Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2019:36

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
15-01-2019
Datum publicatie
15-01-2019
Zaaknummer
18/01231
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:200
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Conclusie PG. Zedenzaak: ontucht met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwd kind. Klachten over het denatureren van een getuigenverklaring en/of dat de bewezenverklaring uitsluitend steunt op de verklaring van één getuige. De PG stelt zich op het standpunt dat van denatureren geen sprake is en dat de verklaring van de getuige voldoende steun vindt in het overige bewijsmateriaal. De PG concludeert tot verwerping van het beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 18/01231

Zitting: 15 januari 2019

Mr. J. Silvis

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 1 februari 2018 door het Gerechtshof Den Haag wegens “met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige”, veroordeeld tot 27 maanden gevangenisstraf, waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaar, met de (bijzondere) voorwaarden zoals in het arrest vermeld.

  2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. E.A. Blok, advocaat te Rotterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.

  3. Het middel bevat de klacht dat het hof de onder 7 tot het bewijs gebezigde verklaring van [getuige 1] van 4 april 2017 wezenlijk heeft gewijzigd en/of dat het hof de bewezenverklaring uitsluitend heeft doen steunen op de verklaring van één getuige, althans dat het hof de bewezenverklaring onvoldoende dan wel op onbegrijpelijke wijze heeft gemotiveerd.

  4. Het hof heeft ten aanzien van verdachte bewezenverklaard dat:

“hij op tijdstippen in de periode van 26 november 2016 tot en met 22 februari 2017 te [plaats], met [slachtoffer], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het:
- met zijn, verdachtes, tong maken van likkende bewegingen ter hoogte van de schaamstreek van die [slachtoffer] en
- brengen van zijn, verdachtes, penis tussen en/of tegen de blote billen van die [slachtoffer];
terwijl die [slachtoffer] aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd.”

5. Deze bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen:

1.
De verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting.in hoger beroep d.d. 18 januari 2018, voor zover inhoudende :

Het klopt dat [slachtoffer] bij mij thuis over de vloer kwam en dat zij bij mij in bad is geweest en in mijn slaapkamer kwam. [slachtoffer] was 7. [slachtoffer] is bij mij thuis twee keer in bad geweest.

2
Een proces-verbaal van verhoor verdachted.d. 22 april 2017, documentcode 1704221100.V. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 69-73):

V: hoe vaak is [slachtoffer] bij je thuis geweest?
A: ik denk een keer of 4/5.
V: [slachtoffer] niet gedoucht hoor ik u zeggen?
A: Nee. Ze is wel twee keer in bad geweest.
V: is [slachtoffer] wel eens in de ouderslaapkamer geweest?
A: Ja

2
Een proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zedend.d. 15 maart 2017 van de politie Eenheid Rotterdam, nr. PL1700-2017081481-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 1-3):

[slachtoffer] is de 7-jarige dochter van meldster. Afgelopen zaterdag 11 maart 2017, tijdens een feestje, stond zij met haar hand in haar kruis omdat zij moest plassen. Haar broer van 12 jr zei dat ze dat niet moest doen. Hierop zei ze dat [verdachte] dat ook altijd doet. [verdachte] is een kennis van de familie.

Wie is/zijn de verdachte (n) : [verdachte] (het hof begrijpt de verdachte [verdachte]), [a-straat 1] [plaats].

4
Een proces-verbaal aangifte d.d. 20 maart 2017 van de politie Eenheid Rotterdam, nr. PL1700-2017081481-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 4-12):

Als de op 20 maart 2017 afgelegde verklaring van [betrokkene 1] namens [slachtoffer] geboren op [geboortedatum] 2009:

Feit: seksueel misbruik kinderen
Plaats delict: [a-straat 1], [plaats]
Pleegdatum/tijd: tussen dinsdag 26 november 2016 te 12:00 uur en woensdag 22 februari 2017 te 20:00 uur.

en verklaarde het volgende over het in de aanhef vermelde incident, dat plaatsvond op de locatie genoemd bij plaats delict, tussen dinsdaq 26 november 2016 te 12:00 uur en woensdag 22 februari 2017 te 20:00 uur.
"Ik ben de moeder van [slachtoffer] en ben namens haar gerechtigd tot het doen van aangifte.

Kun je ons in een paar regels vertellen waarvan je aangifte komt doen?
- Seksueel misbruik van mijn dochter. dat is de juiste benaming.

Door wie is dat gepleegd?
- [verdachte].

Wanneer is dat geweest?
- Zij geeft zelf aan dat het steeds gebeurd is als zij daar was. Zij is vanaf de laatste week van november 2016 tot ongeveer 4 weken geleden daar geweest. Dat was op 22 februari 2017.

Op welke plaats is dat gebeurd?
- zij zegt bij hem thuis, dat moet dan in [plaats] zijn geweest.

Op welk adres?
- Ik kijk weer even in mijn telefoon. Dat is aan de [a-straat 1] te [plaats].

Het seksueel misbruik, hoe zou je dat omschrijven?
- Wat [slachtoffer] verteld heeft aan mij is dat hij aan haar muts had gelikt en dat hij met zijn piemel bij haar kont was geweest.
Wanneer heb jij voor het eerst gehoord dat er iets was voorgevallen met [slachtoffer]?
- Vorige week zaterdag.

hoe ging dat?
- Wij waren op visite bij mijn schoonvader, want die was jarig.
[betrokkene 2] en [slachtoffer] waren moe en zijn naar boven gegaan.
[betrokkene 2] appte mij op een gegeven moment en schreef dat hij mij wat moest vertellen. Ik heb daar toen niet op gereageerd. Later kwam hij weer naar beneden en zei hij dat hij mij wat willen vertellen. Hij zei dat [slachtoffer] met haar hand op haar muts zat en dat hij had gezegd dat ze dat niet moest doen. Zij had toen gezegd dat [verdachte] dat ook altijd deed.

En wat bedoelen jullie als je het woord muts gebruikt?
- De vagina.

Wanneer heeft [slachtoffer] met [getuige 2] gepraat?
- Nadat ik [slachtoffer] van school had gehaald, heb ik haar naar judo gebracht.
Hierna is [slachtoffer] met [getuige 2] in de auto naar de winkel gegaan.
In de auto heeft [getuige 2] aan [slachtoffer] gevraagd of ze haar iets wilde vertellen.
wilde dat toen niet. Later in de winkel pakte [slachtoffer] de hand van [getuige 2] vast en zei dat ze haar straks wel wat wilde vertellen. Maar ze mocht het dan niet aan mij vertellen. [getuige 2] heeft haar dat beloofd.
Ze zijn toen gaan wandelen en [slachtoffer] had tegen [getuige 2] verteld dat [verdachte] met zijn handen weleens aan zijn vagina zat. Ze zei dit niet, maar wees naar haar vagina. Ze zei dat hij hier wel eens aan zat met zijn hand en dat hij haar daar ook had gelikt. Ze zei ook dat hij met zijn piemel bij haar billen had gezeten. Ze wees hierbij naar haar billen.

Hoe ging het verder?
- [slachtoffer] ging zitten en ging over andere dingen praten. Ik zei dat ze me wat zou gaan vertellen.
zei dat ze dat wel wilde, maar dat [betrokkene 5] en [betrokkene 6] dan weg moesten.
Die zijn toen inderdaad ergens anders gaan zitten.
Hierna zei ze tegen [getuige 2] dat zij het verhaal tegen mij moest vertellen. [getuige 2] vertelde toen dat [slachtoffer] had gezegd dat [verdachte] haar wel een hier likte, ze wees dan naar haar vagina, en [slachtoffer] zei toen zelf dat hij ook wel eens achter haar ging liggen en dat hij dan met zijn piemel bij haar billen lag.

De eerste keer dat zij met hem mee is gegaan, was op zaterdag 26 november 2016. Het was die dag sinterklaasfeest op de voetbal.

Wanneer is [slachtoffer] nog meer bij [verdachte] geweest?
- Een paar keer nog op zaterdag, maar ik weet niet precies wanneer dat was. Soms is ze ook bij haar vader in het weekend, maar dat zijn geen vaste weekenden.

Ik weet dat haar vader de eerste drie weken in december in het buitenland was en dat ze toen dus elke week met [verdachte] mee ging.

Die andere jongens die bij [verdachte] waren, wie zijn dat?
- [betrokkene 7], [getuige 1], [betrokkene 8] en [betrokkene 9]. Van hun weet ik het.

Zaterdagmorgen 18 maart kwam [getuige 1] zijn vader naar mij toe.
Hierna kwam [getuige 1] naar me toe en hij zei dat [verdachte] altijd vaak met [slachtoffer] in de badkamer was als ze daar waren.

5.

Een bijlage studioverhoor d.d. 3 april 2017 als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van studioverhoor van Team Zeden, documentcode 1704030935.AMB. Dit studioverhoor houdt onder meer in (blz. 23-52):

[slachtoffer]: maar ik kan wel zijn naam vertellen
Verbalisant: je kan wel zijn naam vertellen. Nou, begin daar eens mee.
: [verdachte] (fonetisch)
Verbalisant: [verdachte], oké; en [verdachte] is die meneer die wat stouts heeft gedaan
[slachtoffer]: (knikt)

Verbalisant: en wie waren daar dan nog meer bij [verdachte], als jij daar ook was? [slachtoffer]: hun zoon en hun vrienden maar die wist en het allemaal niet

Verbalisant: wat wisten hun allemaal niet

[slachtoffer]: wat wij deden

Verbalisant: dat weet je niet. En wat zijn de niet leuke dingen aan [verdachte]

[slachtoffer]: nou…Hij ging hierzo likken

Verbalisant: even kijken want ik zie het niet zo goed

[slachtoffer]: hierzo likken en achter deed hij zijn piemel.

Verbalisant: oké, jij zegt hierzo ging hij likken. En achter deed hij zijn piemel. He, en jij wijst ergens naartoe.

[slachtoffer]: ja

Verbalisant: en hoe heet dat dan? Waar jij naar wijst?
[slachtoffer]: hm… Mijn kruis of mijn muts

Verbalisant: je kruis of je muts zeg je, en wat kan je daarmee?

[slachtoffer]: plassen

Verbalisant: plassen, en wie hebben er dan een kruis?

[slachtoffer]: meiden

Verbalisant: meiden, en wat hebben jongens dan?

[slachtoffer]: een piemel

Verbalisant: een piemel. He en jij zegt, hij ging likken. Bij je kruis. En je zegt met zijn piemel ging hij aan de achterkant. Wat bedoel je met de achter kant?

[slachtoffer]: mijn kont

Verbalisant: je kont, en wat kan je met je kont

[slachtoffer]: poepen!

Verbalisant: poepen, oké, en hoe vaak is dat gebeurd?

[slachtoffer]: dat weet ik niet meer.

Verbalisant: . dat weet je niet meer, is dat één keertje gebeurd of is dat vaker gebeurd

[slachtoffer]: vaker

Verbalisant: vaker, oké, en waar gebeurde dat dan?

[slachtoffer]: bij hem op bed.

Verbalisant: He [slachtoffer], dus je zegt dat gebeurde bij hem, waar zei je?

[slachtoffer]: op bed

Verbalisant: op bed. He [slachtoffer], dus jij vertelt dat gebeurde in het bed bij [verdachte]
[slachtoffer]: ja

Verbalisant: oké, en wanneer gebeurde dat?

[slachtoffer]: toen ik bij hem was

Verbalisant: hm, want hoe kon hij dan bij jou kont komen met zijn piemel

[slachtoffer]: achter gewoon

Verbalisant: hoe bedoel je achter gewoon? En hoe zat het dan met jouw kleren?

[slachtoffer]: mijn shirt was gewoon aan en mijn broek was wel naar beneden

Verbalisant: je broek was naar beneden, en hoe kwam jouw broek dan naar beneden?

[slachtoffer]: omdat hij ging het naar beneden trekken

Verbalisant: oh? Hoe deed hij dat dan? .

[slachtoffer]: gewoon, naar beneden trekken.

Verbalisant: dat is voor mij wat makkelijker he. Want jij vertelde dat [verdachte] met zijn piemel bij jou billen ging.

[slachtoffer]: ja

Verbalisant: en je zei hij deed mijn broek naar beneden

[slachtoffer]: ja

Verbalisant: ja, en dat was op het bed bij hem

[slachtoffer]: ja

Verbalisant: en had jij onder je broek dan ook nog iets aan?

[slachtoffer]: eh... Hij, jawel, hij deed zijn... Me onderbroek ook naar beneden

Verbalisant: welke onderbroek deed hij ook naar beneden

[slachtoffer]: mijn?

Verbalisant: oké, jouw onderbroek deed hij ook naar beneden. Oké, en toen? Want hoe kan hij dan met zijn piemel bij jou billen komen?

[slachtoffer]: omdat hij mij ging omdraaien.

Verbalisant: maar zat je dan op het bed? Of stond jij op het bed? Of…

[slachtoffer]: zat.

Verbalisant: je zat op het bed. Oké. En [verdachte]?

[slachtoffer]: die zat op zijn knieën op de grond.

Verbalisant: oké, en wat deed hij dan toen hij met zijn knieën op de grond zat

[slachtoffer]: hij ging likken en toen ging hij staan en toen met zijn piemel

[slachtoffer]: hij staat, ik niet.

Verbalisant: hij staat, niet… Nee, want jij zei dat je op je buik lag he, op dat bed

[slachtoffer]: ja

Verbalisant: he, en hoe is het dan met de kleren van [verdachte]?

[slachtoffer]: die zijn uit

Verbalisant: die zijn uit.

Verbalisant: oké, hoe kan dat dan? Dat zijn kleren uit zijn

[slachtoffer]: omdat hij kleedt zich uit

Verbalisant: hij kleedde zich uit?

[slachtoffer]: ja

Verbalisant: en wanneer kleedde die zich dan uit?

[slachtoffer]: als ik op bed lig

Verbalisant: als jij op bed ligt, en was dat voor of nadat hij ging likken bij jou

[slachtoffer]: voor

Verbalisant: daarvoor, en wat bedoel je met uitkleden dan? Wat doet hij allemaal uit?

[slachtoffer]: shirt, broek, onderbroek

Verbalisant: oké, en heeft hij… Wat heeft hij dan nog aan?

[slachtoffer]; hemd

Verbalisant: zijn hemd, die heet hij dan nog aan. Oké. En dan? Hoe kan hij dan met zijn piemel bij jou kont komen?

[slachtoffer]: omdat ik omgedraaid lig

Verbalisant: ja, maar jij deed het net voor! En jij lag daar en hij stond zo deed je, maar als ik zo sta hoe kan ik dan met mijn piemel bij jou kont komen?

[slachtoffer]: omdat, ik lag zo

[slachtoffer]: (ligt op haar buik op de bank maar haar benen over de rand heen)

Verbalisant: en waar waren jou benen dan?

[slachtoffer]: gewoon op het bed

Verbalisant: als dit nou een piemel is. Doe eens het alsof dit een piemel is, welke kant stond die piemel op? Wees tie naar beneden of naar boven of naar de zijkant

[slachtoffer]: Naar boven

Verbalisant: wie was wel oud?

[slachtoffer]: [verdachte]

Verbalisant: [verdachte], oké; He en als jij nou in die slaapkamer bent he, hoe zit het dan met de deur van de slaapkamer?

[slachtoffer]: die zit dicht

Verbalisant: die zit dicht, en hoe komt het dat die dicht zat?

[slachtoffer]: omdat de jongens mochten het niet zien

Verbalisant: hoe weet jij dat?

[slachtoffer]: omdat hij het heeft verteld

Verbalisant: en wat zei die dan precies?

Verbalisant: oké, en hoe was jij dan op het bed? Kom maar, doe ik die aan, kan jij die doen.

[slachtoffer]: ; deze ging zo uit (doet het shirt van de pop uit). Want ik had het warm.

Verbalisant: ja

[slachtoffer]: en deze lijken net zoals mij... En toen, hup (doet met de [verdachte]-pop de broek van de [slachtoffer]-pop uit)

Verbalisant: ik hou hem even vast hoor, en jij doet het met de handjes van de pop

[slachtoffer]: ja

Verbalisant: kijk eens, dit is het bed en dit zijn de twee kussens. Hoe lig jij dan op dat bed.

[slachtoffer]: zo (legt de pop neer op het bed met het hoofd bij de kussens

Verbalisant: oké

[slachtoffer]: en toe deed hij zijn blouse uit

Verbalisant: ja

[slachtoffer]: en toen... zo...(doet de broek uit van de [verdachte]-pop) en toen deed hij zijn onderbroek ook uit. Zo.

Verbalisant: ja

[slachtoffer]: en toen zat ie zo op zijn knieën en ik lag zo en toen ging die zo (laat de [verdachte]-pop bij het voeteneinde van het bed op zijn knieën zitten en met het hoofd naar het kruis van de [slachtoffer]-pop gaan)

Verbalisant: en hoe zat het dan met je benen?

[slachtoffer]: die lagen gewoon stil

Verbalisant: die lagen gewoon stil .

[slachtoffer]. en toen ging hij mij omdraaien. En toen deed hij...

Verbalisant: die kon ik niet zo goed zien, hoe deed hij dat?

[slachtoffer]: zo (laat [verdachte]-pop op [slachtoffer] pop liggen met zijn kruis tegen haar billen)

Verbalisant: ook niet bij jou thuis. Maar is het nog in andere kamers gebeurd in zijn huis?

[slachtoffer]: (schudt haar hoofd)

Verbalisant: niet

[slachtoffer]: ja, wel in de badkamer

Verbalisant: in de badkamer. En wat is daar dan gebeurd?

[slachtoffer]: nou, ik stond daar en hij ging mij toen weer likken

6.

Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 22 maart 2017 van de politie Eenheid Rotterdam, documentcode 1703221300.G. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 13-18):

als de op 22 maart 2017 afgelegde verklaring van [getuige 2]:

V: Wanneer heb je met [slachtoffer] gesproken?

A: Ik heb [slachtoffer] op maandag 13 maart 2017 opgehaald bij de judo. Ik haal haar wel vaker op als [betrokkene 1] geen tijd heeft of zo.

Ik ben met [slachtoffer] nog wat boodschappen gaan halen. Nadat we weer in de auto waren gaan zitten, vroeg ik aan [slachtoffer] of er iets was wat zij mij wilde vertellen. Ze gaf toen geen antwoord, dus zijn we weer over andere dingen gaan praten. Op een gegeven moment zei ze spontaan: “Als ik iets zeg, dan wordt [verdachte] boos.”

Ik wist niet zo goed hoe ik op dat moment moest reageren en ik vroeg waarom hij dan boos zou worden. Ik zei dat ze dingen tegen mij kon vertellen als ze dat zou willen.

[slachtoffer] zei toen dat we vriendinnen waren en dat vriendinnen geheimen konden hebben. Ze zei dat het echt niet bij haar moeder terecht mocht komen. Maar op dat moment zei ze nog steeds niet waar het over ging. Ze herhaalde wel heel vaak dat [verdachte] boos zou worden, als zij iets zou vertellen.

V: Op welk moment heeft ze je wel wat verteld?

A: Wij zijn nog een keer naar een winkel gegaan en ik vond het moeilijk. Ik wist niet goed hoe ik moest reageren. Ik merkte aan haar dat ze wel wat wilde zeggen, maar het kwam niet.

Later liepen we buiten en toen heb ik toch aan haar gevraagd, wat wilde je me nou eigenlijk vertellen?

Toen begon ze te vertellen en zei: ”Als ik op de slaapkamer met [verdachte] ben, likt hij mij hier en met zijn piemel daar. Ze wees toen eerst naar haar vagina en daarna naar haar kont.

7

Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 4 april 2017 van de politie Eenheid Rotterdam, documentcode 1704041900.G. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 54-58):

als de op 4 april 2017 afgelegde verklaring van

[getuige 1] :

V: Wat heb jij dan met de moeder van [slachtoffer] besproken dan?

A: Ze zei of ik iets had gezien, of er met [slachtoffer] iets raars was gebeurd. Ik zei wel dat me was opgevallen dat die man, [verdachte], [slachtoffer] wilde iedere keer in bad daar. Ik ben een vriend van [betrokkene 3], we gaan dan op zaterdag na de wedstrijd gamen. Soms zet hij haar in bad en dan doet hij wel de deur op slot en dan duurt het best lang voordat hij terug komt.

V: Hoe lang komt [slachtoffer] daar al, weet jij dat?

A: ik denk dat ze er een keer of vijf of zes is geweest, ik weet het niet precies. Ik denk vorig jaar ook al en dit jaar.

V: Waar is [verdachte] dan als zij in bad zit?

A: Ook daar, dus in de badkamer. Maar dat duurt best lang. Het is wel langer dan een half uur, dat weet ik zeker.

V: Hoe vaak is ze in bad geweest toen jij daar was?

A: Ik denk elke keer toen ik daar was wel.

A: [slachtoffer] was een keer moe en toen ging ze slapen, onder de dekens liggen op [verdachte] zijn kamer. [verdachte] hielp haar door de dekens over haar heen te doen en haar op bed te leggen.”

6. Het hof heeft in zijn arrest de volgende nadere bewijsoverweging opgenomen:

“Het hof stelt op basis van de bewijsmiddelen de volgende feitelijke gang van zaken vast. Op 11 maart 2017 was aangeefster [betrokkene 1] met haar zoon [betrokkene 2] en haar dochter [slachtoffer] op een verjaardagsvisite. [betrokkene 2] heeft toen op enig moment tegen zijn moeder gezegd dat [slachtoffer] met haar hand aan haar 'muts' zat (het hof begrijpt haar vagina). Toen [betrokkene 2] [slachtoffer] had gezegd dat ze dat niet moest doen, had [slachtoffer] gezegd dat [verdachte] (het hof begrijpt de verdachte [verdachte]) dat ook altijd deed.

Een paar dagen later heeft [slachtoffer] aan de vriendin van haar moeder, [getuige 2], verteld dat [verdachte] aan haar vagina had gelikt en met zijn piemel bij haar kont had gezeten. [slachtoffer] is daarna door de politie gehoord in een kindvriendelijke verhoorstudio. Ze heeft toen verklaard dat de verdachte haar gelikt heeft aan haar vagina en dat hij zijn piemel tegen haar billen heeft gedaan. Volgens [slachtoffer] was dit vaker gebeurd. [slachtoffer] heeft verklaard dat het gebeurd is op bed bij de verdachte en in de badkamer.

De verdachte heeft erkend dat [slachtoffer] in de tenlastegelegde periode verschillende keren bij hem in huis is geweest. Ook heeft hij erkend dat zij in bad is geweest en in zijn slaapkamer is geweest (proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 22 april 2017, p. 72 en 73).

Getuige [getuige 1], een vriend van de zoon van de verdachte, heeft verklaard dat hem was opgevallen dat [slachtoffer] bij [verdachte] iedere keer in bad wilde. Hij (de verdachte) zette haar dan in bad en deed dan de deur op slot en het duurde best lang voor hij terug kwam. Het duurde langer dan een half uur. Ook heeft hij gezien dat [slachtoffer] een keer is gaan slapen in het bed van de verdachte.

Naar het oordeel van het hof vindt de aangifte van [betrokkene 1] die gebaseerd is op de verklaring van [slachtoffer], afgelegd tegenover [getuige 2] en tegenover de politie in het studioverhoor, voldoende steun in andere bewijsmiddelen te weten de verklaring van de verdachte zelf alsmede de verklaring van getuige [getuige 1]. Daarbij overweegt het hof dat [slachtoffer] in overwegende mate consistent heeft verklaard en dat niet blijkt dat [slachtoffer] woorden in haar mond zijn gelegd.

Het hof acht niet bewezen dat de verdachte handelingen heeft gepleegd die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer]. Dit volgt niet uit hetgeen zij heeft verklaard en ook overigens bevat het dossier hiervoor geen bewijs. Het hof acht bewezen dat de verdachte likkende bewegingen heeft gemaakt ter hoogte van de schaamstreek van [slachtoffer] en dat hij zijn penis tussen en/of tegen de blote billen van [slachtoffer] heeft gebracht, zoals subsidiair ten laste is gelegd.”

7. De eerste klacht in de toelichting op het middel houdt in dat het hof door het weglaten van bepaalde passages uit de tot het bewijs gebezigde verklaring van [getuige 1], deze verklaring heeft gedenatureerd. Door deze passages weg te laten is de betekenis van de verklaring immers een andere geworden, aldus de steller van het middel.

8. Het betreft de volgende passages rond het laatste tot het bewijs gebezigde antwoord van [getuige 1]:

“V: Wat doet [slachtoffer] verder nog bij [verdachte]?

A: Spelen met [betrokkene 3] zijn oude speelgoed en tv kijken of tekenen.

V: En waar is [verdachte] dan?

A: In zijn eigen kamer of op de bank. [slachtoffer] was is een keer moe en toen ging ze slapen, onder de dekens liggen op [verdachte] zijn kamer. [verdachte] hielp haar door de dekens over haar heen te doen en haar op bed te leggen. [betrokkene 3] en ik gingen haar toen plagen.

9. De steller van het middel voert aan dat door het weglaten van de onderstreepte passages de betekenis van de verklaring een andere is geworden, nu door het weglaten ervan het zou kunnen lijken alsof verdachte alleen met [slachtoffer] in de slaapkamer is geweest.

10. Uit de tot het bewijs gebezigde verklaring van [getuige 1] over het op bed leggen kan volgens mij niet “meer of minder” worden afgeleid dat verdachte alleen met [slachtoffer] in de slaapkamer is geweest dan uit de verklaring met de toegevoegde passages. Uit beide versies volgt immers dat [getuige 1] zelf heeft waargenomen dat verdachte [slachtoffer] heeft geholpen door de dekens over haar heen te doen en haar op bed te leggen. Dat kan alleen maar als [getuige 1] op dat moment in of in de buurt van de slaapkamer was en de deur open stond.
Van denatureren van de verklaring is naar mijn oordeel dan ook geen sprake.

11. De tweede klacht in de toelichting op het middel houdt in dat de bewezenverklaring slechts kan volgen uit de verklaring van [slachtoffer] en uit de verklaringen van anderen die verklaren over wat [slachtoffer] hen heeft verteld. Daarmee zou de bewezenverklaring slechts steunen op de verklaring van één getuige, nu de overige bewijsmiddelen (de verklaringen van verdachte zelf en de verklaring van [getuige 1]) onvoldoende steun geven aan de verklaring van [slachtoffer].

12. Het hof heeft in zijn arrest een nadere bewijsoverweging opgenomen zoals hierboven onder 6 weergegeven. Ik geef de specifieke overwegingen ten aanzien van de verklaringen van verdachte en [getuige 1] hieronder nogmaals weer:

“De verdachte heeft erkend dat [slachtoffer] in de tenlastegelegde periode verschillende keren bij hem in huis is geweest. Ook heeft hij erkend dat zij in bad is geweest en in zijn slaapkamer is geweest (proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 22 april 2017, p. 72 en 73).

Getuige [getuige 1], een vriend van de zoon van de verdachte, heeft verklaard dat hem was opgevallen dat [slachtoffer] bij [verdachte] iedere keer in bad wilde. Hij (de verdachte) zette haar dan in bad en deed dan de deur op slot en het duurde best lang voor hij terug kwam. Het duurde langer dan een half uur. Ook heeft hij gezien dat [slachtoffer] een keer is gaan slapen in het bed van de verdachte.

Naar het oordeel van het hof vindt de aangifte van [betrokkene 1] die gebaseerd is op de verklaring van [slachtoffer], afgelegd tegenover [getuige 2] en tegenover de politie in het studioverhoor, voldoende steun in andere bewijsmiddelen te weten de verklaring van de verdachte zelf alsmede de verklaring van getuige [getuige 1]. Daarbij overweegt het hof dat [slachtoffer] in overwegende mate consistent heeft verklaard en dat niet blijkt dat [slachtoffer] woorden in haar mond zijn gelegd.”

13. Volgens het tweede lid van art. 342 Sv - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Opmerking verdient nog dat het bij de in cassatie aan te leggen toets of aan het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv is voldaan, van belang kan zijn of de feitenrechter zijn oordeel dat dat het geval is, nader heeft gemotiveerd.1 Het is niet nodig dat het ondersteunend bewijs direct wijst op de betrokkenheid van verdachte.2 Het ondersteunend bewijs moet wel (deels) op zichzelf staan in de zin van dat het berust op eigen waarnemingen; het mag in ieder geval niet enkel te herleiden zijn op de bron van het hoofdbewijs.3

14. Uitgaand van dit kader kan in het onderhavige geval naar mijn mening niet gezegd worden dat de tot het bewijs gebezigde verklaring van [slachtoffer] onvoldoende steun vindt in het overige gebezigde bewijsmateriaal. De verklaring van [slachtoffer] vindt immers steun in de zelfstandige verklaringen van verdachte inhoudende dat [slachtoffer] toen zij 7 was verschillende keren bij hem thuis is geweest en dat [slachtoffer] bij hem thuis in bad is geweest en in de slaapkamer kwam. De verklaring van [slachtoffer] vindt daarnaast steun in de zelfstandige verklaring van getuige [getuige 1] dat [slachtoffer] bij verdachte thuis kwam, dat zij daar een paar keer in bad is geweest en dat verdachte dan de deur op slot deed en het dan best lang duurde voor hij weer terug kwam, en dat verdachte [slachtoffer], toen zij een keer moe was, op zijn bed legde en de dekens over haar heen hielp.

15. Gelet op de nadere bewijsoverweging is het oordeel van het hof, dat de verklaring van [slachtoffer] voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen te weten de verklaring van de verdachte zelf en die van de getuige [getuige 1], voldoende gemotiveerd en helemaal niet onbegrijpelijk.

16. Het middel faalt derhalve.

17. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

18. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Vgl. HR 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BS7910.

2 HR 10 juni 2014, ECLI:HR:2014:1354.

3 Vgl. HR 19 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1247, waar het steunbewijs niet op zichzelf stond, maar was terug te voeren op de verklaring van aangeefster.