Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2017:848

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
20-06-2017
Datum publicatie
19-09-2017
Zaaknummer
15/05757
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:2398, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Medeplegen van discriminatie in de uitoefening van beroep, art. 137g Sr. Portier. Toepassen zgn. ‘allochtonentaks’ bij discotheek. Middel i.h.b. over onbegrijpelijkheden in de bewijsoverweging van het Hof. HR: art. 80a RO. Samenhang met 16/00841 en 16/00843.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 15/05757

Zitting: 20 juni 2017

Mr. A.E. Harteveld

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 7 december 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens “in de uitoefening van een beroep personen opzettelijk discrimineren wegens hun ras”, veroordeeld tot een geldboete van€ 850,00, subsidiair 17 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

  2. Er bestaat samenhang met de zaken 16/00841 en 16/00843. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. M.A. Muntjewerf, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.

  4. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“hij op 19 maart 2011 te Almere in de uitoefening van een beroep, namelijk als portier van discotheek/uitgaansgelegenheid (VOF) [A] , [betrokkene 1] opzettelijk heeft gediscrimineerd wegens zijn ras, namelijk wegens zijn donkere huidskleur en/of zijn Surinaamse en/of niet- Nederlandse etnische afkomst, door [betrokkene 1] de toegang tot discotheek [A] te weigeren omdat hij "geen vaste klant" was, terwijl overige personen met een blanke/lichte huidskleur die (ook) geen vaste klant waren niet de toegang werd geweigerd en/of ontzegd.”

5. Het middel

5.1. Het middel richt zich tegen de bewezenverklaring en klaagt in het bijzonder over onbegrijpelijkheden in de bewijsoverweging van het hof in het bestreden arrest. Het hof heeft het bewezenverklaarde echter op geenszins onbegrijpelijke wijze kunnen afleiden uit de bewijsmiddelen.

5.2. Het middel is evident kansloos.

6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG