Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2016:773

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
21-06-2016
Datum publicatie
20-09-2016
Zaaknummer
15/02042
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:2132, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Economische zaak. OM-cassatie en cassatie verdachte. Einduitspraak. Art. 138 Sv. De beslissing van de Rb tot n-o verklaring van de OvJ in de vervolging is een einduitspraak i.d.z.v. art. 138 Sv, waartegen ingevolge art. 404.1 Sv h.b. open staat, ook als bedoeld vonnis niet voldoet aan de voorschriften van art. 358 en 359 Sv. Samenhang met 15/02895 en eerdere arresten, o.m. ECLI:NL:HR:2016:1. Middel verdachte kan onbesproken blijven. Volgt terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 15/02042 E

Zitting: 21 juni 2016 (bij vervroeging)

Mr. G. Knigge

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De economische kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 16 april 2015 de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de door de rechtbank Noord-Nederland mondeling gegeven beslissing van 12 juni 2014.

  2. Er bestaat samenhang met de zaak 15/02895 E, waarin ik vandaag eveneens zal concluderen. Er bestaat voorts samenhang met de zaken 15/02248 E, 15/02249 E, 15/02250 E en 15/03035 E. In deze zaken concludeerde ik op 15 december 2015 en deed de Hoge Raad uitspraak op 5 januari 2016.1

3. Zowel door het Openbaar Ministerie als namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens het Openbaar Ministerie heeft mr. H.H.J. Knol, advocaat-generaal bij het ressortsparket te Den Haag, een middel van cassatie voorgesteld. Namens de verdachte heeft mr. K. Canatan, advocaat te Amsterdam, eveneens een middel van cassatie voorgesteld.

4 Het middel van het Openbaar Ministerie

4.1.

Het middel klaagt dat het oordeel van het hof dat de door de rechtbank op 12 juni 2014 gegeven beslissing geen einduitspraak is in de zin van art. 138 Sv waartegen hoger beroep open staat, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans ontoereikend is gemotiveerd.

4.2.

De relevante overwegingen van de rechtbank en het hof zijn gelijkluidend aan die in de samenhangende zaak 15/02248E, waarin de Hoge Raad als gezegd op 5 januari 2016 uitspraak deed (ECLI:NL:HR:2016:1). Ik concludeer dan ook dat het middel op de in dit arrest vermelde gronden terecht is voorgesteld.

5 Het middel van de verdachte

Het voorgaande brengt mee dat het middel van de verdachte geen bespreking behoeft. De met die bespreking samenhangende vraag of de verdachte bij het namens hem ingestelde beroep wel voldoende belang heeft, kan daarom naar mijn mening blijven rusten.

6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, economische kamer, om opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 ECLI:NL:HR:2016:1, ECLI:NL:HR:2016:3, ECLI:NL:HR:2016:4 en ECLI:NL:HR:2016:5.