Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2018:276

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
13-02-2018
Datum publicatie
03-04-2018
Zaaknummer
16/05834
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:495
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Geen middelen van cassatie ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 16/05927.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 16/05834

Zitting: 13 februari 2018

Mr. E.J. Hofstee

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. Het cassatieberoep keert zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 8 juni 2016.

  2. Er bestaat samenhang met de zaak 16/05927. Ook in die zaak zal ik vandaag concluderen.

  3. Namens de verdachte is tijdig beroep in cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.

  4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de verdachte niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.

  5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG