Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2018:174

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
06-03-2018
Datum publicatie
07-03-2018
Zaaknummer
16/04635
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Conclusie AG. Beklag, beslag. Teruggave autosleutel van een aan een ander dan klager toebehorende inbeslaggenomen auto. Autosleutels vormen civielrechtelijk bezien een bestanddeel van de auto. Art. 5:3 en 5:4, lid 1 BW. De AG stelt zich op het standpunt dat het beroep in cassatie dient te worden verworpen wegens het ontbreken van enig belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 16/04635 B

Zitting: 6 maart 2018

Mr. T.N.B.M. Spronken

Conclusie inzake:

[klager]

  1. De rechtbank Den Haag heeft bij beschikking van 30 augustus 2016 het klaagschrift van de klager ex. art. 552a Sv, strekkende tot teruggave aan de klager een aantal inbeslaggenomen goederen deels gegrond en deels ongegrond verklaard.

  2. Er bestaat samenhang met de zaken 16/04631 B, 16/04636 B, 16/04637 B en 16/04638 B. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

2.1. Voor een goed begrip van de onderlinge samenhang zal ik eerst kort weergeven waar de samenhangende zaken betrekking op hebben en hoe de voorafgaande procedure is verlopen.

2.2. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen [klager] wegens verdenking van grootschalige diefstal en heling van fietsen zijn onder [klager] bij zijn aanhouding op 19 november 2015 en bij een doorzoeking van diens woning op 2 februari 2016 verschillende goederen in beslag genomen. Op 10 maart 2016 is onder [klager] een Mercedes in beslag genomen, waarvan [klaagster] de eigenaar is. [klager] is enige bestuurder en algemeen directeur van [klaagster]

2.3. Naar aanleiding van de inbeslagneming zijn vijf klaagschriften ex art. 552a Sv ingediend bij de rechtbank Den Haag, die alle gelijktijdig op dezelfde zitting in raadkamer op 16 augustus 2016 zijn behandeld:

1. RK 16/2765: klaagschrift 1 van [klager]

In dit klaagschrift wordt de teruggave verzocht van de bij de aanhouding van [klager] op 19 november 2015 in beslaggenomen drie telefoons, een camera en € 1000,- in contanten. Het klaagschrift is door de rechtbank ongegrond verklaard en het hiertegen ingediende cassatieberoep is onder nummer 16/04636 B in behandeling genomen.

2. RK 16/1794: klaagschrift 2 van [klager]

Dit klaagschrift betreft het verzoek om teruggave van een damesfiets die op 13 januari 2016 in beslag is genomen. Het klaagschrift is door de rechtbank ongegrond verklaard. Het tegen deze beslissing ingestelde cassatieberoep is onder nummer 16/04637 B in behandeling genomen. In deze zaak is geen cassatieschriftuur ingediend.

3. RK 16/2766: klaagschrift 3 van [klager]

Dit klaagschrift betreft een groot aantal bij de doorzoeking in de woning van [klager] aangetroffen voorwerpen, waaronder een autosleutel van een Mercedes. Het klaagschrift is door de rechtbank gedeeltelijk gegrond verklaard maar niet ten aanzien van de autosleutel van de Mercedes. Het ingestelde cassatieberoep tegen deze beslissing is in behandeling genomen onder nummer 16/04635 B en is uitsluitend gericht op de ongegrondverklaring van het beklag, voor zover dat ziet op de autosleutel.

4. RK 16/2983: klaagschrift 4 van [klager]

In dit klaagschrift wordt verzocht om teruggave van de Mercedes-Benz, type S500 met kenteken [AA-00-AA] inclusief de zich daarin bevindende voorwerpen, aan [klager]. Dit klaagschrift is door de rechtbank gedeeltelijk gegrond verklaard, maar niet wat betreft de teruggave van de Mercedes. Tegen deze beslissing is cassatieberoep ingesteld dat in behandeling is genomen onder nummer 16/04638 B. In deze zaak is geen cassatieschriftuur ingediend.

5. RK 16/3611: klaagschrift 5 van [klaagster]

In dit klaagschrift verzoekt [klaagster] om teruggave van de onder [klager] in beslag genomen Mercedes-Benz, type S500 met kenteken [AA-00-AA]. Het klaagschrift is door de rechtbank ongegrond verklaard en het hiertegen gerichte cassatieberoep is in behandeling genomen onder nummer 16/04631 B.

3. Het cassatieberoep ingesteld namens de klager is gericht tegen de hiervoor onder 3 genoemde beslissing van de rechtbank en mr. W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het gaat om de inbeslagname van een autosleutel van een Mercedes op grond van art. 94 Sv, en het klaagschrift strekt onder andere tot teruggave van deze sleutel.

5. Uit het proces-verbaal van de raadkamerbehandeling op 16 augustus 2016 blijkt niet dat specifiek over de teruggave van de sleutel van de Mercedes is gesproken, slechts over de Mercedes zelf. Het proces-verbaal vermeldt daarover het volgende:

‘’(…) Tot slot merkt de raadsman op dat de eigenaar van de auto [klaagster] is.

(…)

De officier van justitie voert het woord, verkort en zakelijk weergegeven:

(…)

De Mercedes is mogelijk ook gebruikt tijdens het plegen van die delicten. Dit zijn allemaal beslissingen die de rechtbank moet nemen na beoordeling van het hele dossier. Dat is ook de reden dat ik u verzoek alle klaagschriften ongegrond te verklaren.

De raadsman voert in reactie op de officier van justitie het woord, zakelijk weergegeven:

(…)

De standpunten van het openbaar ministerie zijn niet gegrond op iets wat terug is te vinden in het dossier. Nergens staat beschreven dat de Mercedes gebruikt zou zijn. Wel staat op p. 383-384 dat de navigatie van de auto wordt doorzocht en dat er geen koppeling met gestolen fietsen te maken valt. (…)”

6. De rechtbank heeft, voor zover relevant, het klaagschrift voor zover dat gericht was tegen de inbeslagneming van de autosleutel, ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij het volgende overwogen:

‘’Vast staat dat bedoelde goederen op 2 februari 2016 onder klager in beslag zijn genomen.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen strafvorderlijk belang is bij voortduring van het beslag. Het is aan het openbaar ministerie om dit belang aan te tonen, dit heeft de officier, van justitie echter nagelaten, en daarom dienen alle goederen terug te gaan naar klager.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Beslagene wordt verdacht van grootschalige diefstal dan wel heling van fietsen. Uit het dossier zijn hiervoor diverse aanwijzingen te destilleren. Zo zijn er bij de woning van beslagene 44 SIM-kaarten aangetroffen van telefoonnummers die corresponderen met diverse Marktplaats advertenties, alsmede een lijst met nieuwe framenummers, een slijptol, fietssloten en fietssleutels en nog veel meer fiets-gerelateerde voorwerpen. Gelet op deze aanwijzingen in het dossier en de reeds genoemde verdenking van klager, is de rechtbank van oordeel dat zich hier niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, deze fiets-gerelateerde goederen verbeurd zal verklaren.

Het belang van strafvordering verzet zich derhalve tegen opheffing van dit beslag, zodat het beklag wat betreft deze goederen ongegrond moet worden verklaard.

Daarnaast is de rechtbank het eens met de stelling van de raadsman dat het openbaar ministerie, indien daar expliciet door klager naar wordt gevraagd, dan ook de plicht heeft het strafvorderlijk belang te duiden van elk voorwerp waarop beslag rust. Die specifieke toelichting van de kant van het openbaar ministerie is niet gegeven.

Dat leidt tot de conclusie dat dat gedeelte van de goederen, ten aanzien waarvan handhaving van het beslag vanwege een strafvorderlijk belang niet is onderbouwd en ook anderszins niet zonder meer aannemelijk is, dient te worden geretourneerd aan klager.

Gelet op bovenstaande zal de rechtbank het beklag deels gegrond verklaren, en voor het overige ongegrond.’’

7. Het middel komt op tegen de ongegrondverklaring van het klaagschrift voor zover dat betrekking heeft op de autosleutel van de Mercedes. Volgens de steller van het middel heeft de rechtbank met haar oordeel dat het beklag ongegrond is ten aanzien van ‘de fiets-gerelateerde voorwerpen’, kennelijk tot uitdrukking gebracht dat het gaat om voorwerpen die in verband staan met de verdenking tegen de klager, namelijk dat hij diverse fietsen heeft weggenomen en vervolgens te koop heeft aangeboden. Volgens de steller van het middel is in het licht van het voorgaande het ongegrond verklaren van het beklag ten aanzien van de autosleutel niet begrijpelijk. De rechtbank had nader moeten motiveren waarom de autosleutel ‘fiets-gerelateerd’ was.

7.1. Volgens de gedingstukken zijn de goederen, waaronder de autosleutel, op 2 februari 2016 in beslag genomen op grond van art. 94 Sv.1 Uit namens mij ingewonnen inlichtingen bij de Dienst Domeinen is gebleken dat thans nog klassiek beslag rust op de autosleutel. Alhoewel dat in de gedingstukken nergens met zoveel is vastgesteld ga ik er bij de bespreking van het middel van uit dat het hier inderdaad om de sleutel van de Mercedes-Benz, type S500 met kenteken [AA-00-AA] gaat, die eveneens onder klager in beslag is genomen.

7.2. Nu het gaat om een beslag op grond van art. 94 Sv dient de rechter a) te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, b) de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd. In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.2 Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor art. 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt, bijvoorbeeld om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Daarnaast verzet het door art. 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.3

7.3. Hoewel uit de beschikking van de rechtbank niet valt op te maken waarom de rechtbank heeft geoordeeld dat het door art. 94 Sv beschermde belang zich verzet tegen de teruggave van de (kennelijk bij de in beslag genomen Mercedes behorende) autosleutel, ben ik van mening dat de Hoge Raad daar niet aan toe hoeft te komen.

7.4. Uit de samenhangende zaak van [klaagster] (16/04631 B) volgt dat de rechtbank heeft vastgesteld dat de Mercedes toebehoort aan [klaagster] zoals ook door de klager in raadkamer is gesteld. Gelet op art. 5:3 en 3:4, eerste lid, BW volgt hieruit dat ook de bijbehorende autosleutel als onzelfstandig deel van de auto aan [klaagster] toebehoort.4 Ook al zou het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzetten, dan dient de teruggave van de sleutel dus niet te geschieden aan de klager maar aan [klaagster], die ten minste redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.5 Gelet op het voorgaande heeft de klager geen rechtens te respecteren belang bij zijn klacht, zodat het middel vergeefs is voorgesteld en mijns inziens met een aan art. 81 RO ontleende motivering kan worden afgedaan

8. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden beschikking ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

9. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Zie de aan de beschikking van de rechtbank gehechte lijst van inbeslagneming, pagina nummer 205 waar staat vermeld.: “In de woonkamer werd aangetroffen op het bureau (foto 6, 8 en 9) (..) Autosleutel Mercedes”.

2 HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654 m.nt. Mevis, rov. 2.8.

3 HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654 m.nt. Mevis, rov. 2.9.

4 Autosleutels vormen volgens de verkeersopvatting immers een bestanddeel van de auto, zie de conclusie van AG Knigge, ECLI:NL:PHR:2018:13, onder 3.3 en 3.11.

5 Ik laat daarbij nog in het midden wat de klager aan de autosleutel heeft, nu uit namens mij ingewonnen inlichtingen bij de Dienst Domeinen is gebleken dat de Mercedes op 12 december 2016 is verkocht voor een bedrag van €1356,-, en dat op dat bedrag thans nog conservatoir beslag rust.