Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2019:413

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
23-04-2019
Datum publicatie
24-04-2019
Zaaknummer
17/05552
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:965
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/05550 en 17/05551.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 17/05552 P

Zitting: 23 april 2019 (bij vervroeging)

Mr. D.J.M.W. Paridaens

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 8 november 2017 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 17.787,21 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

  2. Er bestaat samenhang met de zaken 17/05550 en 17/05551. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Namens de betrokkene is tijdig beroep in cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens de betrokkene geen middelen van cassatie voorgesteld.

  4. Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.

  5. Deze conclusie strekt ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

plv. AG