Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2018:1117

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
28-08-2018
Datum publicatie
09-10-2018
Zaaknummer
17/01661
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:1834
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Smaadschrift, art. 261 Sr. Heeft het door verdachte plaatsen van een contactadvertentie op een datingsite met het 06-nummer van aangever waarin aangever seksuele diensten aanbiedt een smadelijk karakter? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 17/01661

Zitting: 28 augustus 2018

Mr. A.J. Machielse

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 23 maart 2017 voor 1: smaadschrift en 3: diefstal veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur. Voorts heeft het hof de vordering van een benadeelde partij toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd zoals in het arrest nader omschreven.

2. Verdachte heeft cassatie doen instellen en mr. V.A. Groeneveld, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur doen toekomen houdende een middel van cassatie.

3.1. Het middel klaagt over het oordeel van het hof met betrekking tot feit 1 dat er sprake was van aanranding van de eer en goede naam van aangever door tenlastelegging van een bepaald feit.

3.2. Het hof heeft onder 1 bewezenverklaard dat:

“hij op 14 februari 2015 te Amsterdam opzettelijk door middel van openlijk tentoonstellen van een geschrift, de eer en de goede naam van [betrokkene 1] heeft aangerand door telastlegging van een bepaald feit te weten door het uit naam van voornoemde [betrokkene 1] opstellen van een zogenaamde contactadvertentie voor het aangaan van homoseksuele contacten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven immers heeft verdachte met voormeld doel voornoemde advertentie openlijk tentoongesteld door deze te plaatsen op internetsite binkdate.nl.”

In het arrest heeft het hof voorts het volgende overwogen:

“Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1

Door de raadsman is vrijspraak bepleit van feit 1. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat het in de tenlastelegging opgenomen ‘bepaalde feit’ alleen inhoudt dat de aangever ‘homoseksueel is en op zoek naar seksueel verkeer’, hetgeen niet een feit betreft waarmee iemands integriteit aangetast wordt. Het gaat namelijk niet om een ernstig feit, zoals een misdrijf of een feit dat met de positieve moraal strijdt. Door de verdachte is verder nog aangevoerd dat hij niet degene is geweest die de contactadvertentie vanaf zijn IP-adres heeft geplaatst, maar dat mogelijk één van zijn bezoekers dat heeft gedaan. Hij wil de naam van die bezoeker(s) niet noemen.

Het hof overweegt als volgt.

In de tenlastelegging staat vermeld dat de beschuldiging ziet op het uit naam van de aangever opstellen van een contactadvertentie voor het aangaan van homoseksuele contacten op de internetsite www.binkdate.nl. De betreffende contactadvertentie bevindt zich in het dossier. Het hof overweegt dat de inhoud van de contactadvertentie, niet enkel een verzoek tot het aangaan van homoseksuele contacten betreft, maar een uitnodiging tot expliciet genoemde seksuele handelingen die aangever bij die contacten zou willen uitvoeren en ondergaan. Deze seksuele handelingen zijn op zodanige wijze beschreven dat die beschrijving met de positieve moraal strijdt. De inhoud van de contactadvertentie heeft dan ook onmiskenbaar een smadelijk karakter en is geschikt om iemands integriteit aan te tasten, hetgeen door de verdediging ook niet is betwist. Het enkele feit dat de inhoud van de contactadvertentie als zodanig niet in de tenlastelegging is opgenomen doet hier niet aan af. Voldoende duidelijk is immers dat de tenlastelegging ziet op de enige in het dossier opgenomen contactadvertentie, zoals ook naar voren is gekomen uit het verhandelde op de terechtzittingen in eerste aanleg en in hoger beroep, alwaar de verdachte daarover is gehoord en de raadsman in zijn pleidooi er blijk van heeft gegeven te weten over welke contactadvertentie het gaat.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de contactadvertentie is aangemaakt vanaf een IP-adres van de provider UPC dat is afgegeven op de naam en het woonadres van de verdachte. De verdachte heeft op de terechtzitting in hoger beroep bevestigd dat hij alleen op dit adres woont en dat niemand anders een sleutel van de woning heeft. Het hof gaat voorbij aan de enkele suggestie van de verdachte dat mogelijk één van zijn bezoekers - wiens/wier naam/namen hij niet wil noemen - de contactadvertentie heeft geplaatst, omdat deze niet feitelijk is onderbouwd en overigens geen enkele ondersteuning vindt in het dossier. Het hof acht dan ook bewezen dat de verdachte degene is geweest die de contactadvertentie heeft geplaatst met de bedoeling de eer en goede naam van de aangever aan te tasten.

Dit leidt tot de slotsom dat de verweren worden verworpen.”

3.3.

Verdachte is er voor veroordeeld dat hij een online contactadvertentie heeft geplaatst op de site Binkdate.nl met de titel "pijpboy wil zuigen" en met de volgende inhoud:

“Hoi, ik ben [betrokkene 1], 30j., personaltrainer en ook Personal PIJPER. Ik ben op zoek naar lekkere Geile Kerels! Om leeg te zuigen. Uiterlijk niet belangrijk als je maar schoon bent en een lekkere PAAL heb. Ik PIJP ZC [...] Wil je me neuken mc is bespreekbaar. Bel me voor een GEILE DATE! [telefoonnummer], krijg je mijn voicem., betekent dit dat Ik al bezig ben (met PIJPEN!), spreek wat in of bel wat later terug, Ik pijp je zeker! IK WIL SPERMA IN MIJN MOND!!!”1

3.4.

Het eerste lid van artikel 261 Sr heeft de volgende inhoud:

"Hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie."

3.5.

Voor tenlastelegging van een "bepaald feit" in de zin van artikel 261 Sr is vereist dat het feit zodanig door verdachte wordt tenlastegelegd dat het een duidelijk te onderkennen concrete gedraging aanwijst. Daarvan is geen sprake wanneer het enkel gaat om een eigenschap die aan de ander wordt toegedicht en evenmin, als het wel gaat om diens gedrag, als dat gedrag enkel in algemene termen wordt geduid en niet wordt toegespitst op een geconcretiseerde gedraging.2 De beschuldiging dat een bepaald persoon "een postdief" is voldoet aan de eisen dat een bepaald feit is tenlastegelegd.3 Maar van tenlastelegging van een bepaald feit is er geen sprake wanneer een affiche met foto en de tekst dat deze persoon is te verleiden met een zakdrop wordt opgehangen in een wachtruimte bij een bushalte.4

3.6.

De tenlastelegging van een bepaald feit in de onderhavige zaak heeft erin bestaan dat verdachte aangever heeft gepresenteerd als degene die een contactadvertentie op een homo-datingsite heeft geplaatst met zeer expliciete seksuele inhoud, waarmee aangever absoluut niet geassocieerd wenste te worden.

Homoseksualiteit is inderdaad tegenwoordig geen verschijnsel meer dat op morele afkeuring kan rekenen, zij het dat onder omstandigheden het kwalificeren van iemand als 'flikker' of 'homo' nog wel als beledigend is aangemerkt.5 Maar hier gaat het niet om het enkele kwalificeren van een seksuele geaardheid, maar om het presenteren van aangever als een op seks beluste maniak die iedereen die zich aanbiedt zonder onderscheid een in de advertentie voorgestelde behandeling wil geven. Dat het hof heeft geoordeeld dat deze omschrijving van aangever de strekking had deze in een ongunstig daglicht te plaatsen en zijn reputatie te beschadigen geeft geen blijk van een onjuiste uitleg van artikel 261 Sr en is niet onbegrijpelijk.6

Het middel faalt.

4. Het voorgestelde middel kan naar mijn oordeel met de aan artikel 81 RO ontleende motivering worden verworpen. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.

5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Bewijsmiddel 4.

2 HR 29 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI1171, NJ 2009/541 m.nt. Reijntjes.

3 HR 11 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2291.

4 HR 24 oktober 1989, NJ 1990/276.

5 HR 19 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA9745, NJ 2001/101; HR 6 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8498; HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK3366, NJ 2010/672 m.nt. Buruma; HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9960.

6 Zie H.J.B. Sackers, Wat je zegt ben je zelf, DD 2005/35, p. 511-533 meer bepaald § 5 en 8; HR 15 september 1997, DD 98.007; HR 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3143, NJ 2002/129; HR 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3247.