Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2017:1080

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
11-07-2017
Datum publicatie
18-10-2017
Zaaknummer
15/04856
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:2653, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Stelbrief raadsman niet bij stukken, art. 51 (oud) Sv. Aan cassatieschriftuur zijn gehecht een stelbrief in h.b. en een verzendrapport waaruit kan worden afgeleid dat deze brief per fax is verzonden naar het faxnummer van de administratie van het Hof. Inhoud van verzendrapport biedt voldoende grond voor het ernstig vermoeden dat stelbrief wel ter griffie van het Hof is ontvangen doch aldaar in het ongerede is geraakt. Uit de stukken blijkt niet dat een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman is gezonden, terwijl noch verdachte noch diens raadsman ttz. in h.b. is verschenen. Hieruit vloeit het ernstige vermoeden voort dat t.a.v. de appeldagvaarding art. 51, tweede volzin, (oud) Sv niet is nageleefd. Dit staat in de weg aan een geldige behandeling van de zaak ttz.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 15/04856

Zitting: 11 juli 2017

Mr. T.N.B.M. Spronken

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 14 maart 2014 door het Gerechtshof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

  2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. J.M. Lintz, advocaat te 's-Gravenhage, heeft een middel van cassatie voorgesteld.

  3. Het middel klaagt dat dat in hoger beroep het voorschrift van art. 51 Sv niet is nageleefd.

  4. Uit de stukken van het geding kan het volgende worden afgeleid:

(i) de verdachte heeft op 19 juli 2013 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de Politierechter van 8 juli 2013.

(ii) blijkens een akte van uitreiking is de "dagvaarding van verdachte in hoger beroep" voor de terechtzitting van het Hof van 14 maart 2014 overeenkomstig art. 588, derde lid onder c, Sv op 23 januari 2014 uitgereikt aan de griffier van de Rechtbank

(iii) blijkens een (andere) akte van uitreiking is de "dagvaarding van verdachte in hoger beroep" voor de terechtzitting van het Hof van 14 maart 2014 overeenkomstig art. 588, tweede lid, Sv op 7 februari 2014 als gewone brief [in het Nederlands en vertaald in het Bulgaars] verzonden aan het adres [a-straat 1] te Keulen Bondsrepubliek Duitsland.

(iv) blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 14 maart 2014 is aldaar noch de verdachte noch een voor de verdachte optredende raadsman verschenen.

(v) het hof heeft de verdachte op 14 maart 2014 niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep op grond van art. 416, tweede lid, Sv.

5. De aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevatten niets waaruit kan volgen dat voor de behandeling van de zaak van de verdachte een afschrift van de dagvaarding aan een voor de verdachte optredende raadsman is gezonden.

6. Aan de cassatieschriftuur is een kopie van een brief gehecht van 19 juli 2013 van mr. J.M. Lintz, advocaat te 's-Gravenhage, aan de [strafgriffie van] het hof. Deze brief houdt in:

"(…)

Verzendwijze Per fax 070-381 36 50

Datum 19 juli 2013

Dossiernummer JL/101994/SK

Parketnummer 09/091956-13

Rolnummer n.n.b.

Dossier [verdachte] / OM V b

Cliënt [verdachte] (geboren [geboortedatum]-1975)

Betreft Stelbrief

Geachte heer, mevrouw,

Hiermee stel ik mij als raadsman van [verdachte] (geboren [geboortedatum]-1975) in ondergenoemde zaak.

Ik verzoek u mij afschrift van alle processtukken te doen toekomen.

Gelieve de stukken te laten deponeren in paleisbox 166

Zaaks- en cliëntgegevens

Cliënt

Naam : [verdachte]

Geboren : [geboortedatum]-1975 te [geboorteplaats]

Vonnis waarvan beroep

Parketnummer : 09/091956-13

Instantie : Rechtbank 's-Gravenhage

Uitspraakdatum : 08 juli 2013

(…)"

7. Eveneens is aan de cassatieschriftuur een communicatie resultatenrapport gehecht waaruit valt af te leiden dat de hiervoor genoemde brief, die in het rapport is afgedrukt, op 19 juli 2013 om 15:25 uur succesvol is verzonden aan de bestemming 'SR HOF DH'.1

8. Bij de cassatieschriftuur is niet overgelegd een brief van de griffier van het hof waarin de ontvangst van de hiervoor onder 6 genoemde brief is bevestigd. Een dergelijke ontvangstbevestiging bevindt zich evenmin bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding. Het moet er daarom voor worden gehouden dat die brief van de advocaat niet aanwezig was in het dossier dat het Hof ter beschikking stond bij de behandeling van de onderhavige ontnemingszaak in hoger beroep.

9. Het genoemde communicatie resultatenrapport houdt niet het faxnummer in waaraan de daarin afgedrukte stelbrief succesvol is verzonden maar vermeldt als bestemming de afkorting 'SR HOF DH'. Hoewel de schriftuur hierover geen uitsluitsel biedt, lijkt het aannemelijk dat het faxnummer van de afdeling strafrecht van het gerechtshof Den Haag is opgeslagen onder deze afkorting in het geheugen van het faxapparaat van de raadsman.2 Uit de stelbrief blijkt dat is beoogd de brief per fax te verzenden aan het nummer 070-3813650, welk nummer op dat moment het faxnummer was van de strafgriffie van het gerechtshof Den Haag. De inhoud van deze documenten bieden derhalve voldoende grond voor het ernstig vermoeden dat die brief wel ter griffie van het hof is ontvangen doch aldaar vervolgens in het ongerede is geraakt.

10. In cassatie moet daarom ervan worden uitgegaan dat zich wel een raadsman heeft gesteld en dat het voorschrift van art. 51, tweede volzin, Sv (oud)3 niet is nageleefd. Dit in het belang van de betrokkene gegeven voorschrift is van zo grote betekenis, dat, al wordt dat niet uitdrukkelijk in de wet bepaald, de niet-nakoming ervan moet worden geacht aan een geldige behandeling van de zaak ter terechtzitting buiten tegenwoordigheid van de betrokkene en diens raadsman in de weg te staan.4

11. Het middel is terecht voorgesteld.

12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Kennelijk heeft de raadsman het faxnummer van het hof Den Haag opgeslagen in het geheugen van het faxapparaat.

2 Ter informatie: tevens is bij de schriftuur gevoegd het communicatie resultatenrapport waarin de verzending van de cassatieschriftuur aan de Hoge Raad wordt bevestigd. Dit rapport vermeldt onder de kolom 'bestemming' wel het faxnummer van de Hoge Raad.

3 Thans art. 48 Sv, zie Wet van 17 november 2016, houdende wijziging van het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met aanvulling van bepalingen over de verdachte, de raadsman en enkele dwangmiddelen, Stb. 2016, 476, in werking getreden op 1 maart 2017.

4 Vgl. HR 8 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6743.