Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2018:327

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
20-02-2018
Datum publicatie
10-04-2018
Zaaknummer
16/06190
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:556
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Ontbrekende pleitnota in h.b. De ttz. in h.b. door raadsvrouwe overgelegde pleitnota ontbreekt bij de aan HR gezonden stukken. N.a.v. een door raadsman (in cassatie) ex art. 4.8.2 Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden gedaan verzoek is bij Hof nadere informatie ingewonnen. O.g.v. die informatie moet worden aangenomen dat die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. Dit onherstelbare verzuim brengt nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak mee. HR wijst de zaak terug naar Hof. Samenhang met 16/06262.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 16/06190

Zitting: 20 februari 2018

Mr. D.J.C. Aben

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 7 december 2016 door het hof Den Haag wegens "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod", veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf met aftrek als bedoeld in artikel 27(a) Sr.

  2. Er bestaat samenhang met de zaak 16/06262. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. J.M. Lintz, advocaat te 's-Gravenhage, heeft bij schriftuur en aanvullende schriftuur twee middelen van cassatie voorgesteld.

  4. Ik kom als eerst toe aan bespreking van het bij aanvullende cassatieschriftuur ingediende tweede middel, dat klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting van
    23 november 2016 aan nietigheid lijdt, nu de door de raadsvrouw bij die gelegenheid aan het hof overgelegde pleitnota zich niet (meer) bij de stukken in het geding bevindt.

  5. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 23 november 2016 is aldaar door de raadsvrouw van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van haar pleitnota die door haar aan het hof is overgelegd.

  6. De in dit proces-verbaal vermelde pleitnota ontbreekt bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij faxbericht van 1 augustus 2017 tijdig aan de rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnota. Desgevraagd heeft de griffier van het hof bij brief van 10 augustus 2017 de Hoge Raad bericht dat deze pleitnota niet op het hof is achtergebleven.

  7. Gelet hierop valt thans niet na te gaan of ter terechtzitting meer verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.

  8. Het voorgaande brengt mee dat het eerste middel geen bespreking behoeft.

  9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG