Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2019:894

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
24-09-2019
Datum publicatie
27-09-2019
Zaaknummer
16/01206
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:1743
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Conclusie AG. OM-cassatie. Samenhang met 16/01204 en eerdere arresten, o.m. HR 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2777. AG stelt zich op het standpunt dat de Hoge Raad het arrest van het hof moet vernietigen op gronden ontleend aan die eerdere arresten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 16/01206

Zitting 24 september 2019

CONCLUSIE

F.W. Bleichrodt

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

hierna: de verdachte.

  1. Het gerechtshof ’s-Gravenhage, zitting houdende te Arnhem, heeft bij arrest van 17 november 2015 de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-755001-05 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde. Vervolgens heeft het hof de verdachte vrijgesproken van het hem in de zaak met parketnummer 09-862534-05 primair en subsidiair ten laste gelegde.

  2. De onderhavige zaak hangt samen met de zaken tegen de medeverdachte [medeverdachte] (16/01204), waarin ik vandaag eveneens concludeer. Ook bestaat samenhang met de zaken 15/05848 ( [betrokkene 1] ), 15/05957 ( [betrokkene 2] ) en 16/01205 ( [betrokkene 3] ), waarin de Hoge Raad op 6 december 2016 uitspraak deed (ECLI:NL:HR:2016:2777, ECLI:NL:HR:2016:2779 en ECLI:NL:HR:2016:2778).

  3. De advocaat-generaal bij het hof heeft beroep in cassatie ingesteld. Mr. H.H.J. Knol, advocaat-generaal bij het ressortsparket te Den Haag, heeft bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.

  4. Het middel behelst de klacht dat het hof zijn beslissing om bewijsuitsluiting toe te passen en de verdachte bijgevolg vrij te spreken heeft gebaseerd op ontoereikende of onbegrijpelijke gronden. Aan het middel is ten grondslag gelegd dat de vrijspraak van de verdachte op dezelfde gronden berust als de in de zaken tegen de medeverdachten [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] door het hof gegeven vrijspraken, terwijl de Hoge Raad op 6 december 2016 de in de zaken van die medeverdachten gewezen arresten van het hof heeft vernietigd en de zaken heeft verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

  5. De relevante overwegingen van het hof zijn gelijkluidend aan die in de hiervoor onder 2 genoemde samenhangende zaken waarin de Hoge Raad op 6 december 2016 uitspraak deed, terwijl het middel dezelfde strekking heeft als de middelen in de genoemde zaken. Ik concludeer dan ook dat het middel op de in die arresten vermelde gronden terecht is voorgesteld.

  6. Het middel slaagt.

  7. Behoudens de overschrijding van de redelijke termijn, die het hof na verwijzing in aanmerking kan nemen, heb ik ambtshalve geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

  8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG