Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2019:360

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
19-02-2019
Datum publicatie
10-04-2019
Zaaknummer
17/02887
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:555
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Geen middelen ingediend; n-o beroep. Samenhang met 17/02922.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 17/02887

Zitting: 19 februari 2019

Mr. B.F. Keulen

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 1 juni 2017 door het Gerechtshof Den Haag wegens 1. ‘poging tot zware mishandeling, begaan tegen een kind dat zij verzorgt of opvoedt als behorend tot haar gezin, meermalen gepleegd’ en 2. ‘mishandeling, begaan tegen een kind dat zij verzorgt of opvoedt als behorend tot haar gezin, meermalen gepleegd’ veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek als omschreven in art. 27 Sr. Verder heeft het hof een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

  2. Er bestaat samenhang met de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] (nr. 17/02922). In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte.

  4. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 3 mei 2018 aan de verdachte betekend. Er is geen schriftuur houdende cassatiemiddelen ingediend. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan de verdachte ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in het cassatieberoep worden ontvangen.

  5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG