Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2019:319

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
12-02-2019
Datum publicatie
02-04-2019
Zaaknummer
18/01020
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:470
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Conclusie AG over de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel indien sprake is van geldbedragen die het voorwerp zijn van witwassen, meermalen gepleegd. Samenhang met 18/01020.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 18/01020

Zitting: 12 februari 2019

(bij vervroeging)

Mr. F.W. Bleichrodt

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 3 februari 2017 door het gerechtshof Den Haag wegens “witwassen, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis.

  2. De onderhavige zaak hangt samen met de ontnemingszaak tegen de verdachte (17/02304), waarin ik vandaag ook concludeer.

  3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Er is geen schriftuur ingediend.

  4. Op 23 april 2018 is de aanzegging uitgereikt aan een huisgenoot van de verdachte (zijn vriendin) op zijn BRP-adres ([adres 1] in [plaats]), waarbij is voldaan aan de BRP-controle.1 Het in de cassatieakte vermelde adres van de verdachte komt overeen met zijn BRP-adres. Bij de stukken van het geding bevindt zich geen geschrift waaruit blijkt dat zich een raadsman heeft gesteld. Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, sub 1º, Sv, in verbinding met art. 588, derde lid, onder a, Sv, rechtsgeldig betekend.

5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.

6. Deze conclusie strekt tot de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Uit de aan de aanzegging gehechte ID-staat SKDB betreffende de verdachte van 30 april 2018 volgt dat de verdachte op de dag van de uitreiking van de aanzegging op dat adres stond ingeschreven in de BRP. Deze houdt immers in dat de verdachte niet was gedetineerd en dat hij met ingang van 14 juli 2014 stond ingeschreven op het adres [adres 1] in [plaats].