Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2019:900

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
27-08-2019
Datum publicatie
17-09-2019
Zaaknummer
16/05815
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:1357
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Vervolg op ECLI:NL:HR:2019:173. Ontbreken b.m., art. 359.3 en 359.8 Sv. Het bestreden arrest bevat niet de gebezigde b.m. en bij de stukken bevindt zich niet een aanvulling ex. art. 365a.2 Sv. Hof heeft aan HR bericht dat aanvulling niet is opgemaakt. Bestreden arrest voldoet niet aan ex. art. 359.3 en 359.8 op straffe van nietigheid voorgeschreven vereiste dat arrest b.m. moet bevatten, houdende voor de bewezenverklaring redengevende f&o. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 16/05815

Zitting: 27 augustus 2019

Mr. D.J.C. Aben

Aanvullende conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 10 november 2016 de verdachte ter zake van 1. "bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, meermalen gepleegd" en 2. "eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd", veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van veertig uren.

2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld, dat – naar de Hoge Raad bij tussenarrest van 5 februari 2019 heeft geoordeeld – ontvankelijk is. Namens de verdachte heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, een middel van cassatie voorgesteld, en dit bij schriftuur en aanvullende schriftuur die zowel per gewone post als per faxmodem is verzonden.1

3. Het middel klaagt over het ontbreken van het (uitgewerkte) proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2016, de pleitnota die bij deze gelegenheid is voorgedragen, alsook de aanvulling op het verkorte arrest in het aan de Hoge Raad toegezonden dossier.

4. Die klacht is terecht voorgesteld. Hoewel de strafgriffie van de Hoge Raad bij brief van 20 september 2017 bij de griffier van het hof de desbetreffende stukken heeft opgevraagd, heeft een griffier van het hof bij brief van 10 juli 2017, die per fax van 18 oktober 2017 is verzonden aan de strafgriffie van de Hoge Raad, laten weten dat die stukken niet zullen worden uitgewerkt omdat het cassatieberoep te laat zou zijn ingesteld. Zoals gezegd heeft de Hoge Raad daarentegen geoordeeld dat moet worden aangenomen dat het cassatieberoep tijdig is ingediend.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Terzijde merk ik het volgende op. Met het door de Hoge Raad – in effect – omarmen van de ‘verzendtheorie’ is de tijdsinstelling van het faxmodem van een advocatenkantoor beslissend voor het moment van instellen van een rechtsmiddel ingeval dat per fax geschiedt. Ik wijs er, louter ter illustratie waartoe het voorgaande kan leiden, op dat het tijdstip waarop het faxmodem van het kantoor ([…]) van de steller van het middel op de faxbrief stempelde dat het apparaat (volgens de niet-onderbouwde lezing van de steller van het middel) begon met het verzenden van de volgende drie verschillende documenten: (1) de schriftuur op 13 oktober 2017, (2) de aanvullende schriftuur op 18 oktober 2017, resp. (3) de Borgersbrief op 13 december 2018 (ik verwijs nu naar de zogeheten ‘sender timestamp’, hier ingesteld per pagina) (ad 1) een uur, (ad 2) ruim een uur, resp. (ad 3) ruim anderhalf uur achterliep op het tijdstip dat door het faxmodem van de strafgriffie van de Hoge Raad is gestempeld als zijnde het tijdstip waarop het apparaat deze faxpagina’s ontving (de ‘recipient timestamp’). Ik trof ook bij faxen van verscheidene andere advocatenkantoren aanmerkelijke verschillen aan in gestempelde tijdstippen (zowel voorlopend als achterlopend op het tijdstip dat door het faxmodem van de strafgriffie als ontvanger was gestempeld), maar niet in die mate als bij faxbrieven van het kantoor ([…]) van de steller van het middel. Hoe kunnen dergelijke tijdsverschillen (onder meer) worden verklaard? De elektrische klok in een faxapparaat wordt (vrijwel altijd) handmatig ingesteld, en moet dus met enige regelmaat handmatig worden gecorrigeerd voor ontstane tijdsverschillen, die bij een elektrische klok vrijwel onvermijdelijk zijn, alsmede voor de transitie van zomertijd naar wintertijd (en vice versa). Ik wijs er in dit verband op dat de Hoge Raad – evenals de andere gerechten in Nederland én sommige advocatenkantoren – géén gebruik maakt van een elektrisch faxapparaat maar van faxsoftware op de server(s), met dien verstande dat de Hoge Raad andere faxsoftware in gebruik heeft dan de (overige) gerechten. Als gevolg van het gebruik van faxsoftware lopen de onderscheidene tijdstippen die door de gebruikte faxsoftware worden gelogd nagenoeg synchroon met de atoomklok.