Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2016:66

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
05-01-2016
Datum publicatie
24-02-2016
Zaaknummer
14/05124
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:310, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beklag, conservatoir beslag. Artt. 94a en 552a Sv. HR herhaalt HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823 m.b.t. de beoordelingsmaatstaf. Gegronde klacht over toepassing van onjuiste maatstaf bij beoordeling van beklag, nl. die van art. 94 Sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 14/05124 B

Zitting: 5 januari 2016

Mr. Knigge

Conclusie inzake:

[klaagster]

1. De Rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft bij beschikking van 23 september 2014 het door klaagster ingediende klaagschrift ex
art. 552a Sv ongegrond verklaard.

2. Tegen deze beschikking is namens klaagster cassatieberoep ingesteld.

3. Namens klager heeft mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, een schriftuur houdende een middel van cassatie voorgesteld.

4 Verloop van de procedure

4.1.

Op 29 juli 2014 is ten laste van de partner van klaagster, [betrokkene], conservatoir beslag gelegd op een personenauto (Audi, type A4 met kenteken [AA-00-BB]).1 Het beslag is gelegd in een strafrechtelijk onderzoek (met de naam Dusty) naar de heer [betrokkene]. Klaagster is in dat onderzoek ook als verdachte (van witwassen) aangemerkt. De inbeslaggenomen auto staat op naam van de partner van klaagster, maar volgens klaagster behoort de auto aan haar toe.

4.2.

De openbare behandeling van het klaagschrift van klager vond plaats op 9 september 2014. Bij die behandeling was niet alleen klaagster aanwezig, maar ook haar partner (als belanghebbende in de zin van art. 552a Sv). Het proces-verbaal van die zitting vermeldt, voor zover relevant, het volgende:

De raadsman voert het woord – zakelijk weergegeven – als volgt.

Bij de rechtbank loopt een strafzaak tegen de partner van klaagster, [betrokkene], onder de onderzoeksnaam Dusty. Op 6 november 2014 zal in deze zaak een regiezitting plaatsvinden. De inhoudelijke behandeling laat nog langer op zich worden, hetgeen betekent dat op korte termijn geen beslissing zal volgen ten aanzien van het beslag. Klaagster heeft er spoedeisend belang bij dat zij al eerder over de auto kan beschikken. Om die reden heb ik namens haar het onderhavige klaagschrift ingediend, strekkende tot teruggave van de auto. De auto van het merk Audi wordt ten onrechte door de officier van justitie aangemerkt als eigendom van [betrokkene]. De auto staat weliswaar op naam van [betrokkene], maar is aanbetaald door klaagster. Door haar worden ook de maandelijkse termijnen voldaan. Bovendien is zij de feitelijke gebruikster van de auto. Er moet daarom van worden uitgegaan dat klaagster de eigenaresse is van de auto. Het beslag mag daarom niet strekken tot voldoening van enige mogelijke toe te wijzen ontnemingsvordering in de zaak tegen [betrokkene].

De officier van justitie voert het woord – zakelijk weergegeven - als volgt.

Ik stel mij op het standpunt dat het beslag dient tot bewaring van het recht van verhaal van een op te leggen ontnemingsmaatregel van wederrechtelijk verkregen voordeel in het strafrechtelijk onderzoek met de naam Dusty. Jegens klaagster bestaat in dit onderzoek ook een verdenking van witwassen. Haar uitgavenpatroon strookt niet met haar legale inkomsten. Voor wat betreft de bepaling van de eigenaar van de auto wil ik nog opmerken dat Van Doorn op pagina 4 van het dossier uitdrukkelijk verklaart dat de auto van [betrokkene] is.

De belanghebbende [betrokkene] voert het woord – zakelijk weergegeven – als volgt. Ik vind dat de auto moet worden teruggegeven aan mevrouw Van Doorn. De auto is van haar. Ik heb een lease auto.”

4.3.

De Rechtbank heeft het beklag, als gezegd, ongegrond verklaard. In de bestreden beschikking stelde de Rechtbank het volgende voorop:

“1. onder klaagster is op 29 juli 2014 conservatoir in beslag genomen: een personenauto van het merk Audi type A4, kleur wit, kenteken [AA-00-BB];

2. klaagster heeft geen afstand gedaan van hetgeen in beslag is genomen.

Op grond van het proces-verbaal conservatoir beslag moet [betrokkene] als belanghebbende worden aangemerkt in de zin van artikel 552a Sv, omdat de in beslag genomen auto op zijn naam staat. [betrokkene] is op de hoogte gebracht van het onderhavige klaagschrift en is ook bij de behandeling in raadkamer verschenen. [betrokkene] heeft in raadkamer gezegd dat hij instemt met de teruggave van de auto aan klaagster.”

Vervolgens overwoog de Rechtbank ten aanzien van het klaagschrift van klaagster:

“Maatstaf bij de beoordeling van het onderhavige klaagschrift is of het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van hetgeen bij klager in beslag is genomen. Nu beslag is gelegd op de voet van artikel 94 Sv is daarbij in dit geval van belang of het voortduren van het beslag nodig is voor het aantonen van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

De raadsman heeft aangevoerd dat de auto van het merk Audi ten onrechte door de officier van justitie wordt aangemerkt als eigendom van [betrokkene]. De auto staat weliswaar op naam van [betrokkene], maar is aanbetaald door klaagster en door haar worden ook de maandelijkse termijnen voldaan. Ook is zij de feitelijke gebruikster van de auto. Er moet daarom van worden uitgegaan dat klaagster de eigenaresse is van de auto. Het beslag mag daarom niet strekken tot voldoening van enige mogelijke toe te wijzen ontnemingsvordering in de zaak tegen [betrokkene].

De officier van justitie heeft als standpunt naar voren gebracht dat het beslag dient tot bewaring van het recht van verhaal van een op te leggen ontnemingsmaatregel van wederrechtelijk verkregen voordeel in het strafrechtelijk onderzoek met de naam Dusty. Jegens klaagster bestaat in dit onderzoek ook een verdenking van witwassen. Haar uitgavenpatroon strookt niet met haar legale inkomsten.

Hetgeen van de zijde van het openbaar ministerie is aangevoerd rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank de conclusie dat het belang van strafvordering zich in dit geval verzet tegen de teruggave van de auto aan klaagster. De rechtbank is op grond van een marginale toets van oordeel dat jegens klaagster een reële verdenking bestaat in het onderzoek Dusty. Gelet op deze verdenking dient het beslag voort te duren voor het aantonen van het wederrechtelijk verkregen voordeel in de strafzaak tegen klaagster als verdachte. Het klaagschrift zal daarom ongegrond worden verklaard.

De rechtbank gaat voorbij aan het verweer van de raadsman, omdat dit verweer ziet op de situatie dat het beslag uitsluitend zou dienen tot verhaal van wederrechtelijk verkregen voordeel in de zaak tegen [betrokkene] als verdachte. Dat is gelet op het voorgaande niet het geval.”

5 Het middel

5.1.

Het middel is gericht tegen de ongegrondverklaring van het beklag. Betoogd wordt dat de Rechtbank bij de beoordeling van het beklag de verkeerde maatstaf heeft toegepast.

5.2.

Uit de bestreden beschikking kan worden opgemaakt dat op de auto conservatoir beslag ex art. 94a Sv rust. Dat blijkt overigens ook uit de formele stukken betreffende het beslag die - als onderdeel van het dossier - aan de Hoge Raad zijn gezonden.

5.3.

Bij de beoordeling van een klaagschrift van de beslagene gericht tegen een beslag als bedoeld in art. 94a, eerste of tweede lid, Sv dient de rechter te onderzoeken a. of er ten tijde van zijn beslissing sprake was van verdenking van of veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en b. of zich niet het geval voordoet dat hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.

5.4.

Als het klaagschrift is ingediend door een derde die stelt eigenaar te zijn, dient de rechter als maatstaf aan te leggen of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat de klager als eigenaar van het voorwerp moet worden aangemerkt en daarvan in zijn beslissing blijk te geven. Indien de klager als eigenaar wordt aangemerkt, zal de rechter tevens moeten onderzoeken en daarvan blijk moeten geven of zich de situatie van art. 94a, derde of vierde lid, Sv voordoet.2

5.5.

Ik keer terug naar de bestreden beschikking. Nadat de Rechtbank daarin – terecht – voorop had gesteld dat de Audi conservatoir in beslag was genomen, overwoog de Rechtbank vervolgens dat het klaagschrift aan de hand van het klassiek-beslag-criterium (art. 94 Sv) moest worden beoordeeld. Een vergissing of verschrijving was dit kennelijk niet, nu de Rechtbank het beklag vervolgens expliciet heeft getoetst aan de hand van de maatstaven die gelden bij een op de voet van art. 94 Sv gelegd beslag. Volgens de Rechtbank verzet het belang van strafvordering zich tegen teruggave van de auto aan klaagster. De redenering die hieraan ten grondslag ligt is dat in het strafrechtelijk onderzoek Dusty niet alleen de partner van klaagster als verdachte wordt aangemerkt maar ook klaagster zelf. Gelet op dat laatste is - aldus de Rechtbank - het voortduren van het beslag nodig voor het aantonen van het wederrechtelijk verkregen voordeel in de strafzaak tegen klaagster als verdachte.

5.6.

Nu sprake is van conservatoir beslag en klaagster aangemerkt lijkt te moeten worden als een ‘derde’ (aangezien niet blijkt dat het conservatoir beslag ook is gelegd in de zaak die mogelijk tegen haar wordt aangespannen), had de Rechtbank moeten toetsen aan het hiervoor onder 5.4 vermelde criterium. In elk geval is de Rechtbank haar boekje te buiten gegaan door te toetsen aan de criteria die gelden voor een beslag waarvan in casu geen sprake is.

5.7.

Het middel is dus terecht voorgesteld.

6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden beschikking ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot terugwijzing of verwijzing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

1 Dat althans vermeldt het zich bij de stukken bevindende ‘PV Conservatoir Beslag”.

2 HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010, 654, rov. 2.14 en 2.15.