Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2018:1300

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
20-11-2018
Datum publicatie
21-11-2018
Zaaknummer
17/04599
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:48
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Conclusie AG. Slagende bewijsklacht hennepteelt. Art. 3 onder B Opiumwet. Aantreffen ontmantelde hennepkwekerij in woning. De bewijsconstructie bevat geen vaststellingen over de periode waarin hennep is gekweekt en de omvang van de teelt wordt afgeleid van een berekening gebaseerd op aangetroffen lege jerrycans die groeimiddel zouden hebben bevat. De A-G geeft de Hoge Raad in overweging het bestreden arrest te vernietigen en de zaak terug te wijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 17/04599

Zitting: 20 november 2018

Mr. T.N.B.M. Spronken

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 22 september 2017 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens primair “opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet en opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod”, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

  2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. J.S. Nan, advocaat te 's-Gravenhage, heeft een middel van cassatie voorgesteld.

  3. Het gaat om de volgende feiten en omstandigheden. Op 5 februari 2015 heeft er in de woning van de verdachte een doorzoeking plaatsgevonden. In de woning en bijhorende schuur troffen verbalisanten te drogen gelegde henneptoppen aan alsook verschillende attributen die plegen te worden gebruikt bij het exploiteren van hennepkwekerijen. De verdachte is veroordeeld wegens het opzettelijk telen van hennepplanten en het opzettelijk aanwezig hebben van hennep.

  4. Het middel komt op tegen de motivering van de bewezenverklaring, echter uitsluitend voor zover het hof bewezen heeft verklaard dat de verdachte opzettelijk hennepplanten heeft geteeld.

4.1. Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat:

“hij in de periode van 27 november 2014 tot en met 5 februari 2015 te [plaats] , opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [A-straat] ongeveer 130 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,”

en

hij op 5 februari 2015 te [plaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [A-straat] een hoeveelheid van ongeveer 230 gram hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II”

4.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende in de aanvulling op het verkort arrest opgenomen bewijsmiddelen:

“1. Het ambtsedig proces-verbaal van Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, nr. PL2000- 2015031308-2, d.d. 5 februari 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 1] , inspecteur van politie (p. 26 van het proces-verbaal met registratienr. PL2000-2015031308), voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven - als relaas van eigen waarneming(en) en/of bevinding(en) van desbetreffende verbalisant:

Ik, verbalisant, was op 5 februari 2015 belast met het assisteren van een gerechtsdeurwaarder. Deze gerechtsdeurwaarder was belast met het executeren van een dwangbevel en wilde beslag leggen op alle roerende zaken in een woning gelegen aan de [A-straat] te [plaats] . Na diverse malen aanbellen, aankloppen en aanroepen leek de bewoner afwezig.

De deurwaarder en ik betraden de tuin van deze woning. Ik, verbalisant, zag dat de deurwaarder de schuur toebehorend aan het pand [A-straat] te [plaats] opende.

Ik zag dat in de schuur diverse attributen lagen die gebruikt worden bij het exploiteren van hennepkwekerijen zoals onder andere; potten, waterbakken, lege flessen groeimiddel etc.

De deurwaarder en ik hebben vervolgens de woning [A-straat] te [plaats] betreden. Ik, verbalisant, volgde de deurwaarder en trof op zolder een hoeveelheid hennep aan die op een droogrek te drogen lag.

2. Het ambtsedig proces-verbaal van Politie Zeeland en West Brabant, Districtelijk Hennep Team ‘De Maziekaten’, nr. 2015031308, d.d. 2 maart 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 2] , brigadier van politie (p. 3-10 van het proces-verbaal met registratienr. PL2000-2015031308), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven- als relaas van eigen waarneming(en) en/of bevinding(en) van desbetreffende verbalisant:

Op 5 februari 2015, omstreeks 10.15 uur assisteerde verbalisant [verbalisant 1] gerechtsdeurwaarder […] , bij het executeren van een dwangbevel op het adres [A-straat] te [plaats] . Bij dit bezoek werden op de zolder etage een hoeveelheid plantendelen aangetroffen die verbalisant [verbalisant 1] herkende als henneptoppen. Tevens werden ook een aantal goederen op zicht aangetroffen waarvan het verbalisant [verbalisant 1] bekend was dat deze goederen gebruikt werden bij het vervaardigen van softdrugs.

Op het genoemde adres [A-straat] te [plaats] staat ingeschreven:

Naam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Geboortedatum: [geboortedatum] -1977

Geboorteplaats: [plaats]

In voornoemde woning werd op 5 februari 2015, omstreeks 10.45 uur, ter opsporing en inbeslagneming binnengetreden.

Ik, verbalisant, zag, aan de hand van achtergebleven beschadigingen en afdrukken op wanden en vloer, dat op genoemd adres op de zolder etage een hennepkwekerij had gezeten, waarvan de hennepplanten kennelijk waren geoogst.

Na het binnentreden zag ik, verbalisant, het volgende.

Op de zolderetage van de woning werd door mij verbalisant, een droogrek aangetroffen met daarop een hoeveelheid van 230 gram drogende henneptoppen.

In deze zolderruimte waren de vloer de afdrukken zichtbaar van een vermoedelijk kweekruimte.

In de dakplaten waren gaten zichtbaar welke overeenkomen met de diameter van flexibele ventilatie slangen die veelvuldig gebruikt worden in hennepkwekerijen voor de aan en afzuiging van lucht.

In een groene bak (voormalig watervat) werden afgeknipte bekabeling aangetroffen waarvan het mij, verbalisant, bekend is dat dit soort bekabeling vaker in kwekerijen wordt gebruikt.

Ik verbalisant trof een 7-tal grijze vuilniszakken aan die na onderzoek gebruikte kweekaarde bevatten. In de kweekaarde waren duidelijk wortelstelsels te zien.

In het schuurtje behorende bij de vernoemde woning, werden onder meer gebruikte goederen aangetroffen welke gebruikt worden bij het kweken van hennep. Deze goederen betroffen:

- watervat inhoud circa 200 liter;

- 2 X dompelpomp;

- 2 X lege jerrycans groeimiddel à 10 liter van het merk Terra Floris.

De verbruikte hoeveelheid voedingsmiddelen kunnen een indicatie geven van het aantal oogsten. Op basis van de aangetroffen jerrycans bloeimiddelen wordt er een berekening gemaakt hoeveel oogsten van voeding kunnen zijn voorzien.

Het merk Canna heeft een internetsite www.canna.nl. Deze internetsite geeft advies ten aanzien van het gebruik van Canna Terra Flores als voeding van een plant. Samengevat kan Canna Terra Flores worden toegediend vanaf de bloeiperiode van een plant tot en met de één na laatste week. Het advies is om een verhouding aan te houden van tussen de 5 en 6,5 milliliter per liter water.

Periode gebruik Bloeistimulators

Uit onderzoek van BOOM blijkt dat de volledige kweekcyclus gemiddeld 10 weken duurt. Om te berekenen hoeveel dagen/weken de voedingsmiddelen worden toegediend gaan wij uit van het BOOM-rapport update 1 november 2010.

Het boomrapport gaat uit van een kweekcyclus van 10 weken waarvan de groeicyclus 1 week bedraagt, de bloeicyclus 8 weken bedraagt en er 1 week de tijd is voor het oogsten/opruimen en zetten van nieuwe stekken.

Periode van gebruik van Canna Terra Flores

Uitgaande van dit rapport zal de periode van de bloeiperiode tot en met de één na laatste week van de bloeiperiode (9 weken - 1 week groeiperiode - laatste week bloeiperiode ) 7 weken bedragen.

Waterverbruik hennepplanten

Van Canna Terra Flores wordt een verhouding geadviseerd van tussen de 5 en 6,5 milliliter per liter water. Om te berekenen hoeveel liter er van de groeimiddelen per oogst van 301 planten gebruikt wordt, is er informatie nodig hoeveel water de planten nodig hebben.

Uit het BOOM rapport update 1-1 1-2010, paragraaf 3.3.3, bladzijde 21, blijkt dat het totale waterverbruik per plant per totale kweekcyclus 16,35 liter is. Uit onderzoek op internet blijkt dat een stek ongeveer 25 tot 50 milliliter water per dag gebruikt en dat dit oploopt tot tussen de 750 en 1000 ml per dag aan het einde van de kweek.

Uitgangspunten zijn dat een volwassen plant meer water verbruikt dan een stek en dat dit een stijgend verband betreft, een stek op dag 1,32 ml water gebruikt, en dat het totale verbruik per cyclus 16,35 liter betreft.

Verbruik Canna Terra Flores per oogst

Het gemiddelde verbruik Terra Floris groeimiddel per plant, per oogst bedraagt:

- 16.36 liter x 0,005 = 0.082 liter groeimiddel per plant per oogst.

- 16.36 liter x 0,0065 = 0,106 liter groeimiddel per plant per oogst.

- 0,082 + 0,106 /2 = 0,188 liter groeimiddel per plant per oogst.

De totale inhoud van de lege jerrycans Canna Terra Flores bedroeg 25 liter.

i. 25 Itr. / 0,188 Itr. = 133 planten.

Samenvattend

Met de aangetroffen lege jerrycans Canna Terra Floris, met een totale inhoud van 25 liter kunnen 133 hennepplanten worden groot gebracht.

De afmetingen van de voormalige kweekruimte bedroeg 5.00 x 2.00 meter = 10 m2.

Indien het aantal planten per meter niet bekend is, zal uitgegaan worden van 15 planten per m2, de mediaan uit het verrichte onderzoek, en de daarbij behorende opbrengst van 28,2 gram per plant.

Deze oppervlakte van 10 m2 bied plaats voor: 10 x 15 = 150 hennepplanten.

Vaststelling hennep

Ik. verbalisant, stelde voor een representatieve bemonstering een aantal henneptoppen veilig. Deze monsters testte ik met gebruikmaking van de cannabistest. De test gaf een positieve reactie, indicatief voor hennep of THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hasjiesj vermeld op lijst 2 van de Opiumwet.

Verdachten

[verdachte] , staat als enige op het adres, [A-straat] te [plaats] ingeschreven. Volgens het huurcontract, van de woonstichting [A] , is [verdachte] de enige huurder van vernoemde woning [A-straat] te [plaats] .

3. Het ambtsedig proces-verbaal van Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, MWB District Bergen op Zoom, MWB Districtelijk Hennepteam Bergen op Zoom, nr. PL2000-2015031308-6, d.d. 10 februari 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 2] , brigadier van politie (p. 36-38 van het proces-verbaal met registratienr. PL2000-2015031308), voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven- als verklaring van de verdachte [verdachte] :

Opmerking verbalisant: dit proces-verbaal wordt opgebouwd met vraag (V) en antwoord (A).

V: Staat u ingeschreven op het adres waar de restanten van de hennepkwekerij zijn aangetroffen?

A: Ja, ik sta op het adres [A-straat] te [plaats] ingeschreven.

V: Is de woning een koop of een huurwoning?

A: Ik huur de woning van de woonstichting [A] .

4. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een fotokopie van een huurcontract (p.59-62 van het proces-verbaal met registratienr. PL2000-2015031308), voor zover inhoudende –zakelijk weergegeven:

[A]

Huurovereenkomst zelfstandige woonruimte Bepaalde Tijd

De ondergetekenden:

Stichting [A] , statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] , aan de [B-straat] hierna te noemen: “verhuurder”,

en

[verdachte] geboortedatum [geboortedatum] -1977

wonende te [plaats] aan de [A-straat]

hierna zowel ieder afzonderlijk als beiden gezamenlijk te noemen: “huurder”,

komen het navolgende overeen:

Het gehuurde

Artikel 1

Verhuurder verhuurt aan huurder die in huur aanneemt de woning, plaatselijk bekend [A-straat] te [plaats] inclusief onroerende aanhorigheden en inclusief het medegebruik van de om het complex eventueel gelegen groenstroken, en tuinen die als onroerende aanhorigheid zijn te beschouwen en het medegebruik van eventueel gemeenschappelijke ruimten, hierna te noemen: “het gehuurde”.

De bestemming van het gehuurde

Artikel 2

He gehuurde is uitsluitend bestemd om voor huurder en voor zover van toepassing de leden van zijn huishouden als woonruimte te dienen.

De huurperiode

Artikel 3

De overeenkomst gaat in op 11 maart 2013 en wordt aangegaan voor bepaalde tijd en wel voor de duur van 24 maanden.

Aldus in tweevoud opgemaakt en ondertekend

[plaats] , datum: 11 maart 2013

Verhuurder, Huurder 1:

[verdachte]

Directeur [A]

(volgt handtekening) (volgt handtekening)”

4.3.

Voorts bevat het bestreden arrest de volgende bijzondere overwegingen omtrent het bewijs:

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

I.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de verdachte, moet worden vrijgesproken van de gehele tenlastelegging, omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot enige bewezenverklaring te komen. Daartoe is aangevoerd - zakelijk weergegeven - dat:

ii. uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat er in de woning van de verdachte hennep is gekweekt;

iii. daaruit evenmin kan worden afgeleid dat het plantaardig materiaal dat in de woning van de verdachte is aangetroffen, hennep is.

Het hof overweegt als volgt.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt onder meer dat:

iv. ten tijde van het ten laste gelegde de verdachte als enige bewoner stond ingeschreven bij de gemeente op het adres [A-straat] te [plaats] ;

v. de verdachte vanaf 11 maart 2013 tot en met 5 februari 2015 de enige huurder was van voornoemde woning;

vi. op 5 februari 2015 door de politie in voornoemde woning ter doorzoeking is binnengetreden;

vii. de politie daarbij aan de hand van achtergebleven beschadigingen en afdrukken op wanden en vloer, zag dat zich op genoemd adres op de zolderetage een kwekerij had bevonden;

viii. op de zolderetage van de woning door de politie een droogrek met daarop een hoeveelheid van 230 gram drogende henneptoppen werd aangetroffen;

ix. de politie een representatieve bemonstering van een aantal van de aangetroffen henneptoppen veilig heeft gesteld en de betreffende monsters heeft getest met gebruikmaking van de cannabistest, die een positieve reactie, indicatief voor hennep of THC gaf;

x. in de dakplaten gaten zichtbaar waren die overeenkwamen met de diameter van flexibele ventilatieslangen die veelvuldig gebruikt worden in hennepkwekerijen voor de aan- en afzuiging van lucht;

xi. in een groene bak (voormalig watervat) door de politie afgeknipte bekabeling werd aangetroffen waarvan bekend is dat dit soort bekabeling vaker in kwekerijen wordt gebruikt;

xii. de politie in de woning een zevental grijze vuilniszakken aantrof, die gebruikte kweekaarde bleek te bevatten, waarin duidelijk wortelstelsels te zien waren;

xiii. in het schuurtje behorende bij vernoemde woning gebruikte goederen werden aangetroffen die gebruikt worden bij het kweken van hennep, te weten: een watervat met een inhoud van circa 200 liter, twee dompelpompen en twee lege jerrycans met groeimiddel à 10 liter van het merk Terra Floris;

xiv. op basis van de aan getroffen jerrycans de politie een berekening heeft gemaakt, waaruit blijkt dat met de inhoud van de aangetroffen lege jerrycans ongeveer 133 hennepplanten kunnen worden grootgebracht.

De verdachte heeft zich bij gelegenheid van zijn verhoor in het kader van het opsporingsonderzoek beroepen op zijn zwijgrecht. Hij is zowel in eerste aanleg als in hoger beroep niet bij het onderzoek ter terechtzitting verschenen.

Aldus heeft de verdachte voor voormelde omstandigheden, zoals die uit de gebezigde bewijsmiddelen naar voren komen en die redengevend moeten worden geacht voor het bewijs van verdachtes betrokkenheid bij het ten laste gelegde, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring gegeven. Het hof betrekt zulks bij de waardering van het bewijs.

Op grond van het vorenstaande acht het hof het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op de wijze als in de bewezenverklaring is vermeld.

Het verweer wordt daarom verworpen.

II.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

III.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.”

4.4.

Het middel houdt in dat de bewezenverklaring met betrekking tot de hennepteelt niet uit de bewijsmiddelen kan volgen en valt in meerdere deelklachten uiteen:

a. De meest verstrekkende klacht is dat het als bewijsmiddel 2 gebezigde proces-verbaal een niet-wettig dan wel ondeugdelijk bewijsmiddel is. Daartoe wordt aangevoerd dat het meer dan de enkele mededeling van feiten of omstandigheden die door de verbalisanten zelf zijn waargenomen bevat, zoals een rekensom van het aantal planten naar aanleiding van aangetroffen lege jerrycans groeimiddel. Daarnaast bevat het proces-verbaal meningen, gissingen en conclusies over het kennelijk oogsten van hennepplanten en dat de op de vloer aangetroffen afdrukken afkomstig zijn van “een vermoedelijke kweekruimte”. Betoogd wordt dat de door het hof gebezigde bewijsvoering zou kunnen worden toegepast bij de schatting van wederrechtelijk verkregen voordeel, maar niet in overeenstemming is met de bewijsregels van art. 338-344a Sv, die gelden voor de bewezenverklaring van een strafbaar feit.

b. Voorts kan bewijsmiddel 2 ook niet als wettig bewijsmiddel worden aangemerkt in de zin van een deskundigenverslag zoals bedoeld in art. 344 lid 1 sub 4 juncto art. 339 sub 5 Sv, omdat het niet gaat om conclusies van deskundige aard die de verbalisant in zijn hoedanigheid van expert heeft kunnen trekken, terwijl ook overigens de door de verbalisanten gehanteerde berekeningen niet goed te volgen zijn.

c. Uit de bewijsvoering kan niet blijken dat er is geteeld in de bewezenverklaarde periode van 27 november 2014 tot en met 5 februari 2015.

d. Uit de bewijsvoering blijkt evenmin dat het de verdachte is geweest die de hennepplanten in de door hem gehuurde woning zou hebben geteeld, nu het hof niet heeft vastgesteld dat de verdachte daar daadwerkelijk woonde.

4.5.

Uit de hiervoor onder randnummer 4.3 geciteerde bewijsoverweging heeft het hof, voor zover het gaat om de ten laste gelegde hennepteelt, als vaststaand aangenomen dat op 5 februari 2015 in de woning, die door de verdachte werd gehuurd en waar hij als enige bewoner was ingeschreven, sporen die wezen op een ontmantelde hennepkwekerij op zolder zijn aangetroffen1, alsmede een zevental vuilniszakken met gebruikte kweekaarde.2 Daarnaast zijn in het bij de woning behorende schuurtje een watervat en dompelpompen, die plegen te worden gebruikt bij hennepteelt, en twee lege jerrycans die elk 10 liter groeimiddel van het merk Terra Floris hebben bevat, aangetroffen.3 Verder heeft het hof onder xiv. van zijn bewijsoverweging verwezen naar de berekening van de politie, waaruit blijkt dat met de inhoud van de aangetroffen lege jerrycans ongeveer 133 hennepplanten kunnen worden grootgebracht. Hierbij heeft het hof zich kennelijk gebaseerd op bewijsmiddel 2, het ambtsedig proces-verbaal van de verbalisant [verbalisant 2] , dat een berekening bevat van het aantal hennepplanten dat met twee jerrycans Terra Floris kan worden geteeld.

4.6.

Ik ben het met de steller van het middel eens dat deze bewijsconstructie ontoereikend is voor de bewezen verklaarde periode van de teelt van ongeveer 130 hennepplanten in de woning van de verdachte, namelijk van 27 november 2014 tot en met 5 februari 2015. Weliswaar kan uit hetgeen het hof heeft vastgesteld wel worden afgeleid dat in de woning van de verdachte ooit hennep is gekweekt, maar over de periode waarin dat moet zijn gebeurd heeft het hof niets vastgesteld. Dat op zolder op een droogrek nog 230 gram henneptoppen zijn aangetroffen, hetgeen afzonderlijk is tenlastegelegd en bewezenverklaard, kan aan de bewezen verklaarde periode van de teelt naar mijn mening niet bijdragen. Dat in het door het hof gebruikte bewijsmiddel 2 wordt gerept over een kweekcyclus van hennepplanten van 10 weken zegt ook niets over de periode waarin de hennepplantage operationeel zou zijn geweest. De hierover in het middel geformuleerde klacht treft derhalve doel.

4.7.

Maar ook de klacht, dat het proces-verbaal van de verbalisant [verbalisant 2] , dat berekeningen bevat over hoeveel hennepplaten kunnen worden geteeld met 25 liter Terra Floris, niet voor het bewijs kan worden gebruikt dat de verdachte in de bewezenverklaarde periode ongeveer 130 hennepplanten op de zolder van zijn woning heeft geteeld is mijns inziens terecht voorgesteld. Daarbij kan de juistheid van de door de steller van het middel geponeerde stelling dat dit proces-verbaal conclusies bevat die een getuige (de verbalisant) niet zou mogen trekken, zodat er sprake is van een onwettig bewijsmiddel, in het midden blijven.4 In feite bevat dit proces-verbaal, voor zover het gaat om het aantal geteelde hennepplanten niet meer dan een berekening die is gemaakt aan de hand van gegevens van het merk Canna en het BOOM rapport en gebaseerd op een hoeveelheid van 25 liter Terra Floris. Deze gegevens zijn – anders dan de steller van het middel betoogt – mijns inziens aan te merken als feiten van algemene bekendheid net als de daarbij gebruikte voorkomende standaardnorm dat een gemiddelde hennepplant 16,35 liter water per oogst nodig heeft.5

4.8.

De in bewijsmiddel 2 gerelateerde waarnemingen van de verbalisant en de door hem (kennelijk foutieve6) gemaakte berekening van het aantal hennepplanten aan de hand van een tweetal lege jerrycans groeimiddel kunnen echter niet redengevend zijn voor de bewezenverklaring. Er is immers geen in werking zijnde hennepplantage aangetroffen. Terecht wordt door de steller van het middel opgemerkt dat de bewezenverklaring van de ten laste gelegde hennepteelt niet gebaseerd kan worden op een vermoeden dat er hennep is geteeld, waarbij het aantal planten geschat wordt, zoals dat ten aanzien van het begroten van het wederrechtelijk verkregen voordeel pleegt te gebeuren. Bij de bewezenverklaring moet het gaan om het vaststellen dat daadwerkelijk ongeveer 130 hennepplanten zijn geteeld aan de hand van wettig en overtuigend bewijs. Daarin schiet naar mijn mening de bewijsvoering van het hof tekort.

4.9.

Reeds om de onder 4.7 en 4.8 genoemde redenen ben ik van oordeel dat de bewezenverklaring, inhoudende dat de verdachte van 27 november 2014 tot en met 5 februari 2015 opzettelijk ongeveer 130 hennepplanten heeft geteeld niet zonder meer kan worden afgeleid uit de bewijsvoering, zodat de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen is omkleed. De overige klachten kunnen daarom onbesproken blijven.

4.10.

Het middel slaagt.

5. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend met betrekking tot de bewezenverklaarde hennepteelt en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Bewijsoverweging onder iv, v, vi, x en xi.

2 Bewijsoverweging onder xii.

3 Bewijsoverweging onder xiii.

4 Zie in dit kader nader Corstens/Borgers, Het Nederlands strafprocesrecht, negende druk, Deventer: Kluwer 2018, p. 819-821 en Keulen/Knigge, Strafprocesrecht, dertiende druk, Deventer: Kluwer 2016, p. 505 e.v. De mate waarin iemand feiten en omstandigheden zelf kan waarnemen en ondervinden [is] afhankelijk van de omvang van zijn ervaring en van zijn op aanleg en ervaring berustend onderscheidings- en combinatievermogen, aldus de Hoge Raad in HR 1 november 1966, ECLI:NL:HR:1966:AB3436, NJ 1967/288 en HR 16 oktober 1973, ECLI:NL:HR:1973:AD7219, NJ 1974/176.

5 Mijn voormalig ambtgenoot Machielse merkte in zijn conclusie ECLI:NL:PHR:2008:BD4867 op dat een ieder van de inhoud van zo’n BOOM rapport zonder noemenswaardige moeite uit een algemeen toegankelijke bron kan kennisnemen, zodat deze gegevens tot feiten van algemene bekendheid kunnen worden gerekend. De Hoge Raad deed het op deze kwestie betrekking hebbende middel af met de aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering. Zie ook zijn conclusie ECLI:NL:PHR:2009:BI3861 en die van mijn ambtgenoot Vegter, ECLI:NL:PHR:2010:BN0020.

6 De steller van het middel merkt terecht op dat wordt geverbaliseerd dat de lege jerrycans een inhoud van 25 liter hadden, terwijl daarvoor telkens wordt gesproken van 2 jerrycans à 10 liter (= 20 l). De rekensom had uitgaande van 2 jerrycans à 10 liter moeten zijn: 20 l/0,094 l = 212,7 hennepplanten (in plaats van 25 l/0,188 l = 133).