Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2017:1194

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
12-09-2017
Datum publicatie
31-10-2017
Zaaknummer
16/04427
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:2800, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag op geldbedrag onder klager. Nadat Rb in de beklagprocedure het klaagschrift strekkende tot teruggave van het inbeslaggenomen geldbedrag aan klager ongegrond had verklaard, heeft Rb in de strafzaak tegen klager de teruggave van het geldbedrag aan klager gelast. De beslissing omtrent het beslag in de strafzaak betekent dat klager geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking, zodat klager n-o dient te worden verklaard in het cassatieberoep. In beschikking is immers naar zijn aard een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter dienaangaande. Door diens beslissing omtrent het beslag in de strafzaak tegen klager kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 16/04427 B

Zitting: 12 september 2017

Mr. G. Knigge

Conclusie inzake:

[klager]

  1. Het beroep in cassatie is gericht tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 16 juni 2016, waarbij een namens de klager ex art. 552a Sv ingediend klaagschrift strekkende tot teruggave aan hem van een onder hem inbeslaggenomen geldbedrag van € 17.100,-, ongegrond is verklaard.

  2. Namens de klager is beroep in cassatie ingesteld. Mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, heeft een schriftuur ingezonden, houdende een middel van cassatie.

  3. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

3.1. Eerst besteed ik aandacht aan de vraag of de klager in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.

3.2. Uit door mijn medewerker ingewonnen informatie bij de strafgriffie van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, blijkt dat de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, in de strafzaak tegen de klager op 19 juli 2017 vonnis heeft gewezen (parketnummer 05/880111-16). De klager is -kort gezegd- vrijgesproken van het hem tenlastegelegde witwassen en voorts is de teruggave aan hem gelast van het inbeslaggenomen geldbedrag van € 17.100,-. Tegen voornoemde uitspraak is blijkens een uitdraai uit het SAS-systeem van 8 augustus 2017 geen hoger beroep ingesteld. Dit brengt mee dat de vrijspraak in de strafzaak tegen de klager onherroepelijk is geworden.1

3.3. In o.m. HR 8 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB89892 verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk omdat de rechtbank, evenals in de onderhavige zaak het geval is, tussentijds in de strafzaak vonnis had gewezen en daarin de bewaring had gelast van het inbeslaggenomene ten behoeve van de rechthebbende. Daardoor kon op het bestaande klaagschrift geen andersluidende beslissing meer volgen dan de ongegrondverklaring van het beklag. Dat betekende dat de klager niet in zijn cassatieberoep kon worden ontvangen.

3.4. Ook in het onderhavige geval heeft te gelden dat er geen plaats is om het beklag gegrond te verklaren, nu de rechtbank in de strafzaak een beslissing heeft gegeven over het inbeslaggenomen geldbedrag. De op het klaagschrift gegeven beslissing is immers naar haar aard een voorlopige beslissing, die gegeven wordt in afwachting van het oordeel van de strafrechter dienaangaande. Daar komt bij dat de klager, die teruggave heeft verzocht van het geldbedrag ten aanzien waarvan inmiddels bij voormeld vonnis is beslist dat het aan hem teruggegeven moet worden, ook om die reden geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland van 16 juni 2016. De klager kan in het onderhavige cassatieberoep niet worden ontvangen. Het middel blijft derhalve buiten bespreking.

4. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de klager niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Het e-mailbericht van 8 augustus 2017 van [betrokkene 1], werkzaam bij de strafgriffie van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, met als bijlage de aantekening mondeling vonnis van 19 juli 2017 van de politierechter in de strafzaak tegen de klager alsmede bedoelde uitdraai uit het SAS-systeem van 8 augustus 2017, heb ik bijgevoegd in het dossier.

2 Vgl. ook HR 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:910, HR 17 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:336, HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:3274, HR 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5834 en HR 16 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0637.