Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2017:1294

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
31-10-2017
Datum publicatie
28-11-2017
Zaaknummer
15/05496
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:3029, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Medeplegen van oplichting door verkoop namaak Iphones via marktplaats.nl, art. 326 Sr en medeplegen van bedrog met handelsnaam of handelsmerk, art. 337.1 onder a en b Sr. Middel over strafmotivering. HR: art. 80a RO. Samenhang met 15/05495.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 15/05496

Zitting: 31 oktober 2017 (bij vervroeging)

Mr. T.N.B.M. Spronken

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 9 november 2015 door het Gerechtshof Den Haag wegens onder 1, “medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd” en onder 2, ‘’medeplegen van opzettelijk valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken en waren, die zelf op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft, verkopen, te koop aanbieden, afleveren, meermalen gepleegd’’ veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven maanden (waarvan vier maanden voorwaardelijk). Het hof heeft voorts de vorderingen van de benadeelde partijen (deels) toegewezen en aan de verdachte schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander als bepaald in het bestreden arrest.

  2. Deze zaak hangt samen met zaaknummer 15/05495. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld. Ik zal eerst het tweede middel bespreken dat betrekking heeft op de strafmotivering en vervolgens het eerste middel dat klaagt over de schending van de redelijke termijn. Het gaat in deze zaak om het verkopen van namaak Iphones via www.marktplaats.nl.

  4. Het tweede middel komt, zoals gezegd op tegen de strafmotivering, in het bijzonder de overweging van het hof inhoudende dat de verdachte door zijn handelswijze de slachtoffers niet alleen financieel nadeel heeft berokkend, maar tevens het vertrouwen van de slachtoffers bij het doen van aankopen via internet heeft geschonden.

4.1. De strafmotivering van het hof luidt als volgt:

‘’Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft tezamen met zijn mededader(s) gedurende een periode van twee jaar via de internetsite www.marktplaats.nl een groot aantal mensen opgelicht door aan hen een nep-iPhone te verkopen. De verdachte ging hierbij zeer berekenend, en georganiseerd te werk. Aldus heeft de verdachte de slachtoffers niet alleen financieel nadeel berokkende, maar heeft hij ook het vertrouwen van de slachtoffers bij het doen van aankopen via internet geschonden. Daarnaast heeft de verdachte tezamen met zijn mededader door namaak-iPhones als echte Apple iPhones te verkopen, te koop aan te bieden en af te leveren in strijd gehandeld met het merkenrecht van Apple.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf heeft het hof in aanmerking genomen dat de verdachte blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 oktober 2015 zeer lang geleden, te weten in 1997 en in 2001, alleen is veroordeeld voor het overtreden van de Wegenverkeerswet 1994.

In hetgeen de raadsman bij pleidooi heeft aangevoerd omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet het hof, mede gelet op de proceshouding van de verdachte zoals daarvan is gebleken ter terechtzitting in hoger beroep, geen aanleiding om een andere strafsoort dan de gevangenisstraf op te leggen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.’’

4.2. De steller van het middel voert aan dat 1) uit het verhandelde ter terechtzitting niet blijkt dat door de handelwijze van de verdachte het algemeen vertrouwen van de slachtoffers bij het doen van aankopen via internet is geschonden en 2) deze omstandigheid evenmin als feit van algemene bekendheid kan worden aangemerkt. Gelet hierop is de strafmotivering zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk.

4.3. Ik kan de steller van het middel in het geheel niet volgen. Het hof heeft namelijk niet overwogen dat het ‘algemeen vertrouwen’ van de slachtoffers zou zijn geschonden maar overwogen dat de verdachte ‘’het vertrouwen van de slachtoffers bij het doen van aankopen via internet’’ heeft geschonden. Die overweging is gelet op de bewezenverklaring niet onbegrijpelijk en behoeft verder geen nadere motivering.

4.4. Het middel kan klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden.

5. Bij het eerste middel – dat de klacht bevat dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden – heeft de verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang, omdat naast dit middel slechts een middel is voorgesteld die aan de toepassing van art. 80a RO niet in de weg staat.1

6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

7. Deze conclusie strekt tot de niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0129, NJ 2013/242 m.nt. Bleichrodt, rov. 2.2.4.