Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2018:560

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
10-04-2018
Datum publicatie
05-06-2018
Zaaknummer
17/03078
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:840
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Cassatieschriftuur tardief. Schriftuur is buiten termijn ingekomen bij HR. Verdachte n-o. Samenhang met 17/00367, 17/00517, 17/00518, 17/00519 en 17/03080.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 17/03078

Zitting: 10 april 2018

Mr. E.J. Hofstee

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. Bij arrest van 18 januari 2017 is het vonnis van beroep door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, bevestigd, waarbij de verdachte wegens 1. “het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”, 2. “het medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd” en 3. “medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken” is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

  2. Er bestaat samenhang met de zaken 17/00367, 17/00517, 17/00518, 17/00519 en 17/03080. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.

  3. Namens de verdachte heeft mr. K. Tunç, advocaat te Hengelo (Overijssel) twee middelen van cassatie voorgesteld.

  4. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 15 juli 2017 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft op straffe van niet-ontvankelijkheid voor dat binnen twee maanden na betekening van deze aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie wordt ingediend. Deze termijn vangt aan daags na de dag waarop de aanzegging is betekend en is in de voorliggende zaak derhalve op 13 september 2017 geëindigd.

  5. Weliswaar is de cassatieschriftuur gedateerd op 13 september 2017, dat neemt niet weg dat blijkens de stukken van het geding de schriftuur eerst op 15 september 2017 per post is ingekomen ter griffie van de Hoge Raad.1 Blijkens de stukken van het geding is aan de rolraadsheer geen uitstel gevraagd voor het indienen van een schriftuur.

6. Nu niet is gebleken dat de verdachte binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv. Dat brengt met zich dat de verdachte in het ingestelde cassatieberoep niet kan worden ontvangen.

7. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de verdachte in het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Niet blijkt uit de gedingstukken dat de schriftuur (eerder) per fax bij de Hoge Raad is ingekomen.