Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2019:758

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
28-05-2019
Datum publicatie
10-07-2019
Zaaknummer
18/00417
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:1099
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang tussen 18/00416 en 18/00417 P.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 18/00417 P

Zitting 28 mei 2019

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de betrokkene.

  1. Bij arrest van 23 november 2017 van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, is het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vastgesteld op € 1.949,61 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van hetzelfde bedrag aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

  2. Er bestaat samenhang met de hoofdzaak, nr. 18/00416, waarin ik vandaag ook zal concluderen.

3. Anders dan in de hoofdzaak, is in de onderhavige ontnemingszaak niet binnen de bij wet gestelde termijn een schriftuur met één of meer middelen van cassatie bij de Hoge Raad ingediend. Dit betekent dat niet is voldaan aan de voorwaarde die is gesteld in art. 437, tweede lid, Sv, en op grond van art. 511h Sv ook van toepassing is op ontnemingszaken. Om die reden is de betrokkene in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk.

4. Deze conclusie strekt ertoe de betrokkene in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

plv. AG