Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2018:472

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
22-05-2018
Datum publicatie
23-05-2018
Zaaknummer
16/04644
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:1073
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Conclusie AG over bewijsvoering oplichting via Marktplaats. De AG geeft de Hoge Raad in overweging het arrest van het hof te vernietigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 16/04644

Zitting: 22 mei 2018

Mr. A.E. Harteveld

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 31 augustus 2016 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens primair “medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander als nader in het arrest omschreven.

  2. Er bestaat samenhang met de zaken 16/04640 en 16/04643. In deze zaken heeft Uw Raad reeds arrest gewezen op 6 juni 2017.1

3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. R.A.C. Frijns, advocaat te Arnhem, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.

3.1. Het eerste middel klaagt dat het hof op onbegrijpelijke wijze is afgeweken van het uitdrukkelijke standpunt van de verdediging inhoudende dat hij het feit niet heeft medegepleegd nu hij niet wist dat er kennelijk iets anders werd verzonden dan was overeengekomen. Voorts behelst het middel de klacht dat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed voor zover bewezen is verklaard dat de verdachte het feit heeft gepleegd.

3.2. Het tweede middel klaagt dat het hof op onbegrijpelijke wijze is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging inhoudende dat geen sprake is van causaal verband tussen het oplichtingsmiddel en het kopen. Voorts behelst het middel de klacht dat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed voor zover bewezen is verklaard dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van een valse hoedanigheid waarmee aangevers werden bewogen tot afgifte van een geldbedrag.

3.3. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

3.4. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“hij op tijdstippen) in de periode van 2 maart 2012 tot en met 27 juni 2012 te Ede en Veenendaal, tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid, [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] hebben bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, (te weten 160 euro en/of 82 euro en/of 60 euro en/of 62,50 euro), hebbende verdachte en zijn mededader toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid

- via Marktplaats meerdere mobiele telefoons (HTC Desire S en/of Samsung Galaxy S mini 2) en toegangskaarten voor de Efteling te koop aangeboden en

- in de Marktplaatsadvertentie de verkoper aangeduid als [A] en/of [B] en/of [C] uit Den Haag en/of [D] uit Aalten en

- (vervolgens) het bedrag voor die goederen vooruit laten betalen

en laten overmaken, naar verdachtes of zijn mededaders bankrekening en

- zich, al dan niet via de telefoon en de e-mail, voorgedaan als zijnde een (bonafide) persoon die voornoemde goederen zou kunnen en willen leveren waardoor voornoemde [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.”

3.5. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal van aangifte met bijlage - als bijlage gevoegd bij registratienummer: 2012124847 (blz. 14 e.v.) - gesloten op 19 maart 2012, proces-verbaalnummer: PL05CE 2012029027-1, door [verbalisant 1] , buitengewoon opsporingsambtenaar, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [betrokkene 1] :

Omstreeks 2 maart 2012 zag ik een advertentie staan op Marktplaats waarin een mobiele telefoon werd aangeboden. Het betrof een HTC Desire S.

Mijn emailadres is [emailadres] @gmail.com. Het emailadres verliep via [emailadres] @live.nl. Ik heb op 4 maart 2012 via mijn bankrekening een bedrag van € 160,— overgemaakt naar ABN-bankrekeningnummer [001] ten name van [betrokkene 5] .

Ik zag later op Marktplaats dat de advertentie was verwijderd omdat men klachten over de aanbieder had ontvangen.

Tot op heden heb ik nog geen telefoon ontvangen. Ik heb meerdere malen geprobeerd via de email contact te krijgen met “ [betrokkene 5] ...” maar dit leverde geen reactie op.

2. een print van de advertentie op Marktplaats - als bijlage gevoegd bij registratienummer: 2012124847 (blz. 17) - door het hof te bezigen als een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344 van het Wetboek van Strafvordering, houdende -zakelijk weergegeven- :

Aangeboden: htc desire s gloednieuw in de doos

Kenmerken - prijs € 157,-- - geplaatst 2-3-12.

Uw contactgegevens:

[A]

Tel: [06-001]

E-mail: [emailadres] @live.nl

3. een brief van de ABN-AMRO Bank N.V., gedateerd 5 april 2012 - als bijlage gevoegd bij registratienummer: 2012124847 (blz. 16) - door het hof te bezigen als een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344 van het Wetboek van Strafvordering, houdende -zakelijk weergegeven- :

Hierbij doen wij u de gevraagde informatie toekomen.

[betrokkene 5] Geb.datum: [geboortedatum] -1970

[a-straat 1] Geslacht: V

[woonplaats] .

[001] - rekening-courant - vervallen per 16-03-2012

4. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal van aangifte met bijlagen - als bijlage gevoegd bij registratienummer: 2012124847 (blz. 21 e.v.) - gesloten op 6 juni 2012, proces-verbaalnummer: PL233E 2012054571-1, door [verbalisant 2] , surveillant van politie, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [betrokkene 2] :

Op 2 juni 2012 zat ik op internet. Ik zat op de site www.marktplaats.nl. Ik was op zoek naar een telefoon. Ik kwam terecht op een advertentie van ene [B] . Zij bood een telefoon aan van het merk Samsung, type Galaxy S mini 2. [B] vroeg hier € 75,- voor. Met verzendkosten zou het totaalbedrag € 82,- zijn.

Ik stuurde haar een email op het adres [emailadres] @live.nl. Ze reageerde terug dat ik de telefoon kon kopen. Omdat ik nog een aantal vragen had over de telefoon, heb ik het telefoonnummer van [B] gevraagd. Dit nummer was [06-002] . Ik heb vervolgens gebeld. Ik kreeg een man aan de telefoon. Ik sprak af dat ik het bedrag, € 82,- inclusief verzendkosten, over zou maken naar bankrekeningnummer [002] ten name van [B] . Ik maakte dit bedrag op 2 juni 2012 over. Op 3 juni 2012 kreeg ik een email van marktplaats.nl. In de email stond dat ze meerdere klachten hadden gekregen over de aanbieder [B] . Ze hadden daarom deze advertentie geblokkeerd.

Ik heb nog meerdere malen geprobeerd te bellen op het telefoonnummer wat ik eerder noemde. Ik kreeg niemand meer aan de telefoon. Tot op heden heb ik geen telefoon ontvangen.

5. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal van aangifte met bijlagen - als bijlage gevoegd bij registratienummer: 2012124847 (blz. 42 e.v.) - gesloten op 19 juni 2012, proces-verbaalnummer: PL203N 2012130071-1, door [verbalisant 3] , buitengewoon opsporingsambtenaar, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [betrokkene 3] :

Op 4 juni 2012 zat ik achter mijn PC. Ik zag dat er vier kaartjes voor de Efteling werden aangeboden voor de prijs van € 60,- door ene [C] uit Den Haag.

Ik had gelezen dat deze [C] deze kaartjes over had en deze via marktplaats wilde verkopen.

Hierna heb ik telefonisch contact met [C] opgenomen op zijn telefoonnummer [06-002] . Ik kreeg gelijk [C] aan de lijn. Ik vertelde hem dat ik interesse had in de kaartjes voor de Elfteling. Ik hoorde dat [C] aan mij vroeg wanneer ik de kaartjes kon komen ophalen. Dit wekte gelijk vertrouwen bij mij. Hierna hoorde ik dat [C] tegen mij zei dat hij in Den Haag woonde. Omdat ik dit iets te ver vond heb ik met [C] afgesproken dat ik het geld zou overmaken en dat hij dan de kaartjes naar mijn huisadres zou sturen.

Op diezelfde dag heb ik de € 60,- overgemaakt naar het bankrekeningnummer van [C] . Zijn rekeningnummer was [002] .

Op 6 juni 2012 overhandigde de postbode mij een aangetekende brief. Ik dacht dat zijn de kaartjes voor de Efteling. Toen ik de brief had opengemaakt zag ik dat ik was opgelicht want in de enveloppe zaten 2 paarse kartonnetjes ter grote van een ansichtkaart.

Vervolgens heb ik [C] meerdere malen geprobeerd te bellen maar ik hoorde dat ik steeds de voicemail kreeg, ook had ik gezien dat [C] zijn advertentie van marktplaats had gehaald.

6. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal van aangifte met bijlagen - als bijlage gevoegd bij registratienummer: 2012124847 (blz. 48 e.v.) - gesloten op 2 juli 2012, proces-verbaalnummer: PL04ST 2012057684-1, door [verbalisant 4] , medewerker van de regiopolitie IJsselland, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [betrokkene 4] :

Op 22 juni 2012 zag ik op marktplaats een advertentie waarin vier toegangskaartjes voor de Efteling werden aangeboden voor € 55,- door ene [D] uit Aalten. Ik heb via de email contact gezocht met [D] met daarin de mededeling dat ik de kaartjes wel wilde hebben voor € 55,-. Ik kreeg een bankrekeningnummer waarop ik de € 55,- euro moest storten. Als het geld binnen was zouden de kaartjes aangetekend worden verstuurd naar mij. Ik zou bij de € 55,- nog een bedrag overmaken van € 7,50 voor het aangetekend versturen van de kaartjes. Ik heb de bedragen gestort op bankrekeningnummer [002] .

Ik kreeg vervolgens op 27 juni 2012 een kaart dat ik een pakketje kon ophalen bij het postkantoor. Ik heb op 28 juni 2012 heb pakketje opgehaald met het vermoeden dat dit mijn kaartjes voor de Efteling zouden zijn. Toen ik thuis de enveloppe openmaakte zag ik dat er vijf onbeschreven gelinieerde A4-tjes in de enveloppe waren gedaan in plaats van de kaartjes.

Ik heb toen een email gestuurd naar hetzelfde emailadres waarmee ik de kaartjes had gekocht maar ik heb geen reactie teruggekregen.

7. een brief van de ING Bank N.V., gedateerd 4 juli 2012 - als bijlage gevoegd bij registratienummer: 2012124847 (blz. 56) - door het hof te bezigen als een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344 van het Wetboek van Strafvordering, houdende -zakelijk weergegeven- :

Wij stellen u hierbij de opgeëiste gegevens te beschikking.

Betaalrekening: [002]

[betrokkene 5] , geb. [geboortedatum] -1970

[a-straat 1] ,

[woonplaats] .

8. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal van verhoor - als bijlage gevoegd bij registratienummer: 2012124847 (blz. 62 e.v.) - gesloten op 7 september 2012, proces-verbaalnummer: PL074F 2012044595-2, door [verbalisant 5] , aspirant van politie, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [betrokkene 5] :

Mijn zoon, [verdachte] , heeft dingen verkocht via internet. Hij mocht hier mijn bankrekeningnummer voor gebruiken. Dit is in overleg geweest met mij.

Mijn zoon regelde de advertenties en ik de betalingen.

9. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal van verhoor - als bijlage gevoegd bij registratienummer: 2012124847 (blz. 73 e.v.) - gesloten op 7 september 2012, proces-verbaalnummer: PL074F 2012080131-2, door [verbalisant 5] , aspirant van politie, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van

[betrokkene 5] :

Wij verkochten via marktplaats kaartjes voor de Efteling en telefoons.

De verkoop van de spullen deed mijn zoon. Hij deed dat met verschillende e-mail adressen.

10. de door de verdachte ter terechtzitting van het hof op 17 augustus 2016 afgelegde verklaring, inhoudende - zakelijk weergegeven - :

Ik heb samen met mijn moeder spullen verkocht via Marktplaats. Bij de advertenties gebruikte ik niet mijn eigen naam. Ik bood spullen aan via Marktplaats. De aangeboden spullen werden aan de kopers verzonden nadat het geld was gestort. Het geld werd op de bankrekening van mijn moeder gestort.

Ik maakte de advertenties voor Marktplaats. Misschien dat ik in één van de advertenties wel eens de naam [A] heb gebruikt.

De taakverdeling tussen mijn moeder en mij was dat ik zorg droeg van de advertentie en dat zij, wanneer het tot een transactie kwam, het geld ontving en vervolgens het pakketje Verzond. Mijn moeder maakte ook het pakketje klaar en zij wist naar welk adres het pakketje verzonden moest worden.

Ik heb een account op Marktplaats. Zonder account kan je geen advertentie zetten.

11. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal van verhoor - als bijlage gevoegd bij registratienummer: 2012124847 (blz. 79 e.v.) - gesloten op 1 oktober 2012, proces-verbaalnummer: PL074J 2012044595-3, door [verbalisant 6] , hoofdagent van politie, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van verdachte:

Vraag: De eerste aangifte is een aangifte van 2 maart 2012. Iemand heeft aangifte gedaan van oplichting via marktplaats. Hij heeft gereageerd op een advertentie waarin een HTC Desire S telefoon werd aangeboden.

Antwoord: Ik weet nog dat ik die telefoon had en dat ik die toen heb verkocht.

Vraag: Die meneer heeft contact gehad met iemand met het emailadres [emailadres] @live.nl. Het geld is overgemaakt naar bankrekening [001] . Antwoord: Dat nummer is van mijn moeder. Die heeft dat verder afgehandeld. Voor die telefoon heb ik iets van € 160,- ontvangen.

Vraag: Als jij dingen op marktplaats verkoopt maak je een account aan. Wat zijn je account namen en ?

Antwoord: Dat weet ik niet meer. Ik zeg ook bijna nooit mijn naam.

Vraag: Wat verkoop je allemaal op internet?

Antwoord: Telefoons en/of kaartjes. Kaartjes van de Efteling.

Vraag: Als je iets verkocht dan gebruikte je de rekeningen van je moeder? Antwoord: Ja.”

3.6. Voorts heeft het hof naar aanleiding van een ter terechtzitting in hoger beroep gevoerd verweer nog het volgende overwogen:

“Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder dat de gedragingen van verdachte meer behelzen dan het enkele zich voordoen als een bonafide verkoper. De verdachte heeft gehandeld volgens een tevoren bedachte - bedrieglijke - werkwijze, die erop was gericht de kopers te bewegen tot afgifte en op het bemoeilijken van zijn traceerbaarheid. De verdachte heeft daartoe in zijn contacten met de kopers gebruikt gemaakt van diverse valse namen. Daarbij is ook gebruik gemaakt van valse (persoons- en adresgegevens. Na de transacties was verdachte via de contactgegevens die hij aan de wederpartij had verstrekt niet meer te achterhalen, kennelijk om de mogelijkheden van de gedupeerde kopers tot het uitoefenen van verhaal te bemoeilijken. De combinatie van het grote aantal benadeelden, de duur van de pleegperiode en het volgen van steeds dezelfde werkwijze, toont een duidelijk patroon in het handelen van de verdachte.”

3.7. Uit de bewijsvoering komt naar voren dat de verdachte met instemming van zijn moeder haar bankrekeningnummer(s) heeft gebruikt bij vier transacties op Marktplaats. In twee gevallen werd gehandeld onder een vrouwennaam ( [E] of [B] ) maar werd de telefoon beantwoord door een man. In twee gevallen is niets geleverd. Pogingen om telefonisch dan wel via de mail nog in contact te komen falen. Het rekeningnummer dat is gebruikt bij de eerste transactie is twaalf dagen na het overmaken opgeheven. Bij een derde geval ging het om een aanbieding van “ [C] ” uit Den Haag. Hier is na overeenstemming wel iets toegezonden, alleen niet de kaartjes waarom werd gevraagd maar twee kartonnetjes. De advertentie is naderhand verwijderd en bij bellen kreeg de koper de voicemail. Bij de vierde klant ging het ook om kaartje, aangeboden door ene “ [D] ” uit Aalten. Deze koper kreeg niet de kaartjes, maar vijf onbeschreven gelinieerde A4-tjes. Op mail werd niet meer gereageerd.

3.8. Uit de bewijsvoering kan worden afgeleid dat volgens de medeverdachte (moeder) haar zoon (verdachte) advertenties zette en dat zij aan hem haar bankrekeningnummer(s) ter beschikking stelde en dat ze wist dat hij spullen op marktplaats verkocht. Ook kan daaruit worden afgeleid dat de verzending van de spullen door de medeverdachte werd gedaan. Uit zijn eigen verklaring kan worden afgeleid dat hij telefoons en/of kaartjes verkocht.

3.9. Hetgeen naar mijn idee ontbreekt in de bewijsvoering is de vaststelling dat de verdachte ofwel nooit over deze spullen beschikte, ofwel dat hij wist dat zijn moeder, als er al iets werd toegezonden, niet die spullen toezond waarover overeenstemming is bereikt. Zo kan m.i. niet worden afgeleid, zoals bewezenverklaard, dat hij in strijd met de waarheid telefoons of kaarten aanbood. Daarbij teken ik daarnaast aan dat de verdachte enkel heeft toegegeven dat hij de naam [A] wel eens gebruikt, maar er is eigenlijk ook geen vaststelling dat hij zich bediende van de andere namen. Ook is niet vastgesteld dat de verdachte degene is geweest die de telefoon beantwoordde toen een koper belde met “ [B] ” of een koper belde met “ [C] ”.

3.10. Het hof heeft wel een nadere motivering aan de bewezenverklaring gewijd. Daarin wijst het hof erop dat de verdachte zich (telkens) bedient van een valse naam en dat hij na de transactie niet meer reageert. Dat het hierbij gaat om een geraffineerd van tevoren bedachte bedrieglijke werkwijze kan echter niet zonder meer uit de bewijsmiddelen worden afgeleid. Daartoe is mijns inziens nodig dat kan worden vastgesteld dat de verdachte nooit over de aangeboden spullen heeft beschikt en/of dat verdachte weet had van het feit dat zijn moeder niet die goederen verzond en dat zij samen uitvoering gaven aan een gezamenlijk plan met een rolverdeling2 om kort gezegd mensen op te lichten.3

3.11. De middelen slagen.

4. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 De zaak tegen de moeder van de verdachte is geëindigd in een niet-ontvankelijk verklaring nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie zijn ingediend, de andere zaak betreft een strafzaak tegen deze verdachte en eindigde ook met een niet-ontvankelijkheid, maar dan op de voet van art. 80a RO.

2 Aan het medeplegen heeft het hof geen woorden gewijd.

3 De Hoge Raad heeft op 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2889 een overzichtsarrest gewezen over oplichting, art. 326 Sr. Ook in die zaak ging het om Markplaats.