Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2018:275

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
06-02-2018
Datum publicatie
03-04-2018
Zaaknummer
16/05509
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:494
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Gewelddadige overval op echtpaar in woning in Amstelveen waarbij sieraden en kunstvoorwerpen zijn buitgemaakt. 1. Medeplegen van woningoverval. 2. Medeplegen van poging witwassen van de uit de overval verkregen buit. Toetsingskader: HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:3474, ECLI:NL:HR:2015:718 en ECLI:NL:HR:2016:1316 m.b.t. motiveringsplicht voor rechter indien medeplegen niet bestaat uit gezamenlijke uitvoering.

Ad 1. Falende bewijsklacht medeplegen overval, mede in aanmerking dat uit ’s Hofs vaststellingen volgt dat verdachte door mededader A was gevraagd om de woningoverval te plegen teneinde waardevolle voorwerpen en geld te ontvreemden, dat verdachte vervolgens twee mededaders (B en C) heeft aangebracht voor de daadwerkelijke uitvoering van de te plegen overval, dat verdachte voorafgaand aan de overval contact met die twee mededaders onderhield, dat A en verdachte alles wat ze hebben gedaan hebben overlegd, dat ze er samen achter stonden en dat ze van begin af aan hadden gezegd dat het om geld ging. Voorts heeft het Hof vastgesteld dat verdachte ook nauw betrokken is geweest bij de verwikkelingen na de overval door het onderbrengen van een groot deel van de buitgemaakte voorwerpen bij zijn zus, en bij de pogingen die voorwerpen te gelde te maken, waarbij verdachte zou delen in de opbrengst.

Ad 2. Falende bewijsklacht medeplegen poging witwassen, mede in aanmerking dat verdachte met mededader A heeft besproken dat de slachtoffers wel zouden willen betalen voor de ontvreemde voorwerpen, dat A een brief heeft opgesteld inhoudende dat de slachtoffers een bedrag van € 300.000,- moesten betalen om die voorwerpen terug te krijgen, dat verdachte van de inhoud van deze brief op de hoogte was, dat verdachte ter voorkoming van sporen een tasje heeft schoongemaakt en aan A heeft gegeven, dat dit tasje met een deel van de ontvreemde voorwerpen aan de voordeur van de woning van de slachtoffers is gehangen gelijktijdig met het bezorgen van de brief, en dat verdachte een keer is meegereden naar de woning van de slachtoffers toen daar een brief werd bezorgd. Voorts blijkt uit ’s Hofs vaststellingen dat een groot deel van de in de brief aangeboden voorwerpen door verdachte na de overval waren ondergebracht bij zijn zus en dat verdachte zou delen in de opbrengst van deze voorwerpen. CAG: anders t.a.v. medeplegen poging witwassen. Samenhang met 16/05323, 16/05534, 17/00263 en 17/01703.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 16/05509

Mr. A.J. Machielse

Zitting: 6 februari 2018 (bij vervroeging)

Conclusie inzake:

[verdachte] 1

1. Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 26 oktober 2016 voor 1 primair: diefstal voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, en 2 primair: medeplegen van poging tot witwassen, veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar en zes maanden. Voorts heeft het hof beslist op vorderingen van benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd zoals in het arrest omschreven.

2. Verdachte heeft cassatie doen instellen en mr. R. Schreudering, advocaat te Utrecht, heeft een schriftuur ingezonden houdende twee middelen van cassatie.

3.1. Het eerste middel klaagt over de veroordeling voor feit 1 primair. De steller van het middel wijst erop dat de rechtbank verdachte heeft vrijgesproken van feit 1 primair – het medeplegen – en hem heeft veroordeeld voor feit 1 subsidiair – medeplichtigheid –. Volgens het eerste middel kan uit de bewijsvoering niet worden afgeleid dat de verdachte, zoals het hof heeft aangenomen in alle fasen bij de overval betrokken is geweest. Wat wel blijkt is onvoldoende om van medeplegen te kunnen spreken. Niet blijkt dat verdachte een actieve rol heeft gespeeld bij de overval zelf. De bijdrage van verdachte die wel kan worden vastgesteld kan niet worden gekwalificeerd als een voor medeplegen voldoende intellectuele en/of materiële bijdrage.

3.2. Het hof heeft onder 1 primair bewezenverklaard dat:

"hij op 18 februari 2014 te Amstelveen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een aantal foto's en

- een familieboek en

- een mobiele telefoon (Samsung Galaxy Note II) en

- een bankpas van ING en

- een kentekenbewijs deel II behorende bij een Suzuki Splash en

- een paspoort op naam gesteld van [betrokkene 1] en een paspoort op naam gesteld van [betrokkene 2] en

- een hoeveelheid sieraden en

- een schoudertas en

- geldkistjes met daarin gulden munten en

- een Orde van Oranje Nassau op naam van [betrokkene 2] en

- een consoleklok in boulle-stijl en

- een schilderij van Matthijs Schoevaerdts (Spaans landschap met kerk) en

- schilderijen van Frans van Severdonck (Dieren in landschappen) en

- een schilderij van Arnold Marc Gorter (Bebost landschap) en

- een schilderij van Isaac Israels (Bois de Boulogne) en

- een schilderij van L. Barberini (Zuid-Europese marktscène) en

- een schilderij van J. Bosboom (Kerkinterieur met figuren) en

- een beeld van gekleurd glas (gemaakt door [betrokkene 3] ) en

- een collectie judaica zilver (ter waarde van 150.000 euro) en

- een cameoglazen vaasje van Emile Galle en

- een Hollandse geelkoperen Chanoeka lamp en

- een schildpad parelmoer en een zilveren besnijdenisdoos en

- een zilveren filigrein bruidskistje en

- een rococo bronzen Menora en

- een stel zilveren tafelkandelaars (middelhoog model) en

- zilveren bekertjes en schaaltjes en

- een collectie van 11 grote stuks zilveren speelgoed en

- een collectie van 26 kleine stuks zilveren speelgoed en

- grote zilveren sauskommen (met elk twee oren) en

- antieke zilveren breipenhouders en

- een zilveren lepeldoos (met oud-Hollands reliëfdecor) en

- een zilveren antiek gegraveerde Chanoeka reiskandelaar en

- een 3-delig achtkantig peper- en zout-mosterdstelletje met blauwglazen binnenbakjes en

- een zilveren Hollands pepermuntdoosje en

- een Hollands Empire kristallen mosterdpot en

- zilveren speelgoed (te weten een kruiwagentje van G. Haspel te Antwerpen) en

- zilveren vaasvormige tafelstrooiers en

- een zilveren baluster tafelstrooier (met greep) en

- een zilveren gecontourneerd ovalen bonbonschaaltje en

- een zilveren achtkantige trommel (neo barokstijl met reliëfdecor van figuren) en

- een zilveren schuitvormig dienblad (Louis XVI stijl) en

- een zilveren bonbonmandje (Louis XVI stijl) en

- zilveren tafelkandelaars en

- zilveren gecontourneerde baluster tafelkandelaars en

- 7 zilveren en pleet bekers (enkele met Hebreeuwse teksten) en

- zilveren tafelkandelaars (laag model) en

- een 5-delig Rouaan aardewerk polychroom kaststel en

- een personenauto (Suzuki Splash [AA-00-BB] ),

toebehorende aan [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] , welke diefstal werd voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestonden dat een of meer van zijn mededaders [betrokkene 1]

- van achteren bij haar nek hebben beetgepakt en

- een arm om haar nek hebben gelegd en

- een hand op haar mond hebben gedrukt en

- haar de woning in hebben gesleurd en

- de trap op hebben gesleurd en

- hebben gezegd dat ze op haar knieën moest gaan zitten en "werk nou maar mee, anders doen we je man wat aan" en

- haar polsen en enkels en bovenlichaam met tape hebben vastgebonden en

- hebben gevraagd of ze een kluis had en

- op haar knieën naar de kluis hebben getrokken en

- hebben gezegd dat als het niet lukte met de code ze haar man verrot zouden slaan en [betrokkene 2]

- hebben vastgepakt en

- zijn polsen en enkels met tape hebben vastgebonden en

- een sprei over zijn hoofd hebben gedaan en

- hebben gezegd: "doe jij nou maar rustig anders doen wij jouw vrouw wat aan".

3.3. Het hof is ervan uitgegaan dat de overval gepleegd is door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] . Het idee voor de overval was afkomstig van de [medeverdachte 5] die het niet kon verkroppen dat zijn schoonouders hem na de zelfmoord van zijn vrouw onheus hadden behandeld. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] maakten de plannen. [medeverdachte 1] betrok [verdachte] daarbij en [verdachte] zocht [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] aan. Toen het met de verkoop van de buit niet vlotte en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] hun deel wilde hebben heeft [medeverdachte 5] ermee ingestemd dat een deel van hem rechtens toebehorende voorwerpen zou worden verkocht om [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] voorlopig tevreden te stellen, in afwachting van de verkoop van de gehele buit. Het hof heeft in zijn arrest deze lijnen en activiteiten gereconstrueerd aan de hand van verklaringen van verdachten, afgeluisterde telefoongesprekken, OVC gesprekken, en observaties. Het hof heeft ook de verklaringen dat het om schulden in de wiethandel ging ontzenuwd.

3.4. Het hof heeft in zijn arrest onder meer overwogen:

"De rol van de verdachte

Het hof zal nu nagaan of er bevestiging gevonden kan worden voor deze sterke aanwijzingen voor de betrokkenheid van de verdachte bij de overval.

Ten aanzien van de verdachte vindt het hof bevestiging voor de sterke aanwijzingen die deze en andere OVC-gesprekken opleveren in de verklaring van de verdachte zelf, inhoudend dat [medeverdachte 1] hem had gevraagd die overval te plegen en had verteld over welke - waardevolle - spullen het zou gaan. Het hof acht de verklaring van de verdachte, dat hij - nadat hij had geweigerd de overval zelf uit te voeren – wel voortdurend op de hoogte is gehouden van de gebeurtenissen rond de overval, maar [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] niet voor het plegen van de overval heeft benaderd, ongeloofwaardig. De verklaring van de verdachte dat [medeverdachte 1] zelf mensen (het hof begrijpt: [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] ) had gevonden die de overval wilde plegen staat haaks op bovenvermelde OVC-gesprekken en het kennelijke directe contact tussen verdachte en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] zoals dit uit de verschillende gesprekken tussen [medeverdachte 1] en de verdachte kan worden afgeleid. Daarbij weegt mee dat er geen aan de overval voorafgaand contact is gebleken tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] , terwijl uit de verklaring van de zus van de verdachte (dossierpagina 628) blijkt dat [medeverdachte 4] een vriend is van haar broer en dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] neven van elkaar zijn.

Het hof concludeert op grond van de bewijsmiddelen dat de verdachte [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] heeft aangebracht met het oog op de te plegen woningoverval in Amstelveen en dat de verdachte van dit doel op de hoogte was gezien zijn informatie van [medeverdachte 1] .

Het hof leidt voorts uit de OVC-gesprekken af dat [medeverdachte 1] en de verdachte in de onderhavige zaak steeds hebben samengewerkt. Het verwijst naar het gesprek van 29 mei 2014 waarin [medeverdachte 1] tegen de verdachte zei dat ze ( [medeverdachte 1] en de verdachte) alles wat ze hadden gedaan hadden overlegd, er samen achterstonden, en dat ze vanaf het begin af aan hadden gezegd dat het om geld ging.

De verdachte is ook nauw betrokken geweest bij de verwikkelingen na de overval. De verdachte heeft bij zijn zus een groot gedeelte van de buitgemaakte goederen ondergebracht, is betrokken geweest – nadat bleek dat de goederen met snel te gelde konden worden gemaakt - bij de financiële perikelen tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] en was betrokken bij de poging tot witwassen van een gedeelte van de buit door het proberen die buit terug te verkopen aan de slachtoffers. Hij zou ook meedelen in de opbrengst daarvan. Het hof acht deze nauwe betrokkenheid nadat het feit had plaatsgevonden mede redengevend voor de bewijsvoering, nu hieruit blijkt van de aard en de intensiteit van de samenwerking tussen de verdachte en [medeverdachte 1] enerzijds en die tussen de verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] anderzijds, van welke samenwerking ook voorafgaand aan het feit sprake was.

Nu de verdachte in alle fasen van de overval en bij de nasleep daarvan betrokken is geweest, is naar het oordeel van het hof sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hem en de medeverdachten zodat hij als mededader van de woningoverval kan worden aangemerkt. Hij had daarbij, samen met [medeverdachte 1] , een organiserende rol en deze is van aanzienlijk intellectueel en materieel gewicht geweest Hij heeft, met [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] , deel uitgemaakt van een doelgerichte dadergroep.

De gevoerde verweren van de verdediging worden verworpen."

3.5. De kwalificatie medeplegen is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde intellectuele en/of een materiële bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Als er geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering maar uit gedragingen die gewoonlijk met medeplichtigheid in verband worden gebracht, moet de rechter in geval van bewezenverklaring van medeplegen dat medeplegen nauwkeurig motiveren. De rechter kan daarbij in ogenschouw nemen de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van delict en het belang van de rol van verdachte. Doorgaans zal de medepleger zijn bijdrage leveren tijdens het begaan van het strafbare feit. Maar als die bijdrage niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering kan de werkzaamheid van de medeplichtige zich ook situeren voor het strafbaar feit en zelfs na het strafbaar feit. Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering zal moeten worden gecompenseerd bijvoorbeeld door een grotere rol in de voorbereiding.2

3.6. De reconstructie die het hof van de gang van zaken heeft gemaakt steunt in voldoende mate op het gebezigde bewijsmateriaal. [medeverdachte 1] heeft verdachte ingeschakeld en verdachte op zijn beurt heeft de overvallers gerekruteerd. De contacten tussen [medeverdachte 1] en de overvallers liepen via verdachte. Een deel van de bij de overval buitgemaakt kostbaarheden is aangetroffen in de woning van een zus van verdachte (bewijsmiddel 12). Voor zijn inspanningen zou verdachte de opbrengst van een deel van de buit krijgen (bewijsmiddel 15). Pas toen de buit maar niet verkocht werd en betaling van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] uitbleef heeft ook [medeverdachte 1] met hen beiden contact gehad. Daarvoor moet het verdachte zijn geweest die de beide daders heeft aangestuurd met behulp van de informatie die hij van [medeverdachte 1] kreeg. Dat heeft het hof onder meer kunnen afleiden uit bewijsmiddel 35.

3.7. Hoewel een deel van de achtergrond van de overval en de daarop gevolgde gebeurtenissen op indirecte wijze moet worden gereconstrueerd omdat direct bewijs voor een gedetailleerde weergave van de bijdrage van verdachte niet voorhanden is, is het hof kunnen komen tot de conclusie dat verdachte gelet op wat wel bekend is geworden en gelet op de onderlinge verbanden die het hof heeft kunnen ontwaren tussen de verschillende actoren en hun bewegingen, van voldoende kaliber is om te kunnen spreken van een bewust en volledig en nauw samenwerken met enerzijds de instigatoren en anderzijds de uitvoerders van de overval.

Het middel faalt.

4.1. Het tweede middel klaagt over de veroordeling voor feit 2. Wat verdachte heeft gedaan is te weinig voor het medeplegen van witwassen. Verdachte heeft geen uitvoeringshandelingen verricht en heeft enkel een tasje geleverd, hetgeen eerder is te rijmen met medeplichtigheid dan met medeplegen.

4.2. Onder 2 primair is bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 17 april 2014 tot en met 22 april 2014 te Amstelveen, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om voorwerpen wit te wassen, te weten

- een hoeveelheid sieraden en

- een consoleklok in boulle-stijl en

- een schilderij van Matthijs Schoevaerdts (Spaans landschap met kerk) en

- schilderijen van Frans van Severdonck (Dieren in landschappen) en

- een schilderij van Arnold Marc Gorter (Bebost landschap) en

- een schilderij van Isaac Israels (Bois de Boulogne) en

- een schilderij van L. Barberini (Zuid-Europese marktscène) en

- een schilderij van J. Bosboom (Kerkinterieur met figuren) en

- een beeld van gekleurd glas (gemaakt door [betrokkene 3] ) en

- een collectie judaica zilver (ter waarde van 150.000 euro) en

- een cameoglazen vaasje van Emile Galle en

- een Hollandse geelkoperen Chanoeka lamp en

- een zilveren filigrein bruidskistje en

- een rococo bronzen Menora en

- zilveren bekertjes en schaaltjes en

- een collectie van 11 grote stuks zilveren speelgoed en

- een collectie van 26 kleine stuks zilveren speelgoed en

- antieke zilveren breipenhouders en

- een zilveren lepeldoos (met oud-Hollands reliëfdecor) en

- een zilveren antiek gegraveerde Chanoeka reiskandelaar en

- een 3-delig achtkantig peper- en zout-mosterdstelletje met blauwglazen binnenbakjes en

- een zilveren Hollands pepermuntdoosje en

- een Hollands Empire kristallen mosterdpot en

- zilveren speelgoed (te weten een kruiwagentje van G. Haspel te Antwerpen) en

- zilveren vaasvormige tafelstrooiers en

- een zilveren baluster tafelstrooier (met greep) en

- een zilveren gecontourneerd ovalen bonbonschaaltje en

- een zilveren achtkantige trommel (neo barokstijl met reliëfdecor van figuren) en

- zilveren tafelkandelaars en

- 7 zilveren en pleet bekers (enkele met Hebreeuwse teksten) en

- zilveren tafelkandelaars (laag model) en

- een 5-delig Rouaan aardewerk polychroom kaststel,

door die voorwerpen om te zetten, terwijl hij en zijn mededader wisten, dat voornoemde voorwerpen onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf,

- een plastic tas, inhoudende een hoeveelheid sieraden en foto’s en een familieboek (zijnde goederen die bij hetzelfde misdrijf zijn buitgemaakt als bovengenoemde goederen) aan de voordeur van de woning van die fam. [van betrokkene 1] heeft gehangen en

- brieven aan die familie [van betrokkene 1] over het tegen een vergoeding overdragen van bovengenoemde goederen heeft bezorgd, teneinde een geldbedrag van 300.000 te ontvangen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid."

4.3. In zijn arrest heeft het hof de keuze voor het medeplegen aldus gemotiveerd:

"Het hof is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte op de hoogte was van het doel van het bij de slachtoffers bezorgde tasje met inhoud. De verdachte heeft in de wetenschap van het doel - te weten het witwassen van de gestolen goederen - een actieve bijdrage geleverd aan de uitvoering van dit plan door het tasje te leveren. Dat de verdachte op de hoogte was van het misdadig doel van het bezorgen van het tasje en de brief volgt te meer uit het gegeven dat de verdachte het tasje heeft schoongemaakt te voorkoming van achterlaten van sporen. Tenslotte is de verdachte ook eenmaal mee gegaan met het bezorgen van de brief en het tasje.

Uit dit samenstel van handelingen van de verdachte kan worden afgeleid dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en zijn mededader bij de poging tot witwassen.

Het hof komt dan ook tot een bewezenverklaring van het medeplegen van een poging tot witwassen."

4.4. Inzake het onderscheid tussen medeplegen en medeplichtigheid heeft de Hoge Raad als volgt geoordeeld:

"Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Een en ander brengt mee dat indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), op de rechter de taak rust om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering - dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging - dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip." 3

4.5. In feite komen de omstandigheden waarop het hof de veroordeling voor medeplegen van de poging tot witwassen heeft gebaseerd erop neer dat hij op de hoogte was van het plan van [medeverdachte 1] , dat hij een schoongemaakt tasje daartoe heeft geleverd en dat hij ook een keer is meegegaan bij het bezorgen van een brief en het tasje. Maar dat alleen is volgens mij nog onvoldoende voor medeplegen van die poging. Het is slechts een herhaling van de rol die verdachte in een beperkte tijdspanne heeft gespeeld bij de poging om de buit van de overval die mede door hem was georganiseerd op enigerlei wijze te verzilveren. Het hof heeft de bijdrage van verdachte niet geplaatst tegen de bredere achtergrond van zijn rol en betekenis in groter verband.

Het middel is terecht voorgesteld.

5. Het eerste middel faalt. Het tweede middel lijkt mij terecht te zijn voorgesteld. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.

6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het betreft de beslissingen over feit 2 en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teneinde op het bestaande beroep in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 De zaken 16/05534 ( [medeverdachte 1] ), 16/05323 ( [medeverdachte 2] ), 16/05509 ( [verdachte] ), 17/00263 ( [medeverdachte 5] ) en 17/01703 ( [medeverdachte 4] ) hangen samen. In al deze zaken wordt vandaag geconcludeerd.

2 HR 2 december 2014, ECCLI:N:HR:HR:2014:3474, NJ 2015/390 m.nt. Mevis; HR 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3029, NJ 2015/451 m.nt. Mevis; HR 29 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:524; HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316, NJ 2016/411 m.nt. Rozemand; HR 5 juli 2015, ECLI:NL:HR:2016:1321, NJ 2016/416 m.nt. Rozemand; HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1322, NJ 2016/419 m.nt. Rozemond; HR 4 april 2017, ECLI:N:HR:2017:581, NJ 2017/301 m.nt. Rozemond; HR 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2799.

3 Bijv. HR 7 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:371, NJ 2017/246 m.nt. Rozemond; HR 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3202.