. Daarna liep [verdachte] naar zijn container en ik zag en hoorde dat hij meerdere malen hard met het deksel van de container sloeg, ’s Middags was ik ook buiten bezig. Ik zag dat [verdachte] met zijn auto wegreed. Ik hoorde dat hij in de bocht bij de [familie van aangever 1] een paar “schreeuwen” gaf.

Op 8 juni 2014 was ik buiten bezig. Ik hoorde wederom het hard slaan met het deksel van een container. Ik keek richting de woning van [verdachte] en zag dat [verdachte] met het deksel aan het slaan was. Later op de dag kwam ik buiten en hoorde en zag dat [verdachte] met een “toeter” hard aan het blazen was. Dit maakt veel lawaai.

Op 16 en 17 juni 2014 werd ik wederom lastig gevallen door het slaan met het deksel van de container. Ook nu weer als ik buiten kwam in het zicht van [verdachte].

Op 18 juni 2014 omstreeks 11.00 uur stond ik buiten op ons erf. Terwijl ik daar buiten stond, zag ik [verdachte] in zijn auto vertrekken. Terwijl hij langs mij reed, hoorde ik [verdachte] meerdere malen toeteren.

(…)

Op 22 juni 2014 was ik buiten bezig. Mijn aandacht werd wederom gewekt door het meerdere malen slaan met het deksel van een container. Ik zag dat [verdachte] de veroorzaker was.

Ik reageer nooit op [verdachte]. Het frustrerende van alles is dat ik constant het idee heb ik dat ik/wij in de gaten gehouden worden. Steeds als ik of mijn familie buiten kom(t), dan begint het weer. Hierdoor ga ik mijzelf anders bewegen. Ik ga bijvoorbeeld regelmatig via de achterzijde van onze woning weg om te voorkomen dat we lastig gevallen worden.

Wij worden stelselmatig lastig gevallen. Het is ook zeer opvallend dat het steeds plaatsvindt als ik of familie of buurtbewoners buiten aanwezig zijn. Ik heb het gevoel dat ik/wij geobserveerd word/worden. Ik kan niet leven zoals ik onder “normale” omstandigheden zou leven.

10. Het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris d.d. 8 juni 2015, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [aangever 4]:

Het klopt dat ik twee keer bij de politie ben geweest voor een verklaring. Hier heb ik ook alleen de waarheid verklaard.

[verdachte] rijdt vaak veel te hard door de straat en ’s nachts geeft hij extra veel gas. Hij toetert ook met zijn auto. Dit is zeker al vijf jaar het geval.

Vorig jaar in de zomer is hij drie maanden weggeweest en dat was een hele verademing. Dit liet pas echt zien hoe veel impact de overlast heeft, als iemand altijd op je let, bij het langsrijden zijn middelvinger opsteekt, toetert en naar je roept.

11. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 19 februari 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 5], wonende aan de [a-straat 5] te [plaats 1]:

Ik wil aangifte doen van stalking, gepleegd in de periode tussen 1 juli 2013 en 19 februari 2014 aan de [a-straat] te [plaats 1].

Op 19 juli 2013 ging mijn vrouw naar [verdachte] vanwege de keiharde muziek die er gedraaid werd.

Op 24 juli 2013 was er wederom harde muziek, dit duurde tot bijna 24.00 uur.

Op 25 juli 2013 was er wederom harde muziek.

Op 26 t/m 28 juli 2013 was er wederom harde muziek.

Op 29 juli 2013 was er wederom harde muziek, een gillende slijpmachine en/of een kettingzaag. Hij is dan bezig op een stuk ijzer. Ik heb het gevoel dat hij dit doet om te pesten.

Op 30 juli 2013 was er wederom harde muziek en zodra hij geluid hoort bij mijn buurman [betrokkene 2], dan hoor je grote klappen omdat hij met hout tegen elkaar slaat. Ik heb dit gezien en gehoord.

(…)

Ik heb diverse keren [verdachte] verzocht om te stoppen met het vervelend reageren op bewegingen en geluiden van de buren.

Op 3 augustus 2013 was er wederom harde muziek.

Verder hebben we heel de zomer niet buiten kunnen zitten vanwege de keiharde muziek.

Op 8 november 2013 omstreeks 20.35 uur kwam ik thuis. [verdachte] was buiten of kwam naar buiten en gaf een paar harde klappen met de kliko-deksel. Ik weet niet waarom hij dit deed, maar ik zag er geen reden voor. Even later ging ik weer naar buiten. [verdachte] was ook nog buiten. Hij zag mij en klapte wederom hard met de kliko-deksel. Op mijn vraag of het wel ging, antwoordde hij zeer boosaardig met een onverstaanbaar gebral en ging verder klapperen.

Als je het vraagt of het zachter kan, dan doet hij het juist erger. Ik heb het gevoel gehad dat hij mij bang probeert te maken toen hij mij opbelde dat ik niet meer op zijn terrein mag komen.

Ik moet zomers de muziek, die onnodige klappen met de kliko slaan en stukken hout tegen elkaar slaan dulden.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

12. Het proces-verbaal (klacht) verhoor aangever d.d. 24 maart 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 5]:

Ik doe bij deze klacht en blijf bij mijn gedane officiële aangifte ter zake van belaging, die ik deed op 19 februari 2014. Het feit is omschreven in de aangifte en gepleegd door [verdachte]. Ik wens dat de officier van justitie een strafvervolging instelt.

13. Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter-commissaris d.d. 28 mei 2015, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [aangever 5]:

U vraagt mij of ik eerder bij de politie naar waarheid heb verklaard. Ja, ik heb naar waarheid verklaard.

U vraagt mij naar de overlast van de kliko door [verdachte]. Hij staat vaak met het deksel te klappen. Bijvoorbeeld als [betrokkene 2] iets aan het repareren is, zij hebben een akkerbouwbedrijf, dan begint hij ook geluid te maken. Als zij bijvoorbeeld met een slijptol aan het werk zijn, begint hij ook met een slijptol. [verdachte] gebruikt de slijptol alleen maar om te pesten.

14. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 26 februari 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 6], wonende aan de [a-straat 6] te [plaats 1]:

Ik wil aangifte doen van stalking, gepleegd tussen 26 juni 2013 en 26 februari 2014 aan de [a-straat] te [plaats 1].

U vertelt mij dat we de zaken van het laatste halfjaar gaan behandelen.

Als [verdachte] langskomt laat hij dat altijd merken. Als hij met zijn auto rijdt, dan toetert hij of hij steekt zijn middelvinger op. Vaak klappert hij ook met de deksels van kliko’s.

Als ik langs zijn huis loop, begint hij al te schreeuwen. Dingen zoals: “lul, kankerklootzak!” Ik voel me ook bedreigd door hem. Als hij buiten staat, zegt hij: “Kom maar, kom maar”.

De [familie van betrokkene 2] heeft er ook erg last van. Zij wonen tegenover [verdachte]. Zij gaan op zondag naar de kerk. Als zij weggaan, dan slaat [verdachte] op zijn kliko en laat hij een schaterlach horen. Dit doet hij ook als de familie weer terug komt uit de kerk.

[betrokkene 3] is echt bang voor [verdachte]. Mijn kinderen en mijn vrouw voelen zich ook onveilig door [verdachte]. Zij willen niet meer langs hem lopen en lopen daarom een andere route. Als zij een brief moeten posten of iets, dan willen ze dat ik meeloop met hen omdat ze bang voor [verdachte] zijn. Mijn vrouw en kinderen zijn bang dat [verdachte] hen iets aandoet.

Het woonplezier is gewoon weg.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

15. Het proces-verbaal (klacht) verhoor aangever d.d. 27 maart 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 6]:

Ik doe bij deze klacht en blijf bij mijn gedane officiële aangifte ter zake van belaging, die ik deed op 26 februari 2014. Het feit is omschreven in de aangifte en gepleegd door [verdachte]. Ik wens dat de officier van justitie een strafvervolging instelt.

16. Het proces-verbaal verhoor aangever d.d. 19 juni 2014 (…), voor zover inhoudende als verhoor van aangever [aangever 6]:

De laatste maanden gaat alles weer continu door. Ik heb in het verleden al vaker aangifte gedaan en wil nu een aanvulling doen, omdat onze vrees bijzonder groot geworden is.

Op 17 juni 2014 omstreeks 22.00 uur mocht ik na het passeren van het huis van de onaangepast gevaarlijke bewoner van de [a-straat], [verdachte], wederom getrakteerd worden op een kliko concert en wel tot tweemaal toe.

De afgelopen weken en maanden is het wederom dagelijks aan de orde dat er geschreeuwd naar ons wordt, dat er met het deksel van de rolcontainer geslagen wordt, dat er een middelvinger naar ons opgestoken wordt en dat we uitgelachen worden.

Er is een enorme angst ontstaan door alle laster van de afgelopen jaren. Mijn dochters mijden de kant van de straat waar [verdachte] woont, omdat ze zo bang van hem zijn.

Door alle intimidaties en door de stelselmatige opzettelijk inbreuk op onze persoonlijke levenssfeer, want dit gaat ons hele gezin aan, worden wij, en nu ook mijn dochters, gedwongen door hun vrees dingen te dulden, te doen en te laten.

17. Het proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 18 juni 2015, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [aangever 6]:

Bij de politie heb ik steeds naar waarheid verklaard.

Sinds 2009-2010 word ik getrakteerd op geklepper met de kliko. Dat gebeurt als ik daar langsloop met de hond. Ik heb hem in die periode meermalen met het deksel van de kliko zien slaan.

U vraagt mij naar andere geluiden. Ik hoor dus verbale uitingen. Verder toetert hij als hij langsrijdt en geeft hij veel gas. Hij draait dan zijn raampje naar beneden en steekt dan zijn middelvinger omhoog.

Dit gebeurde ook allemaal in de genoemde periode 2007-15 juli 2014.

18. Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 30 januari 2014 (…), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van getuige [aangever 2], wonende aan de [a-straat 1] te [plaats 1]:

V : Vraag verbalisant

A: Antwoord getuige

O: Opmerking verbalisant

O: [aangever 2] is echtgenote van [aangever 1].

A: Ook schreeuwt hij naar ons.

Ik heb nog een dvd waarop beeldmateriaal staat. Dit hebben wij opgenomen om het hysterische gelach van [verdachte] vast te leggen. Op de achtergrond hoor je [verdachte] ook hysterisch lachen.

(…)

A: Hij legt constant een druk op ons. Ik moet zo erg opletten. Ik ben niet vrij, ik ben gevangen. Ik kan niet meer rustig ergens lopen, mijn blijheid is weg.

(…)

A: Ik wil heel graag een nieuwe hond, maar dit doe ik niet. Als ik een nieuwe hond neem, betekent dit dat ik mij weer meer moet gaan tonen. Dit wil ik niet te veel, want ik heb angst dat ik weer wordt uitgescholden door [verdachte]. We lopen ook nooit meer langs het huis van [verdachte] om hem te vermijden. Hij steekt dan zijn middelvinger weer omhoog.

O: U heeft de politie gebeld op zondag 4 augustus 2013 (…).

A: Ja dat klopt, dat ging over housemuziek. Dat was niet normaal.

V: Wat is er gebeurd die dag?

A: Ik was in mijn tuin aan het werk. Ik hoorde housemuziek. Ik vond de muziek echt niet normaal. Het was krankzinnig hard.

V: Waar kwam het geluid vandaan?

A: Uit het pand van [verdachte], [a-straat 2]. De muziek stond heel erg hard.

V: Deed [verdachte] dit vaker?

A: Ja. In de zomer deed hij dit vooral. Het kamerraam stond dan zo ver mogelijk open.

V: Deed [verdachte] dit expres volgens u?

A: Ja dat denk ik wel. Hij wil de hele woongemeenschap ontwrichten. Hij wil het kapot maken.

V: Wat doet dat met u als u daar aan denkt?

A: [verdachte] beperkt mij helemaal in mijn leven.

V: Hoe uit zich dat dan?

A: Altijd als hij langskomt, schreeuwt hij of hij claxonneert. We hebben geen rust meer. Hij laat stelselmatig merken dat hij er is.

(…)

O: De volgende melding die wij hebben is van 5 september 2013 (…). Uw man heeft aangifte gedaan van belediging.

V: Wat is er die dag gebeurd?

A: Dit gebeurde ’s avonds. Mijn man kwam overstuur binnen. Mijn man vertelde dat [verdachte] in de tuin stond met een donkere man. [verdachte] stond te schreeuwen: “Kom maar, kom maar!” en “vuile klootzak!”.

V: Gebeurt dit vaker?

A: Ja dat doet hij vaker. Al die vormen van intimidaties zijn al sinds 2006 aan de gang. Het is echt stelselmatig. Stelselmatig beledigen, intimideren, uitlokken. Het is erg dat zo iemand heel de buurt kapot kan maken, de levenssfeer verzieken, het levensgeluk verpesten van mensen.

(…)

A. Hij kleppert ook vaak met de vuilnisbakken. Hij doet alles om je maar te treiteren. Altijd het claxonneren als hij langsrijdt en het schreeuwen. Vooral het lachen wat hij doet is erg. Wat hij ook doet, is als de jongste zoon van [betrokkene 2] de heg aan het snoeien is, dan gaat hij met een motorzaag buiten staan en gas geven. Hij slaat planken tegen elkaar. Geluid maken met een schuurmachine. Hij doet alles maar om herrie te maken.

V: Gebeurt de overlast die [verdachte] veroorzaakt stelselmatig?

A: Ja, het is er constant. Het gaat niet over. Hij bedenkt steeds iets nieuws. Het is er altijd.

V : Zijn er in de tussentijd nog dingen gebeurd waar wij niet vanaf weten?

A: Er was een keer dat [betrokkene 2] op een ladder stond te werken. Ik ben eens gaan kijken in mijn logeerkamer wat [verdachte] ging doen. Toen ging [verdachte] buiten staan en heeft hij wel 25 keer met planken tegen elkaar geslagen.

(…)

V: Beïnvloedt het gedrag van [verdachte] u?

A: Ja zeker, ik ga er bijvoorbeeld niet meer langs om te voorkomen dat hij mij ziet.

V: Bent u bang van [verdachte]?

A: Ja dat ben ik. Ik ben doodsbang. Ik ga liever ook niet alleen naar buiten.

19. Het proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 18 juni 2015, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [aangever 2]:

U vraagt mij wat ik in de situatie het hinderlijkst vind. Dat is het stelselmatige beïnvloeden van mijn leven, het is er altijd. Het is een indringende factor in mijn leven.

U zegt mij dat er diverse feiten staan opgenomen in de dagvaarding. U vraagt mij naar de geluidsoverlast. Die is er zeker, die is enorm. Hij maakt heel veel geluiden. Ik zou dus wel eens met een stok op een kliko willen slaan om te tonen hoe dat is. Hij slaat ook met planken en stenen. Het gaat ook om claxonneren als we in ons bed liggen te slapen. Ook als ik in bed lig, dan moet hij laten weten dat hij langsrijdt door te claxonneren en door hard te rijden.

U vraagt mij wat ik bedoel als ik zeg dat [verdachte] je opzoekt. Hiermee bedoel ik dat hij laat weten dat hij je ziet, dat hij je in de gaten houdt. Hij maakt dan namelijk meteen geluid. Gebaren maakt hij ook, hij steekt regelmatig zijn middelvinger op als hij langs rijdt in de auto.

U vraagt mij hoe vaak dat voorkomt. Eigenlijk is het altijd zo. Ik geef als voorbeeld dat we een weekend naar Parijs zijn geweest. Als we dan de oprit oprijden, dan horen we meteen weer het geluid van de kliko. Hij slaat er met een stok op. Als je er voorbij rijdt dan zie je hem bezig in de tuin, ik heb gezien dat hij met een stok op zijn kliko sloeg.

20. Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 13 februari 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 4], wonende aan de [a-straat 7] te [plaats 1]:

V: Wat ziet u allemaal van de pesterijen van [verdachte] tegen de buren?

A: 1. Het met de auto luid toeteren.

2. Het klepperen met de afvalcontainer als hij mensen in de buurt waarneemt.

3. Hij sloeg met planken tegen elkaar.

V: Kunt u mij uitleggen of [verdachte] dit expres doet?

A: Ja, dat doet hij expres.

21. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 22 februari 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 5], wonende aan de [a-straat 8] te [plaats 1]:

[verdachte] intimideert de hele buurt met zijn gedrag. Als je langs de woning van [verdachte] fietst, slaat hij bijvoorbeeld heel hard met de deksel van de rolemmer of hij gaat hele harde gillen geven of hij scheldt met ‘hoer’. [verdachte] intimideert en terroriseert met diverse gedragingen de hele buurt.

22. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 23 juni 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 6]:

Ik ben eigenaar van de [A] te [plaats 2]. Dit is een hotel/restaurant met 22 kamers. Onze locatie is een rustige locatie met een mooie omgeving. Een aantal van onze kamers aan de achterzijde van het hotel, op de eerste etage, ligt aan de achterzijde van de woning van [verdachte].

Wij ervaren zeker overlast van [verdachte]. Ten eerste krijgen wij klachten van klanten van geluidsoverlast. Ik heb het zelf ook al meerdere keren gehoord. Het lijkt alsof [verdachte] hele dagen aan het slijpen, hakken, schuren, zagen etc. is. De bezigheden zijn om overlast te veroorzaken, omdat we niets zien ontstaan in de tuin. Soms horen wij [verdachte] dagen of zelfs weken bezig met zijn werkzaamheden (slijpen, hakken, schuren, zagen etc.), terwijl we niets zien ontstaan.

U vraagt mij of ik weleens hoor dat er met het deksel van een container geslagen wordt. Dat klopt, dat hoor ik regelmatig.

23. Het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris d.d. 5 juni 2018, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 6]:

Bij de politie heb ik naar waarheid verklaard. Ik hoor vaak de slijptol en ik hoor ook vaak andere geluiden. U houdt mij voor dat in mijn politieverklaring ook sprake is van het klappen van een deksel van de kliko. Dat klopt. Het is een repeterend geluid. Het is vervelend als je dat heel vaak achter elkaar hoort. Het is een typisch geluid. Het inchecken gebeurt meestal tussen 12.00 en 16.00 uur. Ik hoor dat geluid dan steeds. Het lijkt wel alsof dat achter elkaar doorgaat. Dat geluid komt uit zijn tuin. Ik weet absoluut zeker dat het geluid bij [verdachte] vandaan komt. Geen twijfel mogelijk. Ik ben daar 105% zeker van.

24. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 30 juni 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 7]:

Ik ben woonachtig op de [a-straat 6] te [plaats 1]. Ik wil een getuigenverklaring afleggen over mijn angsten, welke ik momenteel heb naar aanleiding van de stalking van [verdachte]. [verdachte] is een overbuurman van ons. Ik woon nog thuis, samen met mijn jongere zus.

Ik ben bang voor [verdachte]. Ik heb het idee dat we in de gaten gehouden worden. Het komt regelmatig voor, als we langs [verdachte] zijn woning rijden, dat hij laat merken dat hij ons heeft gezien. [verdachte] maakt dit dan kenbaar door bijvoorbeeld met een lamp naar ons te schijnen. Mijn angst is dat [verdachte] mij of onze familie iets aan zal doen.

Ik durf ook niet meer hard te lopen door onze straat. Ik verlaat onze woning ook altijd nog maar via 1 kant omdat ik dan niet langs [verdachte] zijn woning hoef.

De gehele stalking is nu al zolang aan de gang en het heeft zo’n invloed op mij dat ik niet meer normaal kan leven. Het maakt een enorme indruk op mijn persoonlijke levenssfeer.

Het gevoel dat ik in de gaten gehouden word, is enorm beangstigend. Dit is zo gegroeid, omdat altijd als je in de buurt van [verdachte] zijn woning komt, hij laat weten dat hij je gezien heeft. Dit in verschillende vormen, bijvoorbeeld schijnen met een zaklamp of klepperen met het deksel van de container. Ik ben gewoon heel erg bang dat [verdachte] mij wat aan zal doen.

25. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 30 juni 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 8]:

Ik ben woonachtig op de [a-straat 6] te [plaats 1]. Ik woon hier samen met mijn oudere zus. Ik wil een getuigenverklaring afleggen over mijn angst en vrees voor [verdachte]. [verdachte] is een overbuurman van ons. Ik heb de verklaring van mijn oudere zus gelezen en ik wil mezelf hierbij aansluiten.

Ik heb heel sterk het idee dat ik of wij in de gaten gehouden worden. Meestal als ik langs [verdachte] kom, als ik bijvoorbeeld met mijn ouder(s) mee rijd in de auto, laat hij weten dat hij ons gezien heeft. [verdachte] komt dan voor het raam staan en maakt handgebaren of kijkt ons gewoon aan. [verdachte] doet dit op een angstaanjagende manier.

Mijn angst is dat [verdachte] mij of mijn familie iets aan zal doen.

Ik verlaat onze woning ook altijd nog maar via 1 kant omdat ik dan niet langs [verdachte] zijn woning hoef.

De gehele stalking is nu al zolang aan de gang en het heeft zo’n invloed op mij dat ik niet meer normaal kan leven. Het maakt een enorme inbreuk op mijn persoonlijke levenssfeer.

Ook voor mij is het gevoel dat ik in de gaten gehouden word, enorm beangstigend. Dit is zo gegroeid omdat altijd als je in de buurt van [verdachte] zijn woning komt, hij laat weten dat hij je gezien heeft. Het gevoel van angst is zowel in als rondom onze woning maar ook in de straat.

26. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 2 juli 2014 (…), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 9]:

Ik woon aan de [b-straat 1] te [plaats 1]. Ik hoor regelmatig als ik in onze tuin bezig ben dat [verdachte] overlast veroorzaakt. Dit is geen normale overlast, maar echt buitengewoon veel lawaai/overlast.

In september 2013 was het een gigantische herrie. Ik ben naar de woning van [verdachte] gelopen. Ik zag dat [verdachte] met een stok op een container aan het slaan was. Ik hoorde een enorme herrie. Het hele gebeuren heeft toch zeker wel een uur geduurd.

Afgelopen april 2014 was ik op visite bij [familie van aangever 1]. We zaten in de tuin op het terras. Er kwam een donkere auto langs en stopte even ter hoogte van de woning van [familie van aangever 1]. Ik hoorde dat [verdachte] heel hard en overdreven schaterlachte.

Ook de afgelopen periode is er nog steeds overlast. Ik hoor de overlast meestal in de vorm van slaan met deksel van een container.

27. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 januari 2014 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1]:

Op 2 januari 2014 omstreeks 15.00 uur had ik een telefonisch gesprek met [aangever 1], wonende te [plaats 1] op het adres [a-straat 1]. Op een moment tijdens ons gesprek gaf [aangever 1] aan dat zijn overbuurman [betrokkene 2] thuiskwam. Even daarna hoorde ik via de telefoon een persoon schreeuwen en hoorde ik een luid geklepper dat leek op het vele malen hard dichtslaan van een klikoklep. Hierna merkte [aangever 1] op dat dit zijn buurman [verdachte] was die met een klep van de klikobak sloeg en luid schreeuwde. Hij vertelde dat dit vrijwel elke dag voorkwam en dat hij en zijn buren ten einde raad zijn.

28. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 maart 2014 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1]:

Op 26 maart 2014 omstreeks 14.30 uur had ik telefonisch contact met aangever [aangever 1], [a-straat 1] [plaats 1].

Hij verklaarde: “Vanmorgen, 26 maart 2014, was ik op de [a-straat] in [plaats 1] en wilde ik wat macaroni bij de schapen gooien. Toen ik naar de schapen toe liep, begon [verdachte] weer te provoceren. Ik zag dat [verdachte] vanuit zijn huis naar buiten rende en hoorde dat hij keihard schreeuwde en ik hoorde keihard hoongelach, zodat iedereen het kon horen. Verder sloeg hij voortdurend heel hard met het deksel van de kliko. Daarna rende hij naar binnen, sloeg hard met zijn keukendeur, waarna hij na een halve minuut weer naar buiten rende en met de klikobak ging slaan. Dit ritueel herhaalde zich 3 keer. Het absurde gedrag blijft dus voortduren.

29. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 juli 2014 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2]:

Naar aanleiding van het onderzoek heb ik op zondag 15 juni (het hof begrijpt: 2014) te 9.05 uur tot 9.55 uur de wijk waarin het onderzoek plaatsvindt, bezocht. Ik heb dit gedaan door mezelf te voet door de wijk te verplaatsen. Het betreft een rustige kleine wijk met vrijstaande woningen.

Het was een zonnige en windstille dag. Ik hoorde dat het de gehele tijd erg stil was.

Er is mij telefonisch door aangeefster [aangever 4] verteld dat wanneer zij met haar gezin op elke zondag omstreeks 9.45 uur naar de kerk gaat, er altijd door verdachte [verdachte] overlast veroorzaakt wordt om te laten zien dat hij de familie heeft gezien. Deze overlast zou bestaan uit het slaan met deuren en het klapperen met het deksel van de rolcontainer.

Op zondag 15 juni 2014 omstreeks 9.45 uur liep ik over de [a-straat] te [plaats 1]. Ik zag een vrouwpersoon uit de woning van [a-straat 4] te [plaats 1] komen. Ik hoorde vervolgens dat er een deur dichtgeslagen werd. Ik hoorde dat dit geluid vanaf de woning van de mij bekende [verdachte] kwam. Ik ben blijven staan, vervolgens hoorde ik dat er 4 keer geslagen werd met het deksel van de vuilnisemmer, dit komende vanaf de woning van de mij bekende [verdachte]. Ik hoorde vervolgens weer dat er weer met een deur geslagen werd vanaf de woning van de mij bekende [verdachte].

Ik ben doorgelopen. Ik zag dat er in de [c-straat] een vrouwspersoon stond. Ik heb haar gevraagd of zij bekend was met deze “geluiden”. Ik hoorde haar verklaren dat zij een stuk verder woonde maar wel met regelmaat hoorde dat er op deze manier overlast wordt veroorzaakt. Ook hoorde ik de vrouwspersoon verklaren dat ze een paar maanden terug 3 dagen lang een zaaggeluid bij haar achterbuurman [verdachte] hoorde. Toen de vrouwspersoon vervolgens langs de woning van [verdachte] fietste, zag ze dat er niemand thuis was en de zaag zonder persoon erbij aan stond en zodanig overlast van geluid produceerde.

30. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juni 2014 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2]:

Op 18 juni 2014 sprak ik een buurtbewoner uit [plaats 1]. Ik heb deze buurtbewoner gevraagd naar de burenproblematiek te [plaats 1].

Ik hoorde deze vrouwspersoon verklaren dat zij al jaren overlast heeft in de vorm van harde muziek, klapperen met het deksel van een vuilnisemmer, hard telefoneren, schreeuwen en het laten claxonneren bij het vertrek door visite. Dit alles gepleegd door [verdachte], gericht op de andere buurtbewoners en vaak om te laten horen dat hij aanwezig is.

31. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 juli 2014 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2]:

Op 16 juli 2014, omstreeks 10.00 uur, waren wij, verbalisanten, belast met een onderzoek bij de woning van verdachte [verdachte]. Wij, verbalisanten, zagen dat er ter hoogte van de voordeur van verdachte [verdachte] een groene rolcontainer stond. Wij, verbalisanten, zagen dat er een scheur in het deksel van deze container zat. Wij, verbalisanten, zagen dat de scheur midden in het deksel zat en dat het bijna een gehele cirkel vormde.

32. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2014 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4]:

Onderstaand een overzicht met betrekking tot incidenten tussen [verdachte] en [aangever 1] waar politiebemoeienis bij geweest is.

(…):

04-08-2013. Melding geluidsoverlast. (Melder [aangever 1]/[aangever 2], BE [verdachte]). Was muziek hoorbaar vanuit het huis van [verdachte].

(…):

05-09-2013. Aangifte belediging. (AAB [aangever 1], VE [verdachte]). [verdachte] riep diverse malen vanuit zijn tuin naar [aangever 1], die zijn hond aan het uitlaten was, “vuile achterbakse kankerlijer, kom dan klootzak”.’

18. Het hof heeft voorts de volgende bewijsoverwegingen aan deze bewezenverklaring gewijd:

‘De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep ten aanzien van de ten laste gelegde belaging in de zaak met parketnummer 02-700177-14 vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat, indien en voor zover kan worden bewezen dat verdachte de ten laste gelegde gedragingen (opzettelijk) heeft gepleegd, geen sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De geluiden die verdachte heeft gemaakt met de container en apparatuur zouden louter functioneel van aard zijn geweest.

Het hof stelt voorop dat bij de beantwoording van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht van belang zijn de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers.

Uit de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd, blijkt ondubbelzinnig dat sprake was van belaging zoals is bewezen verklaard. Dat de door aangevers en getuigen gerapporteerde geluidsoverlast functioneel zou zijn geweest, wordt weerlegd door de bewijsmiddelen. De verklaringen van de aangevers zijn in de kern gelijkluidend en worden bevestigd door de vele gelijkluidende getuigenissen van direct omwonenden, familieleden, alsmede ook door verbalisant [verbalisant 2] die ter plaatse is gegaan.

Het hof acht daarmee bewezen dat verdachte zich meermalen aan de ten laste gelegde belaging heeft schuldig gemaakt.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.’

19. Het tweede middel klaagt over de bewijsmotivering van het onder parketnummer 02-700177-14 bewezen verklaarde feit. Uit de gebezigde bewijsmiddelen zou niet kunnen volgen dat het hinderlijk produceren van geluid wederrechtelijk was. Voorts zou het hof hebben verzuimd uitdrukkelijk te beslissen op de betwisting van de wederrechtelijkheid van de handelingen van de verdachte.

20. Ingevolge art. 285b, eerste lid, Sr maakt zich schuldig aan belaging hij die ‘wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op een anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen’. De indieners van het (initiatief-)wetsvoorstel zagen als kenmerkend voor belaging dat iemand ‘opzettelijk door een ander herhaaldelijk lastig gevallen’ wordt, waardoor ‘een inbreuk (wordt) gemaakt op iemands persoonlijke levenssfeer.’11 Dit zou volgens de indieners kunnen plaatsvinden ‘door een en dezelfde activiteit, maar ook door middel van een variëteit aan gedragingen, zoals bijvoorbeeld het op straat achtervolgen, bedreigingen uiten, telefonisch of schriftelijk ongewenst benaderen, voor de woning of werkplek posten’ etc..12 Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, Sr zijn volgens Uw Raad van belang ‘de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer’.13 Het bestanddeel ‘wederrechtelijk’ is in de delictsomschrijving vóór het bestanddeel ‘opzettelijk’ geplaatst. Dat brengt mee dat een verdachte geen opzet op de wederrechtelijkheid hoeft te hebben.14 Uit de memorie van toelichting blijkt dat wederrechtelijk in deze context betekent dat ‘de dader zonder eigen, door het stellige recht erkend, subjectief recht handelt. Zo mag bijvoorbeeld de deurwaarder, die herhaaldelijk een objectief in gebreke blijvende schuldenaar namens de schuldeiser telefonisch en schriftelijk aanmaant, allerlei incasso-activiteiten ontplooien.’15 Als de verdachte heeft aangevoerd dat hij in zijn recht stond en daarom niet wederrechtelijk heeft gehandeld, kan de rechter gehouden zijn hierop uitdrukkelijk te beslissen.16

21. Voor de interpretatie van het bestanddeel ‘wederrechtelijk’ is HR 30 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX1755, NJ 2012/631 van belang. Ten laste van de verdachte was bewezenverklaard dat hij, onder meer, meermalen een brief op de deur van het slachtoffer had geplakt en een brief bij haar woning had achtergelaten, met daarin geschreven: ‘Zorg dat je binnen 2 dagen vertrokken bent. Bespaar de kinderen/kleinkinderen een gedwongen uitzetting’; ‘Zorg ervoor dat je uiterlijk 10.00 uur maandag 18 augustus a.s. deze woning verlaten hebt’ en ‘Je hoort thuis in een vrouwengevangenis. De pleitnotitie hield onder meer in dat de betreffende woning aan verdachte was toegewezen. Uw Raad overwoog:

‘2.4. Het door de verdachte gevoerde verweer houdt, zakelijk weergegeven, in dat de aangeefster [betrokkene 1], zijn ex-vrouw, onrechtmatig verbleef in de voormalige echtelijke woning die door de rechter in de echtscheidingsprocedure aan de verdachte was toegewezen en dat de verdachte haar heeft benaderd om haar te sommeren de woning te verlaten. Dat verweer is niet louter van feitelijke aard, maar stelt de vraag aan de orde of in de gegeven omstandigheden sprake is van "wederrechtelijk" inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van [betrokkene 1] als bedoeld in art. 285b Sr. Op zodanig verweer was het Hof gehouden uitdrukkelijk en gemotiveerd te beslissen. Dat heeft het Hof nagelaten. Het middel is dan ook terecht voorgesteld. Dat behoeft evenwel op grond van het navolgende niet tot cassatie te leiden.

2.5.

Het verweer berust op de opvatting dat de enkele omstandigheid dat [betrokkene 1] onrechtmatig in de voormalige echtelijke woning verbleef, meebrengt dat de verdachte gerechtigd is tot de tenlastegelegde gedragingen waardoor stelselmatig opzettelijk inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [betrokkene 1], ongeacht de aard, frequentie en duur daarvan. Die opvatting is onjuist. Het Hof had het verweer dus slechts kunnen verwerpen.’

22. Ik begrijp deze overweging aldus dat voor de wederrechtelijkheid van de gedragingen niet de doorslag geeft of deze in verband kunnen worden gebracht met een (subjectief) recht van de verdachte, maar of dat recht de concrete gedragingen ook daadwerkelijk legitimeerde. Het voorbeeld van de deurwaarder maakt dat duidelijk. Uw Raad besliste ook reeds eerder dat de omstandigheid dat de verdachte en de slachtoffers buren waren, niet aan het aannemen van belaging in de weg staat.17

23. Uit de toelichting op het middel blijkt dat in het bijzonder wordt geklaagd over het als wederrechtelijk aanmerken van de bewezen verklaarde gedragingen. Volgens de steller van het middel ‘(spat) de wederrechtelijkheid van al deze handelingen’ er niet vanaf. In hoger beroep zou door de verdachte de wederrechtelijkheid van de bewezenverklaarde gedragingen zijn betwist en op grond van die verklaringen zou niet zonder meer kunnen worden aangenomen dat de bewezenverklaarde gedragingen ‘voldoen aan (het) wederrechtelijkheidcriterium’. Dat zou in het bijzonder gelden voor het schaterlachen en het hoongelach. In dat verband wordt gewezen op bewijsmiddel 14, waaruit blijkt dat de verdachte schaterlachte toen de [familie van betrokkene 2] op zondag naar de kerk ging. Bezwaarlijk zou zijn aan te nemen dat kerkgangers hiermee wederrechtelijk in hun persoonlijke levenssfeer worden aangetast. Wat het produceren van housemuziek betreft wordt geklaagd dat uit een overzicht met betrekking tot incidenten tussen verdachte en aangever [aangever 1] maar één melding van geluidsoverlast d.d. 4 augustus 2013 zou blijken. Het stelselmatig wederrechtelijk handelen van de verdachte door harde muziek zou nadere motivering verdienen, die ontbreekt.

24. Het hof heeft vooropgesteld dat ‘bij de beantwoording van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht van belang zijn de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers.’ Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat uit de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat in onderlinge samenhang beschouwd, ondubbelzinnig blijkt dat sprake was van belaging. Het hof overweegt dat het verweer dat de gerapporteerde geluidsoverlast ‘functioneel zou zijn geweest, wordt weerlegd door de bewijsmiddelen’ en dat de verklaringen van de aangevers ‘in de kern gelijkluidend (zijn) en worden bevestigd door de vele gelijkluidende getuigenissen van direct omwonenden, familieleden, alsmede ook door verbalisant [verbalisant 2] die ter plaatse is gegaan’.

25. In ’s hofs vaststelling dat de gerapporteerde geluidsoverlast niet ‘functioneel’ was, ligt besloten dat deze geluidsoverlast naar ’s hofs oordeel wederrechtelijk was. Dat het geluid niet een functie had die het produceren ervan rechtvaardigde, of een uitvloeisel was van activiteiten die functioneel waren en daarmee het produceren van het geluid rechtvaardigden, brengt naar ’s hofs kennelijke en niet onbegrijpelijke oordeel mee dat een recht om dat geluid te produceren en anderen daarmee overlast aan te doen ontbrak. Dat brengt mee dat het middel faalt voor zover het erover klaagt dat het hof heeft verzuimd een uitdrukkelijke beslissing te geven op de betwisting van de wederrechtelijkheid van de gedragingen van de verdachte.18

26. Voor zover wordt aangevoerd dat het klepperen met een deksel van een container, het luid claxonneren en het tegen elkaar slaan van houtplanken in het maatschappelijk verkeer vrij normale, regelmatig voorkomende handelingen zijn, ziet de steller eraan voorbij dat het hof niet het eenmalig klepperen met een deksel van een container (etc.) als het wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maken op eens anders persoonlijke levenssfeer heeft aangemerkt. Het hof heeft overwogen dat de beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd. Daaruit volgt dat het hof de wederrechtelijkheid van de gedragingen afleidt uit het samenstel en onderlinge verband daarvan. Dat is in de context van belaging niet ongebruikelijk: het gaat in veel gevallen om een samenstel van gedragingen die elk op zichzelf beschouwd in het maatschappelijk verkeer niet ongebruikelijk en/of (relatief) onschuldig zijn, doch vanwege de stelselmatigheid waarmee zij zijn begaan een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer opleveren.

27. Wat het schaterlachen en hoongelach betreft, blijkt uit de aangifte van [aangever 1] dat hij op 24 maart 2014 buiten stond en hard gelach hoorde. Hij zag daarop dat [verdachte] in zijn tuin stond, naar hem keek ‘en overdreven hard lachte’ (bewijsmiddel 4). En hij verklaart dat de verdachte hoongelach laat horen als hij in zijn auto langs rijdt en zijn middelvinger opsteekt (bewijsmiddel 5). [aangever 4] verklaart dat [verdachte] ‘heel hard’ gaat lachen als hij ziet dat zij met haar kleinkind loopt (bewijsmiddel 7). [aangever 6] verklaart op 24 maart 2014 dat de verdachte een ‘schaterlach’ laat horen als de [familie van betrokkene 2] op zondag naar de kerk gaat en als zij weer terug komen (bewijsmiddel 14). [aangever 6] verklaart op 19 juni 2014 dat het de afgelopen weken en maanden dagelijks aan de orde is ‘dat er geschreeuwd naar ons wordt, dat er met het deksel van de rolcontainer geslagen wordt, dat er een middelvinger naar ons opgestoken wordt en dat we uitgelachen worden’ (bewijsmiddel 16). [aangever 2], echtgenote van [aangever 1], spreekt over een dvd met beeldmateriaal ‘opgenomen om het hysterische gelach van [verdachte] vast te leggen’. Zij vindt vooral ‘het lachen wat hij doet’ erg (bewijsmiddel 18). Ook [betrokkene 9] verklaart dat verdachte ‘heel hard en overdreven schaterlachte’ (bewijsmiddel 26). [aangever 1] heeft ook verklaard over ‘keihard hoongelach’ op 26 maart 2014 (bewijsmiddel 28). Al met al blijkt daarmee uit de bewijsmiddelen dat het bij het lachen niet enkel gaat om het schaterlachen bij gelegenheid van kerkbezoek van de [familie van betrokkene 2].19 Tevens blijkt uit die bewijsmiddelen dat het niet gaat om lachen dat ertoe strekt uitdrukking te geven aan vrolijkheid, maar om het langs andere weg dan via het slaan op kliko’s produceren van geluid dat een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer oplevert.

28. De housemuziek komt aan de orde in een getuigenverhoor van [aangever 1] van 18 juni 2015 (bewijsmiddel 5) en in een verklaring van zijn echtgenote (bewijsmiddel 18). Over harde muziek wordt ook gesproken door [aangever 3] (bewijsmiddel 6). [aangever 5] spreekt over harde muziek op 19 en 24 t/m 30 juli alsmede 3 augustus 2013 (bewijsmiddel 11). Verbalisant [verbalisant 2] hoort van een buurtbewoner over de harde muziek (bewijsmiddel 30). Daar bovenop komt de melding geluidsoverlast van 4 augustus 2013 waar de steller van het middel aan refereert (bewijsmiddel 32). Bewezenverklaard is onder meer ‘het laten klinken van harde muziek’. Het hof heeft, in het licht van de bewijsmiddelen, het laten klinken van harde muziek als één van de gedragingen kunnen aanmerken die (in samenhang beschouwd) stelselmatig opzettelijk inbreuk hebben gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [aangever 1], [aangever 4], [aangever 5] en [aangever 6]. Niet valt in te zien waarom dit onderdeel van de bewezenverklaring nadere motivering zou behoeven in het licht van de omstandigheid dat onder de bewijsmiddelen slechts één melding geluidsoverlast is opgenomen. Voor zover de steller van het middel ervan uitgaat dat enkel door de politie geconstateerde gevallen van geluidsoverlast mogen worden betrokken bij de onderbouwing van de bewezenverklaring van het laten klinken van harde muziek berust de klacht op een onjuiste rechtsopvatting.

29. Al met al heeft het hof de bewezenverklaring van belaging, in het bijzonder de wederrechtelijkheid van het stelselmatig opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen, uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden. Voorts heeft het hof gemotiveerd beslist op de betwisting van de wederrechtelijkheid van het handelen van de verdachte. En die overwegingen zijn niet onbegrijpelijk.

30. Het tweede middel faalt.

31. Het derde middel klaagt eveneens over de bewijsmotivering van het onder parketnummer 02-700177-14 bewezenverklaarde feit. Uit de gebezigde bewijsmiddelen zou niet kunnen volgen dat de verdachte intimiderende bewegingen (waaronder het opsteken van de middelvinger) heeft gemaakt richting alle in de bewezenverklaring genoemde personen. Zo zou niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen volgen dat de verdachte dergelijke intimiderende bewegingen heeft gemaakt in de richting van [aangever 4] en [aangever 5].

32. De bewezenverklaring houdt in dat de verdachte wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [aangever 1] en [aangever 4] en [aangever 5] en [aangever 6]. De bewezenverklaring houdt voorts in dat de verdachte die belaging heeft gepleegd door ‘- hinderlijk geluid te produceren (…), en/of - (intimiderend) te schreeuwen en/of te schelden en/of te (schater)lachen en/of hoongelach te laten horen in de richting van voornoemde personen en/of - intimiderende bewegingen richting voornoemde personen te maken (onder andere het opsteken van een middelvinger)’. Aldus heeft het hof bewezenverklaard dat de belaging jegens elk van de genoemde personen heeft bestaan uit (een veelvoud van) één of meer van de in de bewezenverklaring genoemde gedragingen. Het hof heeft niet bewezenverklaard dat elk van de genoemde gedragingen jegens elke genoemde persoon is gepleegd. Reeds op die grond faalt het middel, dat van een onjuiste lezing van de bewezenverklaring uitgaat. Ik merk voorts op dat het hof uit de bewijsmiddelen heeft kunnen afleiden dat de verdachte zijn middelvinger heeft opgestoken richting aangever [aangever 1] (bewijsmiddel 1, 3, 4 en 5), aangever [aangever 4]20 (bewijsmiddel 10) en [aangever 6] (bewijsmiddel 14, 16 en 17). Deze alternatief bewezenverklaarde gedraging wordt derhalve door bewijsmiddelen geschraagd.21

33. Het derde middel faalt.

34. De middelen falen en kunnen worden afgedaan met de motivering ontleend aan art. 81, eerste lid, RO.

35. Ambtshalve wijs ik erop dat het hof bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen vervangende hechtenis heeft toegepast. Gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914 en de datum van binnenkomst van de schriftuur kan Uw Raad bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. Voor het overige heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

36. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van de slachtoffers vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 9 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5025, NJ 2008/43.

2 Vgl. HR 2 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ9897, NJ 2010/303 m.nt. Borgers en de daaraan voorafgaande conclusie van A-G Jörg onder 5.

3 HR 9 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3318, NJ 2001/658; HR 16 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AG3596, NJ 2003/712 en HR 19 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS9307, NJ 2005/253.

4 Opgemerkt zij bovendien dat de voorzitter op grond van art. 272, derde lid, Sv een ander lid van de meervoudige kamer mag belasten met de leiding van het onderzoek. Zie daarover G.J.M. Corstens, Het Nederlands strafprocesrecht, bewerkt door M.J. Borgers en T. Kooijmans, Deventer: Wolters Kluwer 2018, p. 683-684. Daarvan is in deze zaak blijkens het proces-verbaal geen sprake geweest.

5 Vgl. A.J.A. van Dorst, Cassatie in strafzaken, 9e druk, Deventer: Wolters Kluwer 2018, p. 13.

6 Zie HR 9 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5025, NJ 2008/43.

7 Vgl. HR 22 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU1993, NJ 2006/219 m.nt. Schalken, rov. 3.3.

8 Vgl. HR 3 januari 1984, ECLI:NL:HR:1984:AB8233, NJ 1984/443, rov. 10.1, waarin Uw Raad overwoog dat het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof ‘behoudens hier niet ter zake doende uitzonderingen de enige kenbron is van hetgeen op die zitting is voorgevallen’.

9 Van Dorst, a.w., p. 169.

10 https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Gerechtshoven/Gerechtshof-s-Hertogenbosch/Bezoekinformatie/Paginas/Huisregels.aspx.

11 Kamerstukken II 1997/98, 25 768, nr. 5 (herdruk), p. 2.

12 Kamerstukken II 1997/98, 25 768, nr. 5 (herdruk), p. 2.

13 HR 3 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3626, NJ 2013/394 m.nt. J.M. Reijntjes.

14 Kamerstukken II 1997/98, 25 768, nr. 5 (herdruk), p. 14. Zie ook HR 20 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2138.

15 Kamerstukken II 1997/98, 25 768, 5 (herdruk), p. 15. Zie ook Machielse, in: Noyon/Langemeijer/Remmelink Strafrecht, artikel 285b Sr, aant. 3 (actueel t/m 19 juni 2013).

16 HR 30 oktober 2012, ECLI:NL:HR:BX1755, NJ 2012/631.

17 HR 7 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU5787, NJ 2007/107 m.nt. Mevis. A-G Knigge had in andere zin geconcludeerd, en de ‘exclusieve gerichtheid op de persoon van het slachtoffer’ de doorslag willen laten geven. Inbreuken op de privacy die ‘situationeel bepaald’ zijn, zouden bij dat criterium buiten de strafbaarstelling vallen (randnummer 40).

18 In de cassatieschriftuur wordt geen beroep gedaan op hetgeen door de raadsman namens de verdachte in hoger beroep (en eerste aanleg) naar voren is gebracht. Daarover zij vermeld dat de overweging van het hof kennelijk tevens een reactie vormt op hetgeen door de raadsman is aangevoerd. Zie het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 juni 2019, p. 19. Dat brengt overigens geen verandering in de beoordeling van deze in cassatie voorgestelde klacht.

19 Dat het lachen door de verdachte bij de [familie van betrokkene 2] slechts tot een meewarig gevoel aanleiding kan hebben gegeven, zoals de steller van het middel meent, vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen. Volgens [aangever 6] heeft de [familie van betrokkene 2] ‘er ook erg last van’ (bewijsmiddel 14). Ik merk daarbij op dat [aangever 1] heeft verklaard dat verdachte tegen anderen heeft gezegd dat hij zou zorgen dat (onder meer) de [familie van betrokkene 2] weg zou gaan uit [plaats 1] (bewijsmiddel 4).

20 Uit bewijsmiddel 10 blijkt dat het gaat om het verhoor bij de rechter-commissaris van ‘[aangever 4].’ Uit de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd volgt dat dit dezelfde persoon is als aangeefster [aangever 4] (bewijsmiddelen 7-9), die is getrouwd met [betrokkene 2]. Een blik over de papieren muur bevestigt dit eveneens. Zie daarvoor het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris d.d. 8 juni 2015 inhoudende het getuigenverhoor van ‘[aangever 4]’.

21 Vgl. HR 22 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO8315, NJ 2004/439.