Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2018:485

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
27-03-2018
Datum publicatie
23-05-2018
Zaaknummer
16/02163
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:743
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Witwassen door geldbedrag om te zetten, art. 420bis.1.b Sr. Berekening totaalbedrag m.b.v. eenvoudige kasopstelling waarbij zowel uitgaven van verdachte als van diens echtgenote zijn betrokken. Bewijsklacht witwasbedrag. Blijkens bewijsvoering heeft Hof geoordeeld dat verdachte als pleger van misdrijf a.b.i. art. 420bis.1.b Sr "een geldbedrag van ongeveer 162.990,70 euro" heeft omgezet door het doen van contante uitgaven aan o.m. vakanties/reizen, voertuigen en verbetering/verbouwing van de woning. In aanmerking genomen dat Hof de omvang van dat geldbedrag heeft ontleend aan de uit de b.m. blijkende resultaten van onderzoek naar de financiële situatie van verdachte en zijn echtgenote, terwijl het in het midden heeft gelaten in hoeverre de desbetreffende contante uitgaven door verdachte zelf zijn gedaan, heeft Hof bewezenverklaring v.zv. deze inhoudt dat verdachte "een geldbedrag van ongeveer 162.990,70 euro" heeft omgezet, niet toereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 17/03352 P.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 16/02163

Zitting: 27 maart 2018

(bij vervroeging)

Mr. D.J.C. Aben

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 23 oktober 2015 de verdachte ter zake van feit 1 “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod” en feit 4 “witwassen”, veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één jaar alsmede tot een taakstraf voor de duur van 230 uren, subsidiair 115 dagen hechtenis, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr.

2. Er bestaat samenhang met de zaak 17/03352. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

3. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Mr. R.W.J.L. Loonen, advocaat te Heerlen, en mrs. A. Çinar en A.B.E. van Kan, beiden advocaat te Maastricht, hebben drie middelen van cassatie voorgesteld.

4. Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

1.

hij op 1 september 2011 te Landgraaf opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 10.287 gram, 1 zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

4.

hij in het tijdvak van 1 januari 2007 tot en met 30 april 2012 te Landgraaf een geldbedrag van ongeveer 162.990,70 euro heeft omgezet, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.”

5. Alvorens ik toekom aan het eerste middel, zal ik aanvangen met een bespreking van het tweede en derde middel.

6. Het tweede middel heeft betrekking op feit 1 en klaagt in de kern dat het hof ten onrechte, althans onbegrijpelijk, tot het oordeel is gekomen dat de verdachte de hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad.

7. De bewezenverklaring van feit 1 (het opzettelijk aanwezig hebben van hennep) steunt op de volgende bewijsmiddelen:

1. Een proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina’s 50 t/m 54, voor zover inhoudende als eigen waarneming of bevinding van de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , zakelijk weergegeven:

Op donderdag 1 september 2011 betraden wij, [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , het bedrijfspand [A] VOF, gevestigd [vestigingsplaats] . Wij waren vergezeld van andere politieambtenaren.

Wij betraden het bedrijfspand via een openstaande deur. Wij kwamen in de showroom van het bedrijfspand uit. Direct links bevond zich een kantoorruimte en hierin zaten twee manspersonen.

Deze gaven op te zijn:

[verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] , wonende [woonplaats]

[betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] , wonende [woonplaats] .

Tijdens de doorzoeking werd aangetroffen en inbeslaggenomen:

Ruimte 1

Plastic zakken/sealbags hennep

- Tegen de achtermuur van de opslagruimte onder andere voorwerpen lagen vier grote zilver/grijze plastic zakken/sealbags, inhoudende gedroogde hennep.

De inbeslagneming van de hennep is geregistreerd op kennisgeving van inbeslagneming 2011102070-31, onder goednummer 1972386 en 1972389.

Praxis verhuisdoos hennep

- In de opslagruimte stond een Praxis verhuisdoos, inhoudende twee zakken gedroogde hennep.

De inbeslagneming van de hennep is geregistreerd op kennisgeving van inbeslagneming 2011102070-31, onder goednummer 1972393 en 1972395.

- In de opslagruimte lag tevens een weegschaal met schaal.

Ruimte 2:

Mobiele telefoons

- Een mobiele telefoon, merk LG, kleur roze, welke aan een lader aangesloten was.

- Een mobiele telefoon, merk Nokia, kleur zwart, welke naast het toetsenbord van de computer op het bureau lag.

Geldmachine

-Een geldtelmachine werd in een kast aangetroffen.

Ruimte 4

Elektrische schakelborden

- 2 elektrische schakelborden, zoals die aangetroffen worden bij hennepkwekerijen.

Ruimte 6

Op een douchecabine lag een plastic zakje, inhoudende gedroogde hennep.

De inbeslagneming van de hennep is geregistreerd op kennisgeving inbeslagneming 2011102070-31, onder goednummer 1972397.

Buiten bedrijfspand

- Op het terrein buiten het bedrijfspand werden lege plastic zakken, inhoudende hennepresten, aangetroffen.

De inbeslagneming van de plastic zakken is geregistreerd op kennisgeving van inbeslagneming 2011102070-24.

Inbeslagneming uit fouillering [verdachte]

Tijdens de fouillering van [verdachte] bleek dat deze in het bezit was van een mobiele telefoon, merk Nokia, kleur zwart.

2. Inschrijving bij de Kamer van Koophandel Limburg, dossierpagina 45, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Samenwerkingsverband

Rechtsvorm: vennootschap onder firma

Naam: [A] V.O.F.

Datum oprichting: 01-05-2011

Duur: Onbepaald

Onderneming

Handelsnaam: [A] V.O.F.

Startdatum ondememing:01 -04-2010

Activiteiten:

SBI-code: 46737 - Groothandel in sanitaire artikelen en sanitair installatiemateriaal

SBI-code: 47527 - Winkels gespecialiseerd in overige doe-het-zelfartikelen

Werkzame personen: 3

Vestiging

Handelsnaam: [A] V.O.F.

Bezoekadres: [adres]

Datum vestiging: 01-04-2010

Vennoten

Naam: [verdachte]

Geboortedatum en -plaats: [geboortedatum] -1968, [geboorteplaats]

Adres: [woonplaats]

Datum in functie: 01-05-2011 (datum registratie: 15-06-2011)

Naam: [betrokkene 2]

Geboortedatum en -plaats: [geboortedatum] -1973, [geboorteplaats]

Adres: [woonplaats]

Datum in functie:01-05-2011 (datum registratie: 15-06-2011)

Naam: [betrokkene 1]

Geboortedatum en -plaats: [geboortedatum] -1968, [geboorteplaats]

Adres: [woonplaats]

Datum in functie: 01-05-2011 (datum registratie: 15-06-2011)

Woerden, 29-08-2011 . Gegevens zijn vervaardigd om 15.05

4. 2 Een proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina’s 61 t/m 65, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Inbeslagneming

Plaats: Landgraaf

Datum: 1 september 2011

Verdachte

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [voornamen verdachte]

Geboren: [geboortedatum] 1968

Geboorteplaats: [geboorteplaats] /Nederland

Adres: [adres]

Postcode plaats: [woonplaats]

Beslag onder verdachte

Voorwerpnummer: (..).. 1972386

Object: Verdovende middelen (Hennep)

Aantal/eenheid: 4.600 gram

Voorwerpnummer: (..).. 1972389

Object: Verdovende middelen (Hennep)

Aantal/eenheid: 5.100 gram

Voorwerpnummer: (..).. 1972393

Object: Hennepafval

Aantal/eenheid: 417 gram

Inhoud: Gruis

Voorwerpnummer: (..)..1972395

Object: Verdovende middelen (Hennep)

Aantal/eenheid: 138 gram

Inhoud: Henneptoppen

Voorwerpnummer: (..)..1972397

Object: Verdovende middelen (Hennep)

Aantal/eenheid: 32 gram

5. Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, dossierpagina 66, voor zover inhoudende als eigen waarneming of bevinding van verbalisant [verbalisant 2] , zakelijk weergegeven:

Bij een door mij gehouden MMC kleur-reactietest bleek dat deze stof, voorzien van BVH goednummer 1972386, positief reageerde op de aanwezigheid van: hennep.

6. Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, dossierpagina 68, voor zover inhoudende als eigen waarneming of bevinding van verbalisant [verbalisant 2] , zakelijk weergegeven:

Bij een door mij gehouden MMC kleur-reactietest bleek dat deze stof, voorzien van BVH goednummer 1972389, positief reageerde op de aanwezigheid van: hennep.

7. Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, dossierpagina 70, voor zover inhoudende als eigen waarneming of bevinding van verbalisant [verbalisant 2] , zakelijk weergegeven:

Bij een door mij gehouden MMC kleur-reactietest bleek dat deze stof, voorzien van BVH goednummer 1972393, positief reageerde op de aanwezigheid van: hennep.

8. Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, dossierpagina 72, voor zover inhoudende als eigen waarneming of bevinding van verbalisant [verbalisant 2] , zakelijk weergegeven:

Bij een door mij gehouden MMC kleur-reactietest bleek dat deze stof, voorzien van BVH goednummer 1972395, positief reageerde op de aanwezigheid van: hennep.

9. Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, dossierpagina 74, voor zover inhoudende als eigen waarneming of bevinding van verbalisant [verbalisant 2] , zakelijk weergegeven:

Bij een door mij gehouden MMC kleur-reactietest bleek dat deze stof, voorzien van BVH goednummer 1972397, positief reageerde op de aanwezigheid van: hennep.

10. Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg op 25 maart 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

In het bedrijf verkochten we doucheruimtes e.d. Het was een showroom. Achter de showroom lagen twee rommelhokken. De klanten hadden geen zicht op die rommelhokken en kwamen daar ook niet. Het kantoor lag in de showroom. Ik kon vanuit het kantoor zien wie de showroom binnenkwamen. Een magazijn is een te mooie benaming voor de rommelhokken. Ik wil niets zeggen over de verdovende middelen. Ik zeg niet dat ik er niets vanaf wist.

We waren niet altijd met zijn drieën in de showroom aanwezig. Als geen van ons drieën in de showroom was, was de winkel gesloten.

8. Het hof heeft ten aanzien van het bewezenverklaarde feit, voor zover hier van belang, voorts het volgende overwogen:

Verweer ten aanzien van feit 1:

Vervolgens heeft de verdediging vrijspraak van feit 1 – het aanwezig hebben van hennep – bepleit op de grond dat verdachte de in het bedrijfspand aangetroffen hennep niet opzettelijk aanwezig heeft gehad. Volgens de verdediging is de hennep aangetroffen op plaatsen waar verdachte deze niet kon zien liggen.

Ook zou volgens de verdediging een scenario denkbaar zijn waarbij anderen de hennep - buiten medeweten van verdachte - in het pand hebben gelegd, nu dit ook voor anderen dan verdachte toegankelijk was.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Op 1 september 2011 is het bedrijfspand van [A] VOF te Landgraaf binnengetreden en doorzocht. Verdachte is medevennoot van dit bedrijf.

In de kantoorruimte van de showroom werd onder meer verdachte aangetroffen en aangehouden.

Tegen de achtermuur van een opslagruimte in het bedrijfspand werd gezien dat er vier grote zilver/grijze plastic zakken/sealbags lagen waarin gedroogde hennep bleek te zitten. Eveneens werd in die ruimte een verhuisdoos aangetroffen met daarin twee zakken gedroogde hennep. Ook lag er een weegschaal met schaal.

In een andere ruimte werden een geldtelmachine (in een kast) en meerdere mobiele telefoons aangetroffen. Ook werden in weer een andere ruimte twee elektrische schakelborden aangetroffen zoals die bij hennepkwekerijen worden gebruikt. Verder werd op een douchecabine een plastic zakje met gedroogde hennep aangetroffen. Op het terrein buiten het bedrijfspand werden plastic zakken met hennepresten aangetroffen.

Het hof stelt voorop dat opzettelijk aanwezig hebben in de zin van artikel 2 onder C van de Opiumwet vereist dat wordt vastgesteld dat de verdovende middelen zich in de machtssfeer van verdachte hebben bevonden.

Zoals het hof hiervoor heeft vastgesteld is gedroogde hennep op diverse plaatsen binnen en direct buiten het pand aangetroffen waarin het bedrijf waarvan verdachte medevennoot was aangetroffen. Verdachte is ook in dat pand aangehouden. De aangetroffen goederen lagen merendeels in het zicht. Verder werden aan hennepteelt gerelateerde voorwerpen aangetroffen zoals de schakelborden, de weegschaal en een geldtelmachine. Ook werden meerdere mobiele telefoons aangetroffen.

Het hof is van oordeel dat vorenstaande feiten in onderling verband en samenhang bezien de conclusie rechtvaardigen dat de aangetroffen hennep zich in de machtssfeer van verdachte heeft bevonden.

Het door de verdediging geschetste alternatieve scenario dat de hennep door anderen dan verdachte in het bedrijfspand is gelegd wordt door het hof onaannemelijk geacht. Op geen enkele wijze is dit scenario door de verdediging nader onderbouwd en evenmin is aangegeven welk belang die anderen er bij zouden hebben om een grote hoeveelheid hennep in het pand van verdachte, buiten zijn medeweten, te verbergen en daarbij het risico zouden lopen dat verdachte de hennep - die een zeer aanzienlijke waarde vertegenwoordigd - zou vernietigen of naar de politie zou brengen. Bovendien doet dit verweer niet af aan de hiervoor weergegeven vaststelling dat de hennep grotendeels in het zicht lag en derhalve ook voor verdachte waarneembaar moet zijn geweest.

Gelet op het vorenstaande wordt het andersluidende verweer van de verdediging verworpen en acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad.”

9. Het middel valt uiteen in twee klachten. In de toelichting betogen de stellers van het middel allereerst dat het hof bij de beoordeling of sprake is van het opzettelijk aanwezig hebben van hennep is uitgegaan van een onjuiste maatstaf. Het hof heeft immers niet beoordeeld of de verdachte wetenschap van die aanwezigheid heeft gehad, althans wetenschap van de aanmerkelijke kans (voorwaardelijk opzet) daarop, aldus de stellers van het middel.

10. Vooropgesteld moet worden dat voor de vraag of een verdachte opzettelijk verdovende middelen aanwezig heeft gehad als bedoeld in art. 2 onder C Opiumwet, dan wel als bedoeld in art. 3 onder C Opiumwet, niet doorslaggevend is aan wie de verdovende middelen toebehoren.3 Evenmin hoeft sprake te zijn van enige beschikkings- of beheersbevoegdheid.4 Voldoende is dat de onder de Opiumwet vallende middelen zich in de machtssfeer van de verdachte bevinden5 en dat de verdachte wetenschap heeft van de aanwezigheid van de verdovende middelen.

11. In het bestreden arrest stelt het hof voorop dat opzettelijk aanwezig hebben als bedoeld in de Opiumwet vereist dat wordt vastgesteld dat de aangetroffen hennep zich in de machtssfeer van de verdachte bevond. Uit de nadere bewijsoverwegingen blijkt voorts dat het hof heeft vastgesteld dat de gedroogde hennep is aangetroffen op diverse plaatsen binnen en direct buiten het pand waarin het bedrijf waarvan de verdachte medevennoot was is gevestigd, dat in dat pand aan hennep gerelateerde voorwerpen zijn aangetroffen, zoals schakelborden, een weegschaal en een geldtelmachine, en dat de hennep grotendeels in het zicht lag en derhalve voor verdachte waarneembaar moet zijn geweest. Tevens heeft het hof het door de verdediging geschetste alternatieve scenario - dat de hennep door anderen dan de verdachte in het bedrijfspand is gelegd - onaannemelijk geacht. Daarmee heeft het hof kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat de verdachte ook wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Gelet op hetgeen hiervoor onder 10 is vooropgesteld, getuigt mijns inziens het oordeel van het hof dat de verdachte de hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad, dan ook niet van een onjuiste rechtsopvatting en is dat oordeel toereikend gemotiveerd.

12. In de tweede plaats betogen de stellers van het middel dat het hof is afgeweken van het door de verdediging naar voren gebrachte uitdrukkelijk onderbouwde standpunt “dat de hennep op plaatsen uit het zicht van de verdachte lag” zonder daarvoor een toereikende motivering te geven.

13. Volgens de aan het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 9 oktober 2015 gehechte pleitnota heeft de raadsman van verdachte, voor zover hier van belang, het volgende aangevoerd:

“De aangetroffen hennep

16. Van de aangetroffen hennep schrok cliënt, zeker toen in de auto van zijn compagnon [betrokkene 2] ook nog eens een groot geldbedrag is aangetroffen. Zij begrijpen ook dat dan makkelijk één en één bij elkaar kan worden opgeteld. Echter ook hier moet niet te snel conclusies worden getrokken. Cliënt hadden geen wetenschap van de aanwezigheid van deze zakken met hennep en al helemaal niet van het zakje dat gevonden is op de bovenkant van een douchecabine.

17. Er wordt in casu primair het opzettelijk aanwezig hebben ten laste gelegd. Het dossier biedt daarvoor geen enkel aanknopingspunt. De hennep is gevonden op plekken waar cliënt het spul niet konden zien liggen en in een ruimte waar vele personen vrije toegang toe hadden, niet alleen willekeurige derden maar met name zijn compagnons, daarnaast ook toeleveranciers en afnemers. Client weet in ieder geval dat op de dag van de inval zijn toenmalige compagnon [betrokkene 2] het eerste in het pand was en dat in zijn auto een groot geldbedrag is gevonden.

18. Op de zakken zijn geen sporen gevonden die er op wijzen dat mijn cliënt deze in handen heeft gehad en cliënt heeft deze zaken ook niet in handen gehad. Geen enkel hard (forensisch) bewijs wijst in de richting van mijn cliënt. Uit het dossier blijkt ook niet hoe lang deze zaken daar al zouden liggen. Een mogelijk scenario is dat [betrokkene 2] handelde in weed, hij die nacht een deel van de weed die hij in zijn bezit had heeft verkocht voor het geldbedrag en de rest 's morgens heeft verstopt in het pand en ook een paar zakken met weedafval daar heeft neergezet.

19. Overigens gaat de rechtbank bij het onaannemelijk verklaren van het door derden daar neerleggen van de contrabande er vanuit dat deze derden daarover nadenken. Misschien was er wel sprake van een panieksituatie of waren zij heel dom.

20. Nogmaals cliënt weet dat hij het spul daar niet heeft neergelegd, noch wist dat het er was. Hij weet ook dat in ieder geval [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , de vrouw van [betrokkene 2] , leveranciers tijdelijk montagepersoneel en klanten ook toegang hadden tot de hal. Hoe moest cliënt in voornoemd scenario wetenschap hebben van de aanwezigheid. Van het opzettelijk aanwezig hebben kan derhalve geen sprake zijn.

21. De rechtbank oordeelt dat er wel sprake is van opzettelijk aanwezig hebben van de 10 kilo hennep omdat, kortgezegd cliënt een luxe ingerichte woning heeft en andere luxe zaken bezit, deze niet kunnen zijn aangeschaft uit legale middelen, cliënt dus handelde in hennep (want hij werkte voor een koffieshop), dus hij (anders dan de andere twee medeverdachten [betrokkene 2] en [betrokkene 1] ) wel moest weten dat er hennep in het bedrijfspand lag. Deze redenering kan niet worden gevolgd.

14. Ingevolge art. 359, tweede lid, tweede volzin, Sv dient een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat door de rechter niet is aanvaard, in de uitspraak beargumenteerd te worden weerlegd. Omtrent de aan de mate van motivering te stellen eisen komt onder meer betekenis toe aan de inhoud en indringendheid van de aangevoerde argumenten. De motiveringsplicht gaat voorts niet zo ver dat bij de niet-aanvaarding van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt op ieder detail van de argumentatie moet worden ingegaan.6

15. Gelet op de onder 8 weergegeven overwegingen van het hof heeft het hof zijn afwijkende beslissing op het standpunt voldoende en niet-onbegrijpelijk gemotiveerd.

16. Het tweede middel faalt.

17. Het derde middel heeft betrekking op feit 4 en klaagt dat het bewezenverklaarde niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Met name kan daaruit niet worden afgeleid dat de verdachte een bedrag van € 162.990,70 heeft omgezet. In de toelichting betogen de stellers van het middel dat de gebezigde bewijsmiddelen uitgaan van berekeningen en vaststellingen die zowel op de verdachte als zijn echtgenote [betrokkene 5] betrekking hebben. Het hof heeft ten onrechte uitgaven die zijn gedaan door de echtgenote van de verdachte toegeschreven aan de verdachte, aldus de stellers van het middel.

18. De bewezenverklaring steunt, voor zover voor de bespreking van het middel relevant, op de volgende bewijsmiddelen:

“(…)

2.Proces-verbaal van bevindingen, op 20 september 2012 op ambtseed opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] voornoemd (dossierpagina’s 104 t/m 106), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

In het kader van een financieel onderzoek werd door mij een onderzoek ingesteld naar het girale verkeer op de zakelijke bankrekeningen van het bedrijf [A] in het kader van een onderzoek ter zake witwassen tegen de verdachten:

[verdachte]

en zijn echtgenote

[verdachte] e/v [verdachte] .

In het kader van de kasopstelling werd door mij, verbalisant, onderzoek gedaan naar eventuele contante onttrekkingen van de verdachte uit de kas van het bedrijf.

Resumé

Uit het ter beschikking staande kasboek blijken geen privé-onttrekkingen van verdachte [verdachte] .

3. Proces-verbaal bevindingen, op 1 november 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] voornoemd (dossierpagina’s 26 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

(blz.29)

Witwasverdenking/ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

Op verzoek van de Officier van Justitie Mr. Scharenborg werd door mij, verbalisant [verbalisant 1], nader onderzoek gedaan naar de financiële situatie van de verdachten [verdachte] en zijn echtgenote [betrokkene 5].

2. Onderzoeksperiode:

Het financiële onderzoek tegen verdachten strekt zich uit over de periode van 1 januari 2007 tot en met 23 augustus 2012 (datum 2e doorzoeking woning).

(blz. 33)

Beginsaldo kas:

Aangezien niet is gebleken dat de verdachten [verdachte] en [betrokkene 5] aan het begin van de onderzoeksperiode over contanten konden beschikken, ben ik, verbalisant, in de berekening ervan uitgegaan dat de verdachten aan het begin van de onderzoeksperiode (1 januari 2007) geen bedrag contant ter beschikking hadden.

Het beginsaldo van de kasopstelling is door mij, verbalisant, op nihil gesteld.

Legale contante inkomsten:

Opnames Nederlandse bankrekeningen:

De verdachten [verdachte] en [betrokkene 5] hebben tijdens de onderzoeksperiode in totaal een bedrag van € 14.376,22 contant van de bankrekeningen opgenomen.

Beschikbaar voor contante uitgaven:

Tijdens de onderzoeksperiode hadden de verdachten [verdachte] en [betrokkene 5] dus € 14.376,22 beschikbaar voor contante uitgaven, zijnde het beginsaldo van zijn kas (nihil) aangevuld met de totale contante opnames van de banken, zijnde € 14.376,22.

4.Proces-verbaal van bevindingen contante uitgaven [verdachte] en [betrokkene 5], op 31 oktober 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] voornoemd (dossierpagina’s 256 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Aangetroffen bonnen en facturen

Tijdens de doorzoekingen in de woning van de verdachten werd een aantal bonnetjes/facturen aangetroffen met betrekking tot contante uitgaven.

5.Een schriftelijk bescheid, betreffende een excel-overzicht van de facturen en bonnetjes, als bijlage 4.1 gevoegd bij het proces-verbaal van bevindingen hiervoor onder 4 weergegeven, dossierpagina 269, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

datum

firma

omschrijving

bedrag

15-02-12

[…]

Ligplaats zomer boot

€ 529,35

07-09-11

[…]

Kosten caravan

€ 26,00

10-10-11

[…]

Voorschot liggeld boot

€ 100,00

04-04-11

Hornbach

buitenkabel

€ 32,45

24-11-11

Intratuin

rubbermat

€ 19,95

29-11-11

Nespresso

koffie

€ 168,00

24-12-11

Media Markt

app. iTunes

€ 50,00

25-08-08

[…]

Aankoop mini

€ 10.500,00

09-06-08

[…]

schakelaar

€ 8,02

? 2008

Belastingdienst

BPM Mini Cooper

€ 2.673,00

30-04-08

[…]

reparatie/onderhoud

€ 267,35

28-04-10

Fifa

3 WK finale tickets

€ 2.030,08

22-02-08

[…]

rijopleiding

€ 585,00

09-06-09

[…]

2 relaxfauteuil

€ 798,00

27-03-12

[…]

windowwasher

€ 79,00

27-11-07

[…]

Yamaha motor

€ 7.990,00

20-04-07

[…]

Waterscooter Yamaha

€ 9.400,00

13-06-08

[…]

reparatie/onderhoud

€ 2.421,86

31-01-07

[…]

sieraad

€ 1.500,00

03-06-09

Gemeente Landgraaf

verkl. Gedrag

€ 30,05

22-06-09

Huisdiercrematorium

Crematie Tibor

€ 143,40

28-01-12

[…]

Lenzen

€ 497,80

01-10-11

[…]

Bemiddelingskosten verkoop mini

€499,99

28-03-12

Thomas Cook Travel shop

reis Turkije juli 2012

€ 1.748,00

17-01-12

Thomas Cook Travel shop

reis Italië juli 2012

€ 719,00

20-01-12

Seat en sofa’s

meubels

€ 1.727,50

27-05-10

Satellietdiscount

Dreambox 800

€ 409,95

Overweging hof: uit deze bonnen en facturen volgen contante uitgaven van in totaal € 45.068,85, welk bedrag het hof heeft gecorrigeerd tot € 44.953,85 (zie midden op pagina 9 van het arrest).

6.Proces-verbaal van bevindingen contante uitgaven [verdachte] en [betrokkene 5] (hiervoor onder genoemd), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

(blz. 257)

Nibud uitgaven:

Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafhankelijke stichting die onder andere tot doel heeft inzicht te geven in de inkomsten en uitgaven van particuliere huishoudens.

Bij het bepalen van de uitgaven volgens het NIBUD ben ik, verbalisant, (in het voordeel van de verdachten) van de het laagste inkomen uit de NIBUD tabellen uitgegaan.

Bij de berekening van deze uitgaven heb ik gebruik gemaakt van het NIBUD jaarboek 2009-2.

Dit is ongeveer in het midden van de onderzoeksperiode. Aangezien de cijfers per jaar slechts marginaal wijzigen, heb ik in het voordeel van de verdachten niet elk jaar afzonderlijk berekend, maar heb ik de cijfers van 2009 gehanteerd. Voor de gehele onderzoeksperiode werden de budgetcijfers voor een 2 persoonshuishouden.

Nibud 2009-2

(2 persoonshuishouden)

Voeding per maand

€ 273,-

Overige huishoudelijk uitgaven

(toiletartikelen, kapper e.d.)

€ 135,-

Kleding en schoeisel

€ 79,-

Contributies/abonnementen

€ 48,-+

Totaal per maand

€ 535,-

(blz. 259)

Vakanties/reizen:

Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachten werden onder andere twee facturen van reisbureau Thomas Cook Travel Shop, Hoofdstraat 138B te Landgraaf aangetroffen en in beslag genomen.

Tijdens de onderzoeksperiode betroffen dit de volgende contante betalingen m.b.t. de volgende reizen:

Juli 2011

Italië 1/6 deel van de totale reissom

€ 1.036,08

April 2011

Jamaica 2/6 deel van de totale reissom

€ 2.624,56

Juli 2010

Zuid-Afrika 2/4 deel van de totale reissom

€ 7.885,43+

Totaal

€ 11.546,07

(blz. 260)

Voer/vaartuigen

(blz. 264/265)

Resumé voer- en vaartuigen:

In de kasopstelling is een bedrag voor uitgaven voor voer- en vaartuigen meegenomen. Dit bedrag is als volgt samengesteld:

Renault Trafic

€ 5.250,-

Porsche Cayenne

€ 20.000,-

Audi A4

€ 22.500,-

Audi TT

€ 20.000,-

(hof: correctie in arrest – pagina 10)

Mini Cooper

€ 5.250,-

Bayliner

€ 8.500+

Hof: Totaal

€ 81.500,-

(blz. 260)

Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachten d.d. 23 augustus 2012 werd een zogenaamde iPad aangetroffen en in beslag genomen.

Door de afdeling digitale expertise van de politie Limburg-Zuid werd dit apparaat op forensische wijze uitgelezen.

Renault Trafic:

Op de iPad werd een foto aangetroffen van een Renault Trafic met kenteken [AA-00-BB]. Uit de registers van de Rijksdienst voor het Wegverkeer blijkt dat de kentekenhouder – vóór de verdachte [verdachte] – [E] uit Wouw was.

De verkoopfactuur werd door mij, verbalisant, bij [E] gevorderd.

Uit de e-mail en een afschrift van de factuur van [E] blijkt dat door de verdachte [verdachte] een bedrag van € 12.500,- contant betaald is voor deze auto.

Uit de registers van de Rijksdienst voor het Wegverkeer blijkt verder dat de Renault sinds 14 maart 2012 op naam staat van [F] B.V., [c-straat 1] te Landgraaf.

De eigenaar van dit bedrijf werd door mij verbalisant als getuige gehoord op 5 september 2012.

Hij verklaarde € 7.250,- contant te hebben betaald voor de auto.

In de kasopstelling wordt een bedrag van € 5.250,- voor de Renault Trafic meegenomen, zijnde het aankoopbedrag van € 12.500,- minus het verkoopbedrag van € 7.250,-.

(blz. 262)

Audi A4 [CC-00-DD]:

Zoals blijkt uit de factuur van [G] is bij de aanschaf van de Porsche Cayenne een Audi A4 Cabriolet met kenteken [CC-00-DD] ingeruild.

Deze auto stond destijds op naam van de verdachte [verdachte] .

Aan de ingeruilde auto werd een waarde toegekend van € 22.500,-.

Deze auto stond vanaf 8 juni 2007 op naam van de verdachte [verdachte] .

Ondanks het feit dat het aannemelijk is, dat verdachte méér dan dit bedrag voor de auto betaald heeft, wordt in het voordeel van de verdachte dit bedrag van € 22.500,- in de kasopstelling meegenomen als zijnde de aankoop van de Audi A4.

Audi TT 84-SBT-9 :

Uit onderzoek is gebleken dat deze auto is ingevoerd vanuit België. Op het moment van aankoop (1 september 2011) was de auto 4 jaar en negen maanden oud.

Op het internet worden vergelijkbare auto's van dezelfde leeftijd aangeboden voor ongeveer € 35.000,-.

Mini Cooper [GG-00-HH]:

Ook deze auto is waarschijnlijk ingevoerd vanuit het buitenland. Op het moment van aankoop (27 augustus 2008) was de auto 4 jaar en 8 maanden oud.

Op het internet worden vergelijkbare auto's van dezelfde leeftijd aangeboden voor ongeveer € 17.000,-.

Tijdens de doorzoeking van de woning werd een rekening aangetroffen, waaruit blijkt dat deze auto door autobedrijf [H] uit Landgraaf is verkocht voor de verdachten voor een bedrag van € 11.750,-.

In de kasopstelling wordt een bedrag van € 5.250,- (€ 17.000,- geschatte aankoop, minus € 11.750,- - de verkoop door [H]) meegenomen voor de aankoop van de Mini Cooper S met kenteken [GG-00-HH].

(blz. 265)

Verbetering/verbouwing woning:

Terrasoverkapping

Tijdens de doorzoeking van de woning werden een aanvraag bouwvergunning d.d. 29 september 2008 en een bouwvergunning d.d. 4 november 2008 van de gemeente Landgraaf aangetroffen en in beslag genomen.

Het betreft hier de bouw van een serre aan de achtergevel van de woning van de verdachten [b-straat 1] te [woonplaats].

Volgens de bouwvergunning bedragen de bouwkosten € 11.400,- en zullen de bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd door [I] te Landgraaf.

Door mij verbalisant werd bij genoemd firma de uitlevering gevorderd van de factuur van deze werkzaamheden.

Door [I] B.V. werd een afschrift van twee facturen van een terrasoverkapping ter waarde van € 5.127,- aan mij, verbalisant, per e-mail toegezonden.

19. Het hof heeft voorts, voor zover hier van belang, het volgende overwogen:

“Algemeen

Onder feit 4 is - kort gezegd - het witwassen van een geldbedrag van € 262.318,09 ten laste gelegd.

Voormeld bedrag is gebaseerd op de in het proces-verbaal van politie op 1 november 2012 opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1], opgenomen op de doorgenummerde pagina’s 26 t/m 38 van het dossier met nummer 60-105125, met bijlagen. In dit proces-verbaal wordt aan de hand van een kasopstelling over de onderzoeksperiode van 1 januari 2007 tot en met 23 augustus 2012 tot voormeld bedrag gekomen.

Bij een kasopstelling wordt de omvang van onverklaarbare inkomsten aangetoond wanneer meer contante uitgaven zijn gedaan dan op basis van contante ontvangsten mogelijk is geweest.

De kasopstelling in het dossier heeft de navolgende opzet (dossierpagina 37):

Beginsaldo Kas: NIHIL

+/+Legale contante ontvangsten: € 14.376,22

= Beschikbaar voor contant: € 14.376,22

-/- Werkelijk gedane uitgaven: € 276.694,31

= Theoretisch berekend eindsaldo kas: -/- € 262.318,09

Met de rechtbank neemt het hof in vorenstaande opstelling niet mee het werkelijke eindsaldo kas ten bedrage van € 29.375,- nu dit het aangetroffen geldbedrag was voortkomend uit een delict waarvoor verdachte is vrijgesproken.

Onderzoeksperiode

Anders dan in voormeld proces-verbaal en de Rechtbank, zal het hof voormelde onderzoeksperiode beperken tot de onder 4 primair ten laste gelegde en bewezenverklaarde periode, derhalve van 1 januari 2007 tot en met 30 april 2012. Voorzover dat gevolgen heeft voor posten uit de kasopstelling, zal dat hierna aan de orde komen.

De posten uit voormelde kasopstelling komen hierna aan de orde voorzover deze door de verdediging zijn betwist.

(…)

Werkelijk gedane uitgaven

In het dossier zijn de navolgende werkelijk uitgaven in de kasopstelling opgenomen:

- contante stortingen op bankrekeningen

- bonnen/facturen

- Nibud-uitgaven

- Vakanties/reizen

- Voer- en vaartuigen

- Verbetering/verbouwing woning

Contante stortingen op bankrekeningen

In het dossier is in de kasopstelling meegenomen contante stortingen op bankrekeningen van verdachte en diens partner ten bedrage van € 60.932,69.

Anders dan de rechtbank zal het hof deze contante stortingen op een bankrekening niet bij de kasopstelling betrekken nu deze geldbedragen door de enkele storting op een rekening niet zijn omgezet als hiervoor onder 4 primair bewezen.

Ten aanzien van de overige uitgaven

Standpunt verdediging

De verdediging heeft gesteld dat er raakvlakken (naar het hof begrijpt: overlappingen) zijn tussen enerzijds de NIBUD-uitgaven en de overige hiervoor weergegeven uitgavenposten (beschreven op de dossierpagina’s 256 e.v.). Als voorbeeld heeft de verdediging onder meer gewezen op de uitgaven voor vakanties die eveneens onder de NIBUD-norm voor recreatie vallen.

Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat er inderdaad raakvlakken/overlappingen bestaan tussen enerzijds de NIBUD-uitgaven en de andere hiervoor weergegeven uitgaven. Teneinde dubbeltellingen te voorkomen zal het hof alleen de navolgende NIBUD-normen hanteren:

- voeding

€ 273,- per maand

- overige huishoudelijke uitgaven

€ 135,- per maand

- kleding en schoeisel

€ 79,- per maand

- contributies/abonnementen

€ 48,- per maand +

Totaal:

€ 535,- per maand

De NIBUD-normen terzake van “vervoer”, “inventaris”', “onderhoud huis/tuin” en “recreatie” worden niet door het hof gehanteerd, nu voor deze posten raakvlakken/overlappingen aanwezig zijn met bonnen en facturen e.d. die bij de van het wederrechtelijk verkregen voordeel zijn gehanteerd.

Over de gehele onderzoeksperiode van 1 januari 2007 tot en met 30 april 2012 (64 maanden) levert dit aan NIBUD-uitgaven op een bedrag van (64 x € 535,-=) € 34.240,- .

Contante uitgaven uit bonnen/facturen

De contante uitgaven uit bonnen en facturen zijn in het dossier gesteld op € 45.068,85. Gelet op hetgeen het hof hiervoor ten aanzien van de onderzoeksperiode heeft overwogen zal het met de facturen meenemen terzake “[…]” (€ 35,-) en “[…] (€ 80,-), derhalve in totaal een bedrag van € 115,-. Daarmee stelt het hof deze post op € 44.953,85.

Contante uitgaven vakanties/reizen

In het dossier zijn contante uitgaven ten bedrage van € 11.546,07 meegenomen voor reizen naar Italië (Juli 2011), Jamaica (April 2011) en Zuid-Afrika (Juli 2010).

Tevens is een bedrag van € 1.000,- terzake een onbekende reis opgenomen. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat deze uitgavenpost onvoldoende is onderbouwd en zal deze niet als contante uitgave meenemen.

Contante uitgaven voer- en vaartuigen

In de kasopstelling is terzake de contante uitgaven een totaalbedrag opgenomen van € 98.599.-

De verdediging heeft verweer gevoerd terzake de navolgende posten:

Renault Trafic

Voor een Renault Trafic is in de kasopstelling een bedrag van € 5.250,- meegenomen als aankoopbedrag van € 12.500,- minus het verkoopbedrag van € 7.250.-.

In eerste aanleg heeft de verdediging gesteld dat bij de aankoop van voormelde auto een Mercedes Vito is ingeruild waardoor een gering bedrag is bijbetaald. In het hoger beroep is dit verweer niet langer gehandhaafd, maar heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de Mercedes Vito op 6 januari 2010 is verkocht aan een zekere J. Vliegen voor een bedrag van € 7.000,- waarmee de kasopstelling gecorrigeerd zou moeten worden.

Het hof volgt de verdediging niet in laatstgenoemd standpunt vanwege het ontbreken enige onderbouwing.

Het hof zal overeenkomstig de kasopstelling de uitgave terzake de Renault Trafic stellen op € 5.250,-.

Audi A4

In de kasopstelling is voor de aankoop van een Audi A4 een bedrag van € 22.500,- opgenomen.

De verdediging heeft zijn in eerste aanleg gevoerde verweer herhaald dat op deze auto een BMW en een Kawasaki-motor is ingeruild waardoor verdachte niet meer dan € 7.500,- zou hebben bijbetaald.

Met de rechtbank verwerpt het hof dit verweer, nu deze stelling niet nader is onderbouwd met facturen/geschriften waaruit van deze inruil en waarden is gebleken. Daaraan doen niet af de thans in hoger beroep overgelegde RDW-uitdraaien van de BMW en Kawasaki-motor.

Audi TT

In de kasopstelling is voor de aankoop van een Audi TT een bedrag van € 35.000,- opgenomen.

De verdediging heeft gesteld dat voor deze auto een bedrag van € 25.000 - is betaald voor welk bedrag verdachte € 15.000,- van [betrokkene 1] heeft geleend.

De stelling van de verdediging dat € 25.000,- voor de Audi TT is betaald wordt op geen enkele wijze onderbouwd en derhalve door het hof verworpen. Wel acht het hof aannemelijk dat verdachte € 15.000,- heeft geleend voor de aankoop van deze auto.

Gelet op het vorenstaande zal het hof (€ 35.000, -/- € 15.000,-=) € 20.000,- als contante uitgave in aanmerking nemen.

Mini Cooper

In de kasopstelling is voor de aankoop van een Mini Cooper een bedrag van € 5.250,-. Dit betreft het geschatte bedrag van aankoop ten bedrage van € 17.000,- minus € 11.750,- zijnde het bedrag waarvoor de auto uiteindelijk is verkocht.

De verdediging heeft zijn in eerste aanleg gevoerde verweer herhaald dat de auto zou zijn aangekocht met een speelwinst ten bedrage van € 10.500,- welke door de partner van verdachte in een casino zou zijn behaald. Ten bewijze daarvan is in hoger beroep een handgeschreven verklaring van de partner van verdachte overgelegd waaruit van deze speelwinst zou blijken.

Het hof volgt de verdediging niet in dit verweer vanwege de onvoldoende onderbouwing ervan. Daaraan doet de eerst in hoger beroep overgelegde handgeschreven verklaring van de partner van verdachte niet af. Het had verdachte mogelijk meer gebaat wanneer uit een geschrift van het casino zou blijken van de uitkering van deze speelwinst en verder zou blijken van een aanwending van die speelwinst voor de aankoop van deze auto.

Batavus fiets

In de kasopstelling is voor een Batavus fiets een bedrag van € 2.099,- opgenomen.

De verdediging heeft zijn in eerste aanleg gevoerde verweer herhaald dat de fiets een afscheidscadeau voor de partner van verdachte is geweest afkomstig van haar inmiddels overleden moeder. Ter onderbouwing van deze stelling heeft de verdediging in hoger beroep een handgeschreven verklaring van de partner van verdachte overgelegd waarin is neergelegd dat de partner dit bedrag van haar moeder zou hebben ontvangen voor de aankoop van de fiets.

Met overlegging van voormeld handgeschreven brief acht het hof de stelling van de verdediging genoegzaam onderbouwd en zal het de kasopstelling met genoemd bedrag corrigeren.

De totaalpost terzake de uitgave voor voer- en vaartuigen wordt daarmee door het hof gesteld op: (€ 98.599,- -/- 15.000,- (correctie Audi TT) -/-
€ 2.099,- (correctie fiets=) € 81.500,- .

Contante uitgaven verbetering/verbouwing woning

In de kasopstelling is terzake de contante uitgaven voor de woning een bedrag opgenomen van in totaal € 5.127,- in verband met de bouw van een terrasoverkapping.

Samenvattend met betrekking tot de contante uitgeven:

Met inachtneming van het vorenstaande stelt het de contante uitgaven als volgt vast:

- Contante uitgaven uit bonnen/facturen

€ 44.953,85

- NIBUD-uitgaven

€ 34.240,-

- Contante uitgaven vakanties/reizen

€ 11.546,07

- Contante uitgaven voer- en vaartuigen

€ 81.500,-

- Contante uitgaven verbetering/verbouwing woning

€ 5.127,-+

Totaal:

€ 177.366,92

Samenvattend met betrekking tot de kasopstelling

Op grond van al het vorenstaande stelt het hof de uiteindelijke kasopstelling als volgt vast:

Beginsaldo kas:

nihil

+/+ Legale contante ontvangsten:

€ 14.376,22

= Beschikbaar voor contant:

€ 14.376,22

-/- Werkelijke contante uitgaven:

€ 177.366,92

= verschil:

€ 162.990,70 NEGATIEF

Gelet op het vorenstaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een geldbedrag van € 162.990,70 heeft witgewassen.

Het andersluidende verweer van de verdediging wordt verworpen.”

20. De bewezenverklaring van het ten laste gelegde ‘omzetten’ van ongeveer 162.990,70 euro’s die van misdrijf afkomstig zijn, steunt kennelijk op de volgende gedachtegang. Allereerst heeft het hof de verdachte en zijn partner in dit verband aangemerkt als een economische eenheid. Het hof heeft vervolgens de omvang van het voordeel dat deze economische eenheid over de periode van 1 januari 2007 tot en met 30 april 2012 wederrechtelijk moet hebben verkregen geschat aan de hand van een zogeheten ‘eenvoudige kasopstelling’. Vervolgens heeft het hof de uitkomst daarvan onder meer gecorrigeerd voor een bedrag van 60.932,69 euro, dat niet is ‘witgewassen’ als bedoeld in art. 420bis Sr, doch gestort op een bankrekening (naar ik begrijp: zonder dat blijkt dat deze gedraging op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat geldbedrag was gericht).7

21. Tot zover kan ik de gedachtegang van het hof goed volgen. ‘s Hofs beslissing om uit te gaan van een economische eenheid, te weten de gemeenschappelijke huishouding van de verdachte en zijn echtgenote, strekt er – naar ik begrijp – toe om met behulp van een eenvoudige kasopstelling inzichtelijk te maken wat de daadwerkelijke omvang is geweest van de stroom van illegale inkomsten. Die zou in deze methodiek onderschat kunnen worden indien de ‘cash flow’ van slechts één van de partners binnen een gemeenschappelijke huishouding in aanmerking wordt genomen.8 De mogelijkheid van onderschatting doet zich met name voor in het geval voornamelijk de andere partner de contante uitgaven voor (zijn of) haar rekening neemt. Indien er bovendien aanwijzingen zijn dat de verdachte als enige binnen een economische eenheid verantwoordelijk is voor het genereren van het wederrechtelijk verkregen voordeel, zou de omvang daarvan langs deze weg meer accuraat kunnen worden bepaald.

22. Problematisch is echter de volgende stap in ’s hofs gedachtegang. Het hof heeft bewezen geacht dat de verdachte het genoemde geldbedrag, dat wederrechtelijk verkregen voordeel belichaamt, heeft omgezet door de aanschaf van goederen. Uit de bewijsvoering kan de bewezenverklaring echter niet in volle omvang worden afgeleid. In het genoemde bedrag zijn de door de partner van de verdachte gedane uitgaven namelijk mede betrokken. Die uitgaven kunnen echter niet zonder meer worden aangemerkt als omzettingen die door de verdachte zelf zijn verricht. De bewezenverklaring is in zoverre ontoereikend gemotiveerd. Het middel klaagt daarover terecht.

23. Het voert m.i. te ver om een poging te doen dit gebrek in cassatie te herstellen.

24. Het middel slaagt.

25. Het eerste middel, dat klaagt over een schending van de redelijke termijn in de fase van cassatie, behoeft daardoor geen bespreking.

26. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

27. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 De bewezenverklaring in het bestreden arrest vermeldt op deze plaats “kilo” in plaats van (thans) “gram”. Ik heb deze wijziging aangebracht in het licht van hetgeen het hof in de aanvulling van 13 juni 2017 op het verkorte arrest van 23 oktober 2015 heeft overwogen met betrekking tot de bewezenverklaring van feit 1: “Feit 1: In de tenlastelegging en de bewezenverklaring wordt gesproken van 10.287 kilo hennep. Dit is een kennelijke verschrijving. Aangetroffen en in beslag genomen is een hoeveelheid van 10.287 gram. Daar is het hof ook van uitgegaan. De tenlastelegging en de bewezenverklaring dienen op dit punt verbeterd te worden gelezen.” De bewezenverklaring kan m.i. met herstel van deze kennelijke misslag worden gelezen. Over deze kwestie is in cassatie trouwens geen klacht geformuleerd.

2 Ook in de aanvulling op het verkorte arrest springt de nummering van (bewijsmiddel) 2 over naar (bewijsmiddel) 4.

3 Zie: HR 28 mei 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC8903, NJ 1985/822 m.nt. Th. W. van Veen.

4 Zie: HR 23 september 1980, ECLI:NL:HR:1980:AC6985, NJ 1981/15.

5 Zie: HR 15 september 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC4312, NJ 1987/359 en HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3696, RvdW 2016,186.

6 Zie: HR 11 april 2006, LJN AU9130, NJ 2006/393, m.nt. Buruma, ro 3.8.4 onder d, en HR 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:238, NJ 2014/279 m.nt. T.M. Schalken.

7 Vgl. HR 7 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2913, NJ 2014/500.

8 Zie A.J. Butter-Sintenie, M.R. van Diggelen, E.A.H. Weusenraad, ‘Methodiek van de kasopstelling’, aFPakken, najaar 2014, nr. 72, p. 9, alsmede gerechtshof ’s-Hertogenbosch 7 maart 2016, JOW 2017/4.