Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2018:730

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
22-05-2018
Datum publicatie
04-07-2018
Zaaknummer
17/05254
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:1067
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/03055 en 17/05274 P.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 17/05254

Zitting: 22 mei 2018

Mr. A.E. Harteveld

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft de verdachte bij arrest van 12 juni 2017 ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak”, het onder 2 en 5 bewezenverklaarde “diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak”, het onder 4 bewezenverklaarde “diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak”, het onder 6 bewezenverklaarde “diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming”, het onder 7 bewezenverklaarde “poging tot diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming”, het onder 8 bewezenverklaarde “diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak” en het onder 9 bewezenverklaarde “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen, één en ander zoals in het bestreden arrest vermeld.

  2. Er bestaat samenhang met de zaken 17/03055 en 17/05274. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Namens de verdachte is op 26 juni 2017 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 6 december 2017 aan de verdachte in persoon betekend. Namens hem zijn echter geen middelen van cassatie voorgesteld.

  4. Ingevolge art. 437 lid 2 Sv dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu de verdachte niet door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, dient hij in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG