Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2017:963

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
27-06-2017
Datum publicatie
27-09-2017
Zaaknummer
16/02560
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:2490, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Uos onbetrouwbaarheid herkenning verbalisanten, art. 359.2 Sv. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Hof heeft verdachte veroordeeld o.b.v. de aangifte van inbraak en herkenningen door politieambtenaren van een foto van degene die met de gestolen pinpas geld van de rekening van de bestolene heeft opgenomen. Hof is afgeweken van het uos van de raadsman - inhoudende een verwijzing naar beslissingen van rechtbanken waarin de resultaten van herkenningen a.d.h.v. zogenaamde ‘stills’ onvoldoende betrouwbaar werden geoordeeld - door deze herkenningen tot het bewijs te bezigen, maar heeft i.s.m. art. 359.2 Sv niet i.h.b. de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 16/02560

Mr. A.J. Machielse

Zitting 27 juni (bij vervroeging)

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het gerechtshof Den Haag heeft verdachte op 26 april 2016 voor: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken.

2. Verdachte heeft cassatie doen instellen en mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingezonden houdende een middel van cassatie.

3.1. Het middel betoogt dat het hof een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging heeft genegeerd, welk standpunt erop neerkwam dat de herkenning door verbalisanten te onbetrouwbaar is om voor het bewijs te kunnen dienen.

3.2. Het hof heeft bewezenverklaard dat

"hij, op 2 december 2013, te Diemen of Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

– uit een pinautomaat

heeft weggenomen een geldbedrag toebehorende aan [A] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte het weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een gestolen pinpas met bijbehorende pincode tot het gebruik waarvan hij, verdachte, niet bevoegd was."

3.3. De gemachtigd advocaat heeft ter terechtzitting gepleit volgens een pleitnota, waarin de advocaat duidelijk, met verwijzing naar beslissingen van rechtbanken waarin de resultaten van herkenningen aan de hand van zogenaamde 'stills' onvoldoende betrouwbaar werden geoordeeld voor het bewijs, vrijspraak van verdachte heeft bepleit.

3.4. Het hof heeft verdachte veroordeeld onder meer op basis van de aangifte van inbraak (bewijsmiddel 1) en van drie herkenningen door politieambtenaren van een foto van degene die met de gestolen pinpas geld van de rekening van de bestolene heeft opgenomen (bewijsmiddelen 4 tot en met 6). Verbalisanten herkenden verdachte als de afgebeelde persoon.

3.5. Het pleidooi van de advocaat had betrekking op zulke herkenningen. Het hof is in zijn arrest van dit niet anders dan als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt te begrijpen pleidooi afgeweken door deze herkenningen voor het bewijs te bezigen, maar heeft in strijd met het tweede lid van artikel 359 Sv niet in het bijzonder de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Dat verzuim heeft nietigheid tot gevolg.1

4. Het middel is gegrond, hetgeen tot vernietiging van het bestreden arrest dient te leiden. Ambtshalve heb ik overigens geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 HR 4 maart 2008, ECLI:2008:BC3748; HR 1 juli 2008, ECLI:2008:BD1752; HR 28 september 2010, ECLI:2010:BM6937.