Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2018:1220

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
27-11-2018
Datum publicatie
22-01-2019
Zaaknummer
18/00279
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:8
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

(Gekwalificeerde) diefstallen, art. 310 en 311.1.5 Sr. Klacht dat de pleegplaats van één diefstal niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid en de bewezenverklaring in strijd is met in aanvulling op verkort arrest opgenomen overweging m.b.t. die pleegplaats. HR: art. 80a RO, met schriftelijk standpunt AG.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 18/00279

Zitting: 27 november 2018

Mr. D.J.M.W. Paridaens

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 18 december 2017 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens onder 1, 3, 4 en 5 “telkens: diefstal” en onder 2 “diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden. Voorts heeft het hof de vorderingen van de benadeelde partijen toegewezen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander zoals nader bij het arrest is bepaald.

  2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

  3. Het middel klaagt dat de bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen en in strijd is met een in de aanvulling op het verkorte arrest opgenomen overweging over de pleegplaats.

3.1. Aan de verdachte is onder feit 1 ten laste gelegd dat:

“hij op of omstreeks 21 januari 2016 in de gemeente Huizen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee (mobiele) telefoons, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Specsavers International en/of [betrokkene 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.”

3.2. Ten laste van de verdachte is onder feit 1 bewezenverklaard dat:

“hij op 21 januari 2016 in de gemeente Huizen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee (mobiele) telefoons toebehorende aan [betrokkene 1].”

3.3. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende, in de aanvulling op het verkorte arrest, opgenomen bewijsmiddelen:

“Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gevoegd als bijlage bij voormeld proces-verbaal, p. 35 e.v., inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van aangever [betrokkene 1]:

Op donderdag 21 januari 2016, omstreeks 09:40 uur, zat ik in een lokaal van de Specsavers Academie aan de Stadsring 181 te Amersfoort. Ik had op mijn bureau mijn twee mobiele telefoons gelegd. Ik ben vervolgens even het lokaal uitgelopen. Op dezelfde dag, omstreeks 10:00 uur, bemerkte ik dat mijn twee telefoons weg waren. Voor een lijst van de weggenomen goederen verwijs ik naar de afzonderlijk opgemaakte goederenbijlage die bij deze aangifte is gevoegd.

2. De bijlage goederen, gevoegd als bijlage bij voormeld proces-verbaal, p. 38, inhoudende - zakelijk weergegeven:

object: Telefoon

merk/type: Apple iPhone 6S 16Gb

object: Telefoon

merk/type: Blackberry Classic

3. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gevoegd als bijlage bij voormeld proces-verbaal, 25 e.v. i.h.b. p. 31, inhoudende - zakelijk weergegeven - als vragen (V) en opmerkingen (O) van verbalisanten D.D. [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en als verklaring van verdachte (A):

O: Zaak onder proces-verbaal nummer 2016022490 (kantoor Specsavers, 21-01-2016).

U wordt verdacht van diefstal door middel van insluiping. Wat kunt u hierover verklaren?

A: Wat is hier weggenomen?

O: Een Blackberry en een telefoon van Apple.

A: Ik kan mij voor de geest halen dat ik in een filiaal van de Specsavers ben geweest. Ik kan me nu niet voor de geest halen wat ik heb meegenomen.

O: Verbalisant laat camerabeelden zien.

V: Wie is dit?

A: Ik herken mij zelf op de camerabeelden. Ik ben dit. Ik herken mijn schoenen.

V: Bent u ooit naar de Specsavers geweest, gelegen op de Stadsring 181 te Amersfoort?

A: Ja.

V: Toen u wegging had u spullen bij die niet van u was. Wat voor gevoel had u toen?

A: waarschijnlijk een goed gevoel.

3.4. Voorts heeft het hof in de aanvulling op het verkorte arrest nog het volgende overwogen:

“Het hof constateert dat in de tenlastelegging en bewezenverklaring van feit 1 abusievelijk de gemeente Huizen is vermeld als de pleegplaats. Blijkens de aangifte van [betrokkene 1] is de rechtspersoon Specsavers International gevestigd in de gemeente Huizen (p. 35). Uit de verklaring van aangever en de verklaring van verdachte volgt dat dit feit is gepleegd in een kantoor van Specsavers te Amersfoort.”

3.5. Door de steller van het middel wordt in de toelichting het volgende aangevoerd. Het hof heeft niet vastgesteld dat er sprake is van een kennelijke verschrijving. Evenmin heeft het hof het verwijt dat de verdachte onder feit 1 is gemaakt, verbeterd gelezen. Nu het hof de tenlastegelegde pleegplaats – Huizen – in de bewezenverklaring heeft overgenomen, terwijl uit de bewijsmiddelen een andere pleegplaats volgt, is de bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde niet naar de eis der wet met redenen om kleed.

3.6. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat op donderdag 21 januari 2016 twee mobiele telefoons zijn weggenomen uit een lokaal van de Specsavers Academie te Amersfoort. Tevens blijkt uit de bewijsmiddelen dat de verdachte heeft verklaard zichzelf te herkennen op camerabeelden, dat hij bij de Specsavers te Amersfoort is geweest en dat hij “waarschijnlijk een goed gevoel” had toen hij wegging met spullen die niet van hem waren. Voorts heeft het hof in de aanvulling op het verkorte arrest overwogen dat in de tenlastelegging en bewezenverklaring van feit 1 abusievelijk de gemeente Huizen is vermeld als de pleegplaats. Het hof overweegt ook dat uit de aangifte blijkt dat de rechtspersoon Specsavers International gevestigd is in de gemeente Huizen. Het hof heeft hiermee kennelijk willen verklaren waardoor deze vergissing in de tenlastelegging ten aanzien van de pleegplaats is ontstaan. Het hof komt tot de slotsom dat uit de verklaring van de aangever en uit de verklaring van de verdachte volgt dat het feit is gepleegd in een kantoor van Specsavers te Amersfoort.

3.7. Het is vaste rechtspraak dat het op de weg van de rechter ligt om in de tekst van een tenlastelegging voorkomende misslagen in de bewezenverklaring te verbeteren, indien de verdachte daardoor in zijn verdediging niet wordt geschaad. Een dergelijke verbetering is niet een wijziging van de tenlastelegging in de zin van art. 313 Sv, maar slechts een vaststelling van de juiste inhoud van de tenlastelegging waarvoor geen medewerking van het openbaar ministerie of van de verdachte is vereist.1 In de onderhavige zaak was het voor het hof niet meer mogelijk om de tekst van de tenlastelegging in de bewezenverklaring in het verkorte arrest te verbeteren, omdat het hof de misslag in de tenlastelegging kennelijk pas onder ogen heeft gezien bij de latere uitwerking van de bewijsmiddelen. Het middel klaagt daarom terecht dat de bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit niet uit de gebruikte bewijsmiddelen kan volgen. Tot cassatie hoeft dit evenwel niet te leiden nu de verdachte tegen de achtergrond van de overweging van het hof in de aanvulling op het verkorte arrest niet voldoende in rechte te respecteren belang heeft bij vernietiging en bij een nieuwe behandeling van zijn zaak. Daarbij komt dat uit het verhandelde op de terechtzitting in hoger beroep niet blijkt dat bij de verdachte enige onduidelijkheid heeft bestaan over de plaats waar de verweten gedraging zich heeft voorgedaan.

4. Het middel is terecht voorgesteld maar behoeft niet tot cassatie te leiden vanwege gebrek aan belang.

5. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 30 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3662, NJ 2009/494, m.nt. Reijntjes. Zie ook HR 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT8787, NJ 2011/544.