Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2019:292

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
26-03-2019
Datum publicatie
28-03-2019
Zaaknummer
17/06135
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:767
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/06086.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 17/06135

Zitting: 26 maart 2019

Mr. D.J.M.W. Paridaens

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 18 december 2017 het vonnis van de rechtbank Den Haag van 18 oktober 2016 bevestigd, behoudens ten aanzien van de opgelegde straf en de motivering daarvan, het vonnis in zoverre vernietigd en de verdachte ter zake van “medeplichtigheid bij het medeplegen van opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 dagen hechtenis.

  2. Er bestaat samenhang met de zaken 17/06086. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Namens de verdachte heeft mr. B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, beroep in cassatie ingesteld.

  4. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 14 april 2018 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 14 juni 2018. Gedurende deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.

  5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

  6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

plv. AG