Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2018:454

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
20-03-2018
Datum publicatie
16-05-2018
Zaaknummer
17/01023
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:707
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 16/03963, 16/03980 en 16/04436.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 17/01023

Zitting: 20 maart 2018

Mr. A.E. Harteveld

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. Het gerechtshof Den Haag heeft verdachte bij arrest van 26 juli 2016, met vernietiging van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 december 2014, ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd” en het onder 3 en 4 bewezenverklaarde “poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij ABN Amro geheel en van de benadeelde partij [A] gedeeltelijk toegewezen en een daarmee overeenkomende schadevergoedingsmaatregel opgelegd, één en ander zoals in het bestreden arrest vermeld.

  2. Er bestaat samenhang met de zaken 16/03963, 16/03980 en 16/04436. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Namens de verdachte is op 8 augustus 2016 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging zoals bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 23 maart 2017 aan de verdachte in persoon betekend. Namens hem is door mr. Taghi, advocaat te Waardenburg, echter geen middel van cassatie voorgesteld.

  4. Ingevolge art. 437 lid 2 Sv dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu de verdachte niet door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, dient hij in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

  5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG