Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2018:776

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
29-05-2018
Datum publicatie
11-07-2018
Zaaknummer
16/06085
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:1152
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Betekening appeldagvaarding, schrijfwijze van adres in Roemenië. Appeldagvaarding verzonden naar Roemeens adres dat qua schrijfwijze (ander nummer) afwijkt van Roemeense adressen in appelakte en schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen h.b. Kon Hof ervan uitgaan dat adres waaraan appeldagvaarding is verzonden laatst bekend adres van verdachte in buitenland was a.b.i. art. 588.2 Sv? Appeldagvaarding is verzonden naar het in p-v van tz. in h.b. vermelde adres A nr. 1 in Roemenië en retour gekomen, terwijl in appelakte als adres van verdachte is genoteerd adres A nr. 2 in Roemenië en in schriftelijke bijzondere volmacht tot het instellen h.b. als adres van verdachte is genoteerd adres A nr. 3 in Roemenië. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163, rov. 3.19 m.b.t. betekening dagvaarding in geval van bekendheid van adres van verdachte in het buitenland. In de bestreden uitspraak ligt als ‘s Hofs oordeel besloten dat appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend door toezending daarvan door OM aan het adres A nr. 1 in Roemenië. Hof heeft aan dat oordeel klaarblijkelijk ten grondslag gelegd dat dit adres heeft te gelden als het laatst bekende adres van verdachte in het buitenland. Gelet op de inhoud van de stukken van het geding is dit oordeel zonder nadere doch ontbrekende motivering niet begrijpelijk. HR verklaart appeldagvaarding nietig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 16/06085

Zitting: 29 mei 2018

(bij vervroeging)

Mr. G. Knigge

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, zitting houdende te Zwolle, heeft in een bij verstek gewezen arrest van 16 november 2016 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 17 februari 2016. In dat vonnis heeft de rechtbank de verdachte wegens "diefstal, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand met aftrek van het voorarrest.

  2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. P.D. Popescu, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

  3. Het middel

3.1. Het middel klaagt dat het hof de dagvaarding in hoger beroep ten onrechte niet nietig heeft verklaard, althans dat het hof ten onrechte het onderzoek ter terechtzitting niet heeft geschorst. Aan het middel is ten grondslag gelegd dat de verdachte ten onrechte niet is gedagvaard op zijn bij het instellen van het hoger beroep opgegeven adres.

3.2. De stukken van het geding houden, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

i) De raadsman van de verdachte (mr. Crince Le Roy, advocaat te Amsterdam) heeft door middel van een faxbericht van 27 februari 2016 een schriftelijke bijzondere volmacht zoals bedoeld in art. 450 lid 1 onder a en lid 3 lid Sv verleend om namens de verdachte hoger beroep in te stellen tegen het vonnis d.d. 17 februari 2016. Deze volmacht houdt in dat een afschrift van de dagvaarding kan worden toegezonden naar het woonadres van de verdachte: [a-straat] nr. 30 sector 3 in Boekarest te Roemenië. Vervolgens is op 29 februari 2016 de akte instellen hoger beroep opgemaakt, waaraan een uitdraai van de bijzondere volmacht is gehecht. Deze akte vermeldt als adres van de verdachte: [a-straat] 30 30, Boekarest, Roemenië.

ii) Een akte van uitreiking, gehecht aan de appeldagvaarding, houdt in dat de dagvaarding op 28 september 2016 is uitgereikt aan de griffier van de rechtbank Gelderland, omdat van de geadresseerde geen woon-of verblijfplaats in Nederland bekend is. Verder vermeldt deze akte dat de dagvaarding op 28 september 2016 als gewone brief is verzonden aan het adres [a-straat] 30 te Boekarest, Roemenië.

iii) De aan de appeldagvaarding gehechte ID-staat SKDB d.d. 3 november 2016 houdt in dat de verdachte niet gedetineerd is en dat van hem geen brp-adres beschikbaar is en vermeldt als laatst opgegeven woon- of verblijfplaats van de verdachte [a-straat] 30 te Boekarest, Roemenië, met als datum van registratie 12 december 2015. Deze ID-staat SKDB bevat verder een afbeelding van een op 12 december 2015 gescande identiteitskaart van de verdachte. Deze identiteitskaart vermeldt als adres van de verdachte: “[a-straat] nr.30”.

iv) Een aan de appeldagvaarding gehechte envelop met het opschrift “gerechtelijk schrijven”, met daarin kennelijk de appeldagvaarding die naar het adres [a-straat] 30 te Boekarest, Roemenië, was verzonden, is voorzien van een sticker die inhoudt dat het stuk retour afzender is gezonden met als reden: “Onvolledig/foutief adres en/of postcode”.

3.3. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 16 november 2016 houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

“De verdachte genaamd:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

wonende te Boekarest (Roemenië), [a-straat] 30,

is niet verschenen.

De voorzitter deelt mee dat het hof ervan uitgaat dat het juiste adres van verdachte te Boekarest in Roemenië [a-straat] 30 is en niet [a-straat] 30 30 zoals abusievelijk in de appelakte is vermeld.

Op vordering van de advocaat-generaal verleent het hof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.”

3.4. Indien als vaststaand kan worden aangenomen dat de verdachte niet is ingeschreven in een basisregistratie personen, niet in Nederland is gedetineerd en van hem ook niet een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland maar wel een adres in het buitenland bekend is, dient de betekening van de dagvaarding door toezending van de dagvaarding door het openbaar ministerie hetzij rechtstreeks aan het laatst bekende adres van de verdachte in het buitenland, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie te geschieden. Door die toezending is de dagvaarding rechtsgeldig betekend.1 Als datum waarop die betekening plaatsvindt, geldt de datum van de verzending van de dagvaarding, waarvan aantekening dient te worden gemaakt in de akte van uitreiking.2

3.5. In het bestreden arrest ligt, gelet op de mededeling van de voorzitter ter terechtzitting in hoger beroep dat het hof ervan uitgaat dat het juiste adres van verdachte te Boekarest in Roemenië [a-straat] 30 is, als oordeel van het hof besloten dat de appeldagvaarding door rechtstreekse toezending ervan aan het adres [a-straat] 30 te Boekarest in Roemenië rechtsgeldig is betekend, omdat dat dit adres heeft te gelden als het laatst bekende adres van de verdachte in het buitenland als hiervoor bedoeld. Dat oordeel komt mij in het licht van de hiervoor onder 3.2 onder i) en iii) aangehaalde stukken niet zonder meer begrijpelijk voor. Daaruit zou immers kunnen worden afgeleid dat het adres [a-straat] nr. 30 sector 3 (of althans het adres [a-straat] nr. 30 sector 3) te Boekarest in Roemenië het laatst bekende adres van de verdachte in het buitenland betreft, terwijl uit de stukken van het geding niet blijkt dat de appeldagvaarding is verzonden naar dat adres.

3.6. Ik merk daarbij nog op dat de gebezigde adressering ([a-straat] 30) niet lijkt te kunnen worden aangemerkt als een weliswaar niet geheel correcte, maar door de Roemeense posterijen wel onmiddellijk als zodanig te herkennen weergave van het laatst bekende adres (zoals wel het geval zou kunnen zijn met het verschil tussen [andere schrijfwijze a-straat] en [a-straat]). Dat wordt onderstreept door het onder 3.2 onder iv) aangehaalde stuk.

3.7. Het middel slaagt.

4. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1117, rov. 2.3.

2 HR 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5163, NJ 2002/317, m.nt. Schalken, rov. 3.19.