Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2017:285

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
14-03-2017
Datum publicatie
21-04-2017
Zaaknummer
15/05069
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:710, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Schatting wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij. Slagende klacht m.b.t. voordeelberekening o.b.v. het aantal oogsten. Het hof heeft het w.v.v. in de samenhangende strafzaak (15/05068) geschat op € 30.000,-. Dit oordeel is ontoereikend gemotiveerd, nu het hof heeft vastgesteld dat “een keer of acht” is geoogst, terwijl het in het midden heeft gehouden hoeveel van deze oogsten hebben plaatsgevonden in de in de bewezenverklaring vermelde periode van nog geen vijf maanden. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG anders: het betoog van de raadsman in feitelijke aanleg is niet te verenigen met het betoog in cassatie. Samenhang 15/05067 B en 15/05068.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 15/05069 P

Zitting: 14 maart 2017

Mr. W.H. Vellinga

Conclusie inzake:

[betrokkene]

1. Bij arrest van 27 oktober 2015 heeft het Gerechtshof te Amsterdam het voordeel, door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen uit de strafbare feiten waarvoor hij bij arrest van 27 oktober 2015 is veroordeeld1, vastgesteld op € 32.925,00 en aan de veroordeelde ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van eveneens € 32.925,00.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers, 15/05067, 15/05068 en 15/05069. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens de veroordeelde heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel klaagt dat de motivering van de beslissing tot ontneming innerlijk tegenstrijdig is, althans dat de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel onbegrijpelijk is, dan wel ontoereikend.

5. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat het hof enerzijds overweegt dat het het voordeel onttrekt voor zover dat is verkregen in de bewezenverklaarde periode, 1 januari 2011 tot en met 14 mei 2011, anderzijds dat het door het hof in aanmerking genomen bedrag van € 30.000 nooit kan zijn verdiend in die periode omdat in het algemeen een kweekperiode van 10 weken wordt gehanteerd om te kunnen komen tot een (geslaagde) hennepoogst.

6. Het hof overwoog onder meer:

“Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de staat van € 58.823,20 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep - kort samengevat - aangevoerd dat de vordering tot ontneming dient te worden afgewezen, in eerste instantie omdat de verdediging in de samenhangende strafzaak vrijspraak heeft bepleit, maar nog los daarvan omdat niet is gebleken dat de veroordeelde daadwerkelijk geld heeft verdiend.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat slechts een bedrag van € 4.400 kan worden vastgesteld, omdat dit in lijn zou zijn met de verklaringen van de broers [betrokkene 2 en 3] , die zeggen dat zij slechts € 2.200 hebben verdiend en van de overige opbrengsten niets hebben gekregen.

Meer subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat, indien men uitgaat van de verklaringen van de broers [betrokkene 2 en 3] over de verdiensten en vooral de investeringen in de hennepkwekerij te Santpoort-Noord, wat bij een bewezenverklaring in de strafzaak niet anders dan zo geweest kan zijn, de veroordeelde maximaal € 35.000 aan wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden ontnomen.

Beoordeling

Gelet op het reparatoire karakter van de maatregel als bedoeld in art. 36e Sr dient bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel te worden uitgegaan van het voordeel dat de veroordeelde in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald (vgl. HR 1 juli 1997, ECLI:NL:HR: 1997: AB7714, NJ 1998/242).

Hennepkwekerij aan de [b-straat] te Zwaanshoek

Ter zake deze hennepkwekerij hebben de medeveroordeelden [betrokkene 2] en [betrokkene 3] het volgende verklaard. De veroordeelde had de ruimte en benaderde de medeveroordeelde [betrokkene 3] of deze in Zwaanshoek iets kon beginnen. De medeveroordeelde [betrokkene 3] heeft vervolgens zijn broer erbij betrokken. Later zijn de afspraken gemaakt, de partijen bij elkaar gebracht, het plan gemaakt en opgezet en de verdeling besproken. De veroordeelde zou meer krijgen omdat hij de eigenaar was van het pand. Het aandeel voor de medeveroordeelden was 25% en voor de veroordeelde ook. Er stonden zo’n 600 planten. De electriciteitsinstallatie werd buiten de meter om gehaald. Er liep een kabel over de overheaddeur van het kantoor van de veroordeelde naar de hennepkwekerij. De veroordeelde heeft getoond hoe de kabel liep.

In de [b-straat] is een keer of acht geoogst. Een paar keer is een oogst mislukt, maar die brachten ook nog € 2.500 per persoon op. De gelukte oogsten brachten ongeveer € 4.000 op. De opbrengsten van de [b-straat] zijn geïnvesteerd in de grote hennepkwekerij te Santpoort-Noord. De medeveroordeelden [betrokkene 2] en [betrokkene 3] hebben ieder € 15.000 geïnvesteerd en de veroordeelde € 30.000 (proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 3] , dossierpagina’s 77, 78, 82,83; verklaring [betrokkene 3] afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 18 december 2013, pagina’s 7 en 8; proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 2] , dossierpagina’s 50, 51).”

7. Naar het hof - in cassatie niet bestreden en overeenkomstig de ter terechtzitting in hoger beroep voorgedragen pleitnota2 - overweegt, heeft veroordeeldes raadsman zich op het volgende standpunt gesteld. Indien men uitgaat van de verklaringen van de broers [betrokkene 2 en 3] over de verdiensten en vooral de investeringen in de hennepkwekerij te Santpoort-Noord, wat bij een bewezenverklaring in de strafzaak niet anders dan zo geweest kan zijn, kan de veroordeelde maximaal € 35.000 aan wederrechtelijk verkregen voordeel worden ontnomen.

8. Het hof is in de strafzaak inderdaad tot een bewezenverklaring gekomen (zie de samenhangende zaak met het nummer 15/05068). Het door het hof vastgestelde bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel gaat niet uit boven het door de raadsman genoemde bedrag van € 35.000.

9. In aanmerking genomen dat de tenlastelegging in de strafzaak - evenals de bewezenverklaring - de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 mei 2011 bestrijkt, valt het betoog van verdachtes raadsman in cassatie zonder nadere uitleg, die ontbreekt, niet te verenigen met hetgeen door verdachtes raadsman in hoger beroep is aangevoerd. Derhalve kan het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden en kan het middel verder buiten bespreking blijven (art. 80a RO).

10. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Het arrest waartegen cassatieberoep aanhangig is in de samenhangende zaak nr. 15/05068.

2 Proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, p. 2.