Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2018:415

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
20-04-2018
Datum publicatie
15-06-2018
Zaaknummer
18/01038
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:921, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg. Geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen in procesinleiding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

18/01038

mr. G.R.B. van Peursem

20 april 2018

Conclusie inzake:

[eiser]

eiser tot cassatie,

(hierna: [eiser] ),

tegen

Enexis B.V.,

verweerster in cassatie,

(hierna: Enexis).

1. [eiser] heeft bij een op 12 maart 2018 bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen procesinleiding met het opschrift “cassatiedagvaarding” beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof ‘s-Hertogenbosch van 12 december 2017 met zaaknummer 200.191.564/011. In dit arrest is bekrachtigd het bij verstek gewezen arrest van hetzelfde hof van 22 maart 2016, waarbij het hof het vonnis waarvan beroep2 heeft vernietigd en [eiser] heeft veroordeeld tot betaling aan Enexis van een bedrag van € 7.035,65, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.

2 De procesinleiding is ingediend en ondertekend door mr. M.M. van der Marel, die geen advocaat bij de Hoge Raad is.

3 Bij brief van 13 maart 2018 is [eiser] door de griffie van de Hoge Raad onder meer bericht dat de procesinleiding niet is ingediend door een advocaat bij de Hoge Raad en dat dit verzuim kan worden hersteld doordat een advocaat bij de Hoge Raad alsnog dezelfde procesinleiding getekend indient binnen twee weken na de datum waarop de procesinleiding door de griffie van de Hoge Raad is ontvangen (i.e. uiterlijk op 26 maart 2018)3.

4 Tot op heden is door [eiser] geen procesinleiding ingediend die is ondertekend door een cassatieadvocaat. Zodoende is dit verzuim niet tijdig hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste van art. 407 lid 3 Rv, hetgeen tot niet-ontvankelijkheid moet leiden.

5 Ik concludeer tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

Advocaat-Generaal

1 ECLI:NL:GHSHE:2017:5474. Zie ECLI:NL:GHSHE:2016:4862 voor het tussenarrest van 1 november 2016.

2 Vonnis kantonrechter rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 19 juni 2014 met zaaknummer 887699.

3 Vaste rechtspraak dat dit de hersteloptie is: HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0773, NJ 2010/212, m.nt. H.J. Snijders, recent herhaald in HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:314, RvdW 2017/311, HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:931, RvdW 2017/592, HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2557, RvdW 2017/1066 en HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2558, RvdW 2017/1065.