Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2017:581

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
06-06-2017
Datum publicatie
05-07-2017
Zaaknummer
16/01539
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:1218, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Straftoemeting. Middel over voorbijgaan Hof aan rapport psycholoog m.b.t. verminderde toerekeningsvatbaarheid verdachte. HR: art. 80a RO, met schriftelijk standpunt AG.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 16/01539

Zitting: 6 juni 2017

Mr. G. Knigge

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 5 oktober 2015 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens (onder 1 en 2 telkens) “poging tot zware mishandeling” en (onder 3) “opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en beschadigen”, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof de vordering van drie benadeelde partijen (gedeeltelijk) toegewezen en aan de verdachte schadevergoedingsmaatregelen opgelegd.

  2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. M.M. Rietveldt, advocaat te Hoogezand, heeft een middel van cassatie voorgesteld.

  3. Het middel

3.1. Het middel klaagt dat het hof “ten onrechte”, met voorbij gaan aan een andersluidend rapport van een klinisch psycholoog, heeft geconcludeerd dat de bewezenverklaarde feiten volledig aan de verdachte kunnen worden toegerekend.

3.2. Het arrest van het hof bevat de volgende bewijsoverweging:

“Het hof gaat er niet vanuit dat de verdachte bovenop aangeefster is gevallen waarna de bewezenverklaarde gedragingen zich hebben voorgedaan. Het hof volgt de lezing van aangeefster, die inhoudt dat de verdachte heel boos was toen aangeefster na een bioscoopbezoek de woning van de verdachte binnenkwam en dat hij haar daarna mishandelde. Het hof acht de aangifte betrouwbaar, terwijl is gebleken dat de verdachte wisselend heeft verklaard over hetgeen er die dag gebeurd is.”

3.3. Met betrekking tot de oplegging van straf en/of maatregel heeft het hof, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende overwogen:

De persoon van de verdachte

Door de raadsman is betoogd dat de verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft begaan onder invloed van een post traumatische stress stoornis (PTSS) en daarom verminderd toerekeningsvatbaar is. De raadsman heeft daartoe verwezen naar het Pro Justitia rapport psychologisch onderzoek van dr. F. Luteijn, klinisch psycholoog, van 8 april 2013. Volgens de raadsman heeft de rechtbank met haar oordeel dat de feiten volledig aan de verdachte kunnen worden toegerekend, onvoldoende rekening gehouden met dit rapport.

Het hof stelt vast dat de psycholoog, voor de beantwoording van de aan hem gestelde vragen, is uitgegaan van de lezing van de verdachte, die inhoudt dat hij op zijn vriendin is gevallen toen beiden naar een op de grond gevallen telefoon reikten. Weliswaar heeft de psycholoog informatie uit het gerechtelijk onderzoek, waaronder de verklaring van aangeefster [betrokkene 1], in zijn rapport genoemd, maar uit de forensisch psychologische beschouwing volgt dat de psycholoog meent dat aspecten van de door de verdachte - en niet de door aangeefster - beschreven situatie wellicht leken op een incident uit 2009 waarbij de verdachte voor zijn leven heeft moeten vechten. Ten gevolge van dit incident lijkt er volgens de psycholoog bij de verdachte sprake te zijn van een PTSS, die vervolgens van invloed is geweest op het handelen van de verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten.

Zoals het hof in de bewijsoverweging heeft geschreven, gaat het hof echter niet uit van verdachtes lezing van de feiten, maar van die van aangeefster. Nu het psychologisch rapport uitgaat van andere feiten dan waar het hof vanuit gaat, kunnen de conclusies uit dit rapport ten aanzien van het causale verband tussen een bij de verdachte mogelijk aanwezige PTSS - waarvan het hof niet wil uitsluiten dat hiervan sprake is - en de bewezenverklaarde handelingen niet door het hof worden overgenomen. Ook uit het trajectconsult van 15 januari 2013, opgesteld door A.G.M. Busstra, psychiater, blijkt niet van een rechtstreeks causaal verband tussen een psychiatrische aandoening bij de verdachte en de bewezenverklaarde handelingen. Opmerkelijk is in dat rapport, dat in de lezing van de verdachte sprake is van ruzie tussen hem en het slachtoffer, waarbij hij aangeeft dat hij niet wilde dat ze wegging en dat daarop een worsteling ontstond en hij haar heeft geslagen.

Het hof concludeert dat de bewezenverklaarde feiten volledig aan de verdachte kunnen worden toegerekend. Het hof merkt daarbij nog op dat de vraag naar de toerekenbaarheid, anders dan de raadsman kennelijk meent, een juridisch en rechterlijk oordeel is.”

3.4. Ik stel voorop dat het bij de vraag of de verdachte geheel dan wel verminderd toerekeningsvatbaar is, niet gaat om de strafbaarheid van de verdachte. In casu gaat het evenmin om de vraag of er grond is om de maatregel van tbs op te leggen. De gestelde verminderde toerekeningsvatbaarheid speelt in deze zaak alleen een rol als factor waarmee het hof rekening kan – niet moet – houden bij het bepalen van de straf. Ik stel ook voorop dat de rechter volgens vaste jurisprudentie niet gebonden is aan rapporten en adviezen van deskundigen die betrekking hebben op de vraag naar de toerekeningsvatbaarheid, aangezien de waardering van die rapporten en adviezen aan hem is voorbehouden. De uitleg van die rapporten is daarbij een feitelijke vraag, die in cassatie slechts op begrijpelijkheid kan worden getoetst.

3.5. Uit het voorgaande volgt dat de in de toelichting op het middel betrokken stelling dat, “als het hof vraagtekens heeft ten aanzien van de uitgangspunten van het onderzoek van dr. Luteijn, het hof aanvullend onderzoek van dr. Luteijn [had] moeten vragen” geen steun vindt in het recht. Hetzelfde geldt voor de stelling dat het hof dr. Luteijn in ieder geval in de gelegenheid had moeten stellen om te reageren op het oordeel van de rechtbank over zijn rapport (dat overeenkwam met het oordeel van het hof). Als de verdediging het wenselijk oordeelde dat een nader psychologisch rapport werd uitgebracht dan wel dat dr. Luteijn op de zitting werd gehoord, had zij het hof daarom kunnen verzoeken. Een dergelijk verzoek is door de verdediging niet gedaan. Weliswaar heeft de raadsman ter terechtzitting, in aanvulling op zijn pleitnota, het volgende gesteld: “als uw hof vindt dat de psycholoog onduidelijk is geweest, moet er aan de psycholoog gevraagd worden om het te verduidelijken of er moet een andere psycholoog worden gevraagd. Je kunt niet zijn conclusie passeren.” maar die stelling behoefde het hof niet op te vatten als een verzoek als hiervoor bedoeld. In elk geval wordt over het uitblijven van een beslissing op een dergelijk verzoek niet geklaagd.

3.6. In de slotparagraaf van zijn rapport schrijft dr. Luteijn onder meer: “Er ontstond een ontlading van agressie bij onderzochte nadat hij bovenop zijn vriendin gevallen was toen beiden naar een op de grond gevallen telefoon reikten. Bepaalde aspecten van de situatie leken wellicht op het incident in 2009 waarbij onderzochte voor zijn leven gevochten heeft met een hem belagende collega”. Gelet daarop berust het oordeel van het hof dat het psychologisch rapport uitgaat van andere feiten dan waar het hof vanuit gaat, niet op een onbegrijpelijke uitleg van dat rapport. Ik merk daarbij op dat het hof niet uitsluit dat bij de verdachte sprake was van PTSS, maar een causaal verband tussen die eventuele stoornis en de bewezenverklaarde feiten niet aannemelijk oordeelt. Onbegrijpelijk is dat evenmin. Voor verdere toetsing is in cassatie geen plaats.

4. Mijn slotsom is dat het middel klaarblijkelijk ongegrond is en dat een behandeling in cassatie derhalve niet is gerechtvaardigd.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG