Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2018:350

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
20-03-2018
Datum publicatie
17-04-2018
Zaaknummer
16/03566
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:608
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Geen middelen van cassatie ingediend. Verdachte n-o.

Samenhang met 16/03565.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 16/03566

Zitting: 20 maart 2018

Mr. A.E. Harteveld

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. Het gerechtshof Den Haag heeft de verdachte bij arrest van 23 juni 2016 wegens het bewezenverklaarde “diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek.

  2. Er bestaat samenhang met de zaak 16/03565. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Namens de verdachte is op 29 juni 2016 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 2 mei 2017 aan de verdachte in persoon betekend. Namens hem is door mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, hoewel hij zich op 14 juli 2016 heeft gesteld, echter geen middel van cassatie voorgesteld.

  4. Ingevolge art. 437 lid 2 Sv dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu de verdachte niet door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, dient hij in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

  5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG